ANS Kijkt: Shoplifters (Manbiki kazoku)

Donderdag 13 december ging de de Japanse film getiteld Shoplifters (Manbiki kazoku) in LUX in premiére. Deze Palme d'Or winnaar is een dramafilm die je niet enkel tot denken zet, maar wellicht ook tot handelen. Regisseur Hirokazu Kore-Eda wordt beschouwd als een van de filmmeesters van Japan, mede door de meerdere internationale filmprijzen die hij heeft gewonnen voor titels als Like Father, Like Son en Still Walking. In zijn nieuwste film geeft Kore-Eda geeft op eigenaardige wijze een gezin weer dat niet schuwt voor sociale wanpraktijken en taboes. Er wordt een fantastische weergave gegeven van een bijzonder dievengezin bestaande uit vijf personen, die op generlei wijze parentage hebben.

Tekst: Kirti Kohra Singh

Opmerkelijke gezinssituatie
Het gezin bestaat uit 'vader' Osamu Shibata (Lily Franky), 'moeder' Nobuyo Shibata (Sakura Ando), 'oma' Hatsue Shibata (Kirin Kiki), 'dochter' Aki Shibata (Mayu Matsuoka) en 'zoon' Shota Shibata (Kairi Jyo). Het meest opvallende is dat de familie weinig voelt voor de wet en sociale normen, maar wel veel voelt voor elkaar. De film begint met een scéne waarin Osamu en Shota een aantal boodschappen uit een supermarkt stelen. Niet alleen Osamu en Shota zijn bezig met diefstal. Moeder steelt spullen uit de kleding van mensen bij de wasserette waar ze werkzaam is en Aki is een soort (soft)sekswerker. De film geeft een erg natuurlijke kijk in het leven van een normafwijkend gezin. Het legt de nadruk niet op de misdaden maar laat ze voorkomen als alledaagse bijzaken; Kore-Eda laat heel duidelijk het menselijke naar voren komen achter het stelen. Dit biedt de kijker de mogelijkheid om veel sociale stigma's in perspectief te plaatsen.

Yuri
Na de eerste diefstal in de film, treffen Osamu en Shota een klein meisje genaamd Yuri op een balkon aan dat buiten is gesloten door haar ouders. Gezien het al laat is en het koud begint te worden, besluiten ze het meisje mee te nemen naar hun huis. Zodra ze thuis zijn valt het op dat ze allerlei wonden op haar arm heeft. Deze verwondingen heeft ze opgelopen bij haar echte gezin, waarin veel huishoudelijk geweld plaatsvond; onder andere gericht op haar. Het gezin van Osamu en Shota besluit haar dat Yuri bij hen laten intrekken de beste keus is, ook al is dit illegaal. Wat na een tijdje in de film blijkt is dat alle leden van het gezin op een dergelijke wijze bij het gezin zijn gekomen. Geen van hen heeft bloedverwantschap en ze zijn allemaal verlaten door hun families. Dit wordt duidelijk naarmate de film vordert en de levens van de familieleden afzonderlijk worden belicht. Ondanks de eigenaardige gezinssituatie en -samenstelling kent het gezin een erg sterke band en is er veel liefde onderling. Kore-Eda wil hiermee duidelijk maken dat een hechte band niet gestoeld is op bloedverwantschap of de reputatie binnen een gemeenschap.

Natuurlijke weergave
In Shoplifters worden de levens van de personages worden op een heel gedetailleerde en naturalistische wijze vertoond. De dialogen zijn hier een uitstekend voorbeeld van, de manier van spreken voelt niet afkomstig uit een script maar is even organisch als een alledaags gesprek. Details als de kinderachtigheid van de vader, die bijvoorbeeld blijkt uit een scéne waarin hij binnen aan het voetballen is met een plastic tas, doet de kijker de film niet alleen aanschouwen maar ook beleven. Een ander voorbeeld is de weergave van de diefstalscénes. De dynamiek die aanwezig is tussen het winkelpersoneel, Osamu, Shota en soms Yuri wordt op een ongekend realistische manier weergegeven. Het stelen wordt beleefd zoals de personages het beleven, zonder de spanning die de kijker zou voelen als hijzelf zou stelen.

Kroket met noedels
Een groot deel van de dialogen en de actie in Shoplifters gebeurt tijdens het eten. Zo ontmoet Yuri de andere familieleden voor het eerst tijdens het eten worden er veel cruciale gesprekken gevoerd tijdens het eten van verscheidene Japanse gerechten. Tijdens de film komt meerdere keren het gerecht 'kroket met instant-noedels' terug, het lievelingseten van Osamu en Shota. Na het kijken van de film was niet alleen mijn honger aangewakkerd, maar ook mijn nieuwsgierigheid naar de smaak van kroket samen met instant-noedels. Hoewel het in eerste instantie een gekke combinatie lijkt, blijkt het onverwachts lekker te smaken. Het eindoordeel van Shoplifters is echter niet aan verassingen onderhevig. Shoplifters is niet alleen film-technisch beschouwd erg goed. De personages en hun hechte band onderling is wat de film een genot maken om naar te kijken.

 

Lees meer

ANS Kijkt: Shoplifters (Manbiki kazoku)

Donderdag 13 december ging de de Japanse film getiteld Shoplifters (Manbiki kazoku) in LUX in premiére. Deze Palme d'Or winnaar is een dramafilm die je niet enkel tot denken zet, maar wellicht ook tot handelen. Regisseur Hirokazu Kore-Eda wordt beschouwd als een van de filmmeesters van Japan, mede door de meerdere internationale filmprijzen die hij heeft gewonnen voor titels als Like Father, Like Son en Still Walking. In zijn nieuwste film geeft Kore-Eda geeft op eigenaardige wijze een gezin weer dat niet schuwt voor sociale wanpraktijken en taboes. Er wordt een fantastische weergave gegeven van een bijzonder dievengezin bestaande uit vijf personen, die op generlei wijze parentage hebben.

Tekst: Kirti Kohra Singh

Opmerkelijke gezinssituatie
Het gezin bestaat uit 'vader' Osamu Shibata (Lily Franky), 'moeder' Nobuyo Shibata (Sakura Ando), 'oma' Hatsue Shibata (Kirin Kiki), 'dochter' Aki Shibata (Mayu Matsuoka) en 'zoon' Shota Shibata (Kairi Jyo). Het meest opvallende is dat de familie weinig voelt voor de wet en sociale normen, maar wel veel voelt voor elkaar. De film begint met een scéne waarin Osamu en Shota een aantal boodschappen uit een supermarkt stelen. Niet alleen Osamu en Shota zijn bezig met diefstal. Moeder steelt spullen uit de kleding van mensen bij de wasserette waar ze werkzaam is en Aki is een soort (soft)sekswerker. De film geeft een erg natuurlijke kijk in het leven van een normafwijkend gezin. Het legt de nadruk niet op de misdaden maar laat ze voorkomen als alledaagse bijzaken; Kore-Eda laat heel duidelijk het menselijke naar voren komen achter het stelen. Dit biedt de kijker de mogelijkheid om veel sociale stigma's in perspectief te plaatsen.

Yuri
Na de eerste diefstal in de film, treffen Osamu en Shota een klein meisje genaamd Yuri op een balkon aan dat buiten is gesloten door haar ouders. Gezien het al laat is en het koud begint te worden, besluiten ze het meisje mee te nemen naar hun huis. Zodra ze thuis zijn valt het op dat ze allerlei wonden op haar arm heeft. Deze verwondingen heeft ze opgelopen bij haar echte gezin, waarin veel huishoudelijk geweld plaatsvond; onder andere gericht op haar. Het gezin van Osamu en Shota besluit haar dat Yuri bij hen laten intrekken de beste keus is, ook al is dit illegaal. Wat na een tijdje in de film blijkt is dat alle leden van het gezin op een dergelijke wijze bij het gezin zijn gekomen. Geen van hen heeft bloedverwantschap en ze zijn allemaal verlaten door hun families. Dit wordt duidelijk naarmate de film vordert en de levens van de familieleden afzonderlijk worden belicht. Ondanks de eigenaardige gezinssituatie en -samenstelling kent het gezin een erg sterke band en is er veel liefde onderling. Kore-Eda wil hiermee duidelijk maken dat een hechte band niet gestoeld is op bloedverwantschap of de reputatie binnen een gemeenschap.

Natuurlijke weergave
In Shoplifters worden de levens van de personages worden op een heel gedetailleerde en naturalistische wijze vertoond. De dialogen zijn hier een uitstekend voorbeeld van, de manier van spreken voelt niet afkomstig uit een script maar is even organisch als een alledaags gesprek. Details als de kinderachtigheid van de vader, die bijvoorbeeld blijkt uit een scéne waarin hij binnen aan het voetballen is met een plastic tas, doet de kijker de film niet alleen aanschouwen maar ook beleven. Een ander voorbeeld is de weergave van de diefstalscénes. De dynamiek die aanwezig is tussen het winkelpersoneel, Osamu, Shota en soms Yuri wordt op een ongekend realistische manier weergegeven. Het stelen wordt beleefd zoals de personages het beleven, zonder de spanning die de kijker zou voelen als hijzelf zou stelen.

Kroket met noedels
Een groot deel van de dialogen en de actie in Shoplifters gebeurt tijdens het eten. Zo ontmoet Yuri de andere familieleden voor het eerst tijdens het eten worden er veel cruciale gesprekken gevoerd tijdens het eten van verscheidene Japanse gerechten. Tijdens de film komt meerdere keren het gerecht 'kroket met instant-noedels' terug, het lievelingseten van Osamu en Shota. Na het kijken van de film was niet alleen mijn honger aangewakkerd, maar ook mijn nieuwsgierigheid naar de smaak van kroket samen met instant-noedels. Hoewel het in eerste instantie een gekke combinatie lijkt, blijkt het onverwachts lekker te smaken. Het eindoordeel van Shoplifters is echter niet aan verassingen onderhevig. Shoplifters is niet alleen film-technisch beschouwd erg goed. De personages en hun hechte band onderling is wat de film een genot maken om naar te kijken.

 

Lees meer

ANS kijkt: Star Wars: The Last Jedi (2017)

De verwachtingen voor de gemiddelde Star Wars film zijn hoog, maar in het jaar dat de franchise haar veertigjarig jubileum viert, is het extra spannend. Dat de franchise überhaupt zolang heeft weten te overleven, mag een wonder heten na alles wat George Lucas eraan heeft gedaan om zijn epos te ruïneren met de vreselijke prequels. Gelukkig leek het na een doorstart met The Force Awakens (2015) en een zoethoudertje in de vorm van Rogue One (2016), weer de goede kant op te gaan. Met The Last Jedi wordt dat vermoeden niet alleen bevestigd, maar ruimschoots overtroffen: Star Wars is beter dan het in lange tijd geweest is en deel acht van de reeks is in veel opzichten de culminatie van veertig jaar filmgeschiedenis.

Menselijke complexiteit
Er valt veel over deze film te zeggen, niet in de laatste plaats omdat het de langste film in de serie tot nu toe is, met een speeltijd van meer dan tweeëneenhalf uur. Die tijd wordt goed gebruikt en vrijwel alle grote personages komen tot hun recht, zowel de oude als de nieuwe generatie. Waar de aanwezigheid van Luke Skywalker (Mark Hamill) in The Force Awakens verwaarloosbaar was, speelt hij in deze film een aanzienlijk grotere rol. Daarbij wordt niet alleen zijn personage recht gedaan, maar ook zijn status als de laatste Jedi. Een ander oudgediende is de inmiddels overleden Carrie Fisher, die voor de laatste keer schittert als prinses Leia en ook nog een aantal mooie scènes heeft met haar tegenpersonages. Dat maakt het een waardig afscheid van de actrice en de rol van haar leven. Ook de nieuwe personages krijgen meer diepgang, waarbij vooral Kylo (Adam Driver) en Rey (Daisy Ridley) indruk maken. Kylo wordt verder uitgediept als een van de meest ambigue personages, met zijn tweestrijd tussen het goede en het kwade, en de optimistische Rey krijgt het aan de stok met oude cynicus Luke, een fantastische combinatie. Het was geen eenvoudige klus om recht te doen aan al deze (en alle andere) complexe personages en de eerdere films, maar regisseur Rian Johnson heeft het voor elkaar gekregen.

Schoonheidsfoutjes
The Last Jedi trapt volgens goed gebruik in de Star Wars franchise af met een spannende actiescène die het publiek gelijk de film insleurt. Ondanks dit sterke begin heeft de film in de eerste helft een beetje opstartproblemen De gebruikelijke slapstick en willekeurige creaturen die als comic relief door het scherm banjeren, werken hier soms storend en sommige grappen voelen nogal geforceerd. Daardoor is de balans tussen drama en komedie een beetje zoek en sommige scènes komen niet helemaal tot hun recht. Gelukkig is er ook in dit stuk van de film genoeg om van te genieten, met emotionele momenten die teruggrijpen op de oorspronkelijke trilogie en veel humor die wel gewoon raak is. In de tweede helft is het klaar met de ongein en dan begint het spektakel pas echt. Het laatste uur van de film loopt als een trein en houdt de kijker op het puntje van zijn stoel, maar biedt ook ruimte voor emotionele momenten en humor. Tegen de tijd dat de film is afgelopen, ben je de onzin die tussendoor voorbijkwam alweer vergeten en flitsen vooral de vele hoogtepunten aan je voorbij.

