ANS leest: Dave Eggers, Zeitoun (2009)

Dave Eggers, tegenwoordig vooral bekend van The Circle (2013), weet in zijn romans op indrukwekkende wijze persoonlijke verhalen te combineren met grotere maatschappelijke kwesties. Op die manier confronteert hij lezers keer op keer met realiteiten die net voorbij het voorstellingsvermogen liggen, maar toch dichtbij genoeg zijn om binnen te komen. Zo ook in Zeitoun, dat het verhaal vertelt van de Syrisch-Amerikaanse Abdulrahman Zeitoun, die in de nasleep van de orkaan Katrina te maken krijgt met de ergste uitwassen van systematische xenofobie. Het resultaat is een roman die vandaag de dag minstens zo relevant en schrijnend is als toen het uitkwam.

Geschenk van boven
Als orkaan Katrina in het najaar van 2005 richting de Amerikaanse staat New Orleans trekt, maken de inwoners van de stad zich op voor een storm zoals er jaarlijks zoveel zijn. Naarmate de berichten ernstiger worden, besluiten steeds meer mensen om toch te vertrekken. Zo ook het gezin van Abdulrahman Zeitoun. Terwijl zijn gezin vertrekt, besluit Zeitoun echter om zelf in New Orleans te blijven, tegen alle bezwaren van zijn vrouw Kathy in. In eerste instantie vooral omdat hij denkt dat de storm wel meevalt en hij wil zorgen dat de verschillende projecten van hun aannemersbedrijfje stormklaar zijn. Zelfs nadat de stad onder water komt te staan door een overstroming besluit hij toch blijven. In een tweedehands kano peddelt hij rond, op zoek naar mensen en dieren die zijn hulp nodig hebben. Langzaam begint Zeitoun te geloven dat dit een soort goddelijke opdracht is en daarom besluit hij nog langer te blijven. Hier komt ook de grote rol die het islamitische geloof in Zeitouns leven speelt naar voren, een rode draad door de hele roman heen.

'How could he explain to Kathy, to his brother Ahmad, that he was so thankful he had stayed in the city? He was certain he had been called to stay, that God knew he would be of service if he remained. His choice to stay in the city had been God's will.'

Venijn in de staart
Zeitoun’s "missie" om mensen in de overstroomde stad te helpen gaat een tijdje goed, maar al snel kan zijn familie hem niet meer bereiken, terwijl hij wel toegang heeft tot een telefoon. Iedereen maakt zich grote zorgen gezien de verhalen in de media over moorden, overvallen en algehele anarchie in de stad. Ook de lezer blijft enige tijd in spanning, want pas na een pagina of veertig wordt het lot van Zeitoun duidelijk. Daardoor leeft de lezer mee met de wanhoop van Kathy en het geeft extra gewicht aan de uiteindelijke onthulling van wat er met Zeitoun is gebeurd. Eggers verwijst in de loop van de roman regelmatig naar de moslimachtergrond van Zeitoun en zijn familie en de problemen die dat soms met zich meebrengt in de Amerikaanse maatschappij. Maar pas tegen de climax wordt echt goed duidelijk wat het gevaar van The War on Terror en de daarmee gepaard gaande paranoia werkelijk kan zijn voor Amerikaanse burgers van buitenlandse komaf. Het is voor Zeitoun het begin van een strijd tegen een systeem waarin hij letterlijk en figuurlijk machteloos is.

Stranger than fiction
Wat het boek mogelijk extra bijzonder maakt, is dat het een waargebeurd verhaal is. Afgaande op de verantwoording en de uitgebreide bronnenlijst achterin het boek, heeft Dave Eggers veel onderzoek gedaan en daardoor heeft hij weinig aan het verhaal hoeven doen om een indrukwekkende roman neer zetten. Met behulp van foto's wordt de lezer er bovendien regelmatig aan herinnerd dat het om feiten gaat. Toch is Eggers erin geslaagd een heel eigen roman neer te zetten, met gelaagde en overtuigende personages. Op die manier sleurt hij de lezer mee en weet het beklemmende gevoel van onrechtvaardigheid goed over te brengen. Hoe kon iemand als Zeitoun zo behandeld worden? De gevoelens die het verhaal oproept, staan in groot contrast met Zeitouns eigen reactie, die relatief kalm weet te blijven onder alles wat hem overkomt. Tegen alle verwachtingen in houdt hij het hoofd boven water onder de meest extreme omstandigheden.

In het laatste hoofdstuk maakt Eggers de balans op en wordt duidelijk hoezeer Zeitoun en zijn gezin te lijden hebben gehad van Katrina. Tegelijkertijd blijkt ook dat hij qua karakter nauwelijks is veranderd. Ondanks alles is hij onverminderd optimistisch over zijn toekomst en over het land waarin hij leeft, zijn 'adopted country', zoals hij het zelf noemt. Dat is anno 2018 misschien wel de belangrijkste les van deze roman. Hoe vijandig en wreed Amerikanen soms ook mogen zijn tegenover immigranten, er zullen altijd mensen zijn zoals Zeitoun die op hun eigen manier invulling geven aan de notie van de Amerikaanse droom.

 

Lees meer

ANS leest: De avonturen van Alexander von Humboldt ★★★★

'De avonturen van AlexandervonHumboldt' is eengraphicnovelgeschreven door Andrea Wulf en geïllustreerd door Lillian Melcher. Het boek gaat over een natuurwetenschapper en ontdekkingsreiziger uit de 19e eeuw. De ideeën die hij tijdens zijn reis opdeed over klimaatveranderingen,ontbossing en slavernij, zijn nuredelijk gangbaar, maar in die tijd nog niet. Met zijn vernieuwende opvattingen inspireerde hij Goethe en Darwin, die hem de 'belangrijkste wetenschapper aller tijden' noemde.

Teskt: Inge Spoelstra

Ontdekkingsreizen waren in de 19e eeuw een ongebruikelijke en heldhaftige onderneming. Alexander is samen metAiméBonpland, een botanisch tekenaar, en zijn bedienden vaak lang onderweg met de boot en te voet. Ze reizen onder andere door Mexico enVenezuela, waar hij onderzoek doet naar de verbondenheid van vulkanen en de gevolgen van ontbossing. Ook de inheemse culturen bestudeert hij grondig, waarbij hij het tot slaaf maken van de lokale bevolking afkeurt. Naast zijn ontdekkingen krijgen we ook een kijkje in zijn privéleven, zoals zijn standpunten over religie.In een van zijn boeken waarin hij over het universum schrijft, noemde hij dan ook geen één keer het woord God, waardoor hemna het verschijnen van het boekverweten werd dat hij een 'verbond met de duivel' had gesloten.

Tijdreiziger
Het boek wordt vanuit het heden verteld door de overleden Alexander die vanuit 2019 als het ware terugblikt op zijn leven. Hierdoor krijgt het een bijzondere vertelstructuur. Sommige van zijn ontdekkingen en publicaties kregen namelijk pas veel aandacht na zijn dood. Hij vertelt, soms tegen het arrogante aan, hoe zijn ideeën een grote impact hebben gehad op de wetenschap en hoe men nunaar de wereld kijkt. Zeker zijn stellingen over klimaatveranderingen waren voor zijn tijd erg bijzonder. Met zijn meetapparatuurmat hij de veranderingen van het klimaat en redeneerde hij dat overzeese handel niet goed is voor het milieu. Hoewel het nuduidelijk is dat we de natuur moeten beschermen, was dat in zijn tijd nog niet zo. Door de tekst en de tekeningen raak je ervan bewust dat klimaatverandering al een erg lang proces is, waaroverHumboldt een van de eerste was die zich daar druk om maakte.

Grafische vertelstijl
De auteur noemt het boek zelf een 'non-fictie strip'. Het boek is namelijk een mix tussen een strip, eengraphicnovel en een kunstboek. De illustrator maakt gebruik van oude prints, brieven met het handschrift van de wetenschapper, gedroogde planten en haar eigen tekeningen. Deze elementen heeft ze verwerkt in collages, die er per pagina verschillend uitzien. Hierdoor wil je naar elke pagina blijven kijken. Eenleuk detail is datHumboldtin de boeken diehijzelfschreef vaak uitklappagina's voegde. Als een knipoog hiernaar heeft illustrator Melcher in het midden van het boek ook een uitklappagina opgenomen.

Wulf en Melcher hebben met dit boek het leven van een man die zo'n grote stempel op de wetenschap heeft gedrukt prachtig in beeld gebracht. Door middel van de tekst, maar zeker ook de illustraties voel je je onderdeel van het verhaal. Dit boek is een aanrader voor allen die geïnteresseerd zijn in avonturiers, natuur, wetenschap en dit eens op een vernieuwende manier gepresenteerd willen krijgen.

 

Lees meer

ANS leest: Duivelsdag (2019) ★★★

Stel je voor dat alles om je heen, dat je kent en dat je lief is één strook aan traditie is. De liedjes die je zingt, de dagen die je viert, het eten dat je eet. Allemaal gestoeld op tradities waar de Duivel onderdeel van is. De Duivel die om de hoek woont, zich in holen verschuilt in de winter en zich te goed doet aan alles wat beweegt in de zomer. Hij beheerst het weer in de meest extreme omstandigheden en dwingt de mensen tot gehardheid in doen en laten. Hij test ze en speelt met hun levens. Maar dat alles is een mythe, dat kan niet waar zijn. Toch?

Tekst: Karlijn van Brakel

Duivelsdag is het tweede boek van schrijver Andrew Michael Hurley die in 2014 debuteerde met The Loney, waarvan al snel een herdruk kwam en dat later zelfs in meer dan twintig landen werd verkocht. In 2016 werd het boek bekroond met de Book of the Year-prijs en daarnaast won het de Costa Best First Novel Award. Een veelbelovend vooruitzicht dus voor zijn tweede boek. Duivelsdag is een sinister boek dat laat zien waartoe mensen in staat zijn betreft familie, traditie en eigendom. Waar verhalen van vroeger toch meer zijn dan sprookjes of bangmakerij.

Nog één hoofdstuk
Duivelsdag is een horror waarin de hoofdpersoon John Pentecost elk jaar terug gaat naar zijn geboortestreek om de schapen binnen te halen. Deze keer heeft hij zijn pasgetrouwde zwangere vrouw bij zich. Ze kan maar moeilijk wennen in de met traditie doordrenkte streek. De meest obscure tradities komen naar voren en ook de houding van de mensen in het gebied de Endlands is opzienbarend. Opmerkelijk is dat het boek geen hoofdstukken heeft. De auteur heeft gekozen voor delen met de titels die gekenmerkt worden door wat er besproken wordt in dat gedeelte. Het begint met 'de Grote Sneeuwstorm', waardoor al meteen de interesse wordt geprikkeld. Maar dankzij de lange beschrijvingen in het volgende deel over het gebied van de Endlands is het erg lastig om doorheen te komen. De vele namen die erin spelen, zowel in het heden als in het verleden maken het haast nodig om een stamboom of indeling van de mensen in het gebied te hebben.

'Maar een boer in de Endlands was nooit meer dan een beheerder. Niets was ooit iemands bezit, het moest altijd worden doorgegeven.'

Op en neer springende tijdlijnen
Het verhaal wordt verteld door de ogen van John Pentecost. Op het ene moment vertelt hij over het jagen met zijn zoon Adam, het andere moment zijn we in de tijdlijn van 11 jaar geleden en even later gaan we terug naar de tijd dat John 11 jaar was. Door deze op en neer gaande tijdlijnen is het boek soms lastig te volgen. Wel zijn bepaalde koppelingen door de sprongen in de tijd gemakkelijker te leggen. Ook de verhalen die John aan de lezer verteld als achtergrondinformatie over zijn schaaphoedende voorouders, de stichters van de lokale fabriek of de man die de kerk heropbouwde nadat de monniken de Endlands hadden verlaten helpen bij de beeldvorming over het gebied waar het zich afspeelt en wat soort mensen er wonen.

Lastige struikelblokken
Ook al gaat de snelheid door de vele beschrijvingen na het eerste deel sterk achteruit en zul je de drang hebben om het boek weg te leggen, door telkens een klein tipje van de sluier op te tillen creëert Hurley nieuwsgierigheid bij zijn lezers en zet hij ze aan het denken. Wat als deze persoon nu daar mee bezig was? Is dat echt gebeurd of is dat een illusie geweest? Naast de lange beschrijvingen zijn ook de hoeveelheid namen een struikelblok om door het verhaal heen te komen. Het is dan wel een hulp als beeldvorming, maar ondertussen is het een komen en gaan van personages die niet altijd even belangrijk zijn voor het verhaal. Het inpassen van de namen gaat gepaard met de kaart van het gebied, de Endlands en van de woeste gronden, Underclough. Wel is het besef van het geheel is soms ver te zoeken. Dit maakt het moeilijk om lekker door te lezen en je helemaal het verhaal te laten zuigen.

