Geldstress onder studenten

Een dubbeltje op zijn kant

Steeds meer studenten kampen met financiële problemen. Ze ervaren regelmatig geldstress en in extreme gevallen kunnen ze zelfs hun collegegeld niet meer betalen. Daarom moet de Radboud Universiteit financiële voorlichting aanbieden.

Tekst: Floor Toebes en Jitske de Vries
Illustratie: Bibi Queisen

dubbeltje 700x

Sinds de invoering van het leenstelsel ervaren steeds meer studenten financiële problemen. Velen weten niet wat ze met hun geldproblemen aan moeten en komen daardoor nog dieper in de moeilijkheden. Dat de nood aan de man is, werd afgelopen februari bevestigd door een onderzoek van de Hogeschool van Utrecht (HU) onder studenten van vijf verschillende hbo-instellingen. Van de hbo-studenten geeft 43 procent aan te maken te hebben met betalingsachterstanden en in sommige gevallen kunnen ze zelfs geen geld meer opnemen. Ook geeft 21 procent van de studenten aan moeilijk rond te kunnen komen.

'Ik kan me voorstellen dat de resultaten niet enorm verschillen wanneer je een vergelijkbaar onderzoek zou starten aan de universiteit', denkt studentendecaan aan de Radboud Universiteit (RU), Sofie van Breemen. Alhoewel het onderzoek over hbo-studenten gaat, is de verwachting dus dat ook wo-studenten financieel in de knoop zitten. Daarom zou het goed zijn als er preventieve voorlichting wordt aangeboden aan studenten, zodat ze überhaupt niet in de problemen komen. De RU moet financiële voorlichting aanbieden in de vorm van een vrijblijvende cursus waarin kwesties als schuldpreventie en financieel plannen aan de orde komen.

Wegwijs in de wereld van geld
Voor studenten aan de universiteit zou een cursus erg kunnen helpen. Als student draag je namelijk opeens veel financiële verantwoordelijkheid: je huur, belastingen, zorgverzekering, collegegeld, enzovoorts. Bovendien zijn de regelingen omtrent het leenstelsel vaak onduidelijk, omdat er regelmatig nieuwe plannen komen vanuit de Tweede Kamer. Dit kan erg overweldigend zijn en het zou daarom fijn zijn als de universiteit de student daar meer wegwijs in kan maken. Daar komt bovenop dat een gezonde financiële situatie erg belangrijk is voor studenten: 'goede financiën zijn een voorwaarde om gezond en stressvrij te kunnen studeren', vertelt Breemen. 'Het is om die reden een onderdeel van het algemeen welzijn van studenten.' In het rijtje van de cursussen "Self help 'lekker in je vel'", "Perfectionisme-Nooit Goed Genoeg" en "Burn-out preventie" zou een cursus "Omgaan met geld" daarom goed passen. Daarnaast is het handig als juist de universiteit deze hulp aanbiedt. Het is namelijk de plek waar studenten zich dagelijks bevinden en daardoor kan de universiteit makkelijk studenten bereiken.

Beter laat dan nooit?
Naar aanleiding van het onderzoek van de HU heeft denktank Financieel Fit Rijk van Nijmegen een regiooverleg met de RU, de Hogeschool Arnhem Nijmegen en het ROC Nijmegen geïnitieerd. In dit overleg wordt de financiële situatie van Nijmeegse studenten besproken en nagedacht over eventuele verbeteringen. Of dit zal leiden tot maatregelen, is nog maar de vraag. Breemen vertelt dat het wel even kan duren voordat er iets concreets uit de bespreking komt. Dit terwijl geldzorg een urgent probleem is. Het is niet zo dat de universiteit haar kop in het zand steekt. Op dit moment kunnen studenten aan de RU met hun geldvragen terecht bij de studentendecaan. Toch is het volgens Gerjo Schepers, oprichter van Financieel Fit Rijk van Nijmegen, niet vanzelfsprekend dat een student ook daadwerkelijk hulp zoekt: 'Uit het regio-overleg blijkt dat studenten niet vaak naar een studentendecaan gaan als ze moeite hebben om het collegegeld te betalen of moeilijk rondkomen.'

