Prijsvraag: win 2x2 kaarten voor filmdebat Independent Boy

Heb je succes zelf in handen? Op woensdag 21 februari is in LUX de film Independent Boy te zien, waarmee documentairemaker Vincent Boy Kars mensen wil laten nadenken over wat een succesvol bestaan inhoudt. Aansluitend op de filmvertoning kan het publiek in gesprek met de filmmaker en de hoofdpersoon over mislukking en ambitie. Wil je kans maken op kaarten voor het filmdebat, geef dan antwoord op de volgende vraag:

Hoe heet de vriend van Vincent Boy Kars die de hoofdrol speelt in de documentaire Independent Boy?

Stuur je antwoord uiterlijk dinsdag 20 februari om 18.00 uur naar redactie@ans-online.nl en maak kans op twee kaarten. Vergeet niet je naam, e-mailadres en telefoonnummer te vermelden.

 

Lees meer

Prijsvraag: win twee kaarten voor het Nijmeegs Studentenorkest

Op vrijdag 18 mei brengt het Nijmeegs Studentenorkestbij de HAN in Nijmegen tijdens een speciaal concert een aantal sprookjesachtige muziekstukken ten gehore. Tijdens deze avond zullen klassieke muziekstukken van drie Tsjechische componisten worden opgevoerd, met werk uit The Bartered Bridevan Bedřich Smetana, het muzikale sprookje Pohadka van Josef Suk en het symfonische gedicht The Water Globin van Antonín Dvořák. Naast deze klassieke stukken zal ook nieuw werk van lokale bodem te horen zijn. Het symfonische gedicht Beyond the Pale van de jonge componist Xavier van de Poll werd voor een wedstrijd gecomponeerd in een soortgelijke sprookjesachtige stijl. Wil je kans maken op kaarten voor dit concert, geef dan antwoord op de volgende vraag:

In welk jaar schreef Antonín Dvořák zijn stuk The Water Goblin?

Stuur je antwoord uiterlijk vrijdag 18 mei om 13.00 uur naar redactie@ans-online.nl en maak kans op twee kaarten. Vergeet niet je naam, e-mailadres en telefoonnummer te vermelden.

 

Lees meer

Radbeer overspannen - De Hooiberg

Scherper dan De Speld, en ook makkelijker te vinden: De Hooiberg. De nieuwsrubriek waar je zo doorheen prikt. Deze keer: Radbeer overspannen

Sinds donderdagmiddag is er een grote knuffelbeer aanwezig in de Universitaire Bibliotheek (UB). Het is een initiatief van de Radboud Universiteit (RU), dat deze weken met 'RadBreak' de studenten een pauze wil geven van het studeren. De universiteit geeft haar studenten dat stukje ontspanning door ludieke acties. Zo ook de Radbeer, die het geknuffel van honderden gestreste studenten moet ondergaan.

Tekst: Myrte Nowee
Illustratie: Roos in't Velt

'Knuffelen is goed voor je gezondheid: het beschermt je tegen stress!' zo staat op de facebookpagina van de RU te lezen. 'Tijdens het knuffelen komen de stoffen oxytocine en serotonine vrij, waardoor je geluksgevoel toeneemt, je bloeddruk omlaag gaat en je minder stress zult voelen.' Maar niemand heeft het over de beer zelf. Wíl hij eigenlijk wel geknuffeld worden?

radbeer350Slechte arbeidsomstandigheden
'Ik ben er nu al klaar mee', vertelt de uitgeputte beer. 'Al die mensen maar huilen om slechte tentamens en of ze het jaar wel gaan halen, maar niemand die vraagt hoe ík me voel.' Met 30 studenten per uur is de werkdruk berehoog. 'Je wil toch genoeg tijd nemen voor iedereen en ze persoonlijke begeleiding geven. Maar het team is maar één beer sterk waardoor ik soms gedwongen wordt om studenten in groepsknuffels te helpen. Je ziet toch dat dat minder effect heeft.'

De claim van de RU dat de Radbeer 'zit te wachten op je knuffels' noemt hij dan ook onzin. 'Ja hoor, stuur hier nog meer mensen heen, fijn.' De Radbeer is duidelijk niet te spreken over zijn werkomstandigheden. 'Lange dagen, hoge werkdruk, geen oog voor het berenwelzijn en dan ook nog die naam, "Radbeer", ik heet gewoon Dirk.'

 

Lees meer

RU opent lachkamer De Hooiberg

Scherper dan De Speld, en ook makkelijker te vinden: De Hooiberg. De nieuwsrubriek waar je zo doorheen prikt. Deze keer: RU opent lachkamer.

Illustratie: Roos in't Velt

Afgelopen woensdag maakte de Radboud Universteit (RU) bekend dat de campus nu een 'huilkamer' kent: studenten die in de stress zitten over tentamens, kunnen hier hun emoties de vrije loop laten. Al snel werd duidelijk dat een aantal studenten behoefte had aan een tegenhanger hiervan.

Je verwacht het niet, maar ze zijn er toch: gelukkige studenten op de RU. Zij studeren hier met plezier, voelen zich niet eenzaam en voelen geen druk om zoveel mogelijk studiepunten in een jaar te halen. 'We hebben ons altijd al een minderheid gevoeld op de campus', vertelt een van hen. Daarom heeft de RU op verzoek van het groepje tien blije studenten naast de huilkamer nu ook een lachkamer geopend. 'Studenten die al vakantie hebben, kunnen hier luid lachend vieren dat ze geen tentamens meer hebben', licht de woordvoerder van de RU toe.

Om het lachen te stimuleren, zit er een grote glazen wand tussen de lachkamer en de huilkamer. 'Het plezier van de studenten die al vakantie hebben, wordt alleen maar vergroot als je uitzicht hebt studiegenoten die tranen met tuiten huilen om hun tentamens.' Op groot scherm worden in de kamer alle afleveringen van Lachen om Homevideo's getoond en op de achtergrond klinkt non-stop het nieuwste album van Frans Bauer. 'Als mensen daar niet van in de lach schieten, weet ik het ook niet.' 

Of de RU ook tegemoet komt aan de vraag om werkplekken door een 'studeerkamer' te openen, is nog niet bekend.

 

Lees meer

Schaften na college: wat zijn de opties?

De avondsluiting van de Refter heeft een hele generatie schaftende studenten ontheemd gemaakt. De honderden studenten die elke dag genoten van het opgewarmde Refterkliekje zijn genoodzaakt om uit te wijken naar alternatieven op en om de campus. Om hen te helpen zet ANS de alternatieven op een rijtje. 

Het gerechtGerecht 400x
Vandaag op het menu:
Gehaktbal uit de jus met haricots verts en gekookte aardappels (€5,40)
Vegetarisch menu: Tropische kerrieschotel met quorn, ananas, witte rijst en frisse salade (€5,40)

De geest van de Refter leeft nog sterk voort in het Gerecht. De traditionele wok- en grillgerechten van de gaarkeuken zijn aan de kant gezet voor Refterklassiekers, zoals de vegetarische gyros, tropische kerrieschotel en babi pangang. Ook de openingstijden zijn hetzelfde, want tussen vijf en zeven uur kan je hier genieten van de creaties van de chefs. Voor wie heimwee heeft naar de Refter kan dus prima langsgaan in het Grotiusgebouw, maar Refter-haters kunnen beter verder zoeken.

CultuurcaféCultuurcafe 400x
Vandaag op het menu:
Fish & chips (€5,95)
Reguliere pizza (€5,00)
Luxe pizza (€5,95)
Couscous-salade (€4,75)

Iedere dag vinden zo'n zeventig à tachtig hongerige studenten hun weg naar het Cultuurcafé om een lekkere maaltijd te verorberen. De gelegenheid in het Collegezalencomplex is verbouwd en ziet er hierdoor gezellig uit. Daarbij zijn de maaltijden redelijk geprijsd, helemaal als je een van de kortingsbonnen gebruikt die op de universiteit rondgaan waarmee je 10 procent krijgt. Een ander voordeel is de drankkaart, die flink gevuld is met speciaalbieren. Al met al een goede optie voor studenten die na college lekker - en enigszins ongezond - willen eten.

FNWIFNWI 400x
Vandaag op het menu:
Chile con carne met witte rijst, Mexicaanse salade en nacho's (€5,10)

De FNWI is misschien wel de faculteit met de meest relaxte sfeer. In het middelpunt van het Huygensgebouw is het FNWI-restaurant. Voorheen kon je hier alleen maar lunchen, maar sinds de sluiting van de Refter kun je hier 's avonds ook terecht. Het slechte nieuws is dat er slechts een schamele maaltijd op het menu staat. Vegetariërs kunnen hier dus niet altijd terecht. Verder biedt het FNWI-restaurant een prima maaltijd voor een prima prijs.

ZiekenhuisZiekenhuis eten 400x
Vandaag op het menu:
Kipreepjes in tikka masalasaus, groente en rijst (€3,85)
Wrap met groentes in tomatensaus, kaas en ijsberg-maissalade (€3,85)
Biefstuk van de grill geserveerd met champignonsaus, friet, bloemkool en broccoli (€6,35)

Het geheime pareltje van de campusrestaurants wordt door veel te weinig studenten bezocht. Eten bij het ziekenhuis is goedkoop, de maaltijden zijn smakelijk en de service is vriendelijk. De tafels en stoelen zitten bovendien erg lekker. De beperkte populariteit bij studenten is waarschijnlijk te wijten aan de moeilijk vindbare locatie, want je kan makkelijk verdwalen in de vele gangen van het Radboudumc. Wie de zoektocht wel aandurft zal zeker niet teleurgesteld worden.

