[Ingezonden] Studenten zijn ervaringsdeskundigen mentale gezondheidsproblemen

Niet alleen de vorige schrijver heeft moeite met de 'ludieke' actie van de Radboud Universiteit. Onderstaande schrijver, die graag anoniem wil blijven, legt uit dat de mentale gezondheidsproblemen voor studenten een groot probleem zijn. De tranenkamer neemt de studenten hierin niet serieus. 

De universiteit zag de stress rondom tentamens aankomen en dacht: we maken een tranenkamer. En 'voor studenten die écht problemen hebben', de contactgegevens van de studentpsycholoog. Even negerend dat de onderzoeken die we hebben over dit onderwerp erop wijzen dat al snel de helft van de studenten 'echte' mentale gezondheidsproblemen heeft, en dat de wachttijd voor een paar sessies met de studentpsycholoog regelmatig meer dan een maand is.

Ik kan me bij dit soort acties nooit onttrekken aan de vraag hoeveel paniekaanvallen de betrokkenen dit jaar hebben gehad. Hoe vaak zij hele nachten wakker hebben gelegen van de stress of het verdriet. Hoe vaak ze hun telefoons aan hebben laten staan, de hele nacht door, voor het geval die ene vriend(in) waar het niet zo lekker mee gaat om 3 uur 's nachts iemand moet spreken. Hoe vaak de grap 'dat zegt mijn psycholoog nou ook altijd' in hun gesprekken voorbij komt. Hoe vaak zij niet uit bed konden komen de afgelopen maanden. Hoe vaak zij dagenlang elke paar uur een huilbui hebben gehad.

'Ik had niet gedacht dat je in één beweging de mentale gezondheidscrisis op campus en de Holocaust zou kunnen bagatelliseren.'

Het feit is dat de mentale gezondheid van studenten zo massaal zo slecht is, dat het niet meer gaat om 'een paar studenten met problemen'. Het gaat om halve collegezalen. Studenten praten elkaar door paniekaanvallen heen, zitten huilbuien met elkaar uit, verwerken trauma’s met elkaar, en, in de ergste gevallen, horen ze elkaars suïcidale neigingen aan. We zijn massaal, zonder het ooit gewild te hebben, ervaringsdeskundigen geworden in onze eigen mentale gezondheidsproblemen en die van iedereen om ons heen. Het minste wat de universiteit zou kunnen doen, is dat serieus nemen.

En dan is er nog het detail van de muziekkeuze: Schindler's List. Een film over de Holocaust en Nazi-Duitsland. Ik moet het de universiteit nageven, ik had voor vandaag niet gedacht dat je in één beweging de mentale gezondheidscrisis op campus en de Holocaust zou kunnen bagatelliseren. Toch een prestatie. Maar misschien niet helemaal het type prestatie dat nastrevenswaardig is.

Als de universiteit zich daadwerkelijk zorgen zou maken over de mentale gezondheid van studenten zou ze, bijvoorbeeld, kunnen investeren in meer studentpsychologen (die overig wel even aan collectieve zelfreflectie mogen doen over hun instemming met dit project), zodat mensen geen weken of maanden op de wachtlijst hoeven voordat ze een paar sessies krijgen en weer door mogen met hun leven. Ze zou studenten informatie kunnen geven over hoe je het beste met je docenten en examencommissie kan praten over je problemen. Ze zou docenten en studieadviseurs kunnen trainen in het respectvol omgaan met studenten met mentale gezondheidsproblemen. Ze zou rondetafelgesprekken kunnen houden met studenten met mentale gezondheidsproblemen over wat ze nodig hebben van de universiteit. Ze zou iets kunnen doen aan het gigantische tekort aan docenten op veel van de faculteiten, waardoor docenten ook wat minder vaak een burn-out of andere mentale gezondheidsproblemen oplopen, waardoor de universiteit als instituut misschien wat gezonder wordt. Ze zou kunnen lobbyen om het leenstelsel af te schaffen en de exorbitante schulden van studenten vrij te schelden om ervoor te zorgen dat één gemist tentamen je niet potentieel 10.000 euro kost.

Ik zie momenteel in mijn omgeving geen groter probleem onder studenten dan de epidemie aan mentale gezondheidsproblemen. Misschien verdient dat van een 'studentgerichte' universiteit als de Radboud Universiteit iets meer aandacht dan een jankhok.