Emotionele noten
Niet alleen de personages en het verhaal steken goed in elkaar, ook op andere vlakken is de film tot in de puntjes uitgewerkt. De film zit vol prachtige beelden, of het nu gaat om ruimteveldslagen, light saber gevechten of de rustigere momenten tussendoor. Ook de shots van het eiland waar Luke zich verschuilt, gefilmd op locatie op een afgelegen Iers eiland, verdienen veel lof. Daar kan geen natuurdocumentaire van de EO aan tippen. Naast het visuele spektakel zit het ook met de muziek weer goed. Zoals altijd zijn de composities van John Williams een absoluut meesterwerk, met prachtige nieuwe muziek en variaties op oude bekenden. De beroemde Force Theme komt herhaaldelijk voorbij in diverse uitvoeringen en elke keer raakt het precies de juiste emotionele snaar.

Hoewel The Last Jedi genoeg openlaat voor J.J. Abrams om mee aan de slag te gaan in het vervolg, is daar na het zien van deze film niet direct behoefte aan. Dat een groot deel van de vragen die The Force Awakens opriep onbeantwoord blijven, maakt verbazingwekkend weinig uit gezien de hoge kwaliteit van de nieuwe film. Sterker nog, als dit de laatste film zou zijn, zou dat misschien niet eens zo'n ramp zijn. In veel opzichten is dit een bijna perfect einde van de reeks. Dat is het natuurlijk niet en dat is misschien maar goed ook, maar dat tevreden gevoel zegt genoeg over het vakwerk dat regisseur Johnson heeft neergezet. Dat hij over een paar jaar aan de slag mag met een eigen Star Wars trilogie is in elk geval iets om naar uit te kijken.

 

Lees meer

ANS Kijkt: The Crimes of Grindelwald (2018)

The Crimes of Grindelwald (2018) is een overvol vervolg op Fantastic Beasts and Where to Find Them (2016). Zoöloog Newt Scamander gaat met een koffer vol fabeldieren naar Parijs om duistere tovenaar Grindelwald te stoppen, maar dit is uiteindelijk slechts een klein onderdeel van een veel te uitgebreide film.

Tekst: Aaricia Kayzer

The Crimes of Grindelwald is het tweede deel in de Fantastic Beasts-reeks, die in totaal zal gaan bestaan uit vijf films die worden geregisseerd door David Yates en geschreven door J.K. Rowling. In het eerste deel ging Newt Scamander (Eddie Redmayne), zoöloog en tevens auteur van Harry's toekomstige schoolboek Fantastic Beasts and Where To Find Them, met een tas vol fabeldieren naar New York. Daar nemen spanningen tussen dreuzels (in het Amerikaans 'no-maj') en tovenaars toe. Ondertussen probeert Grindelwald (Johnny Depp) door middel van een vermomming de 'obscurial' Credence Barbone (Ezra Miller) te rekruteren voor zijn zaak, maar hij wordt betrapt door Newt en afgevoerd door MACUSA, het Amerikaanse equivalent van het Ministry of Magic. Eind goed, al goed, zou je denken – maar dat is natuurlijk te makkelijk.

Aan twee uur niet genoeg
Het tweede deel in de reeks, The Crimes of Grindelwald, start zo'n drie maanden na het einde van de eerste film en laat zich zo mogelijk nog moeilijker samenvatten dan zijn voorganger. Al in de eerste paar minuten ontsnapt Grindelwald uit de handen van MACUSA en vertrekt hij naar Parijs. Daar gaat hij op zoek naar volgelingen en tevens naar Credence, nog steeds een obscurial, omdat hij meent dat Credence degene is die Dumbledore kan verslaan. Newt vertrekt op zijn beurt in opdracht van Dumbledore naar Parijs om Grindelwald te stoppen (concreter wordt zijn taak niet). Ook de zussen Tina (Katherine Waterston) en Queenie (Alison Sudol) maken hun opwachting, net als no-maj Jacob Kowalski (Dan Fogler). Daarnaast krijgt de kijker meer inzicht in de relatie tussen Grindelwald en de jonge Dumbledore en natuurlijk moeten de daadwerkelijke crimes uit de titel ook nog in beeld komen. Oh, en er zijn ook nog fabeldieren.

Alsof dit nog niet genoeg is, worden er ook een paar nieuwe personages geïntroduceerd, zoals de menselijke vorm van Voldemorts toekomstige slang Nagini (Kim Soo-hyun) en Leta Lestrange (Zoë Kravitz). Die laatste kwam in de eerste film slechts als foto in beeld, maar krijgt in The Crimes of Grindelwald een achtergrondverhaal. Door de grote hoeveelheid gebeurtenissen en personages wordt het verhaal echter te diffuus en voelt Lestranges familiegeschiedenis oppervlakkig en gehaast.

Rowling wil zoveel vertellen, dat een film van twee uur niet genoeg is. Op de Wikipedia van het Harry Potter-universum staat duizend keer meer informatie over de personages en ontwikkelingen in de Fantastic Beasts-reeks dan in de films wordt weergegeven. De oorspronkelijke acht films hadden er al een handje van om sommige dingen niet uit te leggen, maar daar waren nog boeken om te compenseren voor de hiaten aan kennis. The Crimes of Grindelwald legt zo mogelijk nog minder uit. Personages vliegen van scene naar scene en van locatie naar locatie, maar er mist een gevoel van urgentie. Een nieuwe reeks boeken was een veel beter medium geweest voor de hoeveelheid informatie die Rowling over wil brengen.

CGI als beste toverkunst
Het meest frustrerende voor fans van de oorspronkelijke reeks films en boeken, is dat Rowling constant dingen toevoegt aan het universum die niet stroken met Harry Potter. Het meest schrijnende voorbeeld is de ontknoping aan het einde, dat aanvoelt als goedkope fanfiction. Ook maken personages en voorwerpen, zoals Nicolas Flamel en de Mirror of Erised, alleen hun opwachting om het sentiment in de harten van Harry Potter-fans aan te wakkeren. Aan het daadwerkelijke verhaal voegen ze echter niets toe.

Een schrale troost is dat de wereld dan weer wel heel mooi is. Hogwarts ziet er fantastisch uit, net als Parijs en de beelden van de natuur. De ministeries van Frankrijk, Amerika en Engeland zijn alle drie op hun eigen manier imposant. Des te vervelender dat er zoveel schort aan de inhoud. The Crimes of Grindelwald valt flink tegen, maar aangezien zowat elke twintiger een permanent sentiment voor Harry Potter herbergt, zal je 'm waarschijnlijk toch wel gaan kijken – net als die daarna, en die daarna, en die daarna, en alle Harry Potter spin-offs die nog gaan komen.

 

Lees meer

ANS kijkt: The Sense of an Ending (2017)

De verfilming van een literair pareltje wekt hoge verwachtingen, zeker als het gaat om winnaars van de Man Booker Prize. Er is een hoop prestige verbonden aan het winnen van deze Britse prijs en wanneer er een verfilming wordt aangekondigd, zijn de critici er als de kippen bij om te beoordelen of de film het boek eer aandoet. Dit was zeker ook zo bij The Sense of an Ending, geschreven door Julian Barnes en winnaar van de prijs in 2011. In dit geval is het antwoord een overtuigende 'ja' -afhankelijk van wie je het vraagt ten minste. Volgens anderen is het antwoord namelijk een resolute 'nee'. Hoe kan The Sense of an Ending zowel een groot succes als een totale flop zijn? Het blijkt allemaal af te hangen van de intenties en verwachtingen van de kijker.

Tekst: Ilse Peeters

Achtervolgd door het verleden
De gescheiden Tony Webster (Jim Broadbent) werkt als oude man in een tweedehands camerawinkel en wordt naar eigen zeggen niet graag lastig gevallen door het leven. Op een willekeurige dag ligt het verleden op zijn deurmat in de vorm van een brief en zal Tony toch de confrontatie moeten aangaan met alles wat alles wat hij angstvallig geprobeerd heeft te verdringen. De brief is geschreven door de moeder (Emily Mortimer) van Veronica, met wie Tony een relatie had tijdens zijn studententijd. Verder bevat de brief 500 pond en de mededeling dat ze hem het dagboek van zijn vriend Adrian (Joe Alwyn) heeft nagelaten. Adrian kreeg een relatie met Tony’s vriendin Veronica (Charlotte Rampling), vlak nadat zij en Tony op een nare manier uit elkaar gingen. Vanzelfsprekend is Tony verward over de nagelaten som geld en bijzonder geïntrigeerd door het dagboek. Hierin hoopt hij de reden te vinden voor Adrian’s onverwachte zelfmoord een aantal jaar geleden. Het dagboek blijkt in bezit te zijn van Veronica en hier begint Tony’s daadwerkelijke confrontatie met het verleden, waarbij er herinneringen naar boven komen die hij liever had laten rusten. Door middel van flashbacks, gesprekken met personen uit Tony’s verleden en het herlezen van een oude brief, ontdekt de kijker langzaam maar zeker dat Tony meer dan genoeg reden heeft om het verleden liever achter zich te laten.

The Nonsense of an Ending?
Waar de film onbetwiste lof over ontvangt is de samenstelling van de cast. De hoofdpersonages worden op sterke en meeslepende wijze neergezet door heuse lievelingen uit de Britse filmwereld. Desondanks stelt Deborah Ross in een recensie voor The Spectator dat de film haar onmogelijk emotionele voldoening kan brengen. Ze wijt dit aan het voor haar gevoel onlogische en abrupte einde en om deze reden zou ze de titel 'The Nonsense of an Ending' toepasselijker hebben gevonden. Gelukkig had de regisseur een goede reden voor het abstracte en open einde en kunnen we rustig concluderen dat het doel van de film waarschijnlijk aan Ross voorbij is gegaan. Toegegeven, voor wie een uitgebreid plot verwacht waarbij de regisseur de kijker bij de hand neemt en door het verhaal leidt, zal de film een teleurstelling zijn. Het belangrijkste effect dat de filmmaker probeert te bereiken is namelijk juist om de kijker vol verwarring en vragen achter te laten. De verfilming is immers typisch Brits in het relatief langzame tempo van het verhaal. Bovendien is het succes van de brontekst te wijten aan zaken die weinig te maken hebben met de daadwerkelijke verhaallijn en meer met de denkprocessen die het teweegbrengt.

Vragen boven antwoorden
Voor wie is de film dan wel geschikt? Dit zullen mensen zijn die liever voorbij de oppervlakkige verhaallijn kijken en die al snel in discussie gaan over existentiële vraagstukken, vooral in de kroeg na een borrel of twee. Zo is The Sense of an Ending in de eerste plaats een vertolking van postmodernistische kwesties en speelt zowel het boek als de film met filosofische vragen. Bestaat er wel zoiets als een 'echte' geschiedenis en is dit überhaupt belangrijk? Kunnen we onze eigen herinneringen vertrouwen en wat zegt dit over ons? Wat betekent het dat tijd vergankelijk is? Het doel van postmodernisme is het stellen van vragen, niet het vinden van antwoorden. Dit is een logisch gevolg van het geloof dat alles te ondermijnen valt tot er niets anders overblijft dan twijfel over wat we eerder als vanzelfsprekend beschouwden. Het verhaal van Tony Webster, waarin hij als oude man diep zijn eigen duistere verleden in duikt, is een uitermate overtuigende manier om de kijker aan het denken te zetten. Niet alleen over Tony’s leven, maar ook over dat van henzelf. Herinneringen zijn immers subjectieve en onbetrouwbare bronnen om te reflecteren op een mensenleven. Zoals bij Tony zou het zomaar eens kunnen gebeuren dat je leven toch iets anders is verlopen dan je jezelf altijd hebt wijsgemaakt.

Uiteindelijk is The Sense of an Ending een meeslepend verhaal waarin ruimte is om mee te leven met de personages, maar dat bovenal geschikt is als je graag speelt met begrippen zoals geschiedenis, waarheid en de effecten van tijd. De achterliggende gedachte is dat je aan alles gaat twijfelen en daarmee dus ook aan jezelf.

 

Lees meer

ANS kijkt: Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017)

'Raped while dying', 'And still no arrests?', 'How come, chief Willoughby?'. Dit is de vraag die Mildred Hayes (Frances McDormand) in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri stelt aan de politie van Ebbing, Missouri. Zeven maanden geleden is haar dochter verkracht en vermoord, maar de agenten in het dorp zijn volgens de gefrustreerde Hayes drukker bezig met 'nigger-torturing business' dan met de zoektocht naar de dader.