'De universiteit handelt pas wanneer het te laat is.'

Verder biedt de RU financiële steun in de vorm van fondsen en subsidies voor studenten met bijvoorbeeld persoonlijke problemen of noodsituaties. Zowel advies van de studentendecaan als het verstrekken van geld lost het gehele probleem niet op. De universiteit handelt pas wanneer het te laat is en een fonds of subsidie leert studenten niet hoe ze in de toekomst beter met hun geld om kunnen gaan. De kans bestaat dus nog steeds dat ze in financiële moeilijkheden belanden. 

De RU loopt achter
In tegenstelling tot universiteiten zijn hbo- en mbo-instellingen al begonnen met het aanbieden van financiële voorlichting ter preventie van verdere geldproblemen onder studenten. Zo heeft het ROC Nijmegen een financieel spreekuur waar studenten met hun geldvragen terecht kunnen bij een financieel adviseur en biedt de HU een cursus aan zodat docenten hun studenten beter kunnen helpen met geldproblemen. De Hanzehogeschool Groningen begint vanaf dit collegejaar met de cursus "Grip op je portemonnee". Studenten kunnen zich hiervoor inschrijven om beter te leren financieel plannen, sparen en budgetteren. De cursus zal vrijblijvend zijn en gegeven worden door een medewerker van de kredietbank. Een vergelijkbare oplossing zou goed passen op de RU. Studenten kunnen dan voordat ze in de problemen komen zich inschrijven voor de cursus en zo inzicht krijgen in hun geldzaken. Het is hoog tijd dat de RU stappen onderneemt door haar studenten financiële voorlichting aan te bieden, zodat geldproblemen voorkomen kunnen worden. 

 

Redactie
Flexibeler reisproduct

Het spoor bijster

Studenten volgen steeds vaker bijvakken bij andere universiteiten en lopen stages in andere steden. Om die reden hebben zij een flexibeler reisproduct nodig. Om studenten deze flexibiliteit te bieden, moet DUO hen de mogelijkheid bieden zelf vijf dagen uit te kiezen waarop ze gratis mogen reizen.

Tekst: Floor Toebes en Julia Meilink
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

opinie 700xHet studentenreisproduct stamt uit 1991. In het begin van zijn bestaan was het reisproduct gedurende de hele week geldig. Volgens toenmalig minister van Onderwijs Jo Ritzen werd deze regeling ingevoerd omdat men voorspelde dat studenten in het hoger onderwijs steeds meer van traditionele studiepatronen zouden afwijken. Verwacht werd dat studenten op verschillende plaatsen en op verschillende momenten aanwezig moesten zijn. Die flexibiliteit in het onderwijs liet echter nog even op zich wachten en veel studenten vonden een reisproduct voor de hele week niet nodig. Daarom werd de keuze tussen weekend- en week-OV in 1994 een feit. Tegenwoordig zijn afwijkende studieprogramma’s echter alom vertegenwoordigd in het hoger onderwijs en hebben studenten juist een vernieuwd reisproduct nodig. Om studenten flexibiliteit te bieden, moet DUO hen de mogelijkheid geven zelf vijf dagen uit te kiezen waarop ze gratis mogen reizen. Dit alternatief levert vooral voordelen op: het ontlast de maandagochtendspits, het is niet aantoonbaar duurder dan de huidige regeling en het is vooral flexibel. 