HAN-restaurantHan eten 400x
Vandaag op het menu:
Couscous met kiptajine (€5,50)
Varkenshaasmedaillons met hasselback aardappelen en venkel (€7,35)

Alle restaurants op de RU al gehad? Avontuurlijke studenten kunnen de HAN eens proberen. De gaarkeuken is redelijk makkelijk te vinden, de stoelen zien er prima uit en de service is met een glimlach. Het HAN-restaurant kent geen grote plus- of minpunten, op de prijs na. 5,50 euro voor een eenpansmaaltijd of 7,35 euro voor aardappels, vlees en groente is eigenlijk te duur voor armlastige studenten.

Aldi/SparAldi 400x
Vandaag op het menu:
Maaltijdsalade (v.a €2,89)
Stamppot (v.a. €2,79)

Voor studenten die 's avonds op de campus willen doorleren zijn de supermarkten natuurlijk ook een optie. De Spar is voor veel hongerige studenten de makkelijkste optie, maar met een beetje inspanning ben je zo bij de Aldi, waar de prijzen een stuk lager liggen. Een maaltijdsalade is altijd lekker en gezond, maar je kan ook voor een van de magnetronmaaltijden kiezen, die je vervolgens kan opwarmen in de magnetron bij de UB of de Spar. Het enige nadeel is dat je dan al je spullen nog bij elkaar moet zoeken, maar een beetje creatieve student weet vast wel waar plastic vorkjes kunnen worden gejat.

De FestDe fest 400x
Vandaag op het menu:
Kleine kapsalon (€4,50)

De Fest is de place to go voor een vette hap na college. Naast de uitstekende kapsalon staan ook pizza, waterfiets, shoarma, kroketten en andere snacks op het menu. De eigenaar serveert je altijd alsof je zijn beste vriend bent en het eten is over het algemeen snel klaar. Echt gezond is het niet, maar af en toe een keer cheaten mag best.

 

 

 

Lees meer

Side Salad: Center Parcsgevoel

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Zo nu en dan verschijnen er op Kamersite studentenkamers op exotische locaties, zoals Lent, Beuningen en Ravenstein. Het aantal reacties ('Mailtje van mij!!') op deze kamers is doorgaans niet zo heel groot. Hoewel ze meestal spotgoedkoop zijn, is de ligging een stuk minder aantrekkelijk. Niet iedereen is bereid om zich dagelijks in de drukte van het OV te werpen, laat staan om na een avondje bij de El Sombrero nog een paar lichtjaren te fietsen.

Toch woon ik ook in zo'n afgelegen kamer – of eigenlijk vind ik dat zelf wel meevallen. Het zijn vooral mijn vrienden die me eraan herinneren dat ze zo'n pokkeneind moeten fietsen als ze willen langskomen. De ligging (te weten: bijna in Groesbeek) is echter niet het enige dat mijn studentenhuis zo bijzonder maakt. Van de grote gemeenschappelijke woonkamer tot de kast met bordspellen en de rode picknicktafel in onze tuin; alles ademt kneuterige vakantiebungalow. Bovendien staat het huis op een parkachtig terrein dat verwantschap vertoont met de formule van Center Parcs. Nee, een subtropisch zwemparadijs of campingwinkel is er dan weer niet, maar we hebben wel een paar revalidatiecentra, een kapel en een kliniek voor plastische chirurgie. Altijd handig.

Je denkt nu vast: dat wil ik ook! Zijn er nog meer van die leuke studentenbungalows daar, Thom? Het antwoord is nee. Ons leuke huisje is one of a kind en wordt omringd door een paar toch wel vrij riante (bejaarden)woningen. De bewoners daarvan zijn trouwens wel een tikje nieuwsgierig. In dat opzicht is het net een camping. Wij trekken evenveel bekijks als die ene white trash-familie van caravan 172 in de Dordogne. Ik heb al een paar buren betrapt terwijl ze door onze haag probeerden te gluren. Onze overbuurman heeft er zelfs een sport van gemaakt. En hij schaamt zich er niet voor. Sterker nog, wanneer hij vindt dat ons gras te hoog is, zet hij zijn grasmaaier bij ons voor de deur.

Mijn vriend vraagt wel eens waarom ik niet op zoek ga naar een andere kamer, eentje die wat centraler ligt. Ik moet toegeven dat ik daar wel eens over heb nagedacht. Maar als ik dan 's ochtends vogels hoor fluiten in plaats van bussen passeren en ik ga hardlopen door de bossen en bergen in de omgeving, dan weet ik het weer. Hier is het elke dag vakantie.

 

Lees meer

Slapend wijs

Studenten aan de Radboud Universiteit beginnen deze week aan een lange periode van tentamens. Voor velen gaat dit gepaard met veel koffie en weinig slaap. Toch is dit voor het onthouden van de stof, niet de meest ideale manier van studeren. Biologiestudent Myrte Nowee legt uit waarom een goede nachtrust zo belangrijk is.  

slaaptekort800x600Tot laat studeren om een tentamen te halen of juist vroeg naar bed? Hoewel het algemeen bekend is dat het belangrijk is om genoeg te slapen, kiezen veel studenten toch regelmatig voor het eerste. Vooral wanneer de stress voor een tentamen, vermoedelijk regelmatig door uitstelgedrag, de avond ervoor op zijn hoogst is. Koffietje, Red Bull en knallen. Toch is het maar de vraag hoeveel je in die late uurtjes nog oppikt.

Naast dat het fijn is om lekker uitgerust het tentamen in te gaan, heeft op tijd naar bed gaan een nog belangrijkere functie. Slaap is namelijk noodzakelijk voor het verwerken van gedachten. Waar je brein overdag continu bezig gehouden wordt door prikkels, heeft het tijdens de slaap tijd om iets te doen met deze vergaarde informatie. Alle gebeurtenissen van de dag worden hiervoor tijdens het slapen zo'n zeven keer versneld afgespeeld in het brein door de neuronen die overdag actief waren. Plaatsen waar je bent geweest, gesprekken die hebben plaatsgevonden, alle indrukken flitsen in elektrische signaaltjes voorbij. Dit proces van herhalen is enorm belangrijk voor het langer vasthouden van herinneringen. Minder belangrijke gebeurtenissen en details, zoals wie voor je in de rij bij de kassa stond, filtert je brein er al slapende uit om andere gedachten zoals je tentamenstof meer ruimte en aandacht te geven.

Breinbreker
Dit proces is te begrijpen met de begrippen 'korte'- en 'langetermijngeheugen'. Gedurende de dag komt alle informatie terecht in het kortetermijngeheugen, in de hersenstructuur genaamd de hypothalamus. Dit is goed voor het direct ophalen van herinneringen maar vraag de dag erop er iets over en je hebt geen idee meer. Wil je een gedachte weken of zelfs jaren onthouden moet deze zijn ingebouwd in het lange termijn geheugen: de cortex of 'hersenschors' die over de grote hersenen heen ligt. Om herinneringen daar te plaatsen krijgt het informatie van de hypothalamus door het continu herhalen van gebeurtenissen. Dit is waar het belang van slaap naar voren komt. Dit trainen van de cortex, dus het 'opslaan' van herinneringen, gebeurt naast gedeeltelijk overdag namelijk vooral door het herhalen tijdens de slaap.

'Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt.'

Leren slapen
Stel dus de volgende situatie voor: Je rolt rond 7 uur uit bed voor een tentamen. Je hebt heerlijk geslapen maar schrikt: alles wat je de dag ervoor geleerd hebt lijkt ver weg. Niet helemaal op je gemak stap je de tentamenzaal binnen, maar wanneer het papier onder je neus geschoven wordt merk je dat er bij elke vraag wat terug komt. En vrij precies ook. Details die je nooit gedacht had te kunnen onthouden, vloeien van je pen naar het papier. In je slaap heb je alles verwerkt en heeft het een plekje gekregen in je hersenen. Zonder eerder op te staan om die samenvatting nog door te nemen, zit alles toch goed in je geheugen.

Dus wil je goed voorbereid zijn, ga dan niet de hele nacht door met leren, maar duik lekker vroeg in bed. Je hersenen hun ding laten doen zonder dat jijzelf daar iets van hoeft te merken. Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt. Er bestaat overigens het idee dat je tijdens je slaap ook nieuwe informatie kan leren, maar je hersenen luisteren jammer genoeg echt niet naar die cursus Spaans die je 's nachts uit je boxjes laat klinken. Wil je dus nog nieuwe stof doornemen, zit er niks anders op dan toch eerder te beginnen. Het herhalen kun je echter het beste aan Klaas Vaak over laten.

 

Lees meer

Student versus Cito

Voor middelbare scholieren is woensdag de grote dag waarop eindelijk duidelijk wordt wie is geslaagd en wie niet. Voor je het weet, ben je echter vier jaar verder met je droomstudie en is alle kennis allang vergeten. De redactie van ANS boog zich over de examens van dit jaar om te kijken hoe de innerlijke middelbare scholier ervoor staat.