Drie billboards
Hayes plakt haar verwijt met zwarte letters op rood papier op drie hoge billboards net buiten het dorp Ebbing. De borden zijn al decennia niet gebruikt en staan langs een verlaten plattelandsweggetje, maar toch is ze bereid vijfduizend dollar per maand neer te leggen voor haar 'reclametekst'. Dit tot de woede van het politiedepartement en de dorpsbewoners. Die snappen allemaal dat Hayes het moeilijk heeft, maar vinden het niet nodig Willoughby (Woody Harrelson) persoonlijk aan te vallen. Al helemaal omdat laatstgenoemde lijdt aan terminale alvleesklierkanker.

In het begin van de film is het makkelijk een moreel oordeel te vellen: Hayes is misschien grofgebekt en bij tijd en wijlen onsympathiek, maar ze lijkt de enige normale persoon in een dorp vol incapabele en racistische bewoners en politieagenten. Naarmate de film vordert blijken goed en kwaad echter niet lijnrecht tegenover elkaar te staan. Willoughby is een sympathieke agent die, hoewel Hayes het misschien niet wil geloven, doet wat hij kan. De dader is nu eenmaal in geen enkele databank te vinden, waardoor er geen DNA-match kan worden gemaakt. Hayes' oplossing? 'I'd start up a database, every male baby was born, stick 'em on it, and as soon as he done something wrong, cross reference it, make one hundred percent certain it was a correct match, then kill him.'

Slordig schrijfwerk
Deze sfeer van geweld blijft de hele film prominent aanwezig. Hayes schopt twee kinderen in het kruis, wordt zelf bedreigd met een mes, een agent trapt anderen in elkaar en wordt op zijn beurt zelf tegen de grond geslagen. Als kijker is het soms ronduit frustrerend om keer op keer geconfronteerd te worden met nutteloze vergelding, excessen van geweld tegen de verkeerden en het domme gedrag van de hillbilly-dorpsbewoners. Dit gedrag wordt nergens op een rechtvaardige manier bestraft. De moord op Hayes' dochter ligt te verstoffen in een archiefkast. Zelfs als de openlijk racistische politieagent Dixon (Sam Rockwell) een onschuldige inwoner in elkaar trapt en daarna voor de ogen van de nieuwe chief of police uit het raam gooit, volgen er geen echte repercussies. Ja, de agent in kwestie wordt ontslagen, maar van een arrestatie komt het niet. Enerzijds past dit in het thema van geweld en verkeerde vergelding, anderzijds voelt het als lui schrijfwerk dat is bedoeld om de rest van het plot mogelijk te maken.

Wie goed doet
Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is duidelijk geen moralistische film, waarin goede daden worden beloond en foute daden bestraft. De film is het alleen in zo'n mate niet, dat het onrealistisch wordt. Gevallen van machtsmisbruik, racisme en geweldexcessen worden weggewuifd om de rest van het plot mogelijk te maken. De opluchting is daarom groot als personages eens gebruikmaken van hun vergevingsgezindheid in plaats van hun vergeldingsdrang. De personages die uiteindelijk vergeven worden, zijn echter de personages die dit het minst verdienen: een beroerd functionerende politieagent en de ex-man van Hayes (John Hawkes) die zich tot op heden schaamteloos schuldig maakt aan huiselijk geweld. Waarom moet de kijker geven om de moralisatie van personages die nauwelijks iets doen om dit te verdienen? Als puntje bij paaltje komt, krijgen ze onverdiend veel aandacht.

Het plot is dus regelmatig frustrerend om te volgen, maar Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is visueel gezien een boeiende film om te kijken. De beelden, vooral die van het stadje Ebbing en de billboards, zijn erg mooi en het acteerwerk is overtuigend. Niet iedereen lijkt problemen te hebben met het rammelende plot: de film won namelijk drie Golden Globes en is genomineerd voor zeven Oscars, waaronder die voor het beste scenario. Of de film deze in de wacht weet te slepen, is nog afwachten: de film moet het immers opnemen tegen titels als Call Me by Your Name en Dunkirk.

 

Lees meer

ANS kijkt: Tomb Raider (2018)

Tomb Raider was oorspronkelijk een van de eerste videospellen met een vrouwelijk hoofdpersonage, dat een kleine hoeveelheid actie mixte met een groot aantal puzzels. Het eerste spel kwam uit in 1996 en in 2001 volgde de eerste verfilming. Het spel en de verfilming draaien allebei om Lara Croft, een wetenschapper en powervrouw die gezien kan worden als een vrouwelijke tegenhanger van Indiana Jones. Eerder zijn al twee films uitgekomen met Angelina Jolie in de hoofdrol, Lara Croft: Tomb Raider (2001) enLara Croft: Tomb Raider – The Cradle of Life (2003). De nieuwste film is eenreboot en lijkt in veel opzichten op de videospellen, die onlangs ook een herstart hebben gehad.

Vermist
In deze nieuwste versie wordt Lara Croft gespeeld door Alicia Vikander, ook wel bekend van The Danish Girl, waarin Vikander een Oscar won voor beste vrouwelijke bijrol. De vader van Lara, in deze film gespeeld door Dominic West, is toen Lara nog jong was vermist geraakt. Lara weigert echter om haar vader officieel te erkennen en accepteert de erfenis dan ook niet. Die erfenis bestaat onder andere uit het uit de spellen bekende landhuis, geld en wapens. Lara begint in deze film zodoende als een simpele fietskoerier en ook hierin verschilt de film van de spellen. Dit zorgeloze bestaan verandert wanneer een brief suggereert dat Lara's vader mogelijk toch nog leeft. Lara gaat op een levensgevaarlijke missie om haar vader te vinden en dit brengt haar onder andere naar Azië en Zuid-Amerika. Met de hulp van Daniel Wu (Into the Badlands) gaat ze de zoektocht aan, die zich uiteindelijk ontvouwt in een groter wereldwijd complot.

Stoer maar breekbaar
Gelijkenissen tussen Vikander en Jolie zijn er nauwelijks, wat de film ten goede komt. Waar Jolie haar karakter neerzette als een rondborstige, zelfverzekerde en succesvolle avonturier, is Vikanders versie van Lara in deze film een stuk verlegener en fragieler. Lara is ook fysiek klein van stuk, maar desalniettemin snel, sterk en moedig. Voor deze rol heeft Vikander een lange tijd vechtsport en fitness gedaan, zodat het personage ook fysiek erg geloofwaardig is. De Lara Croft in deze film is slechts een beginversie van de supervrouw uit de videospellen. Ze raakt daadwerkelijk gewond, kan geen overdreven grote groepen vijanden aan en wint niet altijd het gevecht. De Tomb Raider films zijn dus qua hoofdpersoon vrijwel tegenpolen, maar er is ook genoeg gelijkenis tussen de oude en nieuwe versie te vinden. Zo zijn de wilde omgevingen gelukkig bijvoorbeeld bewaard gebleven en worden deze door hedendaagse technologie briljant op het scherm getoverd. Lara komt onder meer in Londen, de open zee en de jungle terecht en dit ziet er prima uit. Het is dan ook aangeraden om de film in IMAX te kijken.

Onderscheid
Door de herziene versie van het hoofdkarakter, de langzame introductie en de opbouw van de andere hoofdpersonages biedt Tomb Raider veel meer diepgang dan voorheen. Hiermee onderscheidt de film zich van de typische good girl vs. bad guy structuur uit de eerste twee verfilmingen en veel andere actiefilms, zoals het recente Wonder Woman. De film bouwt niet op overdreven grote explosies en schietpartijen, maar maakt slim gebruik van het feit dat Lara nog weinig vaardigheden bezit. Dit levert kortere maar minder voorspelbare gevechtsscènes op. Bovendien geeft het ruimte voor de antagonist Mathias Vogel (gespeeld door Walt Goggins) om zich te ontwikkelen en krijgt hij een achtergrondverhaal dat niet zo eenzijdig is als veel andere schurken in films van tegenwoordig.

Ondanks de goede karakterontwikkeling is het verhaal helaas minder meeslepend. Je weet als kijker door de typische avontuurstructuur, die bestaat uit een probleem en een hoofdpersoon die dit moet oplossen, al gelijk waar het verhaal gaat eindigen. De makers hebben hier zeker wat kansen laten liggen, helemaal als je weet dat de Tomb Raider spellen inmiddels best veel achtergrond over Lara's avonturen hebben voortgebracht om mee te werken. De film laat zien dat Lara een stoer meisje is, maar toch veel verdriet heeft, spijt heeft van hoe ze er nu voor staat en gemotiveerd is om zich door haar worstelingen heen te slaan. Helaas zorgt dit nergens voor verassingen in het plot en zijn de puzzelelementen die de originele spellen zo beroemd maakten ingekort. 

Tomb Raider is zeker het kijken waard voor wie houdt van een frisse actie- en avonturenfilm zonder te veel ongeloof en overdreven masculiniteit. Voor de kijker die graag veel overdreven actie wil met een mannelijke hoofdrol is de film daarentegen minder geschikt, maar dat is natuurlijk ook niet waar de Tomb Raider franchise om draait. Hopelijk komt er een goed vervolg, waarin de ontwikkeling van Lara naar de supervrouw die ze ooit was verder kan worden voortgezet.

 

Lees meer

ANS leest: Dave Eggers, Zeitoun (2009)

Dave Eggers, tegenwoordig vooral bekend van The Circle (2013), weet in zijn romans op indrukwekkende wijze persoonlijke verhalen te combineren met grotere maatschappelijke kwesties. Op die manier confronteert hij lezers keer op keer met realiteiten die net voorbij het voorstellingsvermogen liggen, maar toch dichtbij genoeg zijn om binnen te komen. Zo ook in Zeitoun, dat het verhaal vertelt van de Syrisch-Amerikaanse Abdulrahman Zeitoun, die in de nasleep van de orkaan Katrina te maken krijgt met de ergste uitwassen van systematische xenofobie. Het resultaat is een roman die vandaag de dag minstens zo relevant en schrijnend is als toen het uitkwam.

Geschenk van boven
Als orkaan Katrina in het najaar van 2005 richting de Amerikaanse staat New Orleans trekt, maken de inwoners van de stad zich op voor een storm zoals er jaarlijks zoveel zijn. Naarmate de berichten ernstiger worden, besluiten steeds meer mensen om toch te vertrekken. Zo ook het gezin van Abdulrahman Zeitoun. Terwijl zijn gezin vertrekt, besluit Zeitoun echter om zelf in New Orleans te blijven, tegen alle bezwaren van zijn vrouw Kathy in. In eerste instantie vooral omdat hij denkt dat de storm wel meevalt en hij wil zorgen dat de verschillende projecten van hun aannemersbedrijfje stormklaar zijn. Zelfs nadat de stad onder water komt te staan door een overstroming besluit hij toch blijven. In een tweedehands kano peddelt hij rond, op zoek naar mensen en dieren die zijn hulp nodig hebben. Langzaam begint Zeitoun te geloven dat dit een soort goddelijke opdracht is en daarom besluit hij nog langer te blijven. Hier komt ook de grote rol die het islamitische geloof in Zeitouns leven speelt naar voren, een rode draad door de hele roman heen.

'How could he explain to Kathy, to his brother Ahmad, that he was so thankful he had stayed in the city? He was certain he had been called to stay, that God knew he would be of service if he remained. His choice to stay in the city had been God's will.'

Venijn in de staart
Zeitoun’s "missie" om mensen in de overstroomde stad te helpen gaat een tijdje goed, maar al snel kan zijn familie hem niet meer bereiken, terwijl hij wel toegang heeft tot een telefoon. Iedereen maakt zich grote zorgen gezien de verhalen in de media over moorden, overvallen en algehele anarchie in de stad. Ook de lezer blijft enige tijd in spanning, want pas na een pagina of veertig wordt het lot van Zeitoun duidelijk. Daardoor leeft de lezer mee met de wanhoop van Kathy en het geeft extra gewicht aan de uiteindelijke onthulling van wat er met Zeitoun is gebeurd. Eggers verwijst in de loop van de roman regelmatig naar de moslimachtergrond van Zeitoun en zijn familie en de problemen die dat soms met zich meebrengt in de Amerikaanse maatschappij. Maar pas tegen de climax wordt echt goed duidelijk wat het gevaar van The War on Terror en de daarmee gepaard gaande paranoia werkelijk kan zijn voor Amerikaanse burgers van buitenlandse komaf. Het is voor Zeitoun het begin van een strijd tegen een systeem waarin hij letterlijk en figuurlijk machteloos is.

