Openingsartikel universiteitskeurmerken

Goed gekeurd?

Jaarlijks publiceren Keuzegids en Elsevier een ranglijst van de beste universiteiten. Hoewel universiteiten graag pronken met deze keurmerken, is een rangschikking gebaseerd op studententevredenheid discutabel. De RU zou daarom twee keer moeten nadenken voordat ze van de daken schreeuwt dat ze beste van Nederland is.

Tekst: Julia Mars en Floor Toebes
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Rector magnificus Han van Krieken kan de vlag uithangen: in 2019 mag de Radboud Universiteit (RU) zichzelf volgens Keuzegids weer de beste klassieke universiteit van Nederland noemen. Elk jaar publiceert zowel Keuzegids als Elsevier een ranglijst van beste universiteiten van Nederland. De RU komt vaak uit de bus als het beste jongetje van de klas en is ook niet te bescheiden om hiermee te pronken. Het keurmerk is terug te zien op de website, op de open dagen en in de flyers. Bij het gebruik van de keurmerken kunnen echter flink wat vraagtekens worden gezet en het is maar de vraag hoe veel waarde de titel van beste universiteit echt heeft. Dus 'beste' RU: denk twee keer na voordat je de vlag uithangt.

openings400xEen grote tRUc
De RU mag zich volgens Keuzegids met 63 punten prijzen als beste klassieke universiteit. Een klassieke universiteit biedt uit de meest diverse vakgebieden studies aan. Binnen deze categorie zijn de verschillen echter minimaal: Groningen volgt de RU met een score van 62,5 en de 'slechtste' universiteit, de Universiteit van Amsterdam, heeft alsnog 54 punten. Daar komt nog eens bovenop dat de scores elk jaar vrijwel hetzelfde zijn. 'Nijmegen en Groningen verschillen eigenlijk nauwelijks in score', beaamt Han Werts, teamleider Institutional Research aan de RU. 'Het gaat in dit geval om een verschil van een half puntje.' 

Een verschil van een half punt in een tevredenheidsonderzoek is te beperkt om een hard onderscheid te maken en een winnaar uit te roepen. Dat weet de RU zelf ook, maar doet daar niets mee. 'Als de RU op de eerste plek terechtkomt, dan weten we zelf ook wel dat het verschil met de tweede plek eigenlijk nietszeggend is', zegt Werts. 'Maar de resultaten worden wel zo gepubliceerd. Daar maken wij als marketingafdeling gebruik van.'

Overhaaste generalisatie
Bas Belleman, hoofdredacteur van de Keuzegids, legt uit: 'We kijken naar de studentoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), maar ook naar studiesucces en expertoordelen.' De studentoordelen tellen echter wel heel zwaar mee, namelijk voor 70 procent. 'Studenten krijgen allemaal dezelfde vragen in de NSE en daar maken wij een selectie uit. Zo komen we tot oordelen per opleiding en op basis daarvan worden de ranglijsten gemaakt.' Allemaal leuk en aardig bij het vergelijken van studies, maar bij het vergelijken van universiteiten gaat deze vlieger niet op. Want hoeveel studiezaken zijn nou echt universiteitsbreed? Tandheelkundestudenten zijn op de RU letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van studenten bij Letteren maar toch worden in de totstandkoming van de keurmerken de meningen van alle studenten op een hoop gegooid. Als tandheelkundestudenten heel positief zijn over werkplekken maar studenten Letteren zijn dat juist niet, dan krijg je een gemiddelde tussen die twee tegenpolen. De verschillen tussen Tandheelkunde en Letteren zie je niet in een ranking van instellingen. Deze kun je alleen vinden in de ranglijst van opleidingen.

In een universiteitsranking kan een slecht beoordeelde faculteit zomaar meeliften op het succes van een andere faculteit. Samen behoren ze immers tot de 'beste' universiteit. Dit toont aan dat het generaliserend werkt om de tevredenheid van alle opleidingen over een kam te scheren. Het keurmerk is op deze manier voor de studiekiezer niet relevant.

Een simpel keurmerk is helemaal niet zo veelzeggend.

Representativiteit
Naast de manier van rangschikken zou het kunnen dat er wat rammelt aan de onderzoeksmethode van keurmerken. Keuzegids en Elsevier baseren hun ranglijsten grotendeels op de NSE. In deze enquête worden vragen gesteld om te achterhalen hoe tevreden studenten zijn over hun universiteit. Deze enquête wordt door 37 procent van alle studenten ingevuld. Dit zijn in absolute getallen veel respondenten, maar toch betekent dit niet per se dat het resultaat betrouwbaar is.