Studie: Biologie, derdejaars
Eindexamen: Biologie
Cijfer toen: 5
Cijfer nu: 6,5

Alle lange dagen zwoegen in de UB afgelopen drie jaar hebben toch wat opgeleverd, zo blijkt maar weer: inmiddels ligt een voldoende voor het vwo eindexamen Biologie wel binnen handbereik. Qua inhoud komt het examen sterk overeen met de inhoud van de tentamens aan de RU, maar dan sterk versimpeld. Pogingen van Cito om de eindexamenkandidaten af te schrikken met termen zoals fagolysosoom, tetracycline en osmoregulatie hebben op een doorgewinterde student dan ook geen effect meer. Al jaren zijn de onderwerpen hetzelfde in het eindexamen. Telkens weer worden de evolutietheorie, DNA replicatie en genetica netjes behandeld, terwijl aan ecologie nauwelijks aandacht wordt besteed. Tijdens de opleiding Biologie verandert er niet veel aan de onderwerpen, maar wel aan de diepgang van de stof. Tijdens het maken van het examen lijkt de vroeger zo heilige BINAS dan ook even een overbodige luxe te zijn geworden. Bij het nakijken valt het toch allemaal weer mee te vallen, het resultaat is een schampere 6,5

Studie: Amerikanistiek, vierdejaars
Eindexamen: Engels
Cijfer toen: 7,9
Cijfer nu: 7,1

Hoewel Engelstalige teksten dagelijkse kost zijn bij Amerikanistiek, heeft Cito toch iets andere verwachtingen dan de gemiddelde professor van de Radboud Universiteit (RU). Voor creativiteit is geen ruimte en het examen Engels draait vooral om de belangrijkste vaardigheid voor iedere afgestudeerde burger: begrijpend lezen. Niet alleen van de teksten, maar ook van de vragen, die nog altijd zo cryptisch verwoord zijn dat het een goed idee lijkt om op goed geluk een letter op te schrijven die al een tijdje niet meer is voorgekomen. Een vraag over de rol van de auto in het opbloeien van de Amerikaanse voorsteden maakt meer los, maar ook hier gaat het helaas alleen om een opmerking van de auteur in regel vier van alinea twee. Praatjes vullen geen gaatjes, maar de meest voorkomende vraag in dit examen is toch wel 'Which of the following fits the gap', met een keuzemenu waar soms een flinke thesaurus voor nodig zou zijn om er iets van te maken. Hoewel ook bij Amerikanistiek volop aandacht wordt besteed aan de Engelse taal, is zelfs de doorgewinterde Engelsstudent niet opgewassen tegen de mierenneukerij van dit examen.

Studie: Geschiedenis, vijfdejaars
Eindexamen: Geschiedenis
Cijfer toen: 7,2 (tweede kans)
Cijfer nu: 5,7

Vijf jaar Geschiedenis aan de RU zou genoeg moeten zijn om het vwo eindexamen met twee vingers in de neus te halen. Niets is minder waar. Bij het openen van het examenboekje is er nog hoop, omdat het eindexamen tegenwoordig gaat over de hele geschiedenis, vanaf de Romeinen tot en met de val van het IJzeren Gordijn. De stof uit het propedeusejaar zou nu goed van pas kunnen komen, aangezien in het eerste jaar van de studie ook de hele geschiedenis de revue passeert. Het is pijnlijk om erachter te komen dat de vragen over de Middeleeuwen en de Gouden Eeuw met pijn en moeite moeten worden ingevuld in de hoop om genoeg punten bij elkaar te sprokkelen. Daarnaast staan in het bronnenboekje te veel teksten en te weinig spotprenten om te analyseren en kan je de zin 'kenmerkende aspecten van deze periode' na een half uur al niet meer zien. Om het Geschiedenisgezicht te redden komen de vragen over Joseph Goebbels en Gorbatsjov aan het einde als geroepen, want die zijn makkelijk in te koppen. De N-term van 0,9 levert uiteindelijk een magere voldoende op. Toch valt het cijfer niet tegen, want in die vijf jaar Geschiedenis zijn wel vaker studentenzesjes behaald.

Studie: Nederlands, vierdejaars
Eindexamen: Nederlands
Cijfer toen: 6,7
Cijfer nu: 6,5

Het eindexamen Nederlands is traditioneel een van die examens waar je niet voor hoeft te leren. In de praktijk valt het begrijpend lezen echter altijd tegen. De vragen zijn vaag gesteld en de teksten gaan allemaal over hetzelfde. Cito lijkt in het examen namelijk vooral de geesteswetenschappen te willen promoten. Wellicht hopen ze eindexamenkandidaten die nog geen studiekeuze hebben gemaakt zo alsnog over de streep te trekken. Goed, de derde tekst is geschreven door een bètawetenschapper die meent dat de geesteswetenschappen wel opgedoekt kunnen worden, maar door het hele examen heen worden leerlingen vooral gedwongen na te denken over de plek die geesteswetenschappen in de samenleving innemen. Mocht de zwevende kiezer naar aanleiding van dit examen besloten hebben Nederlands te gaan studeren, moet zich voorbereiden op een teleurstelling. Het eindexamen heeft noch te maken met het schoolvak, noch met de studie. Vier jaar studeren heeft dan ook nauwelijks iets veranderd aan het eindcijfer.

Sommigen met de hakken over de sloot, maar iedereen is geslaagd. Tijd voor een examenfeestje en de verplichte reis naar Lloret de Mar. 

 

Lees meer

Stukafest trapt achttiende editie af

Op diverse plaatsen op de campus doken, behalve sneeuwpoppen en kerstbomen, de afgelopen week meerdere huiskamerconcerten op. De organisatie van Stukafest is namelijk druk in de weer met het promoten van het studentenhuiskamerfestival dat in februari weer plaats gaat vinden. 

Stukafest is al achttien jaar een bekende naam in Nijmegen en ook in 2018 belooft het weer een divers evenement te worden, met onder meer muziek, theater en gedichten. Op maar liefst twintig studentenkamers kriskras verspreid door Nijmegen treden de hele avond artiesten op. De bezoekers kunnen een keuze maken uit drie verschillende rondes, waarbij ze van kamer naar kamer fietsen. Cabaretier Andries Tunru, theatergroep SABBA en de progressieve folkgroep Steel Sheep zijn slechts een kleine greep uit het brede assortiment van acts tijdens Stukafest. Uiteindelijk wordt het festival afgesloten met een knallende afterparty.

Om het festival nog extra onder de aandacht te brengen, worden daarom donderdag niet een, maar zelfs twee kick-off evenementen gehouden. Vanaf vijf uur kan men binnenlopen bij het Cultuurcafé en later op de avond ook bij Café Dollars, met een optreden van Indie-popband Clint Eastbird. Hierbij gaat ook gelijk de kaartverkoop voor het festival zelf van start.

 

Lees meer

The wheat and the chaff Holsaby

On May 8, the finale of Kaf en Koren (Wheat and Chaff) took place. Kaf en Koren is an annual musical competition in which starting student bands go up against each other to see which band is the best. In anticipation of the final evening at pop stage Merleyn, ANS interviewed the three finalists. This time: winning band Holsaby.

Original text: Elisa Ros Villarte
Translation: Evelien Müller and Aafke van Pelt
Photograph: Vincent Veerbeek

In 2012, the alternative pop/rock band Holsaby started as a cover band, playing songs within the genre of "farmer's rock". After four years, the band decided it was time for a more urban approach to their music, so they switched to writing their own songs, inspired by, among others, De Staat and the Editors. The band is from the Ravenstein area and consists of Sjouke Meerdink (singer and guitarist), Jesper van Griensven (drummer and singer), Kevin Kuijpers (guitarist), Thomas van den Boogaard (keyboard player and singer) and Gijs van Wijlen (bassist). Performing their own music, the band has played at culture stage the Groene Engel in Oss and musical festivals Open Errup and Rock op de Keien. This year, they recorded and published four songs, the most recent one being the song Can't See You No More. 'Our songs are a real sensation when performed live', Thomas says.

Holsaby FacebookThomas van den Boogaard and Sjouke Meerdink from Holsaby.

Why have you decided to perform your own music instead of covers?
Sjouke: 'We got bored with playing covers. At home, I had already spent quite a lot of time writing songs, so it seemed cool to try my own texts with the band. Eventually, I introduced the idea to the group, and we switched to performing our own music.'
Thomas: 'It took a while before we played our own songs to the outside world. I believe we had the first samples for a year before we finally decided to focus solely on our own songs.'
Sjouke: 'After we definitively made the decision, we also looked for another band name.'

How did you pick the name Holsaby?
Sjouke: 'This one evening, we were playing a shooting game, in which you have to enter your name to compete. Everyone was talking loudly and pressing random buttons, when a word sounding close to "holsaby" appeared on the screen.'
Thomas: 'It also doesn't have a meaning in any language. It is our own language. If you enter our band name into Google, provided that it is spelled correctly, you will immediately find everything about our band.'
Sjouke: 'It is not a very artistic story, but this is how it happened. The best ideas are often created during an evening of drinking beer.'

How would you describe your music?
Thomas: 'Our music is actually hard to place. Personally, we often describe it as alternative rock and pop, with a bit of indie.'
Sjouke: 'That is because our songs are not all the same. We consciously try to have some variety in our songs, for example by using different elements from various genres.'
Thomas: 'Our latest song, Can't see you no more, might even be slightly like a dance song and has something of an eighties vibe. I personally like using psychedelic sounds.'
Sjouke: 'Every song has its own influences from other bands, like De Staat, Kensington or Coldplay. We are still busy developing our own distinctive sound.'
Thomas: 'I think we are one of those bands that you have to see live. I am often told that our music is a lot more energetic live than on our recordings.'

How do your songs come about?
Sjouke: 'We tend to start with a melody, and a particular feeling will suit that. Sometimes I already have some phrases on paper which I will use, but it is not like I have the entire text written down beforehand. Jesper and I both write separately and we combine our lyrics later on. This could for example result in his text being the chorus and mine the verse. This way we get nice variations and it will always be a song from the entire band, not just from one person.'

What are your plans for the future?
Sjouke: 'We are really looking forward to the Kaf en Koren finale and we are curious to see what ends up happening. Apart from that, it is important for us to expand our setlist with more of our own work.'
Thomas: 'I do not think we are really the planning types. We sign ourselves up for band competitions without really thinking about it for a very long time. Other than that we will just keep making music and steadily rehearse every week.'