Stranger than fiction
Wat het boek mogelijk extra bijzonder maakt, is dat het een waargebeurd verhaal is. Afgaande op de verantwoording en de uitgebreide bronnenlijst achterin het boek, heeft Dave Eggers veel onderzoek gedaan en daardoor heeft hij weinig aan het verhaal hoeven doen om een indrukwekkende roman neer zetten. Met behulp van foto's wordt de lezer er bovendien regelmatig aan herinnerd dat het om feiten gaat. Toch is Eggers erin geslaagd een heel eigen roman neer te zetten, met gelaagde en overtuigende personages. Op die manier sleurt hij de lezer mee en weet het beklemmende gevoel van onrechtvaardigheid goed over te brengen. Hoe kon iemand als Zeitoun zo behandeld worden? De gevoelens die het verhaal oproept, staan in groot contrast met Zeitouns eigen reactie, die relatief kalm weet te blijven onder alles wat hem overkomt. Tegen alle verwachtingen in houdt hij het hoofd boven water onder de meest extreme omstandigheden.

In het laatste hoofdstuk maakt Eggers de balans op en wordt duidelijk hoezeer Zeitoun en zijn gezin te lijden hebben gehad van Katrina. Tegelijkertijd blijkt ook dat hij qua karakter nauwelijks is veranderd. Ondanks alles is hij onverminderd optimistisch over zijn toekomst en over het land waarin hij leeft, zijn 'adopted country', zoals hij het zelf noemt. Dat is anno 2018 misschien wel de belangrijkste les van deze roman. Hoe vijandig en wreed Amerikanen soms ook mogen zijn tegenover immigranten, er zullen altijd mensen zijn zoals Zeitoun die op hun eigen manier invulling geven aan de notie van de Amerikaanse droom.

 

Lees meer

ANS leest: Gerjon Gijsbers, Scheuren in het canvas (2017)

Scheuren in het canvas gaat over de zoektocht naar liefde, naar de zin van het leven, maar vooral naar een groen douchegordijn met oranje stippen. In zijn autobiografische debuutroman beschrijft Gerjon Gijsberts (1983) het chaotische leven van Luctor, die zijn grip op de realiteit verloren heeft en krampachtig vasthoudt aan zijn herinneringen aan zijn verloren vriendin Laura.

Onbeantwoorde raadsels
Luctor leidt een leeg bestaan. Hij houdt niet van sociale interactie en zijn tijd brengt hij voornamelijk door met kijken naar De Wereld Draait Door. Zijn leven wordt beheerst door opmerkelijke raadsels waar hij geen antwoord op kan vinden, zoals de vraag 'wat is zwaarder, een kilo veren of een kilo lood?'. De raadsels leiden allemaal naar het grootste mysterie in zijn leven: Laura. Hoewel niet duidelijk wordt verteld wie zij precies is, wordt al snel duidelijk dat Laura en Luctor een lange geschiedenis hebben. Kort geleden is zij uit zijn leven verdwenen en dit zorgt voor grote chaos in zijn hoofd.

In zijn zoektocht naar geluk en de zin van het leven lijkt Luctor steeds meer het contact met de werkelijkheid te verliezen. Herinneringen, zoals een uit de hand gelopen studentenfeestje, een concert van PJ Harvey in Paradiso en zijn obsessie met Laura nemen langzaam de overhand, tot hij uiteindelijk nog maar moeilijk onderscheid kan maken tussen wat er echt gebeurt en wat hij droomt. Naar eigen zeggen moet hij herstellen, maar waarvan precies en hoe hij dat gaat doen, is hem een raadsel. Hij besluit te stoppen met zijn studie om rust te nemen, maar vanaf daar gaat alles alleen maar verder bergafwaarts.

Zeilmeisje Laura en Vincent Gallo
Gijsberts heeft in het verleden Nederlandse Taal en Letterkunde in Nijmegen gestudeerd en het is goed te merken dat hij erg zijn best heeft gedaan een literair werk te maken van zijn boek. Het verhaal is opgedeeld in drie delen, genaamd rood, geel en blauw. Deze kleuren komen ook terug op de kaft, in het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman. De strakke structuur waarin het verhaal geschreven is staat haaks op het chaotische leven dat Luctor leidt. Niet alle literaire kunstjes zijn even vlot uitgewerkt. Zo staat er wel erg vaak een nummer op waarin de zanger over 'Laura' zingt, staan tijdens een potje Scrabble de letters als 'OOLAURA' op het bord en komt er op de radio toevallig een nieuwsbericht langs over zeilmeisje Laura. Daarnaast bevat het verhaal veel motieven, zoals het steeds terugkomende douchegordijn, pompoenen en Snickers, waar geen echte betekenis achter lijkt te schuilen. Toch worden deze raadselachtige symbolen tot in den treure herhaald. 

'Ik ben een tor, dacht Luctor. Een tor, niets meer en niets minder, kruipend en kronkelend door de krochten en spelonken van de moderne maatschappij. Te lui om zijn vleugels uit te slaan en als het hem al zou lukken zijn vleugels uit te slaan, dan is hij te log om zich ermee te verplaatsen.'

Films en muziek spelen een grote rol in Luctors leven. Hij is er zelfs dusdanig door gefascineerd dat hij vaak praat in citaten uit films. Voor wie geen kenner is van experimentele rockmuziek, is Scheuren in het canvas lastig te volgen. Meer dan eens worden worden er pagina's lange odes gewijd aan de muziek van John Frusciante of PJ Harvey en ook The Smashing Pumpkins worden in vrijwel elk gesprek dat Luctor heeft genoemd. Regisseur en muzikant Vincent Gallo is Luctors grootste voorbeeld. Je kunt haast geen pagina omslaan of er wordt gesproken over Gallo's briljante muziek of geciteerd uit zijn film Buffalo 66.

Hoe verder het verhaal vordert, hoe meer Luctor de realiteit verwart met herinneringen en dromen. De hoofdstukken in het verhaal vormen geen vloeiende aaneenschakeling van gebeurtenissen, maar springen vaak van de hak op de tak. Hoewel dit goed laat zien hoe Luctor de wereld ervaart, gaat het ten koste van de leesbaarheid van het verhaal. Bovendien is het door de verwarrende structuur lastig te achterhalen wat Luctor zo dwarszit en waarom hij zijn leven zo chaotisch ervaart.

Eindoordeel
Gijsberts heeft duidelijk veel stijlfiguren in Scheuren in het canvas verwerkt, maar deze komen niet allemaal even goed tot hun recht. Doordat werkelijkheid en waanbeelden vaak door elkaar gehaald worden, is het moeilijk vast te stellen waar de schrijver naartoe wil en de talloze gesprekken en verwijzingen naar films en muziek maken het er niet makkelijker op. Door het verhaal heen komen een aantal onderwerpen, zoals pompoenen en het douchegordijn steeds terug, maar er wordt geen antwoord gegeven op de vraag wat deze nu voor Luctor betekenen en waarom nou juist deze voorwerpen steeds terugkomen. Kortom, Scheuren in het canvas is geen boek dat je op een vrije zondag gaat lezen en het is ook zeker niet geschikt voor mensen die niet tegen onbeantwoorde vragen kunnen.

 

Lees meer

ANS leest: Griet Op de Beeck, Gezien de feiten (2018)

Na Dimitri Verhulst, Esther Gerritsen en Herman Koch mocht de Vlaamse schrijver Griet Op de Beeck dit jaar in de pen klimmen om het jaarlijkse Boekenweekgeschenk te schrijven. Het resultaat is de novelle Gezien de feiten, waarin enorm veel gebeurt, maar echte zeggingskracht ontbreekt.

Haastige spoed
In Gezien de feiten walst Op de Beeck in rap tempo door het plot van haar novelle heen. De hoofdpersoon, de 71-jarige Olivia, realiseert zich kort na de begrafenis van haar overleden man Ludo dat ze eerder opluchting voelt dan rouw. Haar huwelijk ervoer ze als beklemmend, alsof ze nooit haar eigen ding heeft kunnen doen. Nu haar man onder de grond ligt kan ze na negenenveertig jaar eindelijk doen waar ze zelf zin in heeft. Daarom vertrekt ze zes weken naar een niet nader gespecificeerd land Afrika om daar les te geven. Al snel ontmoet ze de iets jongere Daniel, een charismatisch en knappe man met wie ze meteen een klik voelt. Ze ontwikkelen een relatie, waar haar dochter Roos fel op tegen is. Olivia gaat te snel door na het overlijden van Ludo en bovendien is Daniel ongetwijfeld uit op een verblijfsvergunning en op Olivia's spaargeld, zo luidt het oordeel. Ondanks de grote tijdsprongen tussen de hoofdstukken veranderen de personages nauwelijks. Olivia blijft het hele boek door een verliefde puber en Roos is een racistische kenau zonder greintje nuance. Aan het eind van het boek wordt uit het niets een inreisverbod ingesteld als gevolg van klimaatverandering. Het thema van de Boekenweek, natuur, moest in dit sappige liefdesverhaal namelijk ook nog ergens terugkomen.

When words fail
Op de Beeck probeert veel. Haar boek is enerzijds een liefdesverhaal tussen twee mensen, maar richt zich anderzijds op maatschappelijke thema's als klimaatverandering en de schending van mensenrechten. Helaas zijn beide kanten van het verhaal slecht uitgewerkt. Het liefdesverhaal is ronduit cliché en de manier waarop Olivia en Daniel met elkaar communiceren is pijnlijk om te lezen. Daniel hoeft enkel 'I worry about you' te zeggen en Olivia meent direct dat 'er nog nooit iemand zo oprecht bezorgd om haar was geweest'. Als de communicatie niet verloopt in zoetsappige uitspraken die thuishoren in een supermarktnovelle, is dat omdat personages de moeite niet eens nemen om hun zinnen af te maken (of überhaupt iets zinnigs te zeggen). Zinnen als 'But it's…', 'This country…', 'Sometimes I just…' gaan na een paar hoofdstukken behoorlijk de keel uithangen. Olivia meent dat ze nog nooit zo goed met iemand heeft kunnen praten als met Daniel, maar die bewering is behoorlijk nietszeggend, gezien de standaarden van communicatie blijkbaar gewoon heel laag liggen.

Het getuigt van pure laksheid dat Op de Beeck niet eens de moeite neemt om het land waar haar verhaal zich afspeelt te benoemen.

Op andere momenten is de manier waarop Op de Beeck het gevoelsleven van haar personages beschrijft gewoonweg niet genoeg om de lezer te overtuigen. 'Ze spraken over het land, met al zijn problemen en schoonheid, over Mori en wat hem is overkomen, over de dingen waar ze blij van werden, en triest, over momenten waarop ze zichzelf onsterfelijk belachelijk hadden gemaakt, over de kinderen die ze waren geweest en hadden gekregen, en waren verloren, in zijn geval', zo schrijft Op de Beeck bijvoorbeeld. Maar in welk land zijn ze dan precies? En welke problemen spelen daar? Wat is Mori, een van de kinderen die door Olivia wordt onderwezen, overkomen? Wat maakt hen blij en triest? Enkel benoemen dat iets zo is, is niet genoeg om het verhaal aannemelijk te maken voor de lezer. Het getuigt van pure laksheid dat Op de Beeck niet eens de moeite neemt om het land waar haar verhaal zich afspeelt te benoemen en de problemen die daar spelen uit te zoeken.

Excuus-engagement
Daarnaast is de maatschappelijke betrokkenheid in het verhaal eerder een weggemoffeld thema dat toevallig ook benoemd moest worden, dan een daadwerkelijke poging tot engagement. Als Mori plots een woede-uitbarsting krijgt, is dit vooral voordelig voor het liefdesverhaal. Olivia valt namelijk flauw en dit tragische voorval werkt als een katalysator voor haar relatie met Daniel. Wat Mori precies is overkomen waardoor hij regelmatig zulke uitbarstingen krijgt, is niet belangrijk en wordt enkel abstract benoemd. Zo passeren talloze namen van kinderen en inwoners van het land waar Olivia verblijft de revue, maar nooit met hun eigen verhaal. Alleen de uitwerking die hun tragiek op Olivia's gevoelens heeft, telt. Klimaatverandering en regionale onrust zijn eerder een obstakel tussen haar en Daniel dan een probleem dat zich verder uitstrekt dan hun liefde.

Gezien de feiten is daarom, ondanks de vele gebeurtenissen die in slechts 94 pagina's plaatsvinden, een nietszeggend werkje. De liefdesgeschiedenis van de hoofdpersonen is cliché en vervelend beschreven, de personages maken nauwelijks ontwikkelingen door en gedragen zich als pubers die nog meer stamelen, op hun lip bijten en naar adem happen dan Bella uit Twilight. Het engagement voelt als een lafhartige manier om het plot de schijn van gewichtigheid te geven. Gelukkig heeft het boekje nog een nevenfunctie: op zondag kan je er gratis mee reizen. Een schrale troost.