'Tik-tak, tik-tak,' zei Grace. 'Je maakte je zorgen, of niet?' 'Pardon?' 'Dat het te laat zou zijn.'

Ontwikkeling van de personages
Het is verbazingwekkend hoe statisch of juist veranderlijk de personages in het boek zijn. Waar John door het boek heen als ik-verteller een vrij constante blijft en blijft drammen op zijn terugkeer naar zijn geboortestreek, maakt zijn vader een verandering door: van norse middelbare man tot een man die veel te lijden heeft onder het harde leven in de streek en dit probeert te onderdrukken met een grote dosis sigaretten.

Met de Duivel op de loer en de gierende wind door je haar geeft Hurley een sterk visueel beeld over de streek. Desondanks valt de spanningsboog tegen en had er meer actie en spanning in gemogen. Een kleine waarschuwing op het einde: kijk uit waar je loopt en wie je tegenkomt, de Duivel kan zo op je overspringen.

 

Lees meer

ANS leest: Echo Thomas Olde Heuvelt (2019) ★★★★

Van Radboudstudent naar bestsellerauteur: Thomas Olde Heuvelt is wereldberoemd bij fantasyfans. Zijn roman Hex – over een vloek die boven het plaatsje Beek hangt – werd meer dan 250.000 keer verkocht. In zijn sublieme nieuwste boek Echoverkent Olde Heuvelt de natuurkrachten van de bergen.

Tekst: Joep Dorna
Foto: Vincent Veerbeek

De oud-student Amerikanistiek - hij geeft er af en toe nog gastcolleges - worstelde met de druk die zijn bestsellerstatus met zich meebracht, vertelde hij in een interview met ANS. 'Ik had ontzettend het gevoel dat ik me moest gaan bewijzen met het volgende boek. Daardoor merkte ik dat ik het schrijven veel moeilijker ben gaan vinden. Die druk om het nóg beter te doen, heeft lang het ongedwongene uit het schrijven gehaald.'

Ondanks de druk is het Olde Heuvelt toch gelukt: Echo is een beter boek dan Hex. Echo is niet alleen een spannende thriller met een fantastische ontknoping, maar ook een gelaagd verhaal met fijngevoelige interactie tussen de hoofdpersonen. Daarnaast zijn sommige zinnen werkelijk subliem. Olde Heuvelt blijkt zonder twijfel als taalvirtuoos gegroeid te zijn.

Dramatische klim
Echo beschrijft de nasleep van een dramatische klim van de Zwitserse berg Le Maudit. Nick Grevers en zijn klimmaatje Augustin besluiten deze mysterieuze berg te beklimmen na door de betoverende piek gelokt te zijn. Op de berg gaat het helemaal mis: Augustin verdwijnt in de afgrond en Nick wordt ternauwernood gered. De prijs die hij voor zijn leven moet betalen lijkt in eerste instantie fysiek: Nicks gezicht is deels weggevaagd en in verband ingepakt.

Hij wordt opgevangen door zijn vriend Sam Avery, die hem in Amsterdam liefdevol verzorgt. Naarmate Nick langer weg is van de berg, gaat Sam echter steeds meer afvragen of de Zwitserse berg niet in hem is gebleven. 'Nick daar op de rand van het bed, zijn ogen groot en dof tussen die stroken verband en ze leken wel op die van Nick, maar hoe kon je dat helemaal zeker weten, als je zijn gezicht niet kon zien? Hoe kon je zeker weten dat het echt Nick was die daar zat en niet iets anders wat zich voor hem uitgaf, iets wat leekop Nick en dezelfde handen had en dezelfde joggingbroek droeg, maar in feite iets volslagen onbekends was?'

'Het lijkt soms alsof hij 666 manieren kent om angst te beschrijven'


Het zijn niet de schikmomenten in het boek die voor spanning zorgen, maar vooral deze innerlijke strijd tussen Nick en de berg. Een fascinerend krachtenspel is het gevolg, dat nog indrukwekkender was geweest als we iets meer over Nick hadden geweten. Nu blijft zijn personage,  toch de belangrijkste antagonist, soms wat aan de oppervlakte.

Naar adem happen
Wat tijdens het lezen vooral indruk maakt, is de manier waaróp alle emoties en omstandigheden worden beschreven. Olde Heuvelt, zelf bergbeklimmer, laat lezers naar adem happen op een manier waarop hij zelf ook waarschijnlijk naar adem snakt tijdens een beklimming. Het lijkt soms alsof hij 666 manieren kent om angst te beschrijven. Om een voorbeeld te noemen: 'Haar longen zwellen op als ballonnen voor de schreeuw die binnenin haar groeit, maar het is of de lucht niet meer kan ontsnappen, want als ze haar handen voor haar mond slaat is er alleen een afgeknepen gepiep te horen.'

Het hoofdthema van het boek is zowel liefde en de trouw, als de twijfel en passie die hierbij hoort. Hiervoor heeft Olde Heuvelt, zonder dat het inhoudelijke gevolgen voor het verhaal heeft, voor homoseksuele hoofdpersonen gekozen. Het is een belangrijk detail in een onmogelijk weg te leggen thriller, die hierom pas na de tentamenperiode voor elke student aan te raden is.   

 

Lees meer

ANS leest: Gerjon Gijsbers, Scheuren in het canvas (2017)

Scheuren in het canvas gaat over de zoektocht naar liefde, naar de zin van het leven, maar vooral naar een groen douchegordijn met oranje stippen. In zijn autobiografische debuutroman beschrijft Gerjon Gijsberts (1983) het chaotische leven van Luctor, die zijn grip op de realiteit verloren heeft en krampachtig vasthoudt aan zijn herinneringen aan zijn verloren vriendin Laura.

Onbeantwoorde raadsels
Luctor leidt een leeg bestaan. Hij houdt niet van sociale interactie en zijn tijd brengt hij voornamelijk door met kijken naar De Wereld Draait Door. Zijn leven wordt beheerst door opmerkelijke raadsels waar hij geen antwoord op kan vinden, zoals de vraag 'wat is zwaarder, een kilo veren of een kilo lood?'. De raadsels leiden allemaal naar het grootste mysterie in zijn leven: Laura. Hoewel niet duidelijk wordt verteld wie zij precies is, wordt al snel duidelijk dat Laura en Luctor een lange geschiedenis hebben. Kort geleden is zij uit zijn leven verdwenen en dit zorgt voor grote chaos in zijn hoofd.

In zijn zoektocht naar geluk en de zin van het leven lijkt Luctor steeds meer het contact met de werkelijkheid te verliezen. Herinneringen, zoals een uit de hand gelopen studentenfeestje, een concert van PJ Harvey in Paradiso en zijn obsessie met Laura nemen langzaam de overhand, tot hij uiteindelijk nog maar moeilijk onderscheid kan maken tussen wat er echt gebeurt en wat hij droomt. Naar eigen zeggen moet hij herstellen, maar waarvan precies en hoe hij dat gaat doen, is hem een raadsel. Hij besluit te stoppen met zijn studie om rust te nemen, maar vanaf daar gaat alles alleen maar verder bergafwaarts.

Zeilmeisje Laura en Vincent Gallo
Gijsberts heeft in het verleden Nederlandse Taal en Letterkunde in Nijmegen gestudeerd en het is goed te merken dat hij erg zijn best heeft gedaan een literair werk te maken van zijn boek. Het verhaal is opgedeeld in drie delen, genaamd rood, geel en blauw. Deze kleuren komen ook terug op de kaft, in het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman. De strakke structuur waarin het verhaal geschreven is staat haaks op het chaotische leven dat Luctor leidt. Niet alle literaire kunstjes zijn even vlot uitgewerkt. Zo staat er wel erg vaak een nummer op waarin de zanger over 'Laura' zingt, staan tijdens een potje Scrabble de letters als 'OOLAURA' op het bord en komt er op de radio toevallig een nieuwsbericht langs over zeilmeisje Laura. Daarnaast bevat het verhaal veel motieven, zoals het steeds terugkomende douchegordijn, pompoenen en Snickers, waar geen echte betekenis achter lijkt te schuilen. Toch worden deze raadselachtige symbolen tot in den treure herhaald. 

'Ik ben een tor, dacht Luctor. Een tor, niets meer en niets minder, kruipend en kronkelend door de krochten en spelonken van de moderne maatschappij. Te lui om zijn vleugels uit te slaan en als het hem al zou lukken zijn vleugels uit te slaan, dan is hij te log om zich ermee te verplaatsen.'

Films en muziek spelen een grote rol in Luctors leven. Hij is er zelfs dusdanig door gefascineerd dat hij vaak praat in citaten uit films. Voor wie geen kenner is van experimentele rockmuziek, is Scheuren in het canvas lastig te volgen. Meer dan eens worden worden er pagina's lange odes gewijd aan de muziek van John Frusciante of PJ Harvey en ook The Smashing Pumpkins worden in vrijwel elk gesprek dat Luctor heeft genoemd. Regisseur en muzikant Vincent Gallo is Luctors grootste voorbeeld. Je kunt haast geen pagina omslaan of er wordt gesproken over Gallo's briljante muziek of geciteerd uit zijn film Buffalo 66.

Hoe verder het verhaal vordert, hoe meer Luctor de realiteit verwart met herinneringen en dromen. De hoofdstukken in het verhaal vormen geen vloeiende aaneenschakeling van gebeurtenissen, maar springen vaak van de hak op de tak. Hoewel dit goed laat zien hoe Luctor de wereld ervaart, gaat het ten koste van de leesbaarheid van het verhaal. Bovendien is het door de verwarrende structuur lastig te achterhalen wat Luctor zo dwarszit en waarom hij zijn leven zo chaotisch ervaart.

Eindoordeel
Gijsberts heeft duidelijk veel stijlfiguren in Scheuren in het canvas verwerkt, maar deze komen niet allemaal even goed tot hun recht. Doordat werkelijkheid en waanbeelden vaak door elkaar gehaald worden, is het moeilijk vast te stellen waar de schrijver naartoe wil en de talloze gesprekken en verwijzingen naar films en muziek maken het er niet makkelijker op. Door het verhaal heen komen een aantal onderwerpen, zoals pompoenen en het douchegordijn steeds terug, maar er wordt geen antwoord gegeven op de vraag wat deze nu voor Luctor betekenen en waarom nou juist deze voorwerpen steeds terugkomen. Kortom, Scheuren in het canvas is geen boek dat je op een vrije zondag gaat lezen en het is ook zeker niet geschikt voor mensen die niet tegen onbeantwoorde vragen kunnen.

 

Lees meer

ANS leest: Griet Op de Beeck, Gezien de feiten (2018)

Na Dimitri Verhulst, Esther Gerritsen en Herman Koch mocht de Vlaamse schrijver Griet Op de Beeck dit jaar in de pen klimmen om het jaarlijkse Boekenweekgeschenk te schrijven. Het resultaat is de novelle Gezien de feiten, waarin enorm veel gebeurt, maar echte zeggingskracht ontbreekt.

Haastige spoed
In Gezien de feiten walst Op de Beeck in rap tempo door het plot van haar novelle heen. De hoofdpersoon, de 71-jarige Olivia, realiseert zich kort na de begrafenis van haar overleden man Ludo dat ze eerder opluchting voelt dan rouw. Haar huwelijk ervoer ze als beklemmend, alsof ze nooit haar eigen ding heeft kunnen doen. Nu haar man onder de grond ligt kan ze na negenenveertig jaar eindelijk doen waar ze zelf zin in heeft. Daarom vertrekt ze zes weken naar een niet nader gespecificeerd land Afrika om daar les te geven. Al snel ontmoet ze de iets jongere Daniel, een charismatisch en knappe man met wie ze meteen een klik voelt. Ze ontwikkelen een relatie, waar haar dochter Roos fel op tegen is. Olivia gaat te snel door na het overlijden van Ludo en bovendien is Daniel ongetwijfeld uit op een verblijfsvergunning en op Olivia's spaargeld, zo luidt het oordeel. Ondanks de grote tijdsprongen tussen de hoofdstukken veranderen de personages nauwelijks. Olivia blijft het hele boek door een verliefde puber en Roos is een racistische kenau zonder greintje nuance. Aan het eind van het boek wordt uit het niets een inreisverbod ingesteld als gevolg van klimaatverandering. Het thema van de Boekenweek, natuur, moest in dit sappige liefdesverhaal namelijk ook nog ergens terugkomen.