Flexibiliteit 
Niemand kijkt er meer van op als een student na de studie er een bestuursjaar, bijvakken en een pre-master op heeft zitten. Studenten moeten zich in hun studieactiviteiten onderscheiden om een goede baan te krijgen. Dat is een noodzakelijkheid voor veel studenten in de huidige tijd van blitse cv's met bergen vrijwilligerswerk, uitzonderlijke prestaties en bijzondere stages. De tijd van hyperconcurrentie tussen studenten is aangebroken. Nederlandse universiteiten stimuleren dit door studenten meer mogelijkheden voor extracurriculaire activiteiten te bieden en samen te werken met andere universiteiten. De universiteit neemt aan dat haar studenten activiteiten op veel verschillende plaatsen ondernemen. DUO lijkt echter blind voor deze veranderingen: het huidige studentenreisproduct groeit niet mee met de ontwikkelingen in studievrijheid. Het is sterk verouderd en vernieuwing is hard nodig. 

 

'Studenten blijven zich aanpassen. Het is echter het reisproduct dat vertraging heeft.' 


Voorspellen met voorstellen 
Dat het studentenreisproduct op de schop moet, is geen nieuw idee. In 2017 opperde D66-Kamerlid Paul van Meenen dat het studentenreisproduct gedurende de hele week geldig zou moeten zijn. Dit voorstel werd niet serieus genomen omdat het de overheid te veel geld zou kosten. Een oplossing die wel realistisch is, is studenten zelf de mogelijkheid bieden om vijf dagen uit te kiezen waarop ze gratis mogen reizen. Dit voorstel is financieel wel mogelijk. In de huidige regeling reist 91 procent van de studenten al vijf dagen met hun week-OV. Een reisproduct met hetzelfde aantal dagen is dus niet aanzienlijk duurder. 9 procent van de studenten heeft nu nog een weekend-OV. Die groep studenten mag dan drie dagen meer reizen. De kosten voor dat uitgebreidere abonnement vallen wellicht iets hoger uit, maar ze zouden nooit zo veel stijgen als bij een zevendaags product. Bovendien zou deze mogelijkheid heel wat flexibeler zijn dan de huidige regeling waarin de dagen in beide abonnementsmogelijkheden aaneengesloten zijn. Studenten moeten ervoor kunnen kiezen om vijf reisdagen over de hele week te verspreiden: ze moeten zowel in het weekend als doordeweeks kunnen reizen. Het komt namelijk ook voor dat studenten in het weekend studieactiviteiten ondernemen of tussen hun drukke programma door nog op visite bij hun ouders willen gaan.

Spits
Tegenstanders stellen dat de spits alleen maar drukker wordt naarmate studenten meer reizen. Dat is volgens Ritzen echter een mythe: de spits wordt vooral veroorzaakt door werkenden. De drukte in het openbaar vervoer zal niet verergeren door het voorgestelde reisproduct. In het beste geval kan het de maandagochtendspits zelfs wat ontlasten. De verwachting is dat studenten op andere tijden gaan reizen. Momenteel reizen veel studenten die
een kamer hebben op vrijdagavond naar hun ouderlijk huis. Zij gaan dan massaal op de maandagochtend terug naar hun kamer, wat leidt tot volgestouwde coupés. Met de voorgestelde regeling kunnen zij ook op zondag al terugreizen waardoor de studentenmania op maandagochtend vermindert.Al met al is de huidige OV-regeling sterk verouderd en past deze niet meer bij de huidige, flexibele studieprogramma’s die studenten volgen. Het is daarom de hoogste tijd dat studenten zelf de vijf dagen mogen uitkiezen waarop ze gratis kunnen reizen. Dan kunnen ze meedoen met flexibele studieprogramma's, bij al hun stages aanwezig zijn en nog eens op de koffie komen bij hun ouders. Studenten blijven zich aanpassen aan studieontwikkelingen, het is echter het reisproduct dat vertraging heeft. Om een inhaalslag te maken, moet het reisproduct veranderen. Zet het studentenreisproduct op het goede spoor, voordat het voorgoed de trein mist.