 

Lees meer

The wheat and the chaff Holsaby

On May 8, the finale of Kaf en Koren (Wheat and Chaff) took place. Kaf en Koren is an annual musical competition in which starting student bands go up against each other to see which band is the best. In anticipation of the final evening at pop stage Merleyn, ANS interviewed the three finalists. This time: winning band Holsaby.

Original text: Elisa Ros Villarte
Translation: Evelien Müller and Aafke van Pelt
Photograph: Vincent Veerbeek

In 2012, the alternative pop/rock band Holsaby started as a cover band, playing songs within the genre of "farmer's rock". After four years, the band decided it was time for a more urban approach to their music, so they switched to writing their own songs, inspired by, among others, De Staat and the Editors. The band is from the Ravenstein area and consists of Sjouke Meerdink (singer and guitarist), Jesper van Griensven (drummer and singer), Kevin Kuijpers (guitarist), Thomas van den Boogaard (keyboard player and singer) and Gijs van Wijlen (bassist). Performing their own music, the band has played at culture stage the Groene Engel in Oss and musical festivals Open Errup and Rock op de Keien. This year, they recorded and published four songs, the most recent one being the song Can't See You No More. 'Our songs are a real sensation when performed live', Thomas says.

Holsaby FacebookThomas van den Boogaard and Sjouke Meerdink from Holsaby.

Why have you decided to perform your own music instead of covers?
Sjouke: 'We got bored with playing covers. At home, I had already spent quite a lot of time writing songs, so it seemed cool to try my own texts with the band. Eventually, I introduced the idea to the group, and we switched to performing our own music.'
Thomas: 'It took a while before we played our own songs to the outside world. I believe we had the first samples for a year before we finally decided to focus solely on our own songs.'
Sjouke: 'After we definitively made the decision, we also looked for another band name.'

How did you pick the name Holsaby?
Sjouke: 'This one evening, we were playing a shooting game, in which you have to enter your name to compete. Everyone was talking loudly and pressing random buttons, when a word sounding close to "holsaby" appeared on the screen.'
Thomas: 'It also doesn't have a meaning in any language. It is our own language. If you enter our band name into Google, provided that it is spelled correctly, you will immediately find everything about our band.'
Sjouke: 'It is not a very artistic story, but this is how it happened. The best ideas are often created during an evening of drinking beer.'

How would you describe your music?
Thomas: 'Our music is actually hard to place. Personally, we often describe it as alternative rock and pop, with a bit of indie.'
Sjouke: 'That is because our songs are not all the same. We consciously try to have some variety in our songs, for example by using different elements from various genres.'
Thomas: 'Our latest song, Can't see you no more, might even be slightly like a dance song and has something of an eighties vibe. I personally like using psychedelic sounds.'
Sjouke: 'Every song has its own influences from other bands, like De Staat, Kensington or Coldplay. We are still busy developing our own distinctive sound.'
Thomas: 'I think we are one of those bands that you have to see live. I am often told that our music is a lot more energetic live than on our recordings.'

How do your songs come about?
Sjouke: 'We tend to start with a melody, and a particular feeling will suit that. Sometimes I already have some phrases on paper which I will use, but it is not like I have the entire text written down beforehand. Jesper and I both write separately and we combine our lyrics later on. This could for example result in his text being the chorus and mine the verse. This way we get nice variations and it will always be a song from the entire band, not just from one person.'

What are your plans for the future?
Sjouke: 'We are really looking forward to the Kaf en Koren finale and we are curious to see what ends up happening. Apart from that, it is important for us to expand our setlist with more of our own work.'
Thomas: 'I do not think we are really the planning types. We sign ourselves up for band competitions without really thinking about it for a very long time. Other than that we will just keep making music and steadily rehearse every week.'

 

Lees meer

U maakt een grove grap, mag dat?

De uitgelekte ontgroeningsinstructies, met grappen over de Stint en vrouwen, van herendispuut Reinaert hebben voor de nodige commotie gezorgd. De opdrachten waren volgens de leden ludiek bedoeld, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

 vos 750x

De brief met ontgroeningsinstructies van het Nijmeegse herendispuut Reinaert is uitgelekt en delen ervan zijn gepubliceerd in de Gelderlander. De instructies waren bedoeld voor vier aspirant-leden van het dispuut als onderdeel van hun inwijding tot het onafhankelijke dispuut. Er werden instructies gegeven als 'u verkleedt uw fietsen als aangereden Stint, hier ontbreken de schoolspullen en ketchup natuurlijk niet' en 'in de kroeg zoekt u de lelijkste hoer op en zet haar in het zonnetje door bij haar een lapdance uit te voeren'. In een reactie aan de Gelderlander legt een van de leden uit dat de opdrachten een ludieke ondertoon hadden. 'Het is bedoeld als satire. Het gebeurt natuurlijk niet echt.' Toch lokte het document veel wisselende reacties uit. Een deel ziet de instructies als seksistisch en grensoverschrijdend. Anderen zien de humor er juist wel van in. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

Geschreven en ongeschreven regels
In onze maatschappij hebben we de wet die stelt wat wel en niet mag. Die staat vast. Aan de andere kant bestaan ook normen die zeggen dat men elkaar fatsoenlijk en respectvol moet behandelen. Dit zijn de ongeschreven regels die bij overschrijden vaak tot sociale sancties leiden. Volgens socioloog aan de Radboud Universiteit (RU) Niels Spierings, tonen de voorbeelden uit het document van herendispuut Reinaert in ieder geval weinig respect. 'Een fiets verkleden als Stint. Daarvan is duidelijk dat het niet respectvol is naar de slachtoffers en de nabestaanden.' Wanneer er wordt gekeken naar de omgangsnormen begeven we ons volgens Spierings in een relatief grijs gebied. 'Wanneer ben je iemand belachelijk aan het maken en wanneer is het gewoon een grap? Waar zit die grens? Daar gaat het debat juist over.'

'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen.'

Het creëren van groepen
In het geval van ontgroeningen is het voornaamste doel om een groep te creëren en een sterke band tussen leden van de groep te ontwikkelen. Dit gebeurt volgens Spierings door verschillende stappen te doorlopen. 'Eerst wordt bepaald wie er bij de groep hoort en wie niet. Vervolgens wordt er identiteit aan een groep gegeven, ofwel je voelt je daadwerkelijk lid van het dispuut. In de laatste stap wordt de groep afgezet tegen de maatschappij. Dat kan gebeuren door je eigen groep superieur te stellen, maar vaak ook door op een andere groep af te geven', legt Spierings uit. 'Het is een manier om je eigen groep meer identiteit te geven.'

Het ludiek bedoelde document is daarom geen toevallige gebeurtenis, maar lijkt een uiting van de laatste stap in het proces van het creëren van een groep. Hoewel het voor de leden van het dispuut een onschuldige opmerking lijkt, hebben zulke grappen wel degelijk gevolgen voor de maatschappij. 'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen. Dit zijn de groepen die minder machtig zijn, de kwetsbaren van de maatschappij. Dan kunnen de grappen, bedoeld of onbedoeld effect hebben', verklaart Spierings. Door een vrouw neer te zetten als hoer, ben je onderdeel van een grotere stroom die vrouwen tot een lustobject reduceert, ook al is het in grappen. 'Het is belangrijk om je af te vragen om wie we lachen met de grap en of dat chique is om te doen.'

Uitzonderlijk geval
Spierings geeft aan dat het ook mogelijk is om hetzelfde type grappen te maken zonder een ander te benadelen. 'Meisjes filmen in een kleedkamer kan ludiek bedoeld zijn, maar het signaal zou altijd moeten zijn: dat kan en mag niet. In het uitzonderlijke geval kun je een grap maken die dat benadrukt.' Het gaat dan over goed doordachte grappen waarin wordt gespeeld met de ongemakkelijkheid. Cabaretiers hebben de capaciteit waardoor ze een grap kunnen maken die eigenlijk niet door de beugel kan, maar dit is dan ook meteen duidelijk voor het publiek. 'Als je hier zelf niet helemaal helder in bent, moet je dit soort grappen niet maken als je andere groepen daarmee niet wilt buitensluiten of belachelijk wilt maken', benadrukt Spierings. 'Maak dan een grap waarin je jezelf op de hak neemt.'

 

 

Lees meer

Uit de Kunst: Ceija Stojka Oorlogsherinneringen van een Roma

De schilderijen van Ceija Stojka ogen als kindertekeningen, maar behandelen onderwerpen uit de grotemensenwereld. Stojka overleefde als kind de Holocaust en legde vijftig jaar later haar herinneringen vast in schilderijen, tekeningen en poëzie. Deze zijn tot begin juni bij Museum Het Valkhof te zien in Oorlogsherinneringen van een Roma.

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Ceija Stojka1Hoe breng je de ervaring van iets wat zo gruwelijk is dat het elk voorstellingsvermogen te boven gaat in beeld? De Oostenrijkse Ceija Stojka (1933-2013), die als Romameisje drie concentratiekampen overleefde, worstelde haar hele leven met deze vraag. Pas in de jaren tachtig was ze in staat haar herinneringen met de buitenwereld te delen. Eerst in poëzie en een autobiografie, vanaf 1990 ook in schilderijen en tekeningen. Dat werk komt samen in een zestal ruimtes op de eerste verdieping van het Valkhofmuseum.