When words fail
Op de Beeck probeert veel. Haar boek is enerzijds een liefdesverhaal tussen twee mensen, maar richt zich anderzijds op maatschappelijke thema's als klimaatverandering en de schending van mensenrechten. Helaas zijn beide kanten van het verhaal slecht uitgewerkt. Het liefdesverhaal is ronduit cliché en de manier waarop Olivia en Daniel met elkaar communiceren is pijnlijk om te lezen. Daniel hoeft enkel 'I worry about you' te zeggen en Olivia meent direct dat 'er nog nooit iemand zo oprecht bezorgd om haar was geweest'. Als de communicatie niet verloopt in zoetsappige uitspraken die thuishoren in een supermarktnovelle, is dat omdat personages de moeite niet eens nemen om hun zinnen af te maken (of überhaupt iets zinnigs te zeggen). Zinnen als 'But it's…', 'This country…', 'Sometimes I just…' gaan na een paar hoofdstukken behoorlijk de keel uithangen. Olivia meent dat ze nog nooit zo goed met iemand heeft kunnen praten als met Daniel, maar die bewering is behoorlijk nietszeggend, gezien de standaarden van communicatie blijkbaar gewoon heel laag liggen.

Het getuigt van pure laksheid dat Op de Beeck niet eens de moeite neemt om het land waar haar verhaal zich afspeelt te benoemen.

Op andere momenten is de manier waarop Op de Beeck het gevoelsleven van haar personages beschrijft gewoonweg niet genoeg om de lezer te overtuigen. 'Ze spraken over het land, met al zijn problemen en schoonheid, over Mori en wat hem is overkomen, over de dingen waar ze blij van werden, en triest, over momenten waarop ze zichzelf onsterfelijk belachelijk hadden gemaakt, over de kinderen die ze waren geweest en hadden gekregen, en waren verloren, in zijn geval', zo schrijft Op de Beeck bijvoorbeeld. Maar in welk land zijn ze dan precies? En welke problemen spelen daar? Wat is Mori, een van de kinderen die door Olivia wordt onderwezen, overkomen? Wat maakt hen blij en triest? Enkel benoemen dat iets zo is, is niet genoeg om het verhaal aannemelijk te maken voor de lezer. Het getuigt van pure laksheid dat Op de Beeck niet eens de moeite neemt om het land waar haar verhaal zich afspeelt te benoemen en de problemen die daar spelen uit te zoeken.

Excuus-engagement
Daarnaast is de maatschappelijke betrokkenheid in het verhaal eerder een weggemoffeld thema dat toevallig ook benoemd moest worden, dan een daadwerkelijke poging tot engagement. Als Mori plots een woede-uitbarsting krijgt, is dit vooral voordelig voor het liefdesverhaal. Olivia valt namelijk flauw en dit tragische voorval werkt als een katalysator voor haar relatie met Daniel. Wat Mori precies is overkomen waardoor hij regelmatig zulke uitbarstingen krijgt, is niet belangrijk en wordt enkel abstract benoemd. Zo passeren talloze namen van kinderen en inwoners van het land waar Olivia verblijft de revue, maar nooit met hun eigen verhaal. Alleen de uitwerking die hun tragiek op Olivia's gevoelens heeft, telt. Klimaatverandering en regionale onrust zijn eerder een obstakel tussen haar en Daniel dan een probleem dat zich verder uitstrekt dan hun liefde.

Gezien de feiten is daarom, ondanks de vele gebeurtenissen die in slechts 94 pagina's plaatsvinden, een nietszeggend werkje. De liefdesgeschiedenis van de hoofdpersonen is cliché en vervelend beschreven, de personages maken nauwelijks ontwikkelingen door en gedragen zich als pubers die nog meer stamelen, op hun lip bijten en naar adem happen dan Bella uit Twilight. Het engagement voelt als een lafhartige manier om het plot de schijn van gewichtigheid te geven. Gelukkig heeft het boekje nog een nevenfunctie: op zondag kan je er gratis mee reizen. Een schrale troost.

 

Lees meer

ANS leest: Jodi Picoult, Small Great Things (2016)

Zelfs al hebben de Verenigde Staten inmiddels een zwarte man als president gehad en is segregatiewetgeving niet meer aan de orde, etnische ongelijkheid blijft een gigantisch probleem. Sterker nog, het neemt vooral nieuwe vormen aan, waarvan het rechtssysteem misschien wel het meest buitensporige voorbeeld is. Hoe groot het probleem is wordt duidelijk uit boeken als The New Jim Crow van Michelle Alexander en documentaires als 13. Voor wie deze feiten liever te horen krijgt via een bij vlagen zoetsappig familiedrama is er de roman Small Great Things van Jodi Picoult.

Tekst: Vincent Veerbeek

Zwart/wit
Het verhaal van Small Great Things draait om Ruth Jefferson, een zwarte verloskundige die wordt aangeklaagd voor de moord op een baby die door een ongelukkig toeval komt te overlijden. De ouders van de baby, Turk en Brit, zijn tot op het bot racistisch en vinden natuurlijk dat Ruth schuldig is. Ruth verliest haar baan en raakt verwikkeld in een lange rechtszaak. Hierin wordt ze bijgestaan door de blanke advocaat Kennedy, die gaandeweg haar ideeën over ras en etniciteit moet bijstellen. Ruth krijgt het regelmatig aan de stok met haar advocaat over de beste strategie om onschuldig te worden bevonden. Ruth's confrontatie met het rechtssysteem biedt een interessante uitweg voor Picoult om de relaties tussen blank en wit in de Verenigde Staten anno nu onder de loep te nemen. Het boek lijkt hierdoor in sommige hoofdstukken wel een beetje op The Help, een roman die zich richt op rassenrelaties in de jaren 60.

'They put me in chains. Just like that, they shackle my hands in front of me, as if that doesn't send two hundred years of history running through my veins like an electric current.'

Tot het uiterste
Bij het schrijven van dit boek heeft Picoult ervoor gekozen om de drie perspectieven van Ruth, Kennedy en Brit, in de ik-vorm uit lichten. Hierdoor biedt de roman een interessant kijkje in de verschillende belevingswerelden. Ze gebruikt het bijvoorbeeld om een gesprek tussen Ruth en Kennedy van beide kanten te laten zien en zo hun kijk op bepaalde uitspraken te presenteren. Vooral de hoofdstukken over white supremacist Turk geven een interessant kijkje in de wereld van een uiteenlopend scala aan racistische extreemrechtse groeperingen. Aan de andere kant van het spectrum staat Ruth's zus Adisa, het prototype zwarte separatist, die voor zichzelf een zwarte naam heeft uitgekozen en bijna constant politieke oneliners eruit gooit. Helaas geeft Picoult beduidend minder aandacht aan haar personage en neemt niet dezelfde moeite om de extremere vormen van zwart activisme uit te lichten. Toch is het totaalplaatje een vrij genuanceerd beeld, zelfs al geldt dit niet altijd voor de afzonderlijke groeperingen. Een ander interessant personage is Kennedy, de typische white liberal. Hoewel haar ontwikkeling precies is wat te verwachten viel, weet Picoult er toch een eigen draai aan te geven. Zo maakt ze de kloof tussen het bewustzijn van rassenproblemen en daadwerkelijk actie ondernemen om er iets aan te doen goed zichtbaar.

Familiedrama
Picoult is vooral bekend van familiedrama's als My Sister's Keeper en hoewel het haar redelijk lukt om dat hier te vermijden, zijn er toch de nodige zijsporen. Sommige hiervan voegen daadwerkelijke iets toe aan het verhaal, zoals de relatie tussen Ruth en haar zoon Edison en de invloed van de rechtszaak op hun band. Andere plotwendingen voegen echter weinig toe en sommige scènes zijn vooral wollige opvulling. Zonder deze scènes had het boek waarschijnlijk nooit het lijvige aantal van vijfhonderd pagina's aangetikt. Een flashback waarin Turk zijn vriendin ten huwelijk vraagt met behulp van de groenten in hun koelkast is misschien wel het meest schrijnende voorbeeld. Ook de uiteindelijke ontknoping is onverwacht hartverwarmend. Het voelt allemaal wat geforceerd, alsof Picoult haar blanke lezers toch ook niet te veel angst aan wil jagen over de rassenproblemen in de Verenigde Staten.

Al met al is Small Great Things een allegaartje van indrukwekkende passages die hard binnenkomen en clichématige feel-good meuk. In haar dankwoord aan het einde erkent Picoult dat zij als blanke vrouw niet de beste persoon is om een boek als dit te schrijven, maar dat ze wel onderzoek heeft gedaan om haar personages een geloofwaardige stem te geven. Het onderscheid tussen de perspectieven is duidelijk dus in die zin lijkt haar missie succesvol, maar het zit er dik in dat zwart Amerika hier heel anders over denkt. Of het boek als geslaagd kan worden beschouwd, hangt er daarom vooral vanaf in hoeverre een dappere poging hetzelfde is als een daadwerkelijk succes.

 

Lees meer

ANS leest: Lieke Marsman, Het tegenovergestelde van een mens (2017)

Klimaatverandering, homoseksualiteit en consumentisme. Kunnen deze onderwerpen in een roman worden behandeld zonder de rode draad kwijt te raken? Lieke Marsman, filosoof en dichter, krijgt het voor elkaar in haar boek Het tegenovergestelde van een mens. De roman is geschreven in een afwisseling aan stijlen. Ida – 1,76 meter lang, 29 jaar, zwart haar met een beginnende grijze gloed – vertelt in Marsmans boek over haar twijfelachtige identiteit, haar lesbische relatie met promovendus Robin en een onderzoeksproject over een dam in Noord-Italië. Nadat Ida als klein kind van haar moeder te horen krijgt dat de mens 'door en door slecht is', besluit ze als het tegenovergestelde van een mens te leven. Met een diepzinnige en absurde blik kijkt Ida niet alleen naar de wereld om haar heen, maar reflecteert ze voornamelijk op haar eigen gedachtes. Zo vult de jaloezie en bezitterigheid van Ida jegens Robin een groot deel van het verhaal.

Tekst: Guus Timmermans

Een wirwar aan verhalen
De filosofische blik is echter niet het enige aantrekkelijke in dit boek. Een fraaie vervlechting van poëzie en beschouwend proza geeft de roman een uniek karakter. Marsman onderbreekt het verhaal van Ida telkens met filosofische onderwerpen, poëtische teksten of amusante hersenspinsels. Deze bevatten een essayistische insteek en worden uiteengezet in korte hoofdstukken met een vaak ongerijmde titel als Vakantiedoeboek (Bij Extreme Hitte). Het leidmotief in deze tussenstukjes en ook in het verhaal van Ida is de egocentrische houding van de mens ten opzichte van de natuur. Op een geëngageerde wijze haalt Marsman dit onderwerp vaak aan via uitspraken van klimaatactivist Naomi Klein, tevens Ida's heldin. Overtuigend verspreidt ze via Kleins theorieën niet alleen haar eigen visie op deze lastige kwestie, maar ondersteunt ze dit ook nog met de theorie van bekende filosofen, zoals Descartes, Kant of Pascal.

'Wie wegloopt met de zee, laat een zee aan vissen achter.'

Ook ingewikkelde thema's als homoseksualiteit en liefde worden begrijpelijk gemaakt via absurde humoristische vergelijkingen. Zo wordt de realistische vorm van vegetarisch vlees vergeleken met het gebruik van dildo's door lesbiennes. Het is echter Marsmans argumentatie en schrijfstijl die de absurde roman glashelder en overtuigend maakt. Zo legt ze aan de hand van de vlees-dildovergelijking haarfijn uit waarom de besmettingsangst voor homoseksualiteit onzin is. Soortgelijke vergelijkingen en het verhaal van Ida zelf wisselen elkaar in rap tempo en abrupt af. Zo wordt de lezer telkens opnieuw geprikkeld door de roman. Dit werkt in het voordeel van Marsman, die op deze wijze de lezer soepel kan overtuigen van haar meningen over het milieubeleid en de strijd tegen het consumentisme.