 

Redactie
Openingsartikel anoniem tentamineren

Ongezien een tien

Bij het beoordelen van tentamens spelen vooroordelen op basis van naam, geslacht en andere kenmerken van de student een rol. Anoniem tentamineren beperkt de invloed van deze vooroordelen. Voor een objectieve beoordeling van de student moet de Radboud Universiteit daarom anoniem tentamineren.

Tekst: Camee Comperen en Jonathan Janssen
Illustratie: Joëlla Verschoor

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Je hebt een onconventionele achternaam en krijgt daarom een lager cijfer voor een tentamen. Onwaarschijnlijk? Dit gebeurt constant aan universiteiten. Onderzoek van de Universiteit van New England uit 2016 laat zien dat naam, geslacht of reputatie van een student zowel een negatieve als een positieve invloed uit kan oefenen op de beoordeling. Daardoor krijgen studenten vaak andere cijfers van hun docenten dan ze, puur op basis van de inhoud van hun werk, verdienen. Anoniem tentamineren, waarbij docenten niet kunnen zien wie ze beoordelen, kan dit makkelijk en effectief voorkomen. Om de kwaliteit van het werk van de student centraal te stellen, moet aan de Radboud Universiteit (RU) anoniem worden getentamineerd.

'Niemand wil mensen ongelijk behandelen, maar bij iedereen kan dat wel gebeuren, ook bij docenten.'

Onbevooroordeeld beoordelen
Iedereen is bevooroordeeld wanneer ze anderen moeten beoordelen. 'Niemand wil mensen ongelijk behandelen, maar bij iedereen kan dat wel gebeuren, ook bij docenten', vertelt Gijs Bijlstra, sociaal psycholoog aan de RU. 'Als je andere mensen waarneemt, activeer je allerlei kennis, zoals stereotypen, vooroordelen of andere verwachtingen. Zo kun je een label op iemand plakken als man of vrouw, Nederlander of niet-Nederlander, of goede of minder goede student.' Bij deze labels kun je verschillende verwachtingen hebben, bijvoorbeeld dat een 'goede student' per definitie betere antwoorden geeft dan een minder goede student. 'Het activeren van die kennis kan vervolgens je gedrag en beoordelingsvermogen beïnvloeden', legt Bijlstra uit.

Deze bias heeft ook invloed op de beoordeling van studenten. Het onderzoek van de Universiteit van New England wijst uit dat een leuke naam of een aantrekkelijk uiterlijk al invloed kan hebben op de beoordeling van een student. Wanneer docenten zich bewust zijn van de benadeelde positie van bepaalde studenten, kan er reverse bias optreden. Hierdoor kunnen ze studenten uit bepaalde groepen juist hoger beoordelen. Bewustwording alleen is dus geen oplossing, maar anoniem tentamineren kan de invloed van deze bias wel inperken.

anoniemtentamineren400xEenvoudig en effectief
De stap naar anoniem tentamineren is zo gemaakt. Zo zouden studenten alleen hun studentnummer of een uniek tentamennummer in kunnen vullen op het tentamenvel. Zeker nu steeds meer tentamens digitaal worden afgenomen, zoals bij Rechten en Psychologie, is het makkelijker om anoniem te tentamineren. Digitaal is het eenvoudig in te stellen dat studenten geen naam in hoeven te vullen, zodat docenten daar niet door worden beïnvloed.

Ondanks dat het zo voor de hand ligt, experimenteert nu maar een enkele docent aan de RU op eigen initiatief met anoniem tentamineren. Dat terwijl anoniem tentamineren in Groot-Brittannië al jaren standaard is. Studenten met bijvoorbeeld een niet-Britse etnische achtergrond halen daar nu gemiddeld hogere cijfers dan daarvoor. Ook in Leuven, Groningen en Utrecht maken de universiteiten steeds meer gebruik van anonieme toetsing. In Nijmegen is de Universitaire Studentenraad slechts voorzichtig in gesprek met de afdeling Strategie Onderwijs en Onderzoek van de universiteit over de haalbaarheid van anoniem tentamineren, maar dit heeft nog geen resultaat opgeleverd.

Aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht (UU) is vorig jaar een initiatief voor anoniem tentamineren opgezet. Door een succesvolle pilot kan elke docent op de faculteit nu zelf bepalen of hij anoniem tentamineert. Docenten waren over het algemeen tevreden over de resultaten van de pilot, de kritiek was vooral praktisch. 'Het enige bezwaar van docenten was dat het invoeren van de cijfers nu iets minder makkelijk is, maar dat is eenvoudig op te lossen met de zoekfunctie van de computer', zegt Sander Werkhoven, ethicus aan de UU en een van de initiatiefnemers. 'Een eerlijke behandeling van alle studenten is erg belangrijk en het is een taak van universitaire medewerkers om daar goed mee om te gaan. Anoniem toetsen is een eenvoudige manier om docenten daarbij te ondersteunen.'

'Het is een fijne gedachte om te denken: onderscheid maken in groepen, dat doen alleen racisten en seksisten, ik niet.'

Meer dan symptoombestrijding
Toch zijn niet alle universiteiten voorstander van anoniem tentamineren. De discussie wordt ook aan de Vrije Universiteit (VU) gevoerd. Karen van Oudenhoven-Van der Zee, Chief Diversity Officer aan de VU, is verantwoordelijk voor het tegengaan van bias binnen de universiteit. Zij vindt anoniem tentamineren slechts een vorm van symptoombestrijding en geen duurzame oplossing. 'Als je de dieperliggende vooroordelen in de maatschappij niet aanpakt, dan doe je niets aan het daadwerkelijke probleem. Daarom proberen wij docenten te trainen om goed om te gaan met bias.'

Natuurlijk is het zo dat dieperliggende discriminerende vooroordelen zoveel mogelijk moeten worden aangepakt, maar deze helemaal uitroeien is onmogelijk. 'Het is een fijne gedachte om te denken: onderscheid maken in groepen, dat doen alleen racisten en seksisten, ik niet', reageert Bijlstra. 'Ons brein is echter ingesteld om met gebruik van onderscheid in groepen allerlei informatie te verwerken.' Hierdoor kan iedereen worden beïnvloed door vooroordelen en is bias niet volledig uit te roeien. Het anoniem beoordelen van tentamens kan de invloed van bias in ieder geval beperken.

Mensen zullen altijd worden beïnvloed door bias, op een negatieve dan wel positieve manier. Anoniem tentamineren is een makkelijke manier om de invloed van bias te beperken en de studenten eerlijker te behandelen. Daarom moet het ook op de RU de standaard worden. Studenten moeten worden beoordeeld op de inhoud van hun werk, niet op hun uiterlijk, achtergrond of geslacht. Een objectievere wereld begint bij RU zelf.

 

Redactie
Openingsartikel universiteitskeurmerken

Goed gekeurd?

Jaarlijks publiceren Keuzegids en Elsevier een ranglijst van de beste universiteiten. Hoewel universiteiten graag pronken met deze keurmerken, is een rangschikking gebaseerd op studententevredenheid discutabel. De RU zou daarom twee keer moeten nadenken voordat ze van de daken schreeuwt dat ze beste van Nederland is.

Tekst: Julia Mars en Floor Toebes
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Rector magnificus Han van Krieken kan de vlag uithangen: in 2019 mag de Radboud Universiteit (RU) zichzelf volgens Keuzegids weer de beste klassieke universiteit van Nederland noemen. Elk jaar publiceert zowel Keuzegids als Elsevier een ranglijst van beste universiteiten van Nederland. De RU komt vaak uit de bus als het beste jongetje van de klas en is ook niet te bescheiden om hiermee te pronken. Het keurmerk is terug te zien op de website, op de open dagen en in de flyers. Bij het gebruik van de keurmerken kunnen echter flink wat vraagtekens worden gezet en het is maar de vraag hoe veel waarde de titel van beste universiteit echt heeft. Dus 'beste' RU: denk twee keer na voordat je de vlag uithangt.