 

Redactie
Huilen om de huilkamer

[Ingezonden] Huilkamer normaliseert mentale problemen

Het nieuws van woensdagmiddag over de huilkamer op de Radboud Universiteit viel niet bij iedereen goed. Ook Mae Boevink, oud-studente aan de Radboud Universiteit, had moeite met het concept. Zij heeft zelf mentale klachten (gehad) en ziet de huilkamer als het normaliseren van stress om tentamens door de universiteit. In deze open brief vertelt zij haar kijk op de actie van de universiteit. 


Op 19 juni verscheen er in een WhatsApp groep waar ik in zit een foto van een poster van de Cry Room #Radbreak. Waar ik in eerste instantie dacht dat het hier om een slechte grap ging bleek iets later, na de Facebook van de universiteit te bekijken, dat het hier wel degelijk om een bestaande poster ging.

Mijn eerste reactie was die van verbazing, vlug gevolgd door woede en verdriet. Als alumna met een geschiedenis (en heden) met geestelijke gezondheidsproblematiek doet het mij pijn om te zien hoe de Radboud Universiteit omgaat met mental health.

'Depressie is uiteraard iets wat met even een potje janken gewoon voorbij is.'

De universiteit doet het op deze manier af alsof het normaal is dat studenten in paniek raken en huilen om hun resultaten. Alsof in huilen uitbarsten terwijl je in college zit omdat je het allemaal niet meer trekt simpelweg opgelost wordt door naar een 'huiskamer' te gaan waar wat tissues staan, wat post-its hangen en wat 'zielige' muziek opstaat. Want dat is hoe je dit soort dingen oplost. Depressie is uiteraard iets wat met even een potje janken gewoon voorbij is. De enorme prestatiedruk die studenten voelen gaat uiteraard weg wanneer je op een post it schrijft dat je tentamen slecht ging en dat je bang bent dat je je jaar niet haalt en iedereen in je leven gaat teleurstellen en je een nóg grotere studieschuld oploopt.

Wat belachelijk.

Depressie, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, al deze dingen komen zo veel vaker voor dan de universiteit nu doet voorkomen. En het zijn dingen niet zomaar opgelost worden door de bovengenoemde manieren. Waarom moet de universiteit zich verlagen tot zo’n publiciteitsstunt, terwijl die tijd beter besteed kan worden?

Hoe hebben er mensen van Dienst Marketing en Communicatie bij elkaar gezeten en dit goedgekeurd? Heeft niemand bedacht dat er misschien meer tijd in studentenwelzijn an sich kon worden gestoken? Misschien is het een idee om meer voorlichting te geven aan studenten, om ze meer te wijzen op de mogelijkheden voor wanneer je je als student belachelijk KUT voelt maar niet weet waar je naartoe moet. Misschien zou er meer geld moeten komen voor meer studentenpsychologen in plaats van er soort van een verwijzing naar te doen op de poster. Misschien wordt het tijd om studenten serieus te nemen en een groter algeheel gesprek over te voeren in plaats van ze drie dagen lang de kans te geven om zich op te sluiten in een kamertje waar ze zich gepatroniseerd voelen en denken dat het daarbuiten niet oké is om je zo te voelen.

Ik werd verdrietig, en misschien moet ik maar even gaan huilen in het Erasmusgebouw. Maar mijn woede zal er dan wel voor zorgen dat ik onderweg ernaartoe meteen elke poster die ik tegen kom van de muur zal rukken.

 

Redactie
AKKUraatd pleit voor ombouwen onderwijslokalen

[Ingezonden] Kameleonzalen: een duurzame oplossing voor het probleem van studiewerkplekken

Al het hele collegejaar zijn er, met name tijdens tentamenperiodes, klachten over een te volle Universiteitsbibliotheek en een tekort aan studiewerkplekken. Het College van Bestuur kwam eerder al met een oplossing door onderwijslokalen in tentamenperiodes open te stellen, maar volgens studentenfractie AKKUraatd is dit niet genoeg. Zij pleiten ervoor om deze zalen ook de uitstraling te geven van een studiewerkplek.