Ongecompliceerde argumentatie
Naast de fragmentatie van Ida's verhaal en de eclectische vorm van filosofische vraagstukken gaat de roman ook op een andere manier tegen de conventionele prozaregels in. Marsman vult verschillende pagina's met slechts twee zinnen en smeert op die manier een van haar gedichten uit over zes bladzijden. Ook begint midden in het boek de telling van de hoofdstukken plotseling opnieuw. In dit tweede deel begint de stage van Ida bij een dam in Noord-Italië die op doorbreken staat, een metafoor voor het huidige klimaatprobleem. Dit laatste stuk bevat meer filosofische teksten dan het eerste stuk en werkt als een cliffhanger voor het verhaal over het afbreken van de dam in de Alpen. Waar in het eerste deel deze tussenstukken echter dienden ter illustratie van Ida's gedachtegang, ligt de nadruk in de tweede helft juist op deze vraagstukken. De gedachtes van de lezer zijn intussen al zo nauw verbonden met Marsmans ideologie dat ze gemakkelijk met haar relatief eenvoudige uitleg ondersteuning voor haar meningen vindt. De ongecompliceerde argumentatie is de auteur eigen. Weinig schrijvers weten op zo'n geëngageerde wijze de lastige klimaatvraagstukken en andere kwesties behapbaar te maken.

Met Het tegenovergestelde van een mens heeft Marsman een indrukwekkend debuut gemaakt in de prozawereld. De speelse schrijfstijl van de filosofe dwingt de lezer om te reflecteren op het eigen handelen in de huidige maatschappij. Toch heeft het boek naast de filosofische pauzes ook een amuserende functie vanwege het degelijke plot. Hoofdpersoon Ida lijkt dan wel het tegenovergestelde van een mens te zijn, maar in werkelijkheid representeert ze een grote groep mensen met dezelfde mening over de kwesties die in dit boek aan bod komen. Helaas is deze roman niet overbodig in een tijd van groeiend consumentisme, opkomend individualisme en aanzienlijke klimaatproblemen.

 

Lees meer

ANS leest: Lionel Shriver, The Mandibles A Family, 2029-2047 (2016)

Het is een flinke klus om een interessante toekomstroman te schrijven zonder terug te vallen op de bekende angstbeelden uit klassiekers als 1984 en Brave New World. Zeker als dat toekomstbeeld de lezer ook nog het gevoel moet geven dat het niet zo heel ver van de onze ligt. Toch slaagt Lionel Shriver er in The Mandibles grotendeels in om deze twee dingen voor elkaar te krijgen met haar kijk op de gevolgen van het ineenstorten van de Amerikaanse economie in een soms wel heel nabije toekomst.

Geleidelijk verval
Shrivers roman begint in het jaar 2029, zo'n korte tijd na het heden dat de wereld minimale verschillen vertoont met de onze. Althans, totdat een economische crisis uitbreekt die zijn weerga niet kent en de dollar in elkaar klapt nadat een aantal landen besluit een eigen valuta te creëren. De crisis heeft ook grote gevolgen voor de Mandibles, een gegoede familie die vier generaties beslaat. Centraal staan zussen Florence en Avery, de een getrouwd met een immigrant uit Mexico, de ander met een elitaire economieprofessor. De oudere generaties, steenrijke patriarch Douglas en zijn bejaarde kinderen Carter en Nollie, vormen een link met onze wereld. Zoals de ondertitel doet vermoeden beslaat het boek bijna twintig jaar, maar het uit elkaar vallen van de economie ontwricht de levens van Shrivers personages zo geleidelijk dat dit nauwelijks merkbaar is. Naarmate de gebeurtenissen zich opstapelen wordt de lezer echter steeds verder weggevoerd van een vertrouwde wereld. Uiteindelijk valt alles uiteen in een zinderende climax, misschien wel de beste scène in het boek. Helaas loopt het verhaal dat eerst zo subtiel werd opgebouwd hier spaak. In plaats van te stoppen op haar hoogtepunt slaat Shriver abrupt een paar jaar over en gaat nog honderd pagina's door met een soort dissonante epiloog waarin de wereld zoals wij hem kennen opeens wél ver weg lijkt.

Speculatieve fictie
Hoewel het boek dus eindigt als een klassieke dystopie is The Mandibles voor het grootste deel geen pure sciencefiction. In plaats daarvan valt het eerder onder speculatieve fictie in de trant van Margaret Atwood, vooral bekend van The Handmaid's Tale, met werk dat zich constant op het raakvlak tussen toekomst en heden bevindt. Ook de werkelijkheid die in The Mandibles wordt geschetst is geen ver van je bed show, maar een wereld die voor ons in het verschiet zou kunnen liggen. Zoals Shriver zelf benadrukt, zegt haar roman op die manier misschien ook wel iets over hoe de zaken er op dit moment voorstaan.

'Plots set in the future are about what people fear in the present. They're not about the future at all. The future is just the ultimate monster in the closet, the great unknown.'

Shriver is niet altijd even subtiel is over haar intenties, maar ze weet de lezer op verschillende manieren bewust te maken van de relatie tussen ons heden en de toekomst uit de roman. Een goed voorbeeld hiervan is het taalgebruik, dat slechts subtiele verschillen vertoont, precies zoals taal zich de komende tien jaar zou kunnen ontwikkelen. Net als met alles in de roman is de kans dat de zaken daadwerkelijk zo zullen lopen nihil, maar dat is niet de indruk die wordt gewekt en juist daar schuilt de kracht van Shrivers werk.

Money, money, money
Hoewel Shriver in een lange traditie staat van schrijvers die hun visie op de toekomst presenteren is het interessant om te zien dat haar toekomst niet in de soep loopt door veranderingen op politiek of technologisch vlak, maar door een economische aardverschuiving. De vraag wat er gebeurt als geld niks meer waard is en een complexe economie effectief gezien ophoudt te bestaan is fascinerend, maar wordt zelden centraal gesteld in romans als deze. Een reden waarom wordt wel duidelijk in The Mandibles, want economie blijkt een ingewikkeld onderwerp, waardoor Shriver zich genoodzaakt lijkt te voelen om veel uit te leggen. De manier waarop ze dit doet is helaas vaak nogal houterig en gebeurt vooral via ellenlange dialogen tussen de familieleden, die toevallig allemaal verstand van zaken hebben, tot Florences dertienjarige zoon Willing aan toe. Desondanks laat Shriver ook zien waarom de economische insteek van haar toekomstroman wel meerwaarde kan hebben. Zo maakt ze de persoonlijke kant van haar scenario duidelijk in scènes waarbij papiergeld nostalgische gevoelens oproept bij de personages. Die nostalgie vormt de aanzet voor reflecties over contact geld en het fictieve karakter van ons economische systeem. Op zulke momenten is het moeilijk om niet te denken aan een land als Venezuela, waar waardeloos geld geen toekomstmuziek is.

Al met al schetst The Mandibles een interessant beeld van een mogelijke economische teloorgang van de Verenigde Staten in de nabije toekomst. Shriver mag dan soms verzanden in droge uitleg en het einde een beetje verprutsen, de economische invalshoek is uitermate fascinerend en komt per slot van rekening voor het grootste deel ook tot zijn recht.

 

Lees meer

ANS leest: Marieke Lucas Rijneveld, De avond is ongemak (2018)

Marieke Lucas Rijneveld wordt als een van de grootste talenten van de Nederlandse letterkunde gezien, nadat haar dichtbundel Kalfsvlies (2015) meermaals werd herdrukt en bekroond met de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut. Na het verschijnen van deze succesvolle gedichtenbundel komt Rijneveld nu met haar romandebuut De avond is ongemak. Het boek heeft zeven weken in de top tien van CPNB bestsellerlijst gestaan en is daarnaast uitgeroepen tot Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door. 

Het schuurt
Het verhaal draait om een gereformeerd boerengezin waarin de oudste zoon Matthies sterft. Wat bijzonder is, is dat het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van een tienjarig kind, Jas. Iedereen noemt haar Jas omdat ze sinds de dood van haar broer haar jas niet meer uit durft te doen. Ze is ervan overtuigd dat ze dan ziek wordt en dat de jas haar als een pantser beschermt. Aan dit bijgeloof en andere kinderlijke gedachtes, zoals de hoop op een redder die haar en haar zusje Hanna komen redden, is het duidelijk dat een tienjarig meisje aan het woord is. Jas heeft daarnaast een kinderlijke obsessie met Hitler en Dieuwertje Blok. Jas vindt dat ze op Hitler lijkt omdat ze op dezelfde dag jarig zijn en beide doodsbang zijn voor ziektes. In Blok van het Sinterklaasjournaal ziet ze een soort moederfiguur. Een vrolijk boek is het zeker niet, want er zitten veel heftige thema's in, zoals pesten, kindermishandeling en pedofilie. Normaal staat een kind voor onschuld maar in deze roman wordt juist de slechtste kant van kinderen belicht. Zo onderneemt de broer van Jas, Obbe, morbide experimenten bij dieren en uiteindelijk ook bij de beste vriendin van Jas, Belle. Qua thematiek en einde lijkt het op Het smelt (2017) van Lize Spit, ook een bestseller van een debutante in de lente.

 

Dierenliefhebbers opgepast
In de roman vallen vele doden, waarvan het merendeel dierlijk is. Vlinders, koeien, padden, konijnen en hanen zijn niet veilig in de door Rijneveld gecreëerde wereld. Dierenliefhebbers houden het waarschijnlijk niet droog bij dit boek want het ene dier ligt nog niet in de grond, of de volgende ligt al op sterven. De dood is een centraal thema in dit boek. Dit wordt gesymboliseerd doordat aan de zolderbalk in de schuur een dreigende lege strop hangt, waarvan de vader zegt dat het een schommel moet voorstellen. Jas trapt daar niet in en is ongerust over de veiligheid van haar konijn en moeder. Gelukkig heeft haar moeder er een te dikke nek voor en heeft ze bovendien last van hoogtevrees. Onder haar bed verstopt Jas geen strop maar wel een emmer met zelf gevangen padden. Nadat Jas de padden heeft gered van een snelle dood, wil ze dat de dieren gaan paren, maar vergeet goed voor ze te zorgen waardoor er voor de padden toch geen lang en gelukkig leven lijkt weggelegd. 'Steeds steviger omklem ik de pad in mijn hand, steeds dwingender duw ik ze op elkaar.' Jas' misvormde beeld van dieren komt ook tot uitdrukking in haar taalgebruik. Met haar vriendin Belle heeft ze het niet over vlinders in de buik maar over 'een verdronken vlinder'.

Bijbel en sprookjesboek
De roman staat vol met letterlijke verwijzingen naar de Bijbel en sprookjes. Jas, Obbe en Hanna noemen zichzelf de drie koningen als een variant op de drie musketiers. Bekende sprookjes als Rapunzel en Roodkapje worden als metafoor gebruikt om de gruwelijke situaties minder zwaar te maken en om de gemoedstand van de personages op een kinderlijke manier uit te leggen. Daarnaast wordt er vaak uit de bijbel geciteerd: ''Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede', had dominee Renkema in de ochtenddienst gepredikt.' Al speelt het strenge geloof een grote rol, dat betekent nog niet dat het geloof in een goed daglicht komt te staan.

'Ik weet niet meer wat voor God wij hebben. Misschien is Hij op vakantie, of heeft Hij zich ook ingegraven. In ieder geval is Hij minder op de zaak.'

Later wordt God vergeleken met Sinterklaas. Rijneveld geeft een nieuwe kijk op het bekende liedje van Kortjakje, die nooit op zondag ziek was. 'Kortjakje is een lafaard: niet naar school kunnen, maar wel naar de kerk, lekker makkelijk.'

De avond is ongemak is door de donkere thematiek dus zeker geen boek om ontspannen aan het zonnige strand te lezen. Het verhaal is echter wel erg mooi en beeldend geschreven met de nodige humor en originele vergelijkingen, waardoor de roman qua stijl lekker wegleest. Elke zin vormt bijna een verhaal op zich, waaraan je de dichterlijke achtergrond van de schrijfster ziet. Het beste is om elke dag een hoofdstuk te lezen zodat je kunt blijven genieten van de mooie en originele metaforen. Net als bij poëzie, lees met mate.