Aan het begin van de tentoonstelling kijkt Ceija Stojka de bezoeker aan vanaf een grote zwart-witfoto. Ze ziet eruit als een vriendelijke oude vrouw met een sigaret in haar hand en een sympathieke lach op haar gezicht, maar ook de sporen van wat ze heeft meegemaakt zijn duidelijk zichtbaar. Op haar arm is het nummer te zien dat in Auschwitz op haar arm werd getatoeëerd. Naast de foto staat een lange lijst met jaartallen die Stojka's verhaal samenvatten. Van een nomadisch bestaan als Roma tijdens haar kindertijd in Oostenrijk voor de oorlog tot haar carrière als schrijver en schilder in haar latere leven. Haar kunst vertelt het verhaal van de oorlogsjaren aan de hand van kleurrijke landschappen en beklemmende scènes uit concentratiekampen Auschwitz, Ravensbrück en Bergen-Belsen.

'Ich kann es nicht fergessen'
Doordat de schilderijen het verhaal van de oorlog in chronologische volgorde vertellen, begint de expositie onverwacht lieflijk, met een witte zaal vol landschappen die een gevoel van onschuld en vrijheid uitstralen. Deze werken laten goed zien hoe het leven van de Roma er tot de oorlog uitzag, toen natuur, geloof en gemeenschap nog centraal stonden. Een mooi voorbeeld hiervan is een schilderij van een veld vol zonnebloemen waar in de achtergrond de wagens van Stojka's familie te zien zijn. In de tweede zaal is te zien hoe snel deze wereld na 1933 uit elkaar viel. De kleuren van de schilderijen en de ruimte worden donkerder en Mariabeelden maken plaats voor hakenkruizen en uniformen.

Ceija Stojka2

In deze ruimte is ook te zien dat Stojka veel meer was dan een schilder. Middenin de zaal staat een schilderij zo opgesteld dat niet alleen de angstige ogen in het struikgewas op de voorkant te zien zijn, maar ook de achterkant. Hier krabbelde Stojka allerlei gedachten neer, zoals 'Auschwitz, Ort ohne Obst' – 'Auschwitz, plek zonder fruit'. Ook zijn in de tweede zaal pentekeningen te zien, waarvan sommige eveneens tekst bevatten. Zo is onder een tekening van Nazi-officieren met honden die een Romagezin op een trein zetten in dunne krasletters 'Ich kann es nicht fergessen' te lezen. De combinatie van rauwe beelden en haastige gekrabbelde teksten zorgen ervoor dat het geheel een haast manische indruk maakt. Zo toont ook de stijl de sporen die de Tweede Wereldoorlog bij Stojka moet hebben nagelaten.

Kinderlijk eenvoudig
Het werk van Ceija Stojka vertelt een heftig verhaal, maar ook de manier waarop de tentoonstelling in elkaar is gezet speelt een grote rol. De zalen worden gaandeweg alsmaar donkerder en kleiner als illustratie van Stojka's reis door de concentratiekampen en de wereld om haar heen die steeds kleiner werd. In de schilderijen die hier te zien zijn, wordt ook goed duidelijk hoe klein Stojka was toen ze dit alles meemaakte. Zo is in de zaal met werken over Auschwitz een schilderij te zien dat in eerste instantie een vrij eenvoudig beeld van een concentratiekamp lijkt te zijn: prikkeldraad, hakenkruizen en in de voorgrond een viertal rokende schoorstenen. Dan slaat echter de twijfel toe: zijn het wel schoorstenen? Bij nader inzien lijkt het veel meer op een schilderij dat even verderop hangt, waar een Duitse soldaat van ogenschijnlijk reusachtige afmetingen te zien is. Niet zomaar een beeld van een concentratiekamp dus, maar eentje gezien door de ogen van een kind, tussen de benen van volwassenen door – zoals Stojka het destijds zou kunnen hebben gezien.

   Ceija Stojka3  Ceija Stojka4  Ceija Stojka5

Niet alleen het perspectief in de schilderijen, maar ook de manier waarop ze zijn gemaakt heeft iets kinderlijks. Stojka was autodidact en haar stijl kenmerkt zich door vreemde perspectieven en een gebrek aan details. De tentoonstelling hangt dan ook vol scènes waarin nauwelijks herkenbare slachtoffers bij elkaar worden gedreven door SS'ers met rudimentaire gezichtsafdrukken. Groepen zijn te onderscheiden, maar individuen niet. Het heeft iets kinderlijks , maar zegt tegelijk misschien ook iets over de ontmenselijking van genocide. Ook de manier van schilderen is eenvoudig – Stojka's taferelen zijn verbeeld met grove streken en oneffenheden in de verf. In een film aan het einde van de expositie is te zien hoe ze te werk ging: naast kwasten waren haar handen haar voornaamste werktuig waren, die als palet en penseel dienst deden.

Terugkeer?
Na de laatste schilderijen over Bergen-Belsen stapt de bezoeker plots een serene omgeving binnen en ontvouwt de laatste zaal zich in een wereld van geel. Hier geen zwartwit, angst of geweld, maar mooie landschapstaferelen. Op het eerste gezicht lijken de werken in deze laatste ruimte daarom inderdaad een terugkeer naar de beelden van voor de oorlog, een wedergeboorte. Al snel valt echter op dat het merendeel van de landschappen leeg is. In veel schilderijen van Stojka zijn de symbolen van de Roma achtergebleven, maar de mensen zelf niet. Naast een van de schilderijen, waar in de achtergrond onder een regenboog een groepje Roma te zien is, staat een citaat van Stojka dat de situatie typeert: "een leven dat wij als Roma destijds vreesden". De oorlog was dan wel voorbij, maar voor de overlevenden hun oude leven ook. Niet alleen de oorlog was voorbij, het oude leven van de overlevenden ook.

Zo eindigt de tentoonstelling met een ambivalente boodschap die hoop uitspreekt maar ook de diepe sporen laat zien die de oorlog heeft achtergelaten. Het is een tegenstelling zoals die er zoveel zijn in het werk van Stojka, zoals de tentoonstelling goed laat zien. Tegenstellingen tussen herinnering en belevenis, het schone en het sublieme, licht en duister.

Ceija Stojka6

 

Lees meer

Uit de kunst: De Bastei

Aan de Waalkade is sinds kort een nieuw museum te vinden: De Bastei. Dit 'centrum voor natuur en cultuurhistorie' is ontstaan uit een ratjetoe aan organisaties: het voormalige Natuurmuseum, het voormalige Stratemakersmuseum, Staatsbosbeheer, IVN Rijk van Nijmegen en Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Die diversiteit is terug te zien in de collectie. Bezoekers kunnen kennismaken met de voormalige verdedigingswerken van Nijmegen, flora en fauna in het rivierengebied, de gevolgen van de ijstijd voor Nijmegen, maar ook met bekende Nijmegenaren als Ronnie Ruysdael.

Tekst: Noor de Kort
Foto's: Tom Plaum

De Bastei lichtprojectiesHet is even zoeken naar de ingang van het spiksplinternieuwe museum, want dit bestaat uit twee, losse gedeelten. Het grootste deel van het museum bevindt zich aan de Waalkade, maar de ontvangstruimte ligt verstopt naast de trappen bij Holland Casino. Een bordje dat bezoekers naar de ingang wijst, zou geen overbodige luxe zijn. De twee delen van het museum zijn door een ondergrondse gang met elkaar verbonden. Oorspronkelijk was deze gang puur als verbinding bedoeld, maar tijdens het graven werden zo veel archeologische vondsten gedaan, dat deze ook maar zijn opgenomen in de collectie. In de donkere gang vind je bijvoorbeeld een schietgat uit de zestiende eeuw en een Romeinse stadsmuur uit de vierde eeuw, die in de veertiende eeuw de achterwand van een kelder was. Deze archeologische vondsten verdienen meer toelichting. Nu roept de beknopte uitleg in de vorm van lichtprojecties vooral veel vragen op.

Beschermd Nijmegen
Eenmaal onder de grond door, beland je in het museum aan de Waalkade. Van buiten is dit een architectonisch modern pand met veel glas en abstracte vormen, maar die buitenkant is misleidend. Achter de nieuwe gevel gaat de zogenaamde Stratemakerstoren schuil. Deze voormalige bastei, een middeleeuwse toren, maakte eeuwenlang onderdeel uit van de Nijmeegse vestingwerken. De toren ontsnapte in de negentiende eeuw toevallig aan de sloop. Door de omringende bebouwing was het gebouw toen namelijk niet zichtbaar. Vanuit de bastei werd onder andere de inmiddels niet meer bestaande Veerpoort in de gaten gehouden. Lopend door de kanonsgang met verschillende schietgaten begrijp je waarom de toren hiervoor zo geschikt was: door de ronde vorm kon de vijand vanuit verschillende hoeken worden aangevallen.

De Bastei mammoet

Komt een mammoet bij de kapper
Op de laagste verdieping van de bastei wordt met behulp van een video uitgelegd welke gevolgen de ijstijd voor Nijmegen heeft gehad, zoals het ontstaan van de stuwwal tussen Nijmegen en Kleef. Het ijs bracht ook veel zwerfkeien mee uit Scandinavië, waarvan een aantal in De Bastei te zien is. Veel indruk maakt de enorme mammoetschedel die midden in de ruimte hangt. Deze 41.000 jaar oude schedel werd in 1994 gevonden in een plas in Bergharen. Op een van de schermen is te zien hoe archeologen de mammoet uit het water takelen, en in een van de vitrines is zelfs een pluk mammoethaar te bewonderen.