 

Lees meer

ANS leest: Jodi Picoult, Small Great Things (2016)

Zelfs al hebben de Verenigde Staten inmiddels een zwarte man als president gehad en is segregatiewetgeving niet meer aan de orde, etnische ongelijkheid blijft een gigantisch probleem. Sterker nog, het neemt vooral nieuwe vormen aan, waarvan het rechtssysteem misschien wel het meest buitensporige voorbeeld is. Hoe groot het probleem is wordt duidelijk uit boeken als The New Jim Crow van Michelle Alexander en documentaires als 13. Voor wie deze feiten liever te horen krijgt via een bij vlagen zoetsappig familiedrama is er de roman Small Great Things van Jodi Picoult.

Tekst: Vincent Veerbeek

Zwart/wit
Het verhaal van Small Great Things draait om Ruth Jefferson, een zwarte verloskundige die wordt aangeklaagd voor de moord op een baby die door een ongelukkig toeval komt te overlijden. De ouders van de baby, Turk en Brit, zijn tot op het bot racistisch en vinden natuurlijk dat Ruth schuldig is. Ruth verliest haar baan en raakt verwikkeld in een lange rechtszaak. Hierin wordt ze bijgestaan door de blanke advocaat Kennedy, die gaandeweg haar ideeën over ras en etniciteit moet bijstellen. Ruth krijgt het regelmatig aan de stok met haar advocaat over de beste strategie om onschuldig te worden bevonden. Ruth's confrontatie met het rechtssysteem biedt een interessante uitweg voor Picoult om de relaties tussen blank en wit in de Verenigde Staten anno nu onder de loep te nemen. Het boek lijkt hierdoor in sommige hoofdstukken wel een beetje op The Help, een roman die zich richt op rassenrelaties in de jaren 60.

'They put me in chains. Just like that, they shackle my hands in front of me, as if that doesn't send two hundred years of history running through my veins like an electric current.'

Tot het uiterste
Bij het schrijven van dit boek heeft Picoult ervoor gekozen om de drie perspectieven van Ruth, Kennedy en Brit, in de ik-vorm uit lichten. Hierdoor biedt de roman een interessant kijkje in de verschillende belevingswerelden. Ze gebruikt het bijvoorbeeld om een gesprek tussen Ruth en Kennedy van beide kanten te laten zien en zo hun kijk op bepaalde uitspraken te presenteren. Vooral de hoofdstukken over white supremacist Turk geven een interessant kijkje in de wereld van een uiteenlopend scala aan racistische extreemrechtse groeperingen. Aan de andere kant van het spectrum staat Ruth's zus Adisa, het prototype zwarte separatist, die voor zichzelf een zwarte naam heeft uitgekozen en bijna constant politieke oneliners eruit gooit. Helaas geeft Picoult beduidend minder aandacht aan haar personage en neemt niet dezelfde moeite om de extremere vormen van zwart activisme uit te lichten. Toch is het totaalplaatje een vrij genuanceerd beeld, zelfs al geldt dit niet altijd voor de afzonderlijke groeperingen. Een ander interessant personage is Kennedy, de typische white liberal. Hoewel haar ontwikkeling precies is wat te verwachten viel, weet Picoult er toch een eigen draai aan te geven. Zo maakt ze de kloof tussen het bewustzijn van rassenproblemen en daadwerkelijk actie ondernemen om er iets aan te doen goed zichtbaar.

Familiedrama
Picoult is vooral bekend van familiedrama's als My Sister's Keeper en hoewel het haar redelijk lukt om dat hier te vermijden, zijn er toch de nodige zijsporen. Sommige hiervan voegen daadwerkelijke iets toe aan het verhaal, zoals de relatie tussen Ruth en haar zoon Edison en de invloed van de rechtszaak op hun band. Andere plotwendingen voegen echter weinig toe en sommige scènes zijn vooral wollige opvulling. Zonder deze scènes had het boek waarschijnlijk nooit het lijvige aantal van vijfhonderd pagina's aangetikt. Een flashback waarin Turk zijn vriendin ten huwelijk vraagt met behulp van de groenten in hun koelkast is misschien wel het meest schrijnende voorbeeld. Ook de uiteindelijke ontknoping is onverwacht hartverwarmend. Het voelt allemaal wat geforceerd, alsof Picoult haar blanke lezers toch ook niet te veel angst aan wil jagen over de rassenproblemen in de Verenigde Staten.

Al met al is Small Great Things een allegaartje van indrukwekkende passages die hard binnenkomen en clichématige feel-good meuk. In haar dankwoord aan het einde erkent Picoult dat zij als blanke vrouw niet de beste persoon is om een boek als dit te schrijven, maar dat ze wel onderzoek heeft gedaan om haar personages een geloofwaardige stem te geven. Het onderscheid tussen de perspectieven is duidelijk dus in die zin lijkt haar missie succesvol, maar het zit er dik in dat zwart Amerika hier heel anders over denkt. Of het boek als geslaagd kan worden beschouwd, hangt er daarom vooral vanaf in hoeverre een dappere poging hetzelfde is als een daadwerkelijk succes.

 

Lees meer

ANS leest: Lieke Marsman, Het tegenovergestelde van een mens (2017)

Klimaatverandering, homoseksualiteit en consumentisme. Kunnen deze onderwerpen in een roman worden behandeld zonder de rode draad kwijt te raken? Lieke Marsman, filosoof en dichter, krijgt het voor elkaar in haar boek Het tegenovergestelde van een mens. De roman is geschreven in een afwisseling aan stijlen. Ida – 1,76 meter lang, 29 jaar, zwart haar met een beginnende grijze gloed – vertelt in Marsmans boek over haar twijfelachtige identiteit, haar lesbische relatie met promovendus Robin en een onderzoeksproject over een dam in Noord-Italië. Nadat Ida als klein kind van haar moeder te horen krijgt dat de mens 'door en door slecht is', besluit ze als het tegenovergestelde van een mens te leven. Met een diepzinnige en absurde blik kijkt Ida niet alleen naar de wereld om haar heen, maar reflecteert ze voornamelijk op haar eigen gedachtes. Zo vult de jaloezie en bezitterigheid van Ida jegens Robin een groot deel van het verhaal.

Tekst: Guus Timmermans

Een wirwar aan verhalen
De filosofische blik is echter niet het enige aantrekkelijke in dit boek. Een fraaie vervlechting van poëzie en beschouwend proza geeft de roman een uniek karakter. Marsman onderbreekt het verhaal van Ida telkens met filosofische onderwerpen, poëtische teksten of amusante hersenspinsels. Deze bevatten een essayistische insteek en worden uiteengezet in korte hoofdstukken met een vaak ongerijmde titel als Vakantiedoeboek (Bij Extreme Hitte). Het leidmotief in deze tussenstukjes en ook in het verhaal van Ida is de egocentrische houding van de mens ten opzichte van de natuur. Op een geëngageerde wijze haalt Marsman dit onderwerp vaak aan via uitspraken van klimaatactivist Naomi Klein, tevens Ida's heldin. Overtuigend verspreidt ze via Kleins theorieën niet alleen haar eigen visie op deze lastige kwestie, maar ondersteunt ze dit ook nog met de theorie van bekende filosofen, zoals Descartes, Kant of Pascal.

'Wie wegloopt met de zee, laat een zee aan vissen achter.'

Ook ingewikkelde thema's als homoseksualiteit en liefde worden begrijpelijk gemaakt via absurde humoristische vergelijkingen. Zo wordt de realistische vorm van vegetarisch vlees vergeleken met het gebruik van dildo's door lesbiennes. Het is echter Marsmans argumentatie en schrijfstijl die de absurde roman glashelder en overtuigend maakt. Zo legt ze aan de hand van de vlees-dildovergelijking haarfijn uit waarom de besmettingsangst voor homoseksualiteit onzin is. Soortgelijke vergelijkingen en het verhaal van Ida zelf wisselen elkaar in rap tempo en abrupt af. Zo wordt de lezer telkens opnieuw geprikkeld door de roman. Dit werkt in het voordeel van Marsman, die op deze wijze de lezer soepel kan overtuigen van haar meningen over het milieubeleid en de strijd tegen het consumentisme.

Ongecompliceerde argumentatie
Naast de fragmentatie van Ida's verhaal en de eclectische vorm van filosofische vraagstukken gaat de roman ook op een andere manier tegen de conventionele prozaregels in. Marsman vult verschillende pagina's met slechts twee zinnen en smeert op die manier een van haar gedichten uit over zes bladzijden. Ook begint midden in het boek de telling van de hoofdstukken plotseling opnieuw. In dit tweede deel begint de stage van Ida bij een dam in Noord-Italië die op doorbreken staat, een metafoor voor het huidige klimaatprobleem. Dit laatste stuk bevat meer filosofische teksten dan het eerste stuk en werkt als een cliffhanger voor het verhaal over het afbreken van de dam in de Alpen. Waar in het eerste deel deze tussenstukken echter dienden ter illustratie van Ida's gedachtegang, ligt de nadruk in de tweede helft juist op deze vraagstukken. De gedachtes van de lezer zijn intussen al zo nauw verbonden met Marsmans ideologie dat ze gemakkelijk met haar relatief eenvoudige uitleg ondersteuning voor haar meningen vindt. De ongecompliceerde argumentatie is de auteur eigen. Weinig schrijvers weten op zo'n geëngageerde wijze de lastige klimaatvraagstukken en andere kwesties behapbaar te maken.

Met Het tegenovergestelde van een mens heeft Marsman een indrukwekkend debuut gemaakt in de prozawereld. De speelse schrijfstijl van de filosofe dwingt de lezer om te reflecteren op het eigen handelen in de huidige maatschappij. Toch heeft het boek naast de filosofische pauzes ook een amuserende functie vanwege het degelijke plot. Hoofdpersoon Ida lijkt dan wel het tegenovergestelde van een mens te zijn, maar in werkelijkheid representeert ze een grote groep mensen met dezelfde mening over de kwesties die in dit boek aan bod komen. Helaas is deze roman niet overbodig in een tijd van groeiend consumentisme, opkomend individualisme en aanzienlijke klimaatproblemen.

 

Lees meer

ANS leest: Marieke Lucas Rijneveld, De avond is ongemak (2018)

Marieke Lucas Rijneveld wordt als een van de grootste talenten van de Nederlandse letterkunde gezien, nadat haar dichtbundel Kalfsvlies (2015) meermaals werd herdrukt en bekroond met de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut. Na het verschijnen van deze succesvolle gedichtenbundel komt Rijneveld nu met haar romandebuut De avond is ongemak. Het boek heeft zeven weken in de top tien van CPNB bestsellerlijst gestaan en is daarnaast uitgeroepen tot Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door. 

Het schuurt
Het verhaal draait om een gereformeerd boerengezin waarin de oudste zoon Matthies sterft. Wat bijzonder is, is dat het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van een tienjarig kind, Jas. Iedereen noemt haar Jas omdat ze sinds de dood van haar broer haar jas niet meer uit durft te doen. Ze is ervan overtuigd dat ze dan ziek wordt en dat de jas haar als een pantser beschermt. Aan dit bijgeloof en andere kinderlijke gedachtes, zoals de hoop op een redder die haar en haar zusje Hanna komen redden, is het duidelijk dat een tienjarig meisje aan het woord is. Jas heeft daarnaast een kinderlijke obsessie met Hitler en Dieuwertje Blok. Jas vindt dat ze op Hitler lijkt omdat ze op dezelfde dag jarig zijn en beide doodsbang zijn voor ziektes. In Blok van het Sinterklaasjournaal ziet ze een soort moederfiguur. Een vrolijk boek is het zeker niet, want er zitten veel heftige thema's in, zoals pesten, kindermishandeling en pedofilie. Normaal staat een kind voor onschuld maar in deze roman wordt juist de slechtste kant van kinderen belicht. Zo onderneemt de broer van Jas, Obbe, morbide experimenten bij dieren en uiteindelijk ook bij de beste vriendin van Jas, Belle. Qua thematiek en einde lijkt het op Het smelt (2017) van Lize Spit, ook een bestseller van een debutante in de lente.

 

Dierenliefhebbers opgepast
In de roman vallen vele doden, waarvan het merendeel dierlijk is. Vlinders, koeien, padden, konijnen en hanen zijn niet veilig in de door Rijneveld gecreëerde wereld. Dierenliefhebbers houden het waarschijnlijk niet droog bij dit boek want het ene dier ligt nog niet in de grond, of de volgende ligt al op sterven. De dood is een centraal thema in dit boek. Dit wordt gesymboliseerd doordat aan de zolderbalk in de schuur een dreigende lege strop hangt, waarvan de vader zegt dat het een schommel moet voorstellen. Jas trapt daar niet in en is ongerust over de veiligheid van haar konijn en moeder. Gelukkig heeft haar moeder er een te dikke nek voor en heeft ze bovendien last van hoogtevrees. Onder haar bed verstopt Jas geen strop maar wel een emmer met zelf gevangen padden. Nadat Jas de padden heeft gered van een snelle dood, wil ze dat de dieren gaan paren, maar vergeet goed voor ze te zorgen waardoor er voor de padden toch geen lang en gelukkig leven lijkt weggelegd. 'Steeds steviger omklem ik de pad in mijn hand, steeds dwingender duw ik ze op elkaar.' Jas' misvormde beeld van dieren komt ook tot uitdrukking in haar taalgebruik. Met haar vriendin Belle heeft ze het niet over vlinders in de buik maar over 'een verdronken vlinder'.