 

Lees meer

ANS leest: Mark Manson, The Subtle Art of Not Giving a F*ck (2016)

Anno 2017 gaan meer mensen dan ooit gebukt onder depressies, angststoornissen en allerhande andere problemen. Onze maatschappij kenmerkt zich door steeds groter wordende onrealistische verwachtingen: alles moet vrolijker, groter en voornamelijk beter in vergelijking met anderen. Er heerst een soort angstcultuur waarbij status ontleend wordt aan de mate waarin je een succesvol leven lijkt te hebben. De oplossing? Stop giving a fuck! In The subtle art of not giving a fuck leert Mark Manson, de beroemde Amerikaanse blogger, je zorgvuldig om te gaan met de beperkte hoeveelheid tijd, geld en energie die je hebt. Het boek biedt je de helpende hand bij het stellen van je prioriteiten, zodat jij alleen fucks geeft om de zaken die er echt toe doen.

Tekst: Maurits Vercammen

Anti-zelfhulp
Nu zal je denken: 'Oh god, weer zo’n clichématig zelfhulpboek?' Het horen van het woord "Zelfhulpboek" gaat bij veel mensen gepaard met een bepaalde scepsis, zeker als het zoveelste zelfhulpboek je alweer niet uit je winterdepressie heeft getrokken. De veronderstelling dat het lezen van een dergelijk boek je op magische wijze omtovert tot een soort onbekommerde Goofy is dan ook onjuist. Manson stelt echter dat veel zelfhulpboeken te veel gericht zijn op het verbergen van je negatieve emoties met positieve ervaringen en doelstellingen, en ziet zijn eigen boek dan ook meer als een 'anti-zelfhulpboek.' Op onverwachte wijze begeleidt hij zijn lezers naar een beter leven door ze te leren zich minder te richten op het streven naar positiviteit en meer op acceptatie en verwerking van het negatieve.

The backwards law
Manson stelt in zijn boek dat we door de toenemende behoefte aan positiviteit te veel gefixeerd raken op wat we tekort komen. Het streven naar een fitter lichaam komt bijvoorbeeld voort uit het gevoel dat je nog niet fit genoeg bent. Filosoof Alan Watts noemde dit fenomeen 'The backwards law': het idee dat hoe meer je hunkert naar geluk, des te ongelukkiger je wordt. Door het taboe op negativiteit ontstaat er daarnaast een zogenaamde 'Feedback loop of hell', waarin het hebben van een negatieve ervaring als negatief wordt ervaren: jezelf slecht voelen over het feit dat je je slecht voelt. Negatieve ervaringen zijn echter essentieel omdat vrijwel alle uitdagingen die je hebt overwonnen in je leven gepaard gaan met bepaalde negatieve emoties. De pijn die je voelt in de sportschool resulteert in een sterker lichaam; door openheid over je onzekerheden kom je paradoxaal voor anderen juist zelfverzekerder over. De mentale pijn die wordt veroorzaakt door deze ervaringen is bovendien gezond omdat het je leert wat goed en wat slecht voor je is. Het gevaar van de huidige maatschappelijke 'Pursuit of Positivity' is dan ook dat we dergelijke negatieve gevoelens proberen te vermijden en daardoor vervreemd raken van de realiteit.

'The desire for more positive experience is itself a negative experience. And, paradoxically, the acceptance of one’s negative experience is itself a positive experience.'

Problemen oplossen
Conventionele zelfhulpboeken pleiten vaak voor een aanpak waarbij het geluksgevoel wordt aangewakkerd door het streven naar zoveel mogelijk positieve ervaringen. Manson beweert echter dat geluk voortkomt uit het oplossen van problemen en niet uit het ontwijken van problemen door middel van de zogenaamde highs: positieve ervaringen die je een tijdelijk geluksgevoel geven, zoals een leuk feestje of het kopen van een nieuwe auto. Na een zware dag bedekt menig persoon zijn problemen graag onder een berg afhaalsushi, maar 29 sushirolls later zijn je problemen er nog steeds en ben je eigenlijk niets opgeschoten. Het oplossen van problemen wordt bij veel personen bemoeilijkt door ontkenning en het aannemen van een slachtofferrol. Als immers het geloof ontstaat dat de verantwoordelijkheid voor je problemen bij anderen ligt, verdwijnt ook het gevoel dat je je eigen problemen op kan lossen. Door verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen problemen, neemt ook het geloof in het effect van je eigen acties toe en ben je in staat je problemen op te lossen.

'You're wrong about everything'
Manson stelt zich aan de ene kant kwetsbaar op door te stellen dat iedereen, inclusief hijzelf, wat minder zeker van zichzelf zou moeten zijn: ons brein is namelijk een complexe machine die constant fouten maakt. Desondanks vertelt Manson veel verhalen vanuit een persoonlijke insteek en is hij soms wat te oordelend, wat in strijd lijkt met zijn eerdere suggestie. Het boek zet zeker aan tot nadenken maar biedt weinig praktische oefeningen waardoor de drempel voor het aanpakken van problemen voor de lezer wellicht wat hoog blijft.

In eerste instantie roept een oranje zelfhulpboek met 'Fuck' in de titel wat scepsis op – Wat gaat dit boek mij leren dat ik nog niet weet? – maar ondanks het hoge clickbait-gehalte is het zeker het lezen waard: Manson hanteert een prettige schrijfstijl die weinig te lijden heeft onder het regelmatige gebruik van het woord 'Fuck' en hij slaat in zijn boek met grote regelmaat de spijker op zijn kop. Hij zet zijn beweringen kracht bij met behulp van komische anekdotes, waardoor er een gezonde balans ontstaat tussen leuke verhalen en diepere filosofische materie. Het boek geeft niet zozeer een gestructureerd stappenplan naar een beter leven, maar heeft verbazingwekkend veel invloed op je geestelijke gesteldheid en helpt enorm bij het stellen van je prioriteiten.

 

Lees meer

ANS leest: Nina Polak, Gebrek is een groot woord (2018)

In hetzelfde jaar dat Nina Polak writer in residence is aan de Radboud Universiteit, komt haar langverwachte nieuwe roman Gebrek is een groot woord (2018) uit. Haar eerste werk We zullen niet te pletter slaan (2014) werd bejubeld en dus waren de verwachtingen hoog. Kan de jonge Polak naast haar kritische artikelen bij De Correspondent wederom een goed literair werk afleveren?

Tekst: Eva Vervoort
Foto: Guusje van den Ouweland 

Kop of munt
De dertigjarige Nynke 'Skip' Nauta vaart al zeven jaar in verschillende zeilboten op zee wanneer in Cannes plots de familie Zeno voor haar neus staat, het gezin met wie ze onder een dak woonde voor ze besloot te vertrekken. Skip wordt uitgenodigd om weer bij hen in Amsterdam te komen wonen, en na enige huivering laat ze het lot beslissen: kop of munt. De volgende dag staat ze bij hen op de stoep. In het overbevolkte Amsterdam, overladen met toeristen, kan Skip niet ontsnappen aan haar oude liefde Borg en de problemen van Juda, de idealistische, geniale zoon van de Zeno's. Ook blijft ze sporen van haar overleden moeder Nellie tegenkomen. Dat alles gebeurt met een lach en een traan. Het is alleen al heerlijk hoe Polak Amsterdam en haar waanzin weet te beschrijven. Hoe veel en hoe weinig een stad verandert in zeven jaar tijd.

Heldere taal
Verwacht geen poëtisch taalgebruik of ellenlange zinnen, behalve misschien in het overdreven slechte literaire probeersel van Borg, dat natuurlijk gaat over Skip. Nadat ze het stiekem heeft gelezen, concludeert ze het volgende: 'De man kijkt op me neer en plaatst me tegelijkertijd op een voetstuk. Wat een trieste combinatie.' Filosofische overpeinzingen worden afgewisseld met WhatsApp-conversaties tussen Juda en Skip, e-mails en pure dialogen. Dit lijkt te botsen, maar het voelt als een interessante afwisseling, een moment om even adem te halen na zinnen als deze:

'Het tuinhuis waar Skip Nauta zich vrijwillig laat opsluiten om een achtergelaten leven de kans te geven zich weer eens strak om haar keel te wikkelen.'

Het veelal heldere taalgebruik van Polak maakt dat existentiële vraagstukken makkelijker lijken dan ze zijn. Voelt iemand die zeven jaar op zee heeft gezeten zich ooit nog ergens thuis? Wat is een thuis? En wanneer ben je thuis? De antwoorden op deze vragen worden niet alleen gezocht door Nynke Nauta, maar door een groot deel van generatie Y.

Veganistische hipsterwereldverbeteraar
Bijzonder is het personage Juda, een zeventienjarige whizzkid die na zijn eindexamen van plan is om naar Amerika te vertrekken. Juda geeft om de wereld en draagt daarom alleen eerlijke kleding, is veganistisch en komt in YouTube-filmpjes op voor vrouwenrechten. Het klinkt als een omschrijving van de gemiddelde Nijmegenaar, maar Juda slaat door in zijn idealen: hij zit nachtenlang op zijn kamer zijn zelfgeproduceerde game te spelen, wordt enorm dun en is veel ziek. Het is een schrijnend contrast met zijn ouders: twee succesvolle, rijke mensen uit Oud-Zuid die graag urenlang borrelen met wijn en een stuk worst. Skip lijkt de enige te zijn die hem kan bereiken, want van zijn ouders wil deze puberende jongen niets weten. Wat Polak met dit personage wil vertellen, is niet helemaal duidelijk. Het zou kritiek kunnen zijn op de huidige stroom aan zeurende activisten die veel zeggen, maar weinig waarmaken. Het zou daarentegen ook een aansporing aan hen kunnen zijn om juist iets waar te maken. Of misschien is het een compliment naar de Amsterdamse youngsters die begrijpen dat hun voorgangers de wereld kapot hebben gemaakt. Met de nodige dosis humor geeft de schrijfster rake klappen en interessante psychologische observaties.

Het boek doet direct denken aan 'zeilmeisje Laura', de omstreden zeilster die in haar eentje de wereld rondging. Ook bij dat verhaal ontstaan er rare gevoelens om je biezen te pakken en te vertrekken. Waar komt zo'n gevoel toch vandaan? Vervelend als er eindelijk weer wat rust is na een aantal existentiële vragen, want na het dichtslaan van dit boek ontstaat opnieuw verwarring en een gevoel om te vertrekken. Waarom is de mens toch zo gehecht aan hun stad, hun huis en hun familie? Polak stelt rake vragen met dit boek en daarom is het een aanrader. Hopelijk ontstaat er na het lezen van deze roman geen wanderlust of vluchtgedrag.

 

Lees meer

ANS leest: Patricia Jozef, Glorie (2017)

Glorie is de debuutroman van de Vlaamse filosofe en kunstschilder Patricia Jozef. Het eerste hoofdpersonage Marcel is filosofie doctorandi. Na jaren onderzoek doen op de universiteit zoek hij een nieuwe baan, maar hij mist de relevante werkervaring. In het tweede deel van het boek is kunstenares Bodine aan het woord, de kunstenares die Marcel moet weten te strikken voor een event bij zijn nieuwe baan. Met haar cynische pen weet Jozef zowel haar achtergrond als filosoof en als kunstschilder te verwerken in dit boek. Met korte, heldere zinnen zonder te veel opsmuk schrijft ze over de levens van Marcel en Bodine, en wijdt ze uit over filosofische en kunstzinnige kwesties.

Tekst en illustratie: Inge Spoelstra

Beste Marcel,
Graag wil ik je bedanken voor je sollicitatie voor de functie van productiemedewerker, De productieverantwoordelijke is in de eerste plaats een manusje-van-alles. Er is binnen deze specifieke opdracht weinig ruimte voor inhoudelijk meedenken, terwijl precies dát voor jou de job wellicht interessant zou kunnen maken. We denken dat jij deze functie ver overstijgt. We zijn er zeker van dat jij met je kwaliteiten en ervaring veel te bieden hebt, maar niet in deze functie.

Marcel
De hoofdpersoon van het boek is Marcel. Hij is 31 jaar, heeft een vrouw en twee kinderen, en is sinds een aantal jaren werkloos. Hij is filosofie-doctorandi en heeft gewerkt als onderzoeker en docent op de universiteit. Na met veel moeite zijn doctoraat af te ronden, besluit hij nooit meer te willen werken op de universiteit. Zijn dagen vult hij met boodschappen doen, zijn zieke moeder bezoeken, en vooral zich heimelijk te vervelen. Hij solliciteert op alles wat hij kan vinden, en weet uiteindelijk met een aan-elkaar-gelogen CV een baantje als event-manager te strikken bij de Teniers kunstacademie. Omdat de academie bezig is met hervormingen, nemen zij Marcel aan om zich bezig te houden met Onderzoeksgericht-onderwijs en The Artist As A Researcher – lezingen in Berlijn. Hiervoor moet hij bekende kunstenaars moet weten te regelen, die willen spreken over hun onderzoek. Vanaf het begin weet je dat er aan zijn carrière na negen maanden een einde komt, maar hoe dit gebeurt, wordt nog niet verteld.