Er zijn grote verschillen in responsiepercentages tussen universiteiten. 'In Rotterdam is de respons bijvoorbeeld 28 procent en in Maastricht is dat 47 procent', vertelt Jelke Bethlehem, hoogleraar in de survey-methodologie aan de Universiteit van Leiden. 'Er is dus een hele grote groep studenten die wel meedoet in Maastricht en niet in Rotterdam. Als er dan een verschil is tussen deze twee universiteiten moet je je afvragen: is er echt een verschil in tevredenheid of komt het door de non-respons? Het beste is als de responsiepercentages hoog en gelijk zijn, maar dit is helaas niet het geval.' Met een responsiepercentage van 37 mis je een te grote groep en je kunt je afvragen of dat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid. 'Wat ook een probleem van non-respons is', gaat Bethlehem verder, 'is dat de non-respondenten er vaak heel anders over denken dan de respondenten.' Wie deze non-respondenten zijn, kan vanwege de nieuwe privacywetgeving niet worden onderzocht. Daarom wordt dit niet meegenomen in de resultaten van de NSE. Helaas blijft het om deze reden onduidelijk welk deel van de Nederlandse studenten nou eigenlijk wordt vertegenwoordigd.

Het rangschikken van universiteiten levert vooral misleidende informatie op. Een simpel keurmerk is dus helemaal niet zo veelzeggend. Het is vooral een goede marketingtruc van de universiteit. Reclame maken is natuurlijk niet verboden, maar als de RU als doel heeft om kritische studenten op te leiden, dan is het de hoogste tijd dat ze deze kritische houding ook zelf aanneemt.

 

Redactie
Openingsartikel buddysysteem

Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Redactie
Openingsartikel Career Service

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Redactie
Openingsartikel weblectures

Digitaal kabaal

Steeds vaker worden weblectures gezien als vervanging van het live bijwonen van colleges. Het opnemen van colleges zorgt voor flexibiliteit, maar biedt geen mogelijkheid voor discussie over de stof. De RU moet daarom investeren in alternatieve vormen van digitale ondersteuning, zoals kennisclips.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Weblectures leken een gouden oplossing te zijn. De mogelijkheid om colleges terug te kijken, zorgt ervoor dat studenten de lesstof beter kunnen begrijpen en biedt bovendien uitkomst voor studenten die het college moeten missen. Toch kiezen veel docenten ervoor om de opnames niet meer online te zetten, omdat ze negatieve gevolgen ervaren van het opnemen van colleges. Zo kijken steeds meer studenten thuis naar de opnames in plaats van fysiek naar het college komen. 'Bij de eerste colleges zitten de zalen nog bijna helemaal vol', vertelt Rob Holland, docent Behavioural Science aan de Radboud Universiteit (RU). 'Later in de periode komen er bij een vak waar vierhonderd studenten staan ingeschreven, nog maar zo'n zestig opdagen.'

Niet alleen studenten zien de weblectures als vervanging van normale colleges. Bij sommige studies, zoals Bedrijfskunde, staan zoveel studenten ingeschreven dat er niet genoeg stoelen zijn in de collegezaal. 'In zo'n situatie worden docenten verplicht om de opnames online te zetten', vertelt Yvonne van Rossenberg, docent Strategisch Personeelsmanagement aan de RU. Dat de opnames worden gezien als vervanging van het fysieke college vinden veel docenten een zorgwekkende ontwikkeling. Ze zijn bang dat weblectures op deze manier hun mogelijkheid tot goed onderwijzen dwarsbomen. Toch hebben studenten recht op een goede digitale ondersteuning van de collegestof. Alternatieve hulpmiddelen, zoals kennisclips, bieden hierin uitkomst. De RU moet meegaan met de moderne ontwikkelingen en investeren in een goed alternatief voor weblectures.

'Als aanvulling zijn weblectures een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij.'