De Bastei portrettenDieren en mensen van tegenwoordig
Aan je tijdreis naar de ijstijd komt een verdieping hoger abrupt een einde. Hier vind je geen mammoeten, maar dieren die nu rondom Nijmegen leven, zoals otters, bevers en vogels in alle soorten en maten. Ook de Nijmeegse homo sapiens is in het gebouw vertegenwoordigd, want een paar verdiepingen hoger kijk je recht in de gezichten van onder andere politicus Dries van Agt, zanger Ronnie Ruysdael en cabaretier Pieter Derks. Deze bekende Nijmegenaren leggen uit wat hun stad zo bijzonder maakt. De Gelderlander-journalist Rob Jaspers vertelt bijvoorbeeld in een video over zijn band met de Waal, en hardloopster Susan Krumins is enthousiast over de reeën die zij spot tijdens haar rondjes in de bossen. Terwijl je de laatste trap beklimt voor een kop koffie op het dakterras, vraag je je af of De Bastei niet te veel wil. De Stratemakerstoren is absoluut het bekijken waard en ook in de andere zalen kom je veel te weten over Nijmegen. Toch voelt de collectie aan als een bord tapas: je krijgt van alles een beetje. Om bij te komen van de verschillende smaken is het dakterras gelukkig heel geschikt. Vanaf grote hoogte kijk je uit over de Waal, Lent en de Ooijpolder, onder het genot van een stuk appeltaart. Als dat geen goed einde is.

De Bastei dakterras

 

Lees meer

Uit de kunst: De opstandige Nijmegenaar

Door de eeuwen heen heeft het eigenzinnige Nijmegen veel verzet gekend. Van de Bataafse Opstand rond het jaar nul, tot de Studentenopstand in de jaren 70. Deze reis door het verleden is tot en met 25 oktober te bezichtigen in een pop-up museum in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

Tekst: Camee Camperen
Foto's: Irene Wilde

UDK Verzet1 750

Een klein stukje geschiedenis
De kermis bij Lux staat met haar vele licht, kleur en muziek duidelijk in contrast met de serene rust in de Mariënburgkapel. Achter de balie aan het begin van de tentoonstelling zitten drie uiterst behulpzame medewerkers. Zij laten weten dat ze overal iets over kunnen vertellen en dat ze zelfs enkele tentoongestelde gebeurtenissen hebben meegemaakt. De Mariënburgkapel is, met haar mooie ornamenten en prachtige lichtinval, een goede plek voor een tentoonstelling als deze. Deze kapel, een rijksmonument gebouwd in 1431, is een klein stukje geschiedenis midden op het moderne plein van de Lux en de bibliotheek. De met daglicht overgoten ruimte is ingedeeld met schotten die bekleed zijn met posters waarop van alles te lezen is. Iedere opstand heeft zijn eigen verhaal, geïllustreerd met een aantal afbeeldingen en enkele attributen. Echter bestaat de tentoonstelling wel voornamelijk uit teksten. Deze zijn heel interessant, maar het zien van meer attributen had een nog beter impressie van de tijdsgeest en sfeer kunnen geven.

Een drankje te veel UTK Zwaard 450
Tussen alle verhalen en foto's valt het verhaal over Jan Haritz toch wel het meeste op. Hij was een protestantse opstandeling, walmeester en bewoner van de Nijmeegse stadsmuur. Haritz leefde tijdens de Tachtigjarige Oorlog en hij steunde het verzet tegen Spanje. Er kwam echter spoedig een einde aan het leven van Jan Haritz en zijn zoon. Hij praatte zijn mond voorbij toen hij op een avond te veel had gedronken en heeft zo de plannen van het verzet verraden. Op 31 oktober 1585 werden Jan Haritz en zijn zoon geëxecuteerd en gevierendeeld. Het anderhalf meter hoge zwaard waarmee dit gebeurde is ook tentoongesteld, dit maakte het verhaal nog wat spectaculairder.

UTK omafiets 450Verzet van nul tot nu
Wat deze tentoonstelling heel interessant maakt, is dat ze een grote tijdsspanne betreft. Je loopt langs verhalen over de Bataven, de Tweede Wereldoorlog en de bezetting van de Honig. De tentoonstelling heeft wel duidelijk één lijn doordat iedere gebeurtenis zich in Nijmegen heeft afgespeeld. Dit biedt veel momenten van herkenning in de teksten en de foto's. Het verschil in tijdsgeest is duidelijk terug te zien in de attributen. Er is een replica van een Romeins oorlogsmasker te zien, maar ook de oma-fietsen die gebruikt werden om de verzetskranten te verspreiden in de Tweede Wereldoorlog staan tentoongesteld.

Studie in dienst van het volk 
Achter in de kapel springt een verhaal over de Radboud Universiteit in het oog door een foto van het Erasmusgebouw, waarvan de ramen zijn volgeklad met leuzen. Dit was tijdens de studentenopstand van 1968. Een van de leuzen op het gebouw is: STUDIE IN DIENST VAN HET VOLK! Deze leus komt voort uit de kritiek van de studenten op de universiteit. Ze wilden dat de universiteit kritisch denkende wetenschappers opleidt en zich inzet om gelijkheid te creëren in onze samenleving.

Al met al is De opstandige Nijmegenaar een interessante en leerzame tentoonstelling. Hoewel het leuk zou zijn om wat meer attributen te zien, maakten de mooie verhalen en de prachtige locatie, de Mariënburgkapel, veel goed. Een klein stukje rust midden in het centrum van het opstandige Nijmegen.

UDK Slot 750

 

 

Lees meer

Uit de kunst: Het Netwerk

In het Airborne Museum in Oosterbeek is sinds 2 maart de expositie Het Netwerk te zien. De tentoonstelling staat in het teken van de oppositie tijdens de Tweede Wereldoorlog want dit jaar is in Nederland uitgeroepen tot het 'Jaar van Verzet'. In deze expositie is te zien hoe het netwerk van de Nederlandse verzetsbeweging betrokken is geweest bij de Slag om Arnhem.

Tekst: Elisa Ros Villarte
Foto's: Imtiaz Willems

Airborne Museum 1Sterk contrast
Het zomerse weer buiten staat in fel contrast met het zware thema van de tentoonstelling. Het museumgebouw staat in de steigers maar daar doorheen is de luxe uitstraling van de villa nog steeds te zien. Hetzelfde gebouw werd in 1944 door de Britse eerste Luchtlandingsdivisie gebruikt, de militaire eenheid die in de Slag om Arnhem heeft gevochten tijdens Operatie Market Garden, de grootste operatie op Nederlands grondgebied van WOII. Bij binnenkomst krijg je door de mooie trappen en het sierlijke behang het idee dat je in Downton Abbey rondloopt. De expositie begint op de eerste verdieping met een gedateerd filmpje in Schooltv-stijl waarin een korte geschiedenisles wordt gegeven over Operatie Market Garden en de Hongerwinter door middel van een topgrafiekaart van Nederland en korte zwart-wit beelden. Interessanter dan de film is de omgeving, waar militaire helmen en hoeden, onderscheidingen en portretfoto's staan uitgestald. Daarnaast zijn er verschillende fotocollages te bewonderen en quotes van generaals te bekijken, zoals 'Ik denk dat Market Garden gedoemd was te mislukken'. Op de achtergrond eindigt de film ondertussen met de zoetsappige woorden: 'Vrijheid beleef je en maak je met elkaar', waarna de melodie van het Wilhelmus klinkt. Gelukkig zijn er in de andere zalen nog meer bijzondere historische voorwerpen te bewonderen en worden diverse scènes uit WOII met behulp van etalagepoppen uitgebeeld.

Van identiteitsplaatje tot Victoria Cross
In de volgende ruimte staan in grote vitrines geweren en paspoppen in uniform uitgestald. In de verschillende lades onder deze vitrines zijn bijzondere voorwerpen te vinden, zoals onderdelen van Horsa zweefvliegtuigen, een commandovaandel met SS-doodskop en een identiteitsplaatje van een SS-Panzerdivision-soldaat. Achter glas is ook een doktersjas tentoongesteld waar de bloedvlekken nog op te zien zijn. Daarnaast hangt een oranje armband die gedragen werd door het Nederlandse verzet en een vloerdeel met bloedvlekken dat afkomstig is uit een noodhospitaal. Op deze manier wordt WOII wat tastbaarder gemaakt en krijg je de rillingen.

Airborne Museum 2 groot

Op de begane grond zijn vele Victoria Cross onderscheidingen te vinden in een uitvergroot kartonnen Victoria Cross . Aan de muur hangt een ouderwetse vaste telefoon waar je kan luisteren naar de verhalen van vijf mannen die een Victoria Cross in ontvangst hebben mogen nemen. Boven de deur van de volgende zaal Willem-Alexander en koningin Máxima, wat uit de toon valt met de foto's in de rest van de zaal. Daarnaast kun je op een touchscreen een archief van foto's uit de Tweede Wereldoorlog doorbladeren

Airborne Museum 3'Oranje zal overwinnen'
Een verdieping lager zijn als onderdeel van het decor houten panelen te zien met daarop leuzen in witte verf, zoals 'Oranje zal overwinnen' en zijn er verschillende scènes in etalages uitgebeeld. Op de muren hangen stukjes tekst met ernaast foto's in dagboekvorm die beknopt de biografie vertellen van mensen die een belangrijke rol in het verzet speelden. Zo wordt bijvoorbeeld het levensverhaal van John Winthrop Hackett verteld, die commandant was in het 4e bataljon en onderdoken zat bij drie vrouwen in de buurt. Daarnaast beelden de etalagepoppen weer gedetailleerde taferelen uit, zoals een militair op zijn sterfbed in het veldhospitaal waar een predikant de laatste biecht afneemt met een kleine bijbel opengeslagen en krukken in de hoek. In de tentoonstelling maken de levensgrote, realistische displays die verschillende verhalen uitbeelden de meeste indruk, naast de vele bijzondere voorwerpen.