Bodine
Het tweede deel van het boek is geschreven vanuit het perspectief vanuit Bodine Bourdeaud'hui. Ze is een van de kunstenaars die het bestuur van de academie graag zou willen zien op het congres, maar Bodine heeft daar helemaal geen zin in. Toch probeert Marcel haar over te halen. Sinds de geboorte van haar zoon, waar ze full-time voor gezorgd heeft, probeert ze het maken van schilderijen en installaties weer op te pakken. Ze voelt zich alleen niet thuis in spreken over kunst en onderzoek, volgens haar komt er niet veel onderzoek kijken bij het maken van haar werk. Ze begint ergens aan en kijkt wel waar ze uitkomt. Ook van de medewerkers van de kunstacademie is ze niet erg weg, vooral niet als de collega van Marcel, Sarma, haar ook nog probeert te interviewen over de interpretaties die verscheidene kunsthistorici aan haar werk hebben proberen vast te plakken.

Arme bakker, die 's nachts uren staat te werken. Zijn brood wordt gegeten en dezelfde dag nog uitgescheten tot de reusachtige kringloop van de natuur. Wat een volharding om iedere dag de schade van gisteren te herstellen. Een meedogenloze herhaling.

Cynisme en mysterie
Wat het boek zo goed maakt, zijn de cynische en filosofische passages van Marcel, gedreven door verveling, en de interessante kijk in de kunstwereld die je via Bodine meekrijgt. Jozef heeft deze twee werelden knap weten te verweven in een verhaal, dat ook nog eens gemakkelijk leest. Wat het boek origineel maakt, is dat het uit twee perspectieven geschreven is. In de eerste instantie lijken de twee personen niets met elkaar gemeen te hebben. Echter, wanneer Bodine begint te vertellen over haar onstuimige studentenleven en gebrekkige band met haar familie blijken ze toch meer raakvlakken te hebben dan ze aanvankelijk dachten. Glorie eindigt zo in een spannend mysterie. 

Glorie tekening 750x

 

 

Lees meer

ANS leest: Paul Bloom, Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2016)

Tegen empathie? Het staat er echt. Het is maar goed dat de ondertitel al hint naar 'rationele compassie' als alternatief, anders zou het bijna klinken als een pleidooi voor onvriendelijkheid. Na het uitbrengen van minder controversiële boeken over bijvoorbeeld baby's en taal, besloot de Canadees-Amerikaanse psycholoog Paul Bloom zijn ietwat omstreden maar uitgebreid onderbouwde betoog tegen empathie in 2016 vast te leggen in Against Empathy. Bij de verspreiding van zijn visie stuit hij op veel weerstand van zowel collega-psychologen als leken, die empathie juist vaak heel belangrijk vinden. Empathie wordt erg opgehemeld in de maatschappij merkt Bloom op, en hij vindt dat daar verandering in moet komen. Gaat Against Empathy daarvoor zorgen?

Tekst: Danique Janssen

Moraliteit zonder empathie
Bloom begint met definiëren wat empathie volgens hem is: je verplaatsen in andermans schoenen en voelen wat hij of zij voelt. Dit kan leiden tot allerlei deugden als behulpzaamheid en vriendelijkheid, maar volgens Bloom leidt empathie vooral tot irrationele keuzes. Mensen komen bijvoorbeeld graag direct in actie wanneer er dicht bij huis iets ergs gebeurt, in zijn voorbeeld een schietpartij op school. Aan de andere kant sluiten mensen vaak juist hun ogen voor grootschalige tragedies die verder van huis zijn, bijvoorbeeld massale hongersnoden in Afrika. Rationeel gezien zou het verstandiger zijn om je in te zetten voor de hongersnood dan voor de schietpartij, gezien het grote verschil in aantal doden. Volgens Bloom gebeurt dit echter niet omdat het veel makkelijker is om empathie te voelen voor mensen die zowel geografisch als emotioneel dichter bij je staan.

De schrijver laat zien dat zijn idee over empathie toepasbaar is op allerlei vlakken in het leven. Zo heeft hij hoofdstukken gewijd aan onder andere politiek en moraliteit, maar hij maakt het ook een minder-ver-van-je-bed-show door bijvoorbeeld te schrijven over empathie en intimiteit. Een cruciale lijn die het boek aanhoudt, is nuance. Hoewel de titel dit niet impliceert, benadrukt Bloom namelijk dat empathie ook waardevol kan zijn. Zo geeft hij toe dat empathie moreel gedrag kan motiveren. Wel pleit hij ervoor dat empathie sterk wordt overgewaardeerd door veel mensen en dat we het niet nodig hebben om effectief te handelen. Wat we daarentegen wel nodig hebben, zijn bijvoorbeeld rationele compassie en objectiviteit.

Niet empathisch, wel sympathiek
Op het eerste gezicht lijkt een samenleving zonder empathie misschien een verontrustend idee. Gelukkig begeleidt Bloom de lezer op luchtige manier door zijn gedachtegang. Het boek is duidelijk vanuit een psychologische invalshoek geschreven. Het zijn vooral andere psychologen en hun theorieën die Bloom aanhaalt ter ondersteuning van zijn punt. Geen psychologische theorie is uiteraard compleet zonder Sigmund Freud, dus zelfs hij passeert nog even de revue. Toch is het boek door de informele schrijfstijl ook heel begrijpelijk voor mensen die zich normaal niet zo fanatiek bezighouden met menselijk gedrag. Bloom mag dan wel een afkeer tegen empathie hebben, uit zijn toegankelijke en informele schrijfstijl blijkt wel een sympathieke persoonlijkheid. Dit heeft voor de lezer ook weer iets geruststellends: ook zonder empathie is het nog mogelijk om een vriendelijk persoon te zijn.

Moeilijk weerlegbaar
Op het eerste gezicht kan Blooms mening behoorlijk tegen-intuïtief aanvoelen. De psycholoog is echter overal op voorbereid en ontkracht al in het eerste hoofdstuk zo'n beetje alle tegenargumenten die hij gehoord heeft. Een voorbeeld hiervan is het veelgehoorde 'More empathic people are kinder and more caring and more moral. This proves that empathy is a force for good.', waarop hij opmerkt dat uit wetenschappelijk onderzoek slechts een zwakke relatie tussen empathie en morele goedheid is gebleken. Ook in de rest van het boek lijken er weinig haken en ogen aan zijn verhaal te zitten, dat niet slechts een mening blijft maar uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd wordt.

Naast dat Bloom dus erg goed zijn weg weet te vinden in wetenschappelijke databases, heeft hij zijn redenatievermogen ook mee. Het boek bevat veel nuanceringen van wat empathie betekent en wat niet, en in welke gevallen het wel of niet goed zou zijn. In situaties dat empathie volgens Bloom niet optimaal is, legt hij uit wat dan wel een effectieve strategie zou zijn. Hierdoor wordt het bijna moeilijk om het niet met hem eens te zijn.

Als er één naslagwerk is dat de potentie heeft om voor een anti-empathische revolutie te zorgen, dan is Against Empathy zeker een goede kandidaat. Door de overtuigende en goed onderbouwde argumenten wordt het heel aannemelijk, zowat vanzelfsprekend, dat empathie soms meer kwaad brengt dan goed. Blooms boek is toegankelijk geschreven en of je het nu met hem eens bent of niet, het boek biedt genoeg stof tot nadenken. De schrijver weet verdacht goed in te schatten hoe hij de lezer het beste zijn punt duidelijk kan maken. Het heeft bijna iets weg van empathie.

 

Lees meer

ANS leest: Peter Bootsma, Trouw - 75 jaar tegen de stroom in (2018)

Naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van Trouw in 2018 werd politicoloog Peter Bootsma door de krant gevraagd om een boek te schrijven over de roemruchte geschiedenis van de krant. Het resultaat is Trouw – 75 jaar tegen de stroom in, een boek van ruim driehonderd pagina’s waarin het wel en wee van het dagblad tussen 1943 en nu uit de doeken wordt gedaan. Het is helaas een boek dat naast interessante historische feiten ook gortdroge passages bevat die weinig boeiend zijn om te lezen.

Tekst: Vincent Veerbeek

75 jaar nieuws
Het boek is zoals te verwachten valt grotendeels in chronologische volgorde opgebouwd, met her en der een sprong naar voren of naar achteren. Bootsma neemt de lezer in tien meestal vlot geschreven hoofdstukken mee van het begin van de krant tijdens de Tweede Wereldoorlog, tot het huidige digitale tijdperk. In deze hoofdstukken bespreekt hij de veranderende inhoud van de krant en gebeurtenissen achter de schermen. Bootsma besteedt in zijn boek onder meer aandacht aan bepaalde onderwerpen die in de krant stonden, reacties daarop, of dingen die zich afspeelden op de redactie. Zo beschrijft hij een muizenplaag op kantoor, ophef over de mogelijk aanstootgevende inhoud van bepaalde advertenties en de discussie over het wel of niet bespreken van sportwedstrijden op zondag.

'Pas in de winter van 1968-1969 ging Trouw over tot vermelding van de uitslagen van sportwedstrijden die op zondag waren gespeeld (en dan aanvankelijk nog heel kort).'

Voor de fans
Het is logisch dat een boek als dit een balans moet zoeken tussen luchtige anekdotes en historische gebeurtenissen die er daadwerkelijk toe doen voor het voortbestaan van de krant. Bootsma slaagt daar echter niet altijd even goed in. Vooral in de hoofdstukken die de jaren zestig tot ongeveer de jaren negentig beslaan, ligt het gewicht bij de bestuurlijke gang van zaken. Dit gaat gepaard met ellenlange opsommingen vol namen die het ene oor ingaan en het andere weer uit. Bovendien strooit Bootsma rijkelijk met overbodige details. Zo worden de adressen van diverse panden in Amsterdam opgesomd, zodat het soms bijna lijkt alsof Bootsma een soort reisgids voor Trouw-bedevaartgangers wil schrijven. Voor de daadwerkelijke inhoud van de krant is weinig aandacht. Dit wordt in de tweede helft van het boek wel beter, naarmate er ook meer verandert aan de inhoud van de krant. Een andere reden dat de aandacht in het tweede deel meer op de inhoud ligt, is dat Bootsma vooral graag rubrieken bespreekt die nu nog steeds in de krant terug te vinden zijn. Dit is zowel voor trouwe lezers als leken leuk om te lezen en ook hier blijkt dat anekdotes Bootsma's forte zijn. Toch voelt het tegelijkertijd als een veredeld reclamepraatje – "Kijk wat onze mooie krant te bieden heeft", lijkt Bootsma te willen zeggen met zijn besprekingen van de diverse actuele rubrieken.

Welke stroom?
Als Bootsma de werkwijze van de redactie van Trouw beschrijft, roept hij meer vragen op dan hij beantwoordt. Het is namelijk onduidelijk hoe deze manier van werken verschilt van die van andere landelijke kranten, omdat Bootsma nauwelijks een referentiekader geeft. Dat de redactie van Trouw relatief veel onafhankelijkheid had en de hoofdredacteur aanvankelijk meer een manager was dan een journalist, zegt daarom weinig. Tegen welke spreekwoordelijke stroom de krant precies ingaat, is dan ook niet altijd even duidelijk omdat Trouw vooral in isolatie wordt gepresenteerd. Hier en daar verwijst Bootsma naar de concurrentie, maar die opmerkingen zijn dun gezaaid en weinig verhelderend. Zelfs bij opvallende gebeurtenissen, zoals toen Trouw de val van de Berlijnse Muur compleet miste, wordt nauwelijks uitgelegd hoe het kan dat de concurrentie beter op de hoogte was van het nieuws. Bootsma doet de kwestie af met een paar grapjes over hoe Trouw meestal achter de feiten aanliep en enkele citaten uit die tijd die ongeveer hetzelfde zeggen en daar blijft het bij.