openings400xEen grote tRUc
De RU mag zich volgens Keuzegids met 63 punten prijzen als beste klassieke universiteit. Een klassieke universiteit biedt uit de meest diverse vakgebieden studies aan. Binnen deze categorie zijn de verschillen echter minimaal: Groningen volgt de RU met een score van 62,5 en de 'slechtste' universiteit, de Universiteit van Amsterdam, heeft alsnog 54 punten. Daar komt nog eens bovenop dat de scores elk jaar vrijwel hetzelfde zijn. 'Nijmegen en Groningen verschillen eigenlijk nauwelijks in score', beaamt Han Werts, teamleider Institutional Research aan de RU. 'Het gaat in dit geval om een verschil van een half puntje.' 

Een verschil van een half punt in een tevredenheidsonderzoek is te beperkt om een hard onderscheid te maken en een winnaar uit te roepen. Dat weet de RU zelf ook, maar doet daar niets mee. 'Als de RU op de eerste plek terechtkomt, dan weten we zelf ook wel dat het verschil met de tweede plek eigenlijk nietszeggend is', zegt Werts. 'Maar de resultaten worden wel zo gepubliceerd. Daar maken wij als marketingafdeling gebruik van.'

Overhaaste generalisatie
Bas Belleman, hoofdredacteur van de Keuzegids, legt uit: 'We kijken naar de studentoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), maar ook naar studiesucces en expertoordelen.' De studentoordelen tellen echter wel heel zwaar mee, namelijk voor 70 procent. 'Studenten krijgen allemaal dezelfde vragen in de NSE en daar maken wij een selectie uit. Zo komen we tot oordelen per opleiding en op basis daarvan worden de ranglijsten gemaakt.' Allemaal leuk en aardig bij het vergelijken van studies, maar bij het vergelijken van universiteiten gaat deze vlieger niet op. Want hoeveel studiezaken zijn nou echt universiteitsbreed? Tandheelkundestudenten zijn op de RU letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van studenten bij Letteren maar toch worden in de totstandkoming van de keurmerken de meningen van alle studenten op een hoop gegooid. Als tandheelkundestudenten heel positief zijn over werkplekken maar studenten Letteren zijn dat juist niet, dan krijg je een gemiddelde tussen die twee tegenpolen. De verschillen tussen Tandheelkunde en Letteren zie je niet in een ranking van instellingen. Deze kun je alleen vinden in de ranglijst van opleidingen.

In een universiteitsranking kan een slecht beoordeelde faculteit zomaar meeliften op het succes van een andere faculteit. Samen behoren ze immers tot de 'beste' universiteit. Dit toont aan dat het generaliserend werkt om de tevredenheid van alle opleidingen over een kam te scheren. Het keurmerk is op deze manier voor de studiekiezer niet relevant.

Een simpel keurmerk is helemaal niet zo veelzeggend.

Representativiteit
Naast de manier van rangschikken zou het kunnen dat er wat rammelt aan de onderzoeksmethode van keurmerken. Keuzegids en Elsevier baseren hun ranglijsten grotendeels op de NSE. In deze enquête worden vragen gesteld om te achterhalen hoe tevreden studenten zijn over hun universiteit. Deze enquête wordt door 37 procent van alle studenten ingevuld. Dit zijn in absolute getallen veel respondenten, maar toch betekent dit niet per se dat het resultaat betrouwbaar is.