Bijbel en sprookjesboek
De roman staat vol met letterlijke verwijzingen naar de Bijbel en sprookjes. Jas, Obbe en Hanna noemen zichzelf de drie koningen als een variant op de drie musketiers. Bekende sprookjes als Rapunzel en Roodkapje worden als metafoor gebruikt om de gruwelijke situaties minder zwaar te maken en om de gemoedstand van de personages op een kinderlijke manier uit te leggen. Daarnaast wordt er vaak uit de bijbel geciteerd: ''Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede', had dominee Renkema in de ochtenddienst gepredikt.' Al speelt het strenge geloof een grote rol, dat betekent nog niet dat het geloof in een goed daglicht komt te staan.

'Ik weet niet meer wat voor God wij hebben. Misschien is Hij op vakantie, of heeft Hij zich ook ingegraven. In ieder geval is Hij minder op de zaak.'

Later wordt God vergeleken met Sinterklaas. Rijneveld geeft een nieuwe kijk op het bekende liedje van Kortjakje, die nooit op zondag ziek was. 'Kortjakje is een lafaard: niet naar school kunnen, maar wel naar de kerk, lekker makkelijk.'

De avond is ongemak is door de donkere thematiek dus zeker geen boek om ontspannen aan het zonnige strand te lezen. Het verhaal is echter wel erg mooi en beeldend geschreven met de nodige humor en originele vergelijkingen, waardoor de roman qua stijl lekker wegleest. Elke zin vormt bijna een verhaal op zich, waaraan je de dichterlijke achtergrond van de schrijfster ziet. Het beste is om elke dag een hoofdstuk te lezen zodat je kunt blijven genieten van de mooie en originele metaforen. Net als bij poëzie, lees met mate.

 

Lees meer

ANS leest: Mark Manson, The Subtle Art of Not Giving a F*ck (2016)

Anno 2017 gaan meer mensen dan ooit gebukt onder depressies, angststoornissen en allerhande andere problemen. Onze maatschappij kenmerkt zich door steeds groter wordende onrealistische verwachtingen: alles moet vrolijker, groter en voornamelijk beter in vergelijking met anderen. Er heerst een soort angstcultuur waarbij status ontleend wordt aan de mate waarin je een succesvol leven lijkt te hebben. De oplossing? Stop giving a fuck! In The subtle art of not giving a fuck leert Mark Manson, de beroemde Amerikaanse blogger, je zorgvuldig om te gaan met de beperkte hoeveelheid tijd, geld en energie die je hebt. Het boek biedt je de helpende hand bij het stellen van je prioriteiten, zodat jij alleen fucks geeft om de zaken die er echt toe doen.

Tekst: Maurits Vercammen

Anti-zelfhulp
Nu zal je denken: 'Oh god, weer zo’n clichématig zelfhulpboek?' Het horen van het woord "Zelfhulpboek" gaat bij veel mensen gepaard met een bepaalde scepsis, zeker als het zoveelste zelfhulpboek je alweer niet uit je winterdepressie heeft getrokken. De veronderstelling dat het lezen van een dergelijk boek je op magische wijze omtovert tot een soort onbekommerde Goofy is dan ook onjuist. Manson stelt echter dat veel zelfhulpboeken te veel gericht zijn op het verbergen van je negatieve emoties met positieve ervaringen en doelstellingen, en ziet zijn eigen boek dan ook meer als een 'anti-zelfhulpboek.' Op onverwachte wijze begeleidt hij zijn lezers naar een beter leven door ze te leren zich minder te richten op het streven naar positiviteit en meer op acceptatie en verwerking van het negatieve.

The backwards law
Manson stelt in zijn boek dat we door de toenemende behoefte aan positiviteit te veel gefixeerd raken op wat we tekort komen. Het streven naar een fitter lichaam komt bijvoorbeeld voort uit het gevoel dat je nog niet fit genoeg bent. Filosoof Alan Watts noemde dit fenomeen 'The backwards law': het idee dat hoe meer je hunkert naar geluk, des te ongelukkiger je wordt. Door het taboe op negativiteit ontstaat er daarnaast een zogenaamde 'Feedback loop of hell', waarin het hebben van een negatieve ervaring als negatief wordt ervaren: jezelf slecht voelen over het feit dat je je slecht voelt. Negatieve ervaringen zijn echter essentieel omdat vrijwel alle uitdagingen die je hebt overwonnen in je leven gepaard gaan met bepaalde negatieve emoties. De pijn die je voelt in de sportschool resulteert in een sterker lichaam; door openheid over je onzekerheden kom je paradoxaal voor anderen juist zelfverzekerder over. De mentale pijn die wordt veroorzaakt door deze ervaringen is bovendien gezond omdat het je leert wat goed en wat slecht voor je is. Het gevaar van de huidige maatschappelijke 'Pursuit of Positivity' is dan ook dat we dergelijke negatieve gevoelens proberen te vermijden en daardoor vervreemd raken van de realiteit.

'The desire for more positive experience is itself a negative experience. And, paradoxically, the acceptance of one’s negative experience is itself a positive experience.'

Problemen oplossen
Conventionele zelfhulpboeken pleiten vaak voor een aanpak waarbij het geluksgevoel wordt aangewakkerd door het streven naar zoveel mogelijk positieve ervaringen. Manson beweert echter dat geluk voortkomt uit het oplossen van problemen en niet uit het ontwijken van problemen door middel van de zogenaamde highs: positieve ervaringen die je een tijdelijk geluksgevoel geven, zoals een leuk feestje of het kopen van een nieuwe auto. Na een zware dag bedekt menig persoon zijn problemen graag onder een berg afhaalsushi, maar 29 sushirolls later zijn je problemen er nog steeds en ben je eigenlijk niets opgeschoten. Het oplossen van problemen wordt bij veel personen bemoeilijkt door ontkenning en het aannemen van een slachtofferrol. Als immers het geloof ontstaat dat de verantwoordelijkheid voor je problemen bij anderen ligt, verdwijnt ook het gevoel dat je je eigen problemen op kan lossen. Door verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen problemen, neemt ook het geloof in het effect van je eigen acties toe en ben je in staat je problemen op te lossen.

'You're wrong about everything'
Manson stelt zich aan de ene kant kwetsbaar op door te stellen dat iedereen, inclusief hijzelf, wat minder zeker van zichzelf zou moeten zijn: ons brein is namelijk een complexe machine die constant fouten maakt. Desondanks vertelt Manson veel verhalen vanuit een persoonlijke insteek en is hij soms wat te oordelend, wat in strijd lijkt met zijn eerdere suggestie. Het boek zet zeker aan tot nadenken maar biedt weinig praktische oefeningen waardoor de drempel voor het aanpakken van problemen voor de lezer wellicht wat hoog blijft.

In eerste instantie roept een oranje zelfhulpboek met 'Fuck' in de titel wat scepsis op – Wat gaat dit boek mij leren dat ik nog niet weet? – maar ondanks het hoge clickbait-gehalte is het zeker het lezen waard: Manson hanteert een prettige schrijfstijl die weinig te lijden heeft onder het regelmatige gebruik van het woord 'Fuck' en hij slaat in zijn boek met grote regelmaat de spijker op zijn kop. Hij zet zijn beweringen kracht bij met behulp van komische anekdotes, waardoor er een gezonde balans ontstaat tussen leuke verhalen en diepere filosofische materie. Het boek geeft niet zozeer een gestructureerd stappenplan naar een beter leven, maar heeft verbazingwekkend veel invloed op je geestelijke gesteldheid en helpt enorm bij het stellen van je prioriteiten.

 

Lees meer

ANS leest: Nina Polak, Gebrek is een groot woord (2018)

In hetzelfde jaar dat Nina Polak writer in residence is aan de Radboud Universiteit, komt haar langverwachte nieuwe roman Gebrek is een groot woord (2018) uit. Haar eerste werk We zullen niet te pletter slaan (2014) werd bejubeld en dus waren de verwachtingen hoog. Kan de jonge Polak naast haar kritische artikelen bij De Correspondent wederom een goed literair werk afleveren?

Tekst: Eva Vervoort
Foto: Guusje van den Ouweland 

Kop of munt
De dertigjarige Nynke 'Skip' Nauta vaart al zeven jaar in verschillende zeilboten op zee wanneer in Cannes plots de familie Zeno voor haar neus staat, het gezin met wie ze onder een dak woonde voor ze besloot te vertrekken. Skip wordt uitgenodigd om weer bij hen in Amsterdam te komen wonen, en na enige huivering laat ze het lot beslissen: kop of munt. De volgende dag staat ze bij hen op de stoep. In het overbevolkte Amsterdam, overladen met toeristen, kan Skip niet ontsnappen aan haar oude liefde Borg en de problemen van Juda, de idealistische, geniale zoon van de Zeno's. Ook blijft ze sporen van haar overleden moeder Nellie tegenkomen. Dat alles gebeurt met een lach en een traan. Het is alleen al heerlijk hoe Polak Amsterdam en haar waanzin weet te beschrijven. Hoe veel en hoe weinig een stad verandert in zeven jaar tijd.

Heldere taal
Verwacht geen poëtisch taalgebruik of ellenlange zinnen, behalve misschien in het overdreven slechte literaire probeersel van Borg, dat natuurlijk gaat over Skip. Nadat ze het stiekem heeft gelezen, concludeert ze het volgende: 'De man kijkt op me neer en plaatst me tegelijkertijd op een voetstuk. Wat een trieste combinatie.' Filosofische overpeinzingen worden afgewisseld met WhatsApp-conversaties tussen Juda en Skip, e-mails en pure dialogen. Dit lijkt te botsen, maar het voelt als een interessante afwisseling, een moment om even adem te halen na zinnen als deze:

'Het tuinhuis waar Skip Nauta zich vrijwillig laat opsluiten om een achtergelaten leven de kans te geven zich weer eens strak om haar keel te wikkelen.'

Het veelal heldere taalgebruik van Polak maakt dat existentiële vraagstukken makkelijker lijken dan ze zijn. Voelt iemand die zeven jaar op zee heeft gezeten zich ooit nog ergens thuis? Wat is een thuis? En wanneer ben je thuis? De antwoorden op deze vragen worden niet alleen gezocht door Nynke Nauta, maar door een groot deel van generatie Y.

Veganistische hipsterwereldverbeteraar
Bijzonder is het personage Juda, een zeventienjarige whizzkid die na zijn eindexamen van plan is om naar Amerika te vertrekken. Juda geeft om de wereld en draagt daarom alleen eerlijke kleding, is veganistisch en komt in YouTube-filmpjes op voor vrouwenrechten. Het klinkt als een omschrijving van de gemiddelde Nijmegenaar, maar Juda slaat door in zijn idealen: hij zit nachtenlang op zijn kamer zijn zelfgeproduceerde game te spelen, wordt enorm dun en is veel ziek. Het is een schrijnend contrast met zijn ouders: twee succesvolle, rijke mensen uit Oud-Zuid die graag urenlang borrelen met wijn en een stuk worst. Skip lijkt de enige te zijn die hem kan bereiken, want van zijn ouders wil deze puberende jongen niets weten. Wat Polak met dit personage wil vertellen, is niet helemaal duidelijk. Het zou kritiek kunnen zijn op de huidige stroom aan zeurende activisten die veel zeggen, maar weinig waarmaken. Het zou daarentegen ook een aansporing aan hen kunnen zijn om juist iets waar te maken. Of misschien is het een compliment naar de Amsterdamse youngsters die begrijpen dat hun voorgangers de wereld kapot hebben gemaakt. Met de nodige dosis humor geeft de schrijfster rake klappen en interessante psychologische observaties.

Het boek doet direct denken aan 'zeilmeisje Laura', de omstreden zeilster die in haar eentje de wereld rondging. Ook bij dat verhaal ontstaan er rare gevoelens om je biezen te pakken en te vertrekken. Waar komt zo'n gevoel toch vandaan? Vervelend als er eindelijk weer wat rust is na een aantal existentiële vragen, want na het dichtslaan van dit boek ontstaat opnieuw verwarring en een gevoel om te vertrekken. Waarom is de mens toch zo gehecht aan hun stad, hun huis en hun familie? Polak stelt rake vragen met dit boek en daarom is het een aanrader. Hopelijk ontstaat er na het lezen van deze roman geen wanderlust of vluchtgedrag.