Al met al is 75 jaar tegen de stroom in een gemengd succes. Dat maakt het misschien wel de perfecte metafoor voor Trouw zelf, een krant die vaak in moeilijk vaarwater terechtkwam, maar er uiteindelijk meestal wel het beste van weet te maken. Die mindere periodes gaat Bootsma niet uit de weg, maar hij kan het desondanks niet laten om in zijn conclusie een goed woordje te doen voor de krant. In een slotbeschouwing relativeert Bootsma alle rompslomp effectief weg door een opsomming te geven van alles wat er verbeterd is aan de krant, om te zorgen dat de lezer het boek toch dichtslaat met een warm gevoel over Trouw.

 

Lees meer

ANS leest: Robert Gerwarth, The Vanquished (2016)

Precies een eeuw geleden schudden Britten, Fransen en Duitsers elkaar de hand: eind goed, al goed. De Eerste Wereldoorlog was eindelijk voorbij. Of toch niet? Historicus Robert Gerwarth vindt dit een problematische kijk op de geschiedenis. In zijn inspirerende boek The Vanquished: Why the First World War Failed to End, 1917-1923 benadrukt hij dat het door deze visie lijkt alsof het massale geweld abrupt eindigde. Inderdaad, aan het Westfront was het eind 1918 stil, maar in heel Oost-Europa, van Finland tot en met het Midden-Oosten, werd nog gevochten: nieuwe regimes werden met veel bloedvergieten gevestigd als direct gevolg van de conflicten van 1914-1918. Gerwarth neemt je mee naar dat vurig strijdgewoel en laat je kennis maken met een kleurrijk palet personages als de Hongaarse marxist Béla Kun of Hanns Albin Rauter, die later de hoogste SS'er in Nederland zou worden. Jonge staten als het onafhankelijke Polen en communistisch Rusland vlogen elkaar in de haren, terwijl het Westen, dat eindelijk in vrede zou leven, in die conflicten flink invloed probeerde uit te oefenen. Ook de grote verslagene, Duitsland, zette de strijd voort na 1918, nu tegen communisten en Joden: 'the accusation that 'the Jew' had become a 'slaveholder' of the defenceless German people was very prominent', aldus Gerwarth.

Tekst: Dennis van der Pligt

Zelfde oorlog, andere oorlog
De conflicten die zich in 1917-1923 afspeelden waren wel anders van aard dan de confrontaties van de 'klassieke', 'westelijke' Eerste Wereldoorlog. Veel vaker waren het revoluties en burgeroorlogen, waarin tegenstanders als verraders en existentiële vijanden werden bestempeld. In veel hogere mate waren het oorlogen die gingen om het overleven van een nationaal of communistisch idee. Daardoor zou het geweld nog meer gericht zijn tegen burgers. Dit harde soort oorlog was kenmerkend voor de conflicten in het oosten. Het verhaal is dan ook diep gedrenkt in bloed, want Gerwarth grijpt iedere mogelijkheid aan om gruwelijke details te beschrijven. Met aangrijpende zinnen als 'after the killings the executioners used explosives to destroy the bodies' serveert Gerwarth zijn lezers losse lichaamsdelen voor. Soms gaat hij helaas net iets te lang door, wat afleidt van hoe en waarom mensen precies tot deze daden komen.

 'Inmates of the infamous Cheka prison had their heads stuck into cages filled with hungry rats in order to extort information.'

De Eerste Wereldoorlog wordt met dit wredere karakter voorgesteld als geestelijke voorloper van de Tweede Wereldoorlog. Naast een geopolitieke en militair-technologische opvolger, is dat latere conflict een ideologische en mentale voortzetting van de 'langere' Eerste wereldoorlog zoals Gerwarth die beschrijft. Menig geschiedkundigebeweert dit misschien al, maar door The Vanquished wordt dit argument sterker. Duitse groeperingen, zogenaamde Freikorps, probeerden zoveel mogelijk communisten en Joden uit te roeien in het Baltische gebied. Deze antisemitische traditie werd aan de lopende band voortgezet door de Nazi’s twee decennia later, soms door oudgedienden van deze organisaties. Toch moet opgepast worden voor de gedachte dat de Tweede Wereldoorlog een onherroepelijk en direct gevolg zou zijn van de voorgaande, alsof tussen 1923 en 1939 geen invloedrijke gebeurtenissen plaatsvonden.

Wereldoorlog van wereldbelang
Waarom doet dit ertoe? Hoezo zouden we naar een ander, 'vollediger' beeld toe moeten? In dit geval is de vraag stellen hem beantwoorden: door dit completere beeld wordt veel meer recht gedaan aan de term 'wereldoorlog'. Het belangrijkste is dat we op deze manier meer erkennen dat volken in het oosten van het continent ook onderdeel zijn van deze geschiedenis. Daar was het conflict per slot van rekening begonnen met de moord op de Oostenrijkse kroonprins. Deze aanslag was op zichzelf al een onderdeel van de oostelijke conflicten die tenminste teruggaan tot 1912. Hierdoor worden historici van de strijd in het westen door Gerwarths boek terecht uitgedaagd om na te denken over andere strijdtonelen dan het Belgische en Franse. Fantastisch, want de historische ervaringen van het Westen hebben te vaak een bevoorrechte positie gehad.

Door de gedachtegang in The Vanquished kan de Eerste Wereldoorlog een gebeurtenis worden van de nazaten van alle deelnemers. Wat enigszins afdoet aan deze gedachte is dat Gerwarth de oostelijke conflicten wel afschildert als genocidaal, ook al lijkt dat terecht. In het westen bleef geweld vooral beperkt tot soldaten en bleven burgers vaak buiten schot. Desalniettemin probeerden Westerse grootmachten de keiharde gevechten en slachtingen in het oosten te sturen, ook na 1918. Deze revoluties en conflicten tussen nieuwe landen hadden dus eveneens een globale dimensie. De verbanden die Gerwarth legt, zorgen voor een bondig boek geschikt voor nieuwkomers op het vakgebied en doorgewinterde specialisten. Zo zet de historicus aan tot vernieuwend, verdiepend en verbredend denken over Wereldoorlog I.

 

Lees meer

ANS leest: Rodaan Al Galidi, Hoe ik talent voor het leven kreeg (2017)

Na Kader Abdollah en Abdelkader Benali sluit Rodaan Al Galidi zich aan bij het rijtje schrijvers van migrantenliteratuur. Het blijft fascinerend om Nederland te zien door de ogen van een buitenstaander. Het beeld dat in Hoe ik talent voor het leven kreeg wordt geschetst is zowel positief als bitter. De roman is gebaseerd op de eigen ervaringen van Al Galidi, maar hij benadrukt dat hij slechts schrijver is en niet de verteller van het verhaal. De hoofdpersoon, Semmier Kariem, is een fictief personage.

Tekst: Simone Bregonje

Tragikomedie
In 1998 komt de Irakees Semmier Kariem na een verblijf in Zuidoost-Azië aan op Schiphol. Daar begint het langste wachten van zijn leven. De negen jaar daarna brengt hij achtereenvolgens door in een opvangcentrum, op een boerderij in Veenhuizen en een asielzoekerscentrum (AZC). Zijn eerste kennismaking met Nederlanders levert lachwekkende situaties op. Vooral de achtjarige dochter van de boer uit Veenhuizen die een agenda heeft, kan rekenen op verbazing van de asielzoekers. Het boek bestaat uit een aaneenschakeling van grappige en schrijnende situaties. Het eindeloze wachten om je te kunnen melden omdat de agent achter de balie andere dingen aan het doen is. De asielzoeker die zelfmoord pleegt, maar waarvan niemand weet waar zijn as gebleven is. Het hopen op een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De asielzoekers die zich plots bekeren tot het christendom, omdat een van hen zo een verblijfsvergunning kreeg. Hieruit blijkt duidelijk dat het leven in een AZC bijzondere situaties oplevert.

Eindeloos wachten
Al Galidi beschrijft het AZC als een graf waarin de tijd van een paar honderd mensen begraven ligt. Hoe ik talent voor het leven kreeg is een illustratie van deze mensen en hun verhalen en eigenaardigheden. Het boek is niet chronologisch opgebouwd, omdat het laten bewegen van de tijd volgens Al Galidi het moeilijkste is aan het vertellen over het leven in het AZC. Zo weet het verhaal de indruk te wekken dat de tijd in het AZC stilstaat. Op sommige momenten lijkt alles beter dan het leven in kamer O139 in het AZC en Semmier denkt er zelfs over om terug te gaan naar Irak. Daarnaast probeert hij meerdere keren te vluchten naar andere landen, maar omdat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het land waar ze aankomen, wordt hij telkens teruggestuurd.

'Hoe vaak liep ik door het AZC met het gevoel dat het de eerste dag was die gewoon langer duurde dan andere dagen.'

Het boek leest dan ook als een aanklacht tegen de Nederlandse asielprocedure. Het wachten en de onzekerheid zijn haast onmenselijk. Hoe ik talent voor het leven kreeg speelt zich af in ons eigen Nederland, waar alles altijd zo goed geregeld lijkt. Lijkt, want de asielzoekers in de roman zitten stuk voor stuk vast in een web van bureaucratie. Op deze manier opent de roman de ogen van de lezer. Toch zegt Al Galidi zelf niet boos te zijn op Nederland. Wel is hij boos op Sadam Hoessein, die van hem een asielzoeker maakte.

Op de fiets
Desondanks is Hoe ik talent voor het leven kreeg geen zware kost. Het wachten van de asielzoekers uit de roman wordt onderbroken door grappige anekdotes. Zo komt de lezer erachter dat asielzoekers eerder leren fietsen dan dat ze Nederlands leren spreken. Abdoelwahid uit Jemen is echter een uitzondering op de regel. Het fietsen zelf lukt Abdoelwahid wel, maar recht fietsen is een ander verhaal. Dit tot grote ergernis van de Nederlanders die zij op de fiets tegenkomen. Een passerend meisje moet uitwijken voor de Jemeniet en vloekt daarom hard. Abdoelwahid besluit haar te achtervolgen en verhaal te halen. Het Asielzoekers (een soort mengvorm van alle talen uit het AZC en het Nederlands) van Abdoelwahid maakt het probleem alleen maar groter. Semmier moet dit oplossen, hij spreekt immers redelijk Nederlands. Als Abdoelwahid vraagt waarom het meisje zo vloekte, verzint Semmier een verhaal over een oma die op haar sterfbed ligt. Daarop biedt Abdoelwahid zijn excuses aan, gevolgd door 'fijne leven oma boven', de Nederlanders verbijsterd achterlatend. Dit is maar een van de vele lachwekkende situaties uit het boek.

Hoe ik talent voor het leven kreeg schetst een goed maar onthutsend beeld van het leven in een AZC door de ogen van een asielzoeker. Af en toe is het lastig om de verschillende verhalen uit elkaar te houden en sommige passages zijn ietwat langdradig, maar dat doet niet af aan de waarde van de roman. In het kader van de multiculturele samenleving is dit zo'n boek dat iedereen een keer gelezen moet hebben.

 

Lees meer

ANS Leest: Sampler 2019, Das Mag ★★★

Das Mag presenteert in de Sampler van 2019 vier korte verhalen van jong talent dat, volgens de uitgeverij zelf, 'niet kleurt (…) binnen de lijntjes van De Debuutroman, waarin weinig mag en veel moet.' Die claim is wellicht nog een beetje overtrokken, maar de bundel geeft zonder twijfel blijk van creativiteit en ambitie.

Tekst:Redactie

Das Mag ging van literair tijdschrift (toen nog onder de naam Das Magazin) naar uitgeverij, maar pakt met onder andere de sampler een deel van haar podiumfunctie opnieuw op. Das Mag noemt het een 'talentontwikkelingstraject' en een eventuele opstap tot een debuutroman. In de sampler van 2018 was ruimte voor acht auteurs, in die van 2019 nog maar voor vier.

Vier verhalen
De bundel opent met een verhaal van Yelena Schmitz (1996), 'Voicemail', waarin een obsessieve stalker een familie steeds verder ontwricht. Het verhaal begint als een intrigerend verhaal met een beklemmende sfeer, maar voelt tegen het einde soms teveel als een thriller waarvan de aanwijzingen op een presenteerblaadje worden gelegd. De korte hoofdstukjes die elkaar in rap tempo opvolgen dragen enerzijds bij aan de benauwende sfeer, maar storen soms ook bij het lezen.