Interactief lesgevenWeblecture 450x
Veel docenten waarschuwen dat weblectures een eenzijdige manier van onderwijs volgen zijn. 'Het terugkijken van opnames van het college is passief en daardoor ongeschikt als vervanging van het bijwonen van een college', legt Holland uit. Bas van Stokkom, docent Criminologie aan de RU, beaamt dit. 'Bij het kijken van de opnames gaat het contact tussen docent en student verloren. Wanneer er geen studenten in de zaal zitten, is er geen mogelijkheid om vragen te stellen en discussie te voeren', legt hij uit. Op die manier leren studenten niet om kritisch na te denken. 'Dat past niet bij de gedachte achter universitair onderwijs.' Om ervoor te zorgen dat studenten naar zijn colleges komen, kiest Van Stokkom er al langere tijd bewust voor om de opnames van zijn colleges niet zomaar vrij te geven. De colleges van Holland verschijnen nu nog wel structureel op Brightspace, maar dat zou binnenkort kunnen veranderen. 'Als aanvulling zijn ze een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij', vertelt Holland. 'Binnen het onderwijsinstituut Psychologie wordt er op dit moment dan ook veel gediscussieerd over het online zetten van de opnames.'

Recht van spreken
Weblectures veroorzaken nog een ander probleem. De privacy van zowel de docent als de student wordt in gevaar gebracht. 'Alles wat tijdens een college wordt gezegd, staat vast op tape', zegt Van Rossenberg. 'De universiteit kan niet garanderen dat de beelden van Brightspace niet ergens anders op internet belanden.' Dit kan voor zowel docenten als studenten een reden zijn om hun mening niet uit te spreken. Wanneer een docent of student Politicologie bijvoorbeeld een sterke mening heeft over de militaire coup in Turkije, kan hij zich bezwaard voelen zijn mening publiekelijk te delen. Bij andere studies, zoals Psychologie of Geneeskunde, worden vaak casussen uit de praktijk besproken. In deze gevallen heeft de patiënt of cliënt zijn verhaal in vertrouwen verteld. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat zijn verhaal zomaar het hele internet overgaat. Ook de gesprekken die studenten tijdens het college voeren, worden opgenomen. Van Rossenberg heeft hier een aantal nare ervaringen mee gehad. 'Toen ik in het Verenigd Koninkrijk doceerde, is het een keer voorgekomen dat studenten tijdens het college over elkaar roddelden', vertelt ze. 'Dit was vervolgens op de opname terug te horen. Hetzelfde gebeurde bij een student die een vertrouwelijk verhaal vertelde aan de docent.' Op deze manier zorgen weblectures ervoor dat een collegezaal geen veilige leeromgeving meer is.

'Een kennisclip maken kost wat werk, maar het zorgt wel voor meer interactie.'

Op de lange termijn
Het gebruik van weblectures heeft meer negatieve gevolgen dan positieve. Toch is het jammer als docenten niet de vruchten plukken van de digitale revolutie. Er bestaan veel alternatieve vormen van digitaal lesmateriaal. Bij sommige studies, zoals Psychologie, wordt geëxperimenteerd met kennisclips. Dit zijn filmfragmenten over de collegestof die in een studio worden opgenomen. Dit biedt docenten de kans om informatieve video's te maken, met bijvoorbeeld een nagespeelde casus. Holland maakt hier in zijn colleges al gebruik van. 'Een kennisclip maken kost wat werk', vertelt hij, 'maar ze zorgen wel voor meer interactie. Dat maakt het de investering waard.' Van Rossenberg is ook enthousiast over de kennisclips, maar vertelt dat er bij Bedrijfskunde nog weinig aandacht aan wordt besteed. 'Op dit moment krijgen docenten nog geen tijd of geld om dergelijke video's te maken', zegt ze. Dit zorgt ervoor dat de meerderheid van de docenten nog geen gebruik maakt van dergelijke alternatieven. 'Als je er geen uren voor krijgt, waarom zou je er dan aan beginnen?' stelt Van Rossenberg.

Studenten hebben behoefte aan een goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal. Op korte termijn kunnen weblectures hier een oplossing voor bieden, al deze laten veel te wensen over. Alternatieven zijn er genoeg, maar momenteel wordt er vanuit de universiteit geen extra tijd en geld beschikbaar gesteld om hiermee te werken. Het is daarom hoog tijd dat de RU met de tijd meegaat en investeert in goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal.