 

Lees meer

ANS leest: Patricia Jozef, Glorie (2017)

Glorie is de debuutroman van de Vlaamse filosofe en kunstschilder Patricia Jozef. Het eerste hoofdpersonage Marcel is filosofie doctorandi. Na jaren onderzoek doen op de universiteit zoek hij een nieuwe baan, maar hij mist de relevante werkervaring. In het tweede deel van het boek is kunstenares Bodine aan het woord, de kunstenares die Marcel moet weten te strikken voor een event bij zijn nieuwe baan. Met haar cynische pen weet Jozef zowel haar achtergrond als filosoof en als kunstschilder te verwerken in dit boek. Met korte, heldere zinnen zonder te veel opsmuk schrijft ze over de levens van Marcel en Bodine, en wijdt ze uit over filosofische en kunstzinnige kwesties.

Tekst en illustratie: Inge Spoelstra

Beste Marcel,
Graag wil ik je bedanken voor je sollicitatie voor de functie van productiemedewerker, De productieverantwoordelijke is in de eerste plaats een manusje-van-alles. Er is binnen deze specifieke opdracht weinig ruimte voor inhoudelijk meedenken, terwijl precies dát voor jou de job wellicht interessant zou kunnen maken. We denken dat jij deze functie ver overstijgt. We zijn er zeker van dat jij met je kwaliteiten en ervaring veel te bieden hebt, maar niet in deze functie.

Marcel
De hoofdpersoon van het boek is Marcel. Hij is 31 jaar, heeft een vrouw en twee kinderen, en is sinds een aantal jaren werkloos. Hij is filosofie-doctorandi en heeft gewerkt als onderzoeker en docent op de universiteit. Na met veel moeite zijn doctoraat af te ronden, besluit hij nooit meer te willen werken op de universiteit. Zijn dagen vult hij met boodschappen doen, zijn zieke moeder bezoeken, en vooral zich heimelijk te vervelen. Hij solliciteert op alles wat hij kan vinden, en weet uiteindelijk met een aan-elkaar-gelogen CV een baantje als event-manager te strikken bij de Teniers kunstacademie. Omdat de academie bezig is met hervormingen, nemen zij Marcel aan om zich bezig te houden met Onderzoeksgericht-onderwijs en The Artist As A Researcher – lezingen in Berlijn. Hiervoor moet hij bekende kunstenaars moet weten te regelen, die willen spreken over hun onderzoek. Vanaf het begin weet je dat er aan zijn carrière na negen maanden een einde komt, maar hoe dit gebeurt, wordt nog niet verteld.

Bodine
Het tweede deel van het boek is geschreven vanuit het perspectief vanuit Bodine Bourdeaud'hui. Ze is een van de kunstenaars die het bestuur van de academie graag zou willen zien op het congres, maar Bodine heeft daar helemaal geen zin in. Toch probeert Marcel haar over te halen. Sinds de geboorte van haar zoon, waar ze full-time voor gezorgd heeft, probeert ze het maken van schilderijen en installaties weer op te pakken. Ze voelt zich alleen niet thuis in spreken over kunst en onderzoek, volgens haar komt er niet veel onderzoek kijken bij het maken van haar werk. Ze begint ergens aan en kijkt wel waar ze uitkomt. Ook van de medewerkers van de kunstacademie is ze niet erg weg, vooral niet als de collega van Marcel, Sarma, haar ook nog probeert te interviewen over de interpretaties die verscheidene kunsthistorici aan haar werk hebben proberen vast te plakken.

Arme bakker, die 's nachts uren staat te werken. Zijn brood wordt gegeten en dezelfde dag nog uitgescheten tot de reusachtige kringloop van de natuur. Wat een volharding om iedere dag de schade van gisteren te herstellen. Een meedogenloze herhaling.

Cynisme en mysterie
Wat het boek zo goed maakt, zijn de cynische en filosofische passages van Marcel, gedreven door verveling, en de interessante kijk in de kunstwereld die je via Bodine meekrijgt. Jozef heeft deze twee werelden knap weten te verweven in een verhaal, dat ook nog eens gemakkelijk leest. Wat het boek origineel maakt, is dat het uit twee perspectieven geschreven is. In de eerste instantie lijken de twee personen niets met elkaar gemeen te hebben. Echter, wanneer Bodine begint te vertellen over haar onstuimige studentenleven en gebrekkige band met haar familie blijken ze toch meer raakvlakken te hebben dan ze aanvankelijk dachten. Glorie eindigt zo in een spannend mysterie. 

Glorie tekening 750x

 

 

Lees meer

ANS leest: Paul Bloom, Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2016)

Tegen empathie? Het staat er echt. Het is maar goed dat de ondertitel al hint naar 'rationele compassie' als alternatief, anders zou het bijna klinken als een pleidooi voor onvriendelijkheid. Na het uitbrengen van minder controversiële boeken over bijvoorbeeld baby's en taal, besloot de Canadees-Amerikaanse psycholoog Paul Bloom zijn ietwat omstreden maar uitgebreid onderbouwde betoog tegen empathie in 2016 vast te leggen in Against Empathy. Bij de verspreiding van zijn visie stuit hij op veel weerstand van zowel collega-psychologen als leken, die empathie juist vaak heel belangrijk vinden. Empathie wordt erg opgehemeld in de maatschappij merkt Bloom op, en hij vindt dat daar verandering in moet komen. Gaat Against Empathy daarvoor zorgen?

Tekst: Danique Janssen

Moraliteit zonder empathie
Bloom begint met definiëren wat empathie volgens hem is: je verplaatsen in andermans schoenen en voelen wat hij of zij voelt. Dit kan leiden tot allerlei deugden als behulpzaamheid en vriendelijkheid, maar volgens Bloom leidt empathie vooral tot irrationele keuzes. Mensen komen bijvoorbeeld graag direct in actie wanneer er dicht bij huis iets ergs gebeurt, in zijn voorbeeld een schietpartij op school. Aan de andere kant sluiten mensen vaak juist hun ogen voor grootschalige tragedies die verder van huis zijn, bijvoorbeeld massale hongersnoden in Afrika. Rationeel gezien zou het verstandiger zijn om je in te zetten voor de hongersnood dan voor de schietpartij, gezien het grote verschil in aantal doden. Volgens Bloom gebeurt dit echter niet omdat het veel makkelijker is om empathie te voelen voor mensen die zowel geografisch als emotioneel dichter bij je staan.

De schrijver laat zien dat zijn idee over empathie toepasbaar is op allerlei vlakken in het leven. Zo heeft hij hoofdstukken gewijd aan onder andere politiek en moraliteit, maar hij maakt het ook een minder-ver-van-je-bed-show door bijvoorbeeld te schrijven over empathie en intimiteit. Een cruciale lijn die het boek aanhoudt, is nuance. Hoewel de titel dit niet impliceert, benadrukt Bloom namelijk dat empathie ook waardevol kan zijn. Zo geeft hij toe dat empathie moreel gedrag kan motiveren. Wel pleit hij ervoor dat empathie sterk wordt overgewaardeerd door veel mensen en dat we het niet nodig hebben om effectief te handelen. Wat we daarentegen wel nodig hebben, zijn bijvoorbeeld rationele compassie en objectiviteit.

Niet empathisch, wel sympathiek
Op het eerste gezicht lijkt een samenleving zonder empathie misschien een verontrustend idee. Gelukkig begeleidt Bloom de lezer op luchtige manier door zijn gedachtegang. Het boek is duidelijk vanuit een psychologische invalshoek geschreven. Het zijn vooral andere psychologen en hun theorieën die Bloom aanhaalt ter ondersteuning van zijn punt. Geen psychologische theorie is uiteraard compleet zonder Sigmund Freud, dus zelfs hij passeert nog even de revue. Toch is het boek door de informele schrijfstijl ook heel begrijpelijk voor mensen die zich normaal niet zo fanatiek bezighouden met menselijk gedrag. Bloom mag dan wel een afkeer tegen empathie hebben, uit zijn toegankelijke en informele schrijfstijl blijkt wel een sympathieke persoonlijkheid. Dit heeft voor de lezer ook weer iets geruststellends: ook zonder empathie is het nog mogelijk om een vriendelijk persoon te zijn.

Moeilijk weerlegbaar
Op het eerste gezicht kan Blooms mening behoorlijk tegen-intuïtief aanvoelen. De psycholoog is echter overal op voorbereid en ontkracht al in het eerste hoofdstuk zo'n beetje alle tegenargumenten die hij gehoord heeft. Een voorbeeld hiervan is het veelgehoorde 'More empathic people are kinder and more caring and more moral. This proves that empathy is a force for good.', waarop hij opmerkt dat uit wetenschappelijk onderzoek slechts een zwakke relatie tussen empathie en morele goedheid is gebleken. Ook in de rest van het boek lijken er weinig haken en ogen aan zijn verhaal te zitten, dat niet slechts een mening blijft maar uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd wordt.

Naast dat Bloom dus erg goed zijn weg weet te vinden in wetenschappelijke databases, heeft hij zijn redenatievermogen ook mee. Het boek bevat veel nuanceringen van wat empathie betekent en wat niet, en in welke gevallen het wel of niet goed zou zijn. In situaties dat empathie volgens Bloom niet optimaal is, legt hij uit wat dan wel een effectieve strategie zou zijn. Hierdoor wordt het bijna moeilijk om het niet met hem eens te zijn.

Als er één naslagwerk is dat de potentie heeft om voor een anti-empathische revolutie te zorgen, dan is Against Empathy zeker een goede kandidaat. Door de overtuigende en goed onderbouwde argumenten wordt het heel aannemelijk, zowat vanzelfsprekend, dat empathie soms meer kwaad brengt dan goed. Blooms boek is toegankelijk geschreven en of je het nu met hem eens bent of niet, het boek biedt genoeg stof tot nadenken. De schrijver weet verdacht goed in te schatten hoe hij de lezer het beste zijn punt duidelijk kan maken. Het heeft bijna iets weg van empathie.

 

Lees meer

ANS leest: Paul Bloom, Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2017)

Tegen empathie? Het staat er echt. Het is maar goed dat de ondertitel al hint naar 'rationele compassie' als alternatief, anders zou het bijna klinken als een pleidooi voor onvriendelijkheid. Na het uitbrengen van minder controversiële boeken over bijvoorbeeld baby's en taal, besloot de Canadees-Amerikaanse psycholoog Paul Bloom zijn ietwat omstreden maar uitgebreid onderbouwde betoog tegen empathie in 2016 vast te leggen in Against Empathy. Bij de verspreiding van zijn visie stuit hij op veel weerstand van zowel collega-psychologen als leken, die empathie juist vaak heel belangrijk vinden. Empathie wordt erg opgehemeld in de maatschappij merkt Bloom op, en hij vindt dat daar verandering in moet komen. Gaat Against Empathy daarvoor zorgen?

Tekst: Danique Janssen

Moraliteit zonder empathie
Bloom begint met definiëren wat empathie volgens hem is: je verplaatsen in andermans schoenen en voelen wat hij of zij voelt. Dit kan leiden tot allerlei deugden als behulpzaamheid en vriendelijkheid, maar volgens Bloom leidt empathie vooral tot irrationele keuzes. Mensen komen bijvoorbeeld graag direct in actie wanneer er dicht bij huis iets ergs gebeurt, in zijn voorbeeld een schietpartij op school. Aan de andere kant sluiten mensen vaak juist hun ogen voor grootschalige tragedies die verder van huis zijn, bijvoorbeeld massale hongersnoden in Afrika. Rationeel gezien zou het verstandiger zijn om je in te zetten voor de hongersnood dan voor de schietpartij, gezien het grote verschil in aantal doden. Volgens Bloom gebeurt dit echter niet omdat het veel makkelijker is om empathie te voelen voor mensen die zowel geografisch als emotioneel dichter bij je staan.

De schrijver laat zien dat zijn idee over empathie toepasbaar is op allerlei vlakken in het leven. Zo heeft hij hoofdstukken gewijd aan onder andere politiek en moraliteit, maar hij maakt het ook een minder-ver-van-je-bed-show door bijvoorbeeld te schrijven over empathie en intimiteit. Een cruciale lijn die het boek aanhoudt, is nuance. Hoewel de titel dit niet impliceert, benadrukt Bloom namelijk dat empathie ook waardevol kan zijn. Zo geeft hij toe dat empathie moreel gedrag kan motiveren. Wel pleit hij ervoor dat empathie sterk wordt overgewaardeerd door veel mensen en dat we het niet nodig hebben om effectief te handelen. Wat we daarentegen wel nodig hebben, zijn bijvoorbeeld rationele compassie en objectiviteit.