De ervaring
Drie verdiepingen onder de grond kan de bezoeker zelf ervaren hoe het was om als Britse parachutist in de Slag om Arnhem te belanden. Deze Airborne Experience hoort niet bij de tijdelijke tentoonstelling maar is zeker het bekijken waard. In de experience loop je door een gedeelte van een vliegtuig en daarna lijkt het alsof je in de loopgraven bent beland door middel van knappe audiovisuele effecten. De tentoonstelling eindigt met harde cijfers van het aantal vermisten, krijgsgevangenen en gewonden, onderverdeeld in Duitse soldaten en geallieerden. Zo eindigt de expositie toch met een serieuze noot.

Door middel van foto's, voorwerpen, filmbeelden en documenten wordt in het Airborne Museum het verhaal om de Slag om Arnhem beeldend en interessant verteld. In The Airborne Experience komt het verhaal uit de tijdelijke expositie 'Het Netwerk' tot leven. De indrukwekkende en leerzame tentoonstelling 'Het Netwerk' is nog te bezichtigen tot en met 1 maart 2019 in het Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek.

 

Lees meer

Uit de kunst: Nijmegen in vogelvlucht

Sinds 23 september is in Museum het Valkhof in Nijmegen de tentoonstelling 'Nijmegen in vogelvlucht 1876 – 1910' te bezichtigen. De expositie draait om de enorm grote tekening van de Nijmeegse kunstenaar Ben Luderer, waarin het centrum Nijmegen zoals het er tot ongeveer een eeuw geleden uitzag vanuit helikopterperspectief is weergegeven. ANS bezocht het museum en nam een duik in de kartografische geschiedenis van Nijmegen.

Tekst:Vince Decates en Jean Querelle
Foto's:Kelley van Evert

Zaaltje achteraf
Om de werken van Luderer te bereiken moet de bezoeker zich eerst door kamers vol Romeinse gladiatoren en abstracte schilderijen van Robert Terwindt banen. De zaal waarin de tentoonstelling te vinden is, is namelijk in een hoekje van het museum gevestigd. In tegenstelling tot de zalen eromheen zijn de muren bij de expositie van Luderer wit. Dit geeft rust en komt de collectie schetsen die tentoon wordt gesteld ten goede, omdat die toch grotendeels in grijstinten zijn gemaakt.

Ben Luderer groot 3Bij binnenkomst vallen meteen drie stukken op. Allereerst hangen twee grote zwart-wit foto’s met daarvoor respectievelijk het beeld van een olifant en een eenhoorn aan weerszijden van de kamer. Een derde beeld van een gaper, dat tevens het enige echt kleurrijke object in de ruimte is, is een beetje de vreemde eend in de bijt gezien de sobere inrichting van de zaal. De drie beelden zijn kunstwerken die lange tijd in het straatbeeld van het centrum te zien waren. Inmiddels zijn de ze al jaren weg uit het hart van de Keizerstad. Slechts de levensgrote zwart-wit foto’s, herinneren nog aan de tijd van toen. Daar draait het tenslotte om bij de tentoonstelling: hoe Nijmegen er tussen de jaren 1876 en 1910 uitzag. Tot slot springt ook het ruim vier meter grote levenswerk van Ludererer (450 x 125 cm), waarop historisch Nijmegen is nagetekend, in het oog. Om de beelden heen zijn tal van kleinere schetsen, maquettes van Nijmeegse gebouwen en aquarellen te zien. Het gros daarvan zijn afbeeldingen van historische gebouwen in de Waalstad. Een Nijmegenaar zal gelijk de Stevenskerk, de Waagh of de Belvédère herkennen. In een documentaire, die in een zaaltje naast de expositie draait, legt Luderer uit dat hij vooral werkte vanuit de liefde voor zijn geboortestad.

Ben Luderer groot 1

Where is Waldo?
Het pronkstuk van de collectie is het magnum opus van de kunstenaar. Het werk, bestaande uit twee grote frames, lijkt het op eerste oog wat slordig en zelfs onnauwkeurig. Het is niet getekend op twee aparte vellen, maar op een mengelmoes van stukken papier. Deze stukjes zijn met verschillende diktes uitgewerkt en vervolgens als een soort puzzel in elkaar gelegd. Daarnaast zijn sommige vellen ook zeer gedetailleerd ingevuld, waar andere delen slechts een ruwe schets zijn of zelfs zo goed als leeg. Het werk is dan ook niet af, maar zal volgens de kunstenaar zelf ook nooit af komen.

Ben Luderer groot 2

Wanneer de bezoeker ervoor gaat staan om te kijken wat er allemaal precies te zien is op de tekening, dringt de precisie waarmee gewerkt is pas goed door. De gebouwen zijn allemaal goed in verhouding en soms uitgewerkt met prachtige details. Zo worden de versiering op de gevels van enkele panden, de franjes op de toren van de Stevenkerk en de oude poort van het gemeentehuis opeens zichtbaar. Voor de bezoeker die niet uit Nijmegen komt en zodoende onbekend is met de gebouwen liggen er handige kaarten naast waarop enkele belangrijke punten worden uitgelicht. Maar ook zonder deze kaarten is er genoeg te zien op de immense tekening. Hoe langer je kijkt, hoe meer nieuwe details je opvallen. Minuscule data op de daken van de huizen waarmee het sloopjaar is aangegeven, namen van oude bewoners en enkele personen die ronddwalen in de straten worden zichtbaar. Door dit soort kleine details komt het Nijmegen van Luderer haast tot leven.

Te indrukwekkend
De tekening is erg indrukwekkend, maar er kleeft één nadeel aan. Het werk is zo groot en gedetailleerd, dat de schetsen eromheen in het niet vallen. Wanneer je enkele minuten de tot in detail geschetste Stevenstoren hebt zitten te bestuderen, zijn de snelle schetsjes en aquarellen die ook in de zaal hangen helaas niet meer zo indrukwekkend. Ondanks dat het vooral om knappe technische getekende afbeeldingen gaat, kunnen ze bij lange na niet tippen aan het meesterwerk van de kunstenaar. Een tip voor de toekomstige bezoeker: baan je eerst een weg langs de kerken en andere historische gebouwen rondom het meesterwerk van Luderer.

Ben Luderer groot 4

 

Lees meer

Uit de kunst: Sieraden in het Afrika Museum

Van 13 oktober 2018 tot en met 2 juni 2019 is in het Afrika Museum in Berg en Dal de tentoonstelling Sieraden – Makers & Dragers te bezichtigen. De mooiste en meest bijzondere sieraden uit de eigen collectie worden samen met sieraden van hedendaagse kunstenaars vertoond. Het gaat daarbij niet alleen om de objecten zelf, maar het Afrika Museum laat vooral de mensen en de technieken achter de sieraden zien.

Tekst: Anna Koudijs
Foto's: Irene Wilde

UDK 750x

De weg naar het museum vanuit Nijmegen is een flinke fietstocht, maar de pittoreske omgeving van Berg en Dal maakt een hoop goed. Eenmaal binnen in het museum blijkt dat ze bezig zijn met verbouwen. Hierdoor is de oorspronkelijke looproute door het gebouw niet meer intact. Bezoekers moeten via een deel van de vaste opstelling naar de tijdelijke tentoonstelling. Een vreemde ervaring, want dit gaat tegen de door het museum bedachte volgorde in. Gelukkig wordt bij de kassa een plattegrond van het museum uitgedeeld, die al snel voor verheldering zorgt.

Vaste collectie 
Voordat de bezoeker de tentoonstellingsruimte bereikt, moet deze door de laatste twee zalen van de vaste collectie. In deze zalen bevindt zich een heel scala aan objecten: beelden, textiel, amuletten, schilden, aardewerk en nog veel meer. Alles wordt gebruikt om de rituelen en gebruiken van verschillende Afrikaanse stammen uit te leggen. Door het toevoegen van filmfragmenten probeert het museum de objecten meer betekenis te geven. Deze laten goed zien hoe rituelen en gebruiken worden uitgevoerd.

  UDK2 230x  UDK1 230x   UDK3 230x

In de onderschriften bij de voorwerpen wordt regelmatig onderscheid gemaakt tussen verschillende stammen, maar er wordt ook vaak gesproken over heel Afrika. Daarnaast is er bijvoorbeeld meer aandacht voor de verspreiding van het christendom en de islam dan voor lokale religies. Dit soort eurocentrische generalisaties en een koloniaal verleden zijn problematisch voor musea en vormen een dilemma voor conservatoren. Dergelijke problemen zien we ook bij onze zuiderburen. Begin deze maand heropende het Africamuseum (voorheen het koloniaal museum) in Tervuren. Bij deze heropening werd België pijnlijk geconfronteerd met het koloniaal verleden doordat Congo dezelfde dag hun cultureel erfgoed terugeiste.

Dragers & Makers 
Via de vaste opstelling kom je via een gang op een soort galerij. Hier begint de tentoonstelling met de eerste sieraden van de in totaal 700 stuks die kunnen worden bewonderd. Sieraden uit de collectie van het Afrika Museum worden afgewisseld met stukken van hedendaagse kunstenaars en ontwerpers. De expositie is opgebouwd door de sieraden te ordenen op het soort materiaal waarvan ze gemaakt zijn, zoals kralen en zilver, maar ook mensenhaar en vogels.

   UDK4 230x  UDK6 230x    UDK5 230x

Zoals de naam van de tentoonstelling al suggereert, gaat het niet alleen om de objecten zelf maar ook om de mensen erachter. Bij binnenkomst is het eerste waar het oog op valt een hele rits aan hangende beeldschermen. Hierop krijgt de bezoekers verhalen van verschillende mensen te zien die sieraden bezitten en dragen. Het zijn persoonlijke verhalen waarin mensen vertellen over hun favoriete sieraad is en hoe hun liefde voor sieraden ontstaan is. Door de expositie zijn meer persoonlijke verhalen verweven, bijvoorbeeld van ontwerpers en makers. Zo wordt onder andere het verhaal verteld van zilversmid Abdallah Ben Ahmed. Hij was een van de eerste edelsmeden met een moslimachtergrond in Rissani, Marokko, nadat de joodse edelsmeden naar Israël geëmigreerd waren in de jaren '50. Naast sieraden van zijn hand is ook zijn gereedschap in de tentoonstelling opgenomen.