 

Redactie
Openingsartikel studiereizen

De RU ziet ze vliegen

Hordes Radboudstudenten stappen elk jaar op het vliegtuig om met hun studievereniging op reis te gaan naar Japan of Colombia. Zo’n reis is leuk, maar niet heel duurzaam. Is het wel verantwoord dat er zoveel verre studiereizen worden georganiseerd?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Rens van Vliet

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Terwijl de luchtvaart een van de meest vervuilende vormen van vervoer is, vliegen Nijmeegse studenten met hun studievereniging de hele wereld over. Zo gingen de psychologiestudenten van SPiN in 2018 naar Tokio en bezochten de rechtenstudenten van de JFV datzelfde jaar Kuala Lumpur. Vaak bezoeken zij tijdens de reis plaatsen of instanties die aansluiten bij hun vakgebied. De studenten van Marie Curie gingen bijvoorbeeld kijken bij NASA tijdens hun reis door Californië twee jaar geleden. Veel studenten bezoeken tijdens hun reis echter alleen de Nederlandse ambassade en gaan dan verder langs de toeristische trekpleisters. Het verband tussen studie en bestemming ligt dus niet altijd voor de hand. De Radboud Universiteit (RU) zegt duurzaamheid te willen stimuleren, maar doet niets aan de tonnen broeikasgassen die elk jaar worden uitgestoten door de studiereizen van haar studenten. Daarom moeten zowel de studieverenigingen als de universiteit in de gaten houden dat de doelen van de studiereis, namelijk de relatie met de studie en het sociale aspect, niet worden vergeten. Zo kan worden voorkomen dat er geen onnodige verre vluchten worden gemaakt.

Groeiende luchtvaartIllustratie RU ziet ze vliegen 450xjpg
Vliegen wordt een steeds groter probleem voor het klimaat. Het aandeel van de luchtvaart in de totale klimaatvervuiling is nu nog klein, maar de sector groeit enorm. Vluchten worden alsmaar goedkoper en wereldwijd hebben steeds meer mensen de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken. 'In andere sectoren dalen de CO2-emissies, maar de luchtvaart zal steeds meer van de duurzame vooruitgang van andere sectoren tenietdoen', vertelt lector Paul Peeters, onderzoeker en docent Duurzaam en Toerisme aan de NHTV Breda. 'Alleen al door de luchtvaart zal de opwarming van de aarde nog steeds het in het Parijs-akkoord vastgelegde maximum van twee graden passeren.'

Een van de oorzaken achter de groei van het aantal vliegreizen is dat veel mensen denken dat een reis verder weg per definitie leuker is dan een reis dichterbij. Peeters geeft een voorbeeld: 'Als je mensen uit drie gratis vakanties met verschillende afstanden laat kiezen, gaan de meeste mensen voor de reis naar de verste bestemming, terwijl ze helemaal niet weten waar ze dan terechtkomen. Je kunt dichtbij huis net zo goed een leuke vakantie hebben.'

Nieuwe bestemmingen dichterbij
Met het oog op klimaatvervuiling moeten studieverenigingen de belangrijkste redenen achter een studiereis niet uit het oog verliezen. Nu lijkt de trend: hoe exotischer en verder de bestemming, hoe beter. De belangrijkste kenmerken van studiereizen zijn echter dat ze 'een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter' hebben, aldus het Reglement Subsidiëring Groepsreizen van de RU. Dat hoeft niet elke keer met een vlucht naar New York of Sydney te gebeuren, dat zou ook prima met een reis binnen Europa kunnen. Willen studenten niet naar plekken waar iedereen al is geweest, zoals Parijs en Rome, dan kunnen ze door iets beter te zoeken nog voldoende interessante locaties vinden. Binnen Europa zijn namelijk genoeg plekken die veel te bieden hebben en die nog niet zijn overspoeld door toeristen.

Daarnaast kunnen studieverenigingen en hun reiscommissies alternatieve vormen van vervoer overwegen. Zo is het beter voor het milieu om de bus of de trein te pakken dan het vliegtuig. Volgens de calculator van reiscompensatieorganisatie Greenseat gaat met een enkele vlucht Amsterdam-Parijs namelijk 70 kilo CO2 per persoon de lucht in, terwijl dat met de bus of trein maar 20 kilo is. Toch moeten verre studiereizen niet helemaal verdwijnen. Ze bieden studenten namelijk een mooie mogelijkheid om betaalbaar op reis te kunnen gaan. Een gulden middenweg zou kunnen zijn om maar eens in de drie jaar een grote reis te organiseren. Zo heeft elke student toch de mogelijkheid eens tijdens zijn studietijd een verre reis te maken. Voor die andere reizen kan een limiet worden gesteld op bestemmingen die met een treinreis van een dag te bereiken zijn.'Met zo'n limiet kun je nog zover reizen als Zuid-Italië en kun je op zoek naar bestemmingen die nog niet iedereen kent', stelt Peeters.