Niet empathisch, wel sympathiek
Op het eerste gezicht lijkt een samenleving zonder empathie misschien een verontrustend idee. Gelukkig begeleidt Bloom de lezer op luchtige manier door zijn gedachtegang. Het boek is duidelijk vanuit een psychologische invalshoek geschreven. Het zijn vooral andere psychologen en hun theorieën die Bloom aanhaalt ter ondersteuning van zijn punt. Geen psychologische theorie is uiteraard compleet zonder Sigmund Freud, dus zelfs hij passeert nog even de revue. Toch is het boek door de informele schrijfstijl ook heel begrijpelijk voor mensen die zich normaal niet zo fanatiek bezighouden met menselijk gedrag. Bloom mag dan wel een afkeer tegen empathie hebben, uit zijn toegankelijke en informele schrijfstijl blijkt wel een sympathieke persoonlijkheid. Dit heeft voor de lezer ook weer iets geruststellends: ook zonder empathie is het nog mogelijk om een vriendelijk persoon te zijn.

Moeilijk weerlegbaar
Op het eerste gezicht kan Blooms mening behoorlijk tegen-intuïtief aanvoelen. De psycholoog is echter overal op voorbereid en ontkracht al in het eerste hoofdstuk zo'n beetje alle tegenargumenten die hij gehoord heeft. Een voorbeeld hiervan is het veelgehoorde 'More empathic people are kinder and more caring and more moral. This proves that empathy is a force for good.', waarop hij opmerkt dat uit wetenschappelijk onderzoek slechts een zwakke relatie tussen empathie en morele goedheid is gebleken. Ook in de rest van het boek lijken er weinig haken en ogen aan zijn verhaal te zitten, dat niet slechts een mening blijft maar uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd wordt.

Naast dat Bloom dus erg goed zijn weg weet te vinden in wetenschappelijke databases, heeft hij zijn redenatievermogen ook mee. Het boek bevat veel nuanceringen van wat empathie betekent en wat niet, en in welke gevallen het wel of niet goed zou zijn. In situaties dat empathie volgens Bloom niet optimaal is, legt hij uit wat dan wel een effectieve strategie zou zijn. Hierdoor wordt het bijna moeilijk om het niet met hem eens te zijn.

Als er één naslagwerk is dat de potentie heeft om voor een anti-empathische revolutie te zorgen, dan is Against Empathy zeker een goede kandidaat. Door de overtuigende en goed onderbouwde argumenten wordt het heel aannemelijk, zowat vanzelfsprekend, dat empathie soms meer kwaad brengt dan goed. Blooms boek is toegankelijk geschreven en of je het nu met hem eens bent of niet, het boek biedt genoeg stof tot nadenken. De schrijver weet verdacht goed in te schatten hoe hij de lezer het beste zijn punt duidelijk kan maken. Het heeft bijna iets weg van empathie.

 

Lees meer

ANS leest: Peter Bootsma, Trouw - 75 jaar tegen de stroom in (2018)

Naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van Trouw in 2018 werd politicoloog Peter Bootsma door de krant gevraagd om een boek te schrijven over de roemruchte geschiedenis van de krant. Het resultaat is Trouw – 75 jaar tegen de stroom in, een boek van ruim driehonderd pagina’s waarin het wel en wee van het dagblad tussen 1943 en nu uit de doeken wordt gedaan. Het is helaas een boek dat naast interessante historische feiten ook gortdroge passages bevat die weinig boeiend zijn om te lezen.

Tekst: Vincent Veerbeek

75 jaar nieuws
Het boek is zoals te verwachten valt grotendeels in chronologische volgorde opgebouwd, met her en der een sprong naar voren of naar achteren. Bootsma neemt de lezer in tien meestal vlot geschreven hoofdstukken mee van het begin van de krant tijdens de Tweede Wereldoorlog, tot het huidige digitale tijdperk. In deze hoofdstukken bespreekt hij de veranderende inhoud van de krant en gebeurtenissen achter de schermen. Bootsma besteedt in zijn boek onder meer aandacht aan bepaalde onderwerpen die in de krant stonden, reacties daarop, of dingen die zich afspeelden op de redactie. Zo beschrijft hij een muizenplaag op kantoor, ophef over de mogelijk aanstootgevende inhoud van bepaalde advertenties en de discussie over het wel of niet bespreken van sportwedstrijden op zondag.

'Pas in de winter van 1968-1969 ging Trouw over tot vermelding van de uitslagen van sportwedstrijden die op zondag waren gespeeld (en dan aanvankelijk nog heel kort).'

Voor de fans
Het is logisch dat een boek als dit een balans moet zoeken tussen luchtige anekdotes en historische gebeurtenissen die er daadwerkelijk toe doen voor het voortbestaan van de krant. Bootsma slaagt daar echter niet altijd even goed in. Vooral in de hoofdstukken die de jaren zestig tot ongeveer de jaren negentig beslaan, ligt het gewicht bij de bestuurlijke gang van zaken. Dit gaat gepaard met ellenlange opsommingen vol namen die het ene oor ingaan en het andere weer uit. Bovendien strooit Bootsma rijkelijk met overbodige details. Zo worden de adressen van diverse panden in Amsterdam opgesomd, zodat het soms bijna lijkt alsof Bootsma een soort reisgids voor Trouw-bedevaartgangers wil schrijven. Voor de daadwerkelijke inhoud van de krant is weinig aandacht. Dit wordt in de tweede helft van het boek wel beter, naarmate er ook meer verandert aan de inhoud van de krant. Een andere reden dat de aandacht in het tweede deel meer op de inhoud ligt, is dat Bootsma vooral graag rubrieken bespreekt die nu nog steeds in de krant terug te vinden zijn. Dit is zowel voor trouwe lezers als leken leuk om te lezen en ook hier blijkt dat anekdotes Bootsma's forte zijn. Toch voelt het tegelijkertijd als een veredeld reclamepraatje – "Kijk wat onze mooie krant te bieden heeft", lijkt Bootsma te willen zeggen met zijn besprekingen van de diverse actuele rubrieken.

Welke stroom?
Als Bootsma de werkwijze van de redactie van Trouw beschrijft, roept hij meer vragen op dan hij beantwoordt. Het is namelijk onduidelijk hoe deze manier van werken verschilt van die van andere landelijke kranten, omdat Bootsma nauwelijks een referentiekader geeft. Dat de redactie van Trouw relatief veel onafhankelijkheid had en de hoofdredacteur aanvankelijk meer een manager was dan een journalist, zegt daarom weinig. Tegen welke spreekwoordelijke stroom de krant precies ingaat, is dan ook niet altijd even duidelijk omdat Trouw vooral in isolatie wordt gepresenteerd. Hier en daar verwijst Bootsma naar de concurrentie, maar die opmerkingen zijn dun gezaaid en weinig verhelderend. Zelfs bij opvallende gebeurtenissen, zoals toen Trouw de val van de Berlijnse Muur compleet miste, wordt nauwelijks uitgelegd hoe het kan dat de concurrentie beter op de hoogte was van het nieuws. Bootsma doet de kwestie af met een paar grapjes over hoe Trouw meestal achter de feiten aanliep en enkele citaten uit die tijd die ongeveer hetzelfde zeggen en daar blijft het bij.

Al met al is 75 jaar tegen de stroom in een gemengd succes. Dat maakt het misschien wel de perfecte metafoor voor Trouw zelf, een krant die vaak in moeilijk vaarwater terechtkwam, maar er uiteindelijk meestal wel het beste van weet te maken. Die mindere periodes gaat Bootsma niet uit de weg, maar hij kan het desondanks niet laten om in zijn conclusie een goed woordje te doen voor de krant. In een slotbeschouwing relativeert Bootsma alle rompslomp effectief weg door een opsomming te geven van alles wat er verbeterd is aan de krant, om te zorgen dat de lezer het boek toch dichtslaat met een warm gevoel over Trouw.

 

Lees meer

ANS leest: Robert Gerwarth, The Vanquished (2016)

Precies een eeuw geleden schudden Britten, Fransen en Duitsers elkaar de hand: eind goed, al goed. De Eerste Wereldoorlog was eindelijk voorbij. Of toch niet? Historicus Robert Gerwarth vindt dit een problematische kijk op de geschiedenis. In zijn inspirerende boek The Vanquished: Why the First World War Failed to End, 1917-1923 benadrukt hij dat het door deze visie lijkt alsof het massale geweld abrupt eindigde. Inderdaad, aan het Westfront was het eind 1918 stil, maar in heel Oost-Europa, van Finland tot en met het Midden-Oosten, werd nog gevochten: nieuwe regimes werden met veel bloedvergieten gevestigd als direct gevolg van de conflicten van 1914-1918. Gerwarth neemt je mee naar dat vurig strijdgewoel en laat je kennis maken met een kleurrijk palet personages als de Hongaarse marxist Béla Kun of Hanns Albin Rauter, die later de hoogste SS'er in Nederland zou worden. Jonge staten als het onafhankelijke Polen en communistisch Rusland vlogen elkaar in de haren, terwijl het Westen, dat eindelijk in vrede zou leven, in die conflicten flink invloed probeerde uit te oefenen. Ook de grote verslagene, Duitsland, zette de strijd voort na 1918, nu tegen communisten en Joden: 'the accusation that 'the Jew' had become a 'slaveholder' of the defenceless German people was very prominent', aldus Gerwarth.

Tekst: Dennis van der Pligt

Zelfde oorlog, andere oorlog
De conflicten die zich in 1917-1923 afspeelden waren wel anders van aard dan de confrontaties van de 'klassieke', 'westelijke' Eerste Wereldoorlog. Veel vaker waren het revoluties en burgeroorlogen, waarin tegenstanders als verraders en existentiële vijanden werden bestempeld. In veel hogere mate waren het oorlogen die gingen om het overleven van een nationaal of communistisch idee. Daardoor zou het geweld nog meer gericht zijn tegen burgers. Dit harde soort oorlog was kenmerkend voor de conflicten in het oosten. Het verhaal is dan ook diep gedrenkt in bloed, want Gerwarth grijpt iedere mogelijkheid aan om gruwelijke details te beschrijven. Met aangrijpende zinnen als 'after the killings the executioners used explosives to destroy the bodies' serveert Gerwarth zijn lezers losse lichaamsdelen voor. Soms gaat hij helaas net iets te lang door, wat afleidt van hoe en waarom mensen precies tot deze daden komen.

 'Inmates of the infamous Cheka prison had their heads stuck into cages filled with hungry rats in order to extort information.'

De Eerste Wereldoorlog wordt met dit wredere karakter voorgesteld als geestelijke voorloper van de Tweede Wereldoorlog. Naast een geopolitieke en militair-technologische opvolger, is dat latere conflict een ideologische en mentale voortzetting van de 'langere' Eerste wereldoorlog zoals Gerwarth die beschrijft. Menig geschiedkundigebeweert dit misschien al, maar door The Vanquished wordt dit argument sterker. Duitse groeperingen, zogenaamde Freikorps, probeerden zoveel mogelijk communisten en Joden uit te roeien in het Baltische gebied. Deze antisemitische traditie werd aan de lopende band voortgezet door de Nazi’s twee decennia later, soms door oudgedienden van deze organisaties. Toch moet opgepast worden voor de gedachte dat de Tweede Wereldoorlog een onherroepelijk en direct gevolg zou zijn van de voorgaande, alsof tussen 1923 en 1939 geen invloedrijke gebeurtenissen plaatsvonden.

Wereldoorlog van wereldbelang
Waarom doet dit ertoe? Hoezo zouden we naar een ander, 'vollediger' beeld toe moeten? In dit geval is de vraag stellen hem beantwoorden: door dit completere beeld wordt veel meer recht gedaan aan de term 'wereldoorlog'. Het belangrijkste is dat we op deze manier meer erkennen dat volken in het oosten van het continent ook onderdeel zijn van deze geschiedenis. Daar was het conflict per slot van rekening begonnen met de moord op de Oostenrijkse kroonprins. Deze aanslag was op zichzelf al een onderdeel van de oostelijke conflicten die tenminste teruggaan tot 1912. Hierdoor worden historici van de strijd in het westen door Gerwarths boek terecht uitgedaagd om na te denken over andere strijdtonelen dan het Belgische en Franse. Fantastisch, want de historische ervaringen van het Westen hebben te vaak een bevoorrechte positie gehad.

Door de gedachtegang in The Vanquished kan de Eerste Wereldoorlog een gebeurtenis worden van de nazaten van alle deelnemers. Wat enigszins afdoet aan deze gedachte is dat Gerwarth de oostelijke conflicten wel afschildert als genocidaal, ook al lijkt dat terecht. In het westen bleef geweld vooral beperkt tot soldaten en bleven burgers vaak buiten schot. Desalniettemin probeerden Westerse grootmachten de keiharde gevechten en slachtingen in het oosten te sturen, ook na 1918. Deze revoluties en conflicten tussen nieuwe landen hadden dus eveneens een globale dimensie. De verbanden die Gerwarth legt, zorgen voor een bondig boek geschikt voor nieuwkomers op het vakgebied en doorgewinterde specialisten. Zo zet de historicus aan tot vernieuwend, verdiepend en verbredend denken over Wereldoorlog I.

 

Lees meer