UDK 450xAuthenticiteit
In de tentoonstelling zijn naast hedendaagse sieraden van westerse ontwerpers voornamelijk sieraden uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika te zien. Al bij de tweede vitrine wordt de authenticiteit van deze sieraden ter discussie gesteld. Hierin liggen namelijk meerdere kralenkettingen uit Afrika. De bijbehorende video laat echter al snel zien dat de kralen in feite niet Afrikaans, maar Europees zijn. Zo blijkt dat de kralen die door ons typisch geassocieerd worden met Afrika in werkelijkheid worden geproduceerd in Europa, namelijk in Venetië en Tsjechië. Deze tegenstrijdigheden zijn al vaker aan de kaak gesteld, onder andere door de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare.

Al met al heeft het Afrika Museum een mooie tentoonstelling neergezet met veel verschillende soorten sieraden, van hele diverse materialen en uit verschillende periodes en culturen. De bezoeker krijgt een goed beeld van hoe de geëxposeerde sieraden gemaakt zijn en gedragen worden door goed gebruik van foto- en filmmateriaal. De tentoonstelling is de vermoeiende fietstocht meer dan waard.

 

 

 

 

Lees meer

Uit de kunst: SS - Veelzijdig Extremisme

In het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek is sinds 11 oktober de voorstelling 'SS - Veelzijdig Extremisme' te bezichtigen. Een voorstelling over een van de meest beruchte organisaties uit de geschiedenis, de Duitse Schutzstaffel: De paramilitaire beschermafdeling van de NSDAP van Adolf Hitler. Met de expositie wil het museum naar eigen zeggen zo inhoudelijk mogelijk de geschiedenis, structuur en ideologie van de SS belichten.

Tekst: Vince Decates en Steven Huls
Foto's: Steven Huls

OmstredenTentoonstelling SS uniform 3 groot
De tentoonstelling is echter niet onomstreden. Zo werd in onder andere de Gelderlander en de Volkskrant bericht over de kritiek van instanties als het Centrum Informatie en Documentatie Israël. De keuze van het museum om de Waffen-SS als 'een van de meest multiculturele organisaties ter wereld' te omschrijven, riep de nodige weerstand op. Alle publiciteit heeft het museum echter geen windeieren gelegd. In het gastenboek dat in de expositieruimte ligt hebben mensen uit het hele land een boodschap achter gelaten, al was misschien niet iedereen even enthousiast.

Want wie verwacht grote hakenkruisvlaggen of afbeeldingen van beruchte nazi’s te zien, komt op een afbeelding van SS-topman Heinrich Himmler na, bedrogen uit. Het overgrote deel van de tentoonstelling bestaat uit lappen tekst die uitleg verschaffen. In de ruimte staan slechts een paar attributen uitgestald, waar relatief weinig SS-logo’s of swastika’s op te herkennen zijn. De entree van het museum zelf maakt daarentegen meer indruk. Aan het begin van de vaste tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog komt de bezoeker direct een afbeelding van Adolf Hitler met daarboven een grote adelaar tegen. Onder de foto van Hitler ligt Mein Kampf tentoongesteld.

De geleverde kritiek lijkt dus deels voorbarig. De tentoonstelling is niet choquerend, laat staan dat de SS wordt genormaliseerd, maar geeft vooral een droge uitleg over hoe de SS als organisatie bestond. De beginperiode, de structuur, de connectie met het bedrijfsleven, de werkwijze en de na-oorlogse berechting: alle kanten worden belicht, precies zoals het museum beoogde te doen met de voorstelling. Maar ook de zwarte kant van de SS komt duidelijk aan bod. De concentratiekampen, de executies in onder andere Oekraïne en de onderzoeken van de Ahnenerbe, de cultureel-antropologische afdeling van de SS die onderzoek deed om de superioriteit van het Arische ras te bewijzen, zijn enkele voorbeelden daarvan.

SS is overal
Het is misschien niet direct duidelijk, maar de SS zit overal in de tentoonstelling verwerkt. Niet alleen in het onderwerp en de afbeeldingen, maar ook in de opzet. Dit is vooral in de opmaak van de tekst goed terug te zien. Mede doordat er relatief weinig te zien valt en veel gelezen moet worden, is de manier waarop de tekst is weergegeven bij deze expositie van belang. Net zoals de kamer zelf, zijn de grote borden met tekst aan de zijkanten en in het midden van de kamer van de ruimte namelijk zwart. Hierdoor voelt het geheel zelf ook vrij klein aan. Op de borden staan grote vlakken met tekst erop. Deze tekstvlakken zijn schuin afgesneden, in een uitvergroot sjabloon van een bliksemschicht. Hoewel het niet daadwerkelijk in het SS-logo geschreven staat, verwijst de opmaak er dus wel naar. Ook de kleurkeuze, rode vlakken met witte of zwarte tekst erop tegen een zwarte achtergrond, is een verwijzing naar Nazi-Duitsland. In de symboliek van die staat, werden die drie kleuren namelijk veelvoudig gebruik.

Tentoonstelling SS overzicht groot

De expositie is dus lang niet zo confronterend -het aantal hakenkruizen is op een hand te tellen- als alle ophef in de media doet verwachten en zelfs wat droog. Desondanks is het inhoudelijk een leerzame tentoonstelling, waar goed over na is gedacht. De compositie, tekst en inrichting dragen ook zeker bij aan het geheel. Voor de historicus valt er gezien alle tekst misschien weinig nieuws te ontdekken, maar voor de doorsnee bezoeker geeft de tentoonstelling een compleet beeld over de verschillende aspecten van de SS als organisatie. Precies zoals het museum voor ogen had.

 

Lees meer

Uit de kunst: Tim Walker, The Garden of Earthly Delights

De Engelse fotograaf Tim Walker liet zich voor zijn tentoonstelling 'Tim Walker, The Garden of Earthly Delights' inspireren door de middeleeuwse schilder Jheronimus Bosch. Tot 25 februari is het resultaat te bekijken in het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch, de plaats waar Bosch jarenlang woonde.

Tekst en foto's: Noor de Kort en Wout Zerner

Een zaal vol sprookjes
Het eerste dat opvalt bij het betreden van de zaal, is de enorme omvang van de doeken waarop de foto's zijn afgedrukt. De modellen torenen hoog boven de bezoekers uit en kijken hen indringend, soms zelfs hooghartig, aan. De onpeilbare blikken en het sprookjesachtige decor zorgen voor een mysterieuze sfeer die ook kenmerkend is voor het werk van Bosch.

Tim Walker licht en donker grootFotograaf Tim Walker weet de stemming van de schilderijen van Bosch goed te vangen. De voornaamste inspiratiebron voor de foto's is het schilderij De Tuin der Lusten van Jheronimus Bosch waarin het linkerpaneel het paradijs verbeeldt, het middenpaneel het wereldse bestaan met al zijn verleidingen en het rechterpaneel de hel. Dit schilderij is om deze reden centraal aanwezig in de eerste zaal van de tentoonstelling. Walker heeft niet geprobeerd om de voorstellingen uit De Tuin der Lusten te imiteren, maar gebruikt elementen uit het schilderij voor een eigen weergave van de wereld van Bosch. Het kleurgebruik van Walker vertoont bijvoorbeeld sterke overeenkomsten met die van de schilder. Zowel de lichte kleuren in het linker- en middenpaneel van het drieluik als de donkere tinten in het rechterpaneel komen terug in verschillende foto’s. Het sterke kleurcontrast in het schilderij is ook te zien in een tweetal foto’s genaamd 'egg and conch shell, dark' en 'egg and conch shell, light'. Deze haast identieke kunstwerken verschillen alleen als het gaat om lichtgebruik, zoals de titels al verraden.

Tim Walker decorstuk grootDe Tuin van Walker
De Tuin der Lusten van Bosch wordt vooral bevolkt door naakte mensen. De foto's van Walker sluiten hierbij naadloos aan. De modellen zijn bijna allemaal schaars gekleed, maar wel vaak omgeven door fluwelen stoffen waarin de achtergrond van Walker als modefotograaf tot uiting komt. De naakte figuren eten op het middenpaneel van De Tuin der Lusten gretig van enorme aardbeien, bramen en kersen in een landschap met bloemen en dieren. De natuur speelt dus een grote rol in het schilderij. Walker verbeeldt deze omgeving in zijn foto's door het gebruik van levensgrote bloemen, schelpen en vruchten. Deze bijzondere decorstukken maken ook onderdeel uit van de tentoonstelling, waardoor het maakproces van de foto's dichtbij komt. Aan onderdelen die Walker aan het schilderij van Bosch ontleent, voegt hij eigen symbolen toe. Zo is de slang uit het Paradijs, symbool voor verleiding, op het kunstwerk van Bosch afwezig, maar wel meermaals te zien in de foto's van Walker.

De foto's van Walker maken indruk door hun grootte en mystieke sfeer die veel overeenkomsten vertoont met de sfeer van de schilderijen van Bosch. Door de weinige uitleg bij de foto's is het wel aan de bezoekers om de gelijkenissen zelf te zoeken. Zeker voor hen die bekend zijn met de schilderijen van Bosch is de tentoonstelling daarom een aanrader. Voor anderen is het een uitdaging de wereld van Bosch via een omweg te ontdekken.

Tim Walker zaal groot

 

Lees meer