'Studieverenigingen kunnen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen.'

Reissubsidies
Niet alleen de student, maar ook de universiteit kan iets doen aan de vervuiling door studiereizen. Zij verstrekt immers via Student Life subsidies voor deze reizen. Duurzaamheid kan worden toegevoegd aan de lijst van criteria die de hoogte van de uitgekeerde subsidie bepalen. In de besprekingen voor de verbetering van het subsidiereglement wordt duurzaamheid al wel meegenomen, vertelt manager van Student Life Rob Vaessen. Een optie kan zijn dat wordt gebruikgemaakt van een reisemissiecalculator, die precies kan berekenen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten met een bepaald reisplan. 'Bij het invoeren kun je daarbij aangeven of je per bus, trein of boot reist en zelfs met welke vliegmaatschappij je vliegt', legt Peeters uit. De universiteit kan dan eisen dat deze informatie voor alle georganiseerde studiereizen aan hen wordt voorgelegd. Mede aan de hand daarvan kan dan de hoogte van de subsidie worden bepaald.

Wil de RU aan haar duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, dan zijn er op het gebied van studiereizen nog genoeg stappen te zetten. Zo kan de universiteit duurzaamheid integreren in haar reglement rondom de uitkering van subsidies voor studiereizen. Daarnaast kunnen studieverenigingen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen en vaker voor een alternatief vervoersmiddel te kiezen. Een week met de trein naar Bosnië en Herzegovina is immers ook niet verkeerd.

 

Redactie
Openingsartikel interdisciplinaire minoren

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Redactie
Openingsartikel buitenlandminor

Het ene cijfer is het andere niet

Veel studenten willen een deel van hun studie in het buitenland spenderen. Ze zijn echter niet altijd goed ingelicht over de voor- en nadelen van hun bestemming. De Radboud Universiteit moet daarom meer aandacht besteden aan de voorlichting over de situatie die studenten op buitenlandse universiteiten aantreffen.

Tekst: Jean Querelle en Wout Zerner
Illustratie: Jonne Aghabozorg

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS. 

Een semester in het buitenland studeren is voor veel studenten een welkome afwisseling van de alledaagse sleur van de Radboud Universiteit (RU). Sommige studenten grijpen hun tijd over de grens aan om monumenten te bekijken of op het strand te liggen. Degenen die naar het buitenland vertrekken om nieuwe kennis op te doen, schrikken soms van het verschil in onderwijsniveau ten opzichte van de RU. Om een weloverwogen keuze te maken voor een buitenlandse universiteit is goede informatie over het instituut in kwestie nodig. Vanuit de RU is er echter weinig voorlichting over de verschillen tussen universiteiten. Hierdoor lopen studenten tijdens of na hun tijd over de grens tegen problemen aan.

Illu openings grootNiveauverschillen
Het regelen van een verblijf in het buitenland is voor studenten veel werk, waardoor velen er niet bij stilstaan dat de kwaliteit van het onderwijs minder kan zijn. Uit een lange lijst met mogelijke bestemmingen wordt vaak de leukste gekozen. Vervolgens moet de student zich al snel richten op praktische zaken zoals huisvesting en verzekeringen, waardoor onderwijstechnische zaken minder aandacht krijgen. Politicologiestudent Nanda van der Sloot, die een half jaar in Edinburgh studeerde, vertelt: 'Je krijgt een lijst met landen waar je naartoe kan gaan om te gaan studeren. De voor- en nadelen van de universiteiten worden nauwelijks toegelicht.' Geschiedenisstudent Annabel Buiter, die momenteel in Belfast studeert, beaamt dat. 'Pas in Belfast kreeg ik een goed beeld van de kwaliteit van de universiteit. Vanuit de RU
is geen voorlichting gegeven over de verschillen tussen universiteiten.'