Er zijn grote verschillen in responsiepercentages tussen universiteiten. 'In Rotterdam is de respons bijvoorbeeld 28 procent en in Maastricht is dat 47 procent', vertelt Jelke Bethlehem, hoogleraar in de survey-methodologie aan de Universiteit van Leiden. 'Er is dus een hele grote groep studenten die wel meedoet in Maastricht en niet in Rotterdam. Als er dan een verschil is tussen deze twee universiteiten moet je je afvragen: is er echt een verschil in tevredenheid of komt het door de non-respons? Het beste is als de responsiepercentages hoog en gelijk zijn, maar dit is helaas niet het geval.' Met een responsiepercentage van 37 mis je een te grote groep en je kunt je afvragen of dat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid. 'Wat ook een probleem van non-respons is', gaat Bethlehem verder, 'is dat de non-respondenten er vaak heel anders over denken dan de respondenten.' Wie deze non-respondenten zijn, kan vanwege de nieuwe privacywetgeving niet worden onderzocht. Daarom wordt dit niet meegenomen in de resultaten van de NSE. Helaas blijft het om deze reden onduidelijk welk deel van de Nederlandse studenten nou eigenlijk wordt vertegenwoordigd.

Het rangschikken van universiteiten levert vooral misleidende informatie op. Een simpel keurmerk is dus helemaal niet zo veelzeggend. Het is vooral een goede marketingtruc van de universiteit. Reclame maken is natuurlijk niet verboden, maar als de RU als doel heeft om kritische studenten op te leiden, dan is het de hoogste tijd dat ze deze kritische houding ook zelf aanneemt.

 

Redactie
Openingsartikel buddysysteem

Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Redactie
Openingsartikel Career Service

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Redactie
Openingsartikel weblectures

Digitaal kabaal

Steeds vaker worden weblectures gezien als vervanging van het live bijwonen van colleges. Het opnemen van colleges zorgt voor flexibiliteit, maar biedt geen mogelijkheid voor discussie over de stof. De RU moet daarom investeren in alternatieve vormen van digitale ondersteuning, zoals kennisclips.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Weblectures leken een gouden oplossing te zijn. De mogelijkheid om colleges terug te kijken, zorgt ervoor dat studenten de lesstof beter kunnen begrijpen en biedt bovendien uitkomst voor studenten die het college moeten missen. Toch kiezen veel docenten ervoor om de opnames niet meer online te zetten, omdat ze negatieve gevolgen ervaren van het opnemen van colleges. Zo kijken steeds meer studenten thuis naar de opnames in plaats van fysiek naar het college komen. 'Bij de eerste colleges zitten de zalen nog bijna helemaal vol', vertelt Rob Holland, docent Behavioural Science aan de Radboud Universiteit (RU). 'Later in de periode komen er bij een vak waar vierhonderd studenten staan ingeschreven, nog maar zo'n zestig opdagen.'

Niet alleen studenten zien de weblectures als vervanging van normale colleges. Bij sommige studies, zoals Bedrijfskunde, staan zoveel studenten ingeschreven dat er niet genoeg stoelen zijn in de collegezaal. 'In zo'n situatie worden docenten verplicht om de opnames online te zetten', vertelt Yvonne van Rossenberg, docent Strategisch Personeelsmanagement aan de RU. Dat de opnames worden gezien als vervanging van het fysieke college vinden veel docenten een zorgwekkende ontwikkeling. Ze zijn bang dat weblectures op deze manier hun mogelijkheid tot goed onderwijzen dwarsbomen. Toch hebben studenten recht op een goede digitale ondersteuning van de collegestof. Alternatieve hulpmiddelen, zoals kennisclips, bieden hierin uitkomst. De RU moet meegaan met de moderne ontwikkelingen en investeren in een goed alternatief voor weblectures.

'Als aanvulling zijn weblectures een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij.'