Het verhaal 'Wat doen we met Ovidius?' van Nicole Kaandorp (1997) is qua opbouw iets traditioneler. Na een verbroken relatie moeten gemeenschappelijke eigendommen verdeeld worden. In het geval van de hoofdpersoon en haar ex-vriendin is dit een goudvis, Ovidius. Ondanks protesten van de ex in kwestie blijft de vis groeien en groeien, totdat Ovidius uiteindelijk - ook zonder wederzijdse toestemming -  wordt losgelaten in de Utrechtse grachten. Een realistisch verhaal met herkenbare thema's en gevoelens, dat vanaf de pakkende eerste zin ('In een woonkamer zonder kussens op de bank kijken mijn vis en ik elkaar aan.') in een fijn tempo doorleest, zonder daarmee afbreuk te doen aan de inhoud.

Het derde verhaal, 'Zand kauwen' van Marie Borremans (1994), gaat tevens over een verbroken relatie. Het bouwt iets trager op en pas tegen het einde vallen de puzzelstukjes in elkaar. Dit komt met name door de vorm: het verhaal bestaat uit twee delen, geschreven vanuit twee perspectieven, en is verticaal ingedrukt. In de kantlijn staan WhatsApp-berichten die gelijklopen met de chronologie van het hoofdverhaal. Met name de toevoeging van het tweede deel, en daarmee een tweede perspectief, maken het verhaal meer dan slechts verhaal over liefdesverdriet en verwerking.

De bundel eindigt met 'Plekken om naartoe te gaan' van Maureen Ghazal (1995), waarin een jongen op zoek gaat naar zijn Palestijnse herkomst. Na een aantal pagina's stelt Ghazal de vraag waar het hele verhaal om draait: 'Kun je zeggen dat je ergens vandaan komt als je er pas voor de eerste keer bent?' Naast die filosofische vraag krijgt het verhaal door de toegevoegde tekeningen ook een multimediaal aspect.

Hetzelfde en meer
Vanzelfsprekend zijn de verhalen niet perfect, maar het heeft geen zin om een bundeling korte verhalen van auteurs van 25 of jonger te lezen met die verwachting. De verhalen zijn op sommige momenten gebaat met iets meer tempo, meer afwisseling tussen dialoog en lopende tekst, of met meer show in plaats van het makkelijkere tell. Toch geven ze alle vier blijk van eigenheid en ambitie. Die twee eigenschappen maken veel goed en geven hoop voor een debuutroman die hetzelfde en meer doet als de verhalen in de sampler. 

 

Lees meer

ANS leest: Spring (2019) ★★★★

Nu het lentezonnetje zich eindelijk laat zien, kan er buiten tussen de bloemetjes, bijtjes en hooikoortspollen weer volop gelezen worden. Er is geen toepasselijker boek om mee de tuin in te nemen dan Spring (2019), het onlangs uitgekomen derde deel in de vierdelige seizoenenserie van Schotste schrijver Ali Smith. De serie, waarin ieder boek een nieuw verhaal vertelt, schetst een toegankelijk maar confronterend beeld van recente ontwikkelingen in de Britse samenleving. Hoewel Spring ironisch genoeg donkerder is dan voorgangers Autumn (2016) en Winter (2017), straalt het tegelijkertijd ook hoop uit.

Tekst: Pleun Weijers

Bijzondere personages
In Spring komen een aantal opmerkelijke personages voorbij. De lezer wordt eerst geïntroduceerd aan Richard, een gekwelde ex-televisieproducent die leeft in het verleden. Zijn gouden jaren liggen ver achter hem, zijn vrouw heeft hem lang geleden verlaten en met zijn dochter heeft hij al tijden geen contact meer (hoewel hij in zijn fantasie nog vaak met haar spreekt). Gebroken door het overlijden van zijn goede vriendin en voormalig collega Paddy, voor wie hij veel bewondering koesterde, besluit hij vanuit zijn woonplaats Londen naar Schotland te reizen in een poging zijn verdriet te verwerken.

Richards perspectief wordt afgewisseld door dat van Brittany, een wat verbitterde vrouw die werkt als toezichthouder in een detentiecentrum voor immigranten. De omstandigheden zijn troosteloos en de sfeer is grimmig, totdat er op een dag een jong, mysterieus meisje door het centrum wandelt. Niemand weet hoe ze is binnengekomen, maar ze lijkt een positieve indruk te hebben op de bewoners en krijgt sommigen zelfs zo ver om hun verblijf een schoonmaakbeurt te geven. Vervolgens verdwijnt ze spoorloos. Wanneer Brittany een tijd later op weg is naar haar werk wordt ze op een station aangesproken door een meisje genaamd Florence. Het meisje heeft een ansichtkaart bij zich en wil in haar eentje reizen naar de plek die erop staat, een historisch slagveld in het noorden van in Schotland. Brittany realiseert zich dat Florence de jonge indringer is en besluit haar te volgen op haar reis. Aangekomen in Schotland stuiten ze tegen een verwarde Richard, waarna Florence zich over hem ontfermt en de drie hun reis samen voortzetten.

Waarom worden immigranten maandenlang ondergebracht in detentiecentra, terwijl een persoon volgens de wet maar 72 uur kan worden vastgehouden zonder officiële aanklacht?

Brexit-boek
Spring is een Brexitboek. Hoewel concrete politieke ontwikkelingen veelal onbenoemd blijven, laat Smith zich kritisch uit over thema's die sterk aan de Brexit gerelateerd zijn en voor veel onrust zorgen in de Britse samenleving, zoals immigratie en de grote onderlinge verdeeldheid. De vele vragen die de jonge Florence stelt aan de volwassenen om haar heen lijken naïef, maar zijn confronterend en zetten hen aan het denken. Hoe kan het dat Engeland en Schotland twee verschillende landen zijn, terwijl je de grens niet ziet als je eroverheen gaat? Waarom worden immigranten maandenlang ondergebracht in detentiecentra, terwijl een persoon volgens de wet maar 72 uur kan worden vastgehouden zonder officiële aanklacht? Zelfs de meest cynische personages, zoals Brittany, worden door de innemende en scherpe Florence ingepalmd. Hoewel dit effect uiteindelijk niet bij iedereen blijvend is, brengt ze mensen met verschillende standpunten bij elkaar. Het is duidelijk dat Smith de hoop voor een betere toekomst vestigt op de jongere generaties.

De belevenissen van Richard, Brittany en Florence worden zo nu en dan onderbroken door een aantal bijzondere passages. Zo komt er een opsomming van obscene tweets voorbij, waarin immigranten de meest verschrikkelijke dingen toegewenst krijgen. Hoewel deze verhalen los lijken te staan van rest van het verhaal, bieden ze ook een stukje context door de lezer te wijzen op de bizarre dingen die gebeuren in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt, oftewel in ons dagelijks leven. Wat deze stukjes precies te maken hebben met de rest van het plot, wordt later in het boek pas duidelijk.

Doorzettingsvermogen
Smith staat bekend om haar luchtige en levendige schrijfstijl, die in Spring wederom naar voren komt. Haar vlotte zinnen zijn kort en niet te ingewikkeld, wat de tekst toegankelijk maakt. Toch vergt Spring ook enig doorzettingsvermogen. Het plot is vrij traag en tussen de belangrijke gebeurtenissen door worden veel alledaagse dingen beschreven. Hoewel deze stukken niet zo veelzeggend lijken, liggen ook hierin mooie elementen verscholen. Wie aandachtig leest, herkent veel verwijzingen naar Autumn en Winter, bepaalde gebeurtenissen in de Britse samenleving en andere literaire werken. Dit maakt de tekst speels, maar soms geeft Smith zo weinig weg dat het voor lezer vermoeiend wordt om de achterliggende betekenis te begrijpen. Hierdoor is het af en toe verleidelijk om snel over deze passages heen te lezen.

Al met al zit Spring, net als het gelijknamige seizoen, vol verrassingen. Het is een bijzonder actueel boek dat bovendien fijn wegleest, maar waar je wel even de tijd voor moet nemen. Het liefst buiten in het zonnetje, dus laat de zomer (en Summer) maar komen.

 

 

 

 

Lees meer

ANS leest: Stephen King, The Outsider (2018)

 Het is weer zover: Stephen King heeft een nieuwe roman, The Outsider. Boekenliefhebbers kunnen er na een halve eeuw nog altijd de klok op gelijk zetten dat King met minstens een nieuw boek per jaar verschijnt. King is tegenwoordig druk met het vullen van zijn sociale media met cynische opmerkingen over de Amerikaanse president en foto's van zijn hond Molly, maar schrijft ondertussen stevig door. Minstens even bewonderenswaardig als Kings productiviteit is de kwaliteit van zijn boeken. Ook in The Outsider laat hij zien dat hij lezers nog altijd weet te overrompelen met wat op het eerste gezicht een vrij doorsnee verhaal lijkt te zijn.

Twee druppels water
Politiedetective Ralph Anderson lijkt een makkelijke klus te hebben aan het oplossen van de gruwelijke moord op de jonge Frank Peterson. Meerdere ooggetuigen, tientallen vingerafdrukken en het nodige DNA-bewijs lijken te bevestigen dat maar een iemand de dader kan zijn. Wanneer middelbare schooldocent en baseballcoach Terry Maitland wordt opgepakt, blijkt echter dat hij het niet kan hebben gedaan. Hij was op de bewuste dag heel ergens anders en ook hiervoor is onomstotelijk bewijs. Toch is iedereen ervan overtuigd dat Maitland het gedaan moet hebben. Al snel wordt echter duidelijk dat er sprake moet zijn van een dubbelganger en komt de hele zaak in een ander licht te staan. De situatie wordt nog vreemder wanneer Anderson een tweede zaak ontdekt die verrassende overeenkomsten vertoont.

Onverwachte wendingen
Opvallend genoeg speelt The Outsider zich voor de verandering eens niet af in Maine of ergens anders aan de oostkust van de Verenigde Staten. Toch vertoont het overduidelijk kenmerken van een typische Stephen King roman. Van de vlijmscherpe schrijfstijl tot de intertekstuele verwijzingen naar Edgar Allan Poe en Dracula. Het is zelfs zo kenmerkend dat het de eerste honderd pagina's allemaal wat voorspelbaar aanvoelt. Het is namelijk weer een misdaadverhaal met bovennatuurlijke elementen, zoals in The Green Mile of The Shawshank Redemption. Gelukkig is King een meester in zijn vak en gooit hij het roer al snel radicaal om, waardoor de verwachtingen plotseling moeten worden bijgesteld.

Personages die niet zomaar aannemen dat er meer is tussen hemel en aarde, zijn vaak ver te zoeken in romans als deze. Daarom is ook de manier waarop King hoofdrolspeler Anderson laat worstelen met het feit dat het antwoord misschien bovennatuurlijk van aard is, een welkome afwisseling. Ook al levert dit vooral oppervlakkige filosofische beslommeringen op, het is fijn dat personages het voor de verandering eens een keer niet vanzelfsprekend vinden dat hun leven wordt bedreigd door monsters.

'He could not believe in any explanation that transgressed the rules of the natural world, not just as a police detective, but as a man.'

Oude bekende
Een andere onverwachte keuze die King maakt, is zijn besluit om halverwege de roman een personage uit een eerder werk te herintroduceren. Aan de ene kant is het een feest van herkenning en een mooie gelegenheid om te zien hoe het een paar jaar later met Holly uit Mr. Mercedes (2014) gaat, maar het is niet zonder nadelen. Personages uit eerder werk terug laten komen voor een kleine gastrol gebeurt in principe wel vaker, maar het blijft hier niet bij een easter egg. Het personage speelt een cruciale rol in de tweede helft van het boek, wat vooral jammer is omdat het ten koste gaat van de karakters uit dit boek. Terwijl King de personages in het begin met zorg opbouwt en regelmatig van perspectief wisselt, moeten sommige van deze personages later plaats maken voor iemand van buiten het verhaal. Dit doet denken aan de filmindustrie, waar alles tegenwoordig draait om steeds groter wordende filmuniversums met tientallen aan elkaar gelinkte films. Op zichzelf staande films sukkelen steeds vaker achter een eindeloze rij vervolgen en spin-offs aan. Hetzelfde probleem ontstaat hier, want wat voor ingewijden misschien een leuke connectie is met de rest van Kings universum, zal voor nieuwe lezers eerder verwarrend overkomen.

The Outsider is een interessante combinatie van oud en nieuw. King maakt handig gebruik van de bekende schrijfformules, maar is niet bang nieuwe richtingen in te slaan. Het resultaat is een boek dat lekker weg leest en de lezer regelmatig naar het puntje van zijn stoel drijft met ijzingwekkende scènes. King is zijn kunsten duidelijk nog niet verleerd.

 

Lees meer