Ondanks de niveauverschillen die deze studenten ervaren, voldoen alle universiteiten in Europa aan bepaalde eisen. 'Elke onderwijsinstelling waar wij studenten heen sturen moet aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden voldoen', vertelt Wessel Meijer, hoofd van het International Office. 'In Europa hebben we afspraken over de kwaliteit van onderwijsinstellingen en wij vertrouwen erop dat onze partneruniversiteiten deze regels naleven.' Studenten mogen dus verwachten dat universiteiten een bepaald basisniveau hebben, maar de RU erkent dat tussen de onderwijsinstellingen verschil bestaat. 'Een variatie in kwaliteit tussen universiteiten zal altijd bestaan, net zoals de kwaliteit van twee docenten van dezelfde opleiding kan verschillen', zegt Meijer. Hij vindt het niet puur de verantwoordelijkheid van de universiteit om studenten goed te informeren. 'De universiteit maakt een voorselectie van universiteiten. We verwachten van studenten dat ze zelf op onderzoek uitgaan. De RU kan niet voor iedere studie aan een buitenlandse universiteit een boekwerk met informatie opstellen.'

Goochelen met cijfers
Wie de eerste aanpassingsproblemen over de grens heeft overwonnen, krijgt zodra de cijfers binnenstromen te maken met nieuwe problemen. De manier waarop de behaalde resultaten worden weergegeven, is vaak anders dan in Nederland. Om een helder beeld te krijgen van de waarde van de prestaties van RU-studenten, is het noodzakelijk dat de cijfers worden omgezet naar het Nederlandse cijfersysteem. Hoe dit precies gebeurt, is voor sommige studenten echter onduidelijk. 'Het omrekenen van de cijfers is een beetje vreemd. Ik heb wel een omrekentabel gekregen van een professor in Belfast, maar weet nog steeds niet precies welke cijfers ik volgens de RU heb gehaald', geeft Buiter aan. Als het aan Van der Sloot ligt, moet de universiteit überhaupt stoppen met het omrekenen van cijfers. 'Naar mijn mening zijn mijn cijfers te laag uitgevallen, omdat de omgezette cijfers niet overeenkomen met de waarde die er in het Verenigd Koninkrijk aan wordt gehecht. Ik vind dat cijfers eigenlijk helemaal niet omgezet op het diploma moeten staan, omdat het niet mogelijk is om de resultaten op een eerlijke manier om te zetten.'

De verwarring over het omzetten van resultaten komt volgens Meijer door een verschil in de manier waarop cijfers worden gewaardeerd en toegekend. 'In Nederland hanteren we een systeem met tien getallen. De eerste vijf zijn onvoldoende en de negen en tien worden nauwelijks uitgedeeld. Hierdoor blijven er eigenlijk maar drie cijfers over die de meeste studenten behalen', vertelt Meijer. In het Verenigd Koninkrijk wordt daarentegen gebruikgemaakt van een systeem met percentages. Dergelijke verschillen maken het omzetten van cijfers lastig. De RU doet haar best om cijfers zo goed mogelijk te vertalen naar het Nederlandse systeem, door gebruik te maken van een conversietabel. Met deze lijst zijn de in het buitenland behaalde cijfers terug te rekenen naar het Nederlandse systeem.

'Het cijfer van een buitenlandse universiteit is eerder een advies dan een vastgelegd feit.'

'De tabellen worden gemaakt met behulp van een database', vertelt Meijer. Zo'n tabel is volgens Van der Sloot niet op alle buitenlandse universiteiten toepasbaar. 'Voor de universiteit van Edinburgh was geen tabel beschikbaar.' Hierdoor kan het gevoel ontstaan dat het omzetten vooral is gebaseerd op nattevingerwerk. Wel is de examencommissie bij zulke specifieke gevallen altijd een extra controleorgaan, legt Meijer uit. 'We nemen nooit zomaar een cijfer over van een buitenlandse universiteit. De examencommissie is altijd bevoegd om een cijfer aan te passen, omdat het cijfer van een buitenlandse universiteit eerder een advies is dan een vastgelegd feit.'

Studenten lopen in het buitenland vaak tegen problemen aan omdat ze niet genoeg kennis hebben over hun bestemming. Ze voelen zich niet genoeg geïnformeerd door de universiteit. De universiteit verwacht dat studenten zich zelf verdiepen in hun nieuwe omgeving, maar dit schiet er nog wel eens bij in tijdens de drukke voorbereidingsperiode. Door een geheugensteuntje vanuit de universiteit over zaken waar de buitenlandreiziger niet meteen aan denkt, kunnen eventuele onaangename verassingen, zoals een tegenvallende conversie van een behaald punt, worden voorkomen.

 

Redactie