Interactief lesgevenWeblecture 450x
Veel docenten waarschuwen dat weblectures een eenzijdige manier van onderwijs volgen zijn. 'Het terugkijken van opnames van het college is passief en daardoor ongeschikt als vervanging van het bijwonen van een college', legt Holland uit. Bas van Stokkom, docent Criminologie aan de RU, beaamt dit. 'Bij het kijken van de opnames gaat het contact tussen docent en student verloren. Wanneer er geen studenten in de zaal zitten, is er geen mogelijkheid om vragen te stellen en discussie te voeren', legt hij uit. Op die manier leren studenten niet om kritisch na te denken. 'Dat past niet bij de gedachte achter universitair onderwijs.' Om ervoor te zorgen dat studenten naar zijn colleges komen, kiest Van Stokkom er al langere tijd bewust voor om de opnames van zijn colleges niet zomaar vrij te geven. De colleges van Holland verschijnen nu nog wel structureel op Brightspace, maar dat zou binnenkort kunnen veranderen. 'Als aanvulling zijn ze een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij', vertelt Holland. 'Binnen het onderwijsinstituut Psychologie wordt er op dit moment dan ook veel gediscussieerd over het online zetten van de opnames.'

Recht van spreken
Weblectures veroorzaken nog een ander probleem. De privacy van zowel de docent als de student wordt in gevaar gebracht. 'Alles wat tijdens een college wordt gezegd, staat vast op tape', zegt Van Rossenberg. 'De universiteit kan niet garanderen dat de beelden van Brightspace niet ergens anders op internet belanden.' Dit kan voor zowel docenten als studenten een reden zijn om hun mening niet uit te spreken. Wanneer een docent of student Politicologie bijvoorbeeld een sterke mening heeft over de militaire coup in Turkije, kan hij zich bezwaard voelen zijn mening publiekelijk te delen. Bij andere studies, zoals Psychologie of Geneeskunde, worden vaak casussen uit de praktijk besproken. In deze gevallen heeft de patiënt of cliënt zijn verhaal in vertrouwen verteld. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat zijn verhaal zomaar het hele internet overgaat. Ook de gesprekken die studenten tijdens het college voeren, worden opgenomen. Van Rossenberg heeft hier een aantal nare ervaringen mee gehad. 'Toen ik in het Verenigd Koninkrijk doceerde, is het een keer voorgekomen dat studenten tijdens het college over elkaar roddelden', vertelt ze. 'Dit was vervolgens op de opname terug te horen. Hetzelfde gebeurde bij een student die een vertrouwelijk verhaal vertelde aan de docent.' Op deze manier zorgen weblectures ervoor dat een collegezaal geen veilige leeromgeving meer is.

'Een kennisclip maken kost wat werk, maar het zorgt wel voor meer interactie.'

Op de lange termijn
Het gebruik van weblectures heeft meer negatieve gevolgen dan positieve. Toch is het jammer als docenten niet de vruchten plukken van de digitale revolutie. Er bestaan veel alternatieve vormen van digitaal lesmateriaal. Bij sommige studies, zoals Psychologie, wordt geëxperimenteerd met kennisclips. Dit zijn filmfragmenten over de collegestof die in een studio worden opgenomen. Dit biedt docenten de kans om informatieve video's te maken, met bijvoorbeeld een nagespeelde casus. Holland maakt hier in zijn colleges al gebruik van. 'Een kennisclip maken kost wat werk', vertelt hij, 'maar ze zorgen wel voor meer interactie. Dat maakt het de investering waard.' Van Rossenberg is ook enthousiast over de kennisclips, maar vertelt dat er bij Bedrijfskunde nog weinig aandacht aan wordt besteed. 'Op dit moment krijgen docenten nog geen tijd of geld om dergelijke video's te maken', zegt ze. Dit zorgt ervoor dat de meerderheid van de docenten nog geen gebruik maakt van dergelijke alternatieven. 'Als je er geen uren voor krijgt, waarom zou je er dan aan beginnen?' stelt Van Rossenberg.

Studenten hebben behoefte aan een goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal. Op korte termijn kunnen weblectures hier een oplossing voor bieden, al deze laten veel te wensen over. Alternatieven zijn er genoeg, maar momenteel wordt er vanuit de universiteit geen extra tijd en geld beschikbaar gesteld om hiermee te werken. Het is daarom hoog tijd dat de RU met de tijd meegaat en investeert in goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal.

 

Redactie