Het is weer zover: de tentamenperiode komt er aan. Traditioneel betekent dit goed zoeken naar een werkplek voordat je kan beginnen met studeren. Extra studiewerkplekken zouden dit kunnen verhelpen. Deze extra werkplekken moeten verspreid over de hele campus worden gerealiseerd, zodat studenten van FNWI tot Rechten genoeg werkplekken hebben. Studentenfractie AKKUraatd pleit voor het realiseren van zogenaamde kameleonzalen in alle faculteitsgebouwen.

Kameleonzalen zijn zalen die gedurende de zeven collegeweken 'gewone' onderwijszalen zijn, maar voor de tentamenweken eenvoudig kunnen worden veranderd. Zij krijgen daarmee de inrichting en de sfeer van een volwaardige studiewerkplek. Voor de tentamenweken worden de tafels en stoelen in een andere opstelling gezet, worden geluidsdempende en sfeercreërende objecten als planten neergezet en wordt met behulp van contactdozen ervoor gezorgd dat er genoeg stopcontacten in de zaal zijn. Ook wordt er een poster op de deur geplakt waarop staat dat de zaal drie weken lang een stiltewerkplek is. Als kers op de taart ligt er standaard tapijt. Wanneer de tentamenweken voorbij zijn worden de veranderingen weer ongedaan gemaakt.

    Kameleonzaal1450x  Kameleonzaal2450x

Tijdens de tentamenweken is het soms dringen voor een studiewerkplek. Toch is er op de Radboud Universiteit genoeg ruimte om studenten in hun behoeftes van voldoende studielandschappen te voorzien. De beschikbare ruimte moet alleen beter en flexibeler benut worden. Tijdens de onderwijsvrije tentamenweken staan veel onderwijslokalen leeg. Het College van Bestuur heeft een groot deel van deze lokalen voor studenten opengesteld om tijdens tentamenweken in te kunnen studeren. Alhoewel het College hiermee een goede maatregel heeft getroffen vinden veel studenten nog niet de weg naar deze lokalen. Met het realiseren van kameleonzalen kan hier verandering in komen.

Het hoeft niet moeilijk te zijn om de kameleonzaal "van kleur te laten veranderen". Studenten kunnen nu al als werkactie stoelen en tafels uitklappen om de sportzalen tentamenweekproof te maken. Met eenzelfde constructie zouden studenten de kameleonzalen kunnen veranderen in een studielandschap. Er moet een inschatting per faculteit gemaakt worden hoeveel kameleonzalen nodig zijn om de druk op de studiewerkplekken te verlagen.

Het is van belang dat de gecreëerde studiewerkplekken uiteindelijk ook gevonden worden. Daarom moet tijdens de tentamenweken bij de ingang van iedere faculteit fysiek worden aangegeven welke zalen kameleonzalen zijn en waar je dus kan gaan studeren. Op de iets langere termijn zal met behulp van wifi-tracking digitaal inzichtelijk gemaakt moeten worden in welk studielandschap voldoende ruimte is. Dit mag als vanzelfsprekend alleen als de data hier volledig geanonimiseerd worden en niet worden bewaard.

 

Redactie
De 23-jarige Simon over zijn depressie

[Ingezonden] Wanneer niets resteert dan grijs

De 23-jarige RU-student Simon (liever geen achternaam) kwam tijdens zijn studententijd in een depressie. In deze ingezonden brief vertelt hij openhartig over hoe deze periode voor hem voelde en wat hem uiteindelijk heeft geholpen om erbovenop te komen.

Illustratie: Inge Spoelstra

depressie400xDe kleine wijzer van de klok werkt zich langzaam maar zeker naar een hoogtepunt, om zich daarna met dezelfde snelheid in het diepe dal van de middag te storten. In het schemerduister van de dag fluister je liefkozend "Werk wacht wel, ik wil je nog even om me voelen."1 tegen je deken.

Niet lang daarna kom je kreunend je bed uit, neem je niet de moeite om iets anders aan te doen dan je pyjama en werk je een lunch-achtig ontbijt naar binnen. De rest van de dag ligt maagdelijk verleidelijk naar je te lonken om jouw inspanningen te mogen ontvangen, maar je negeert haar. Je hebt immers wel wat beters te doen dan studeren: een eindeloze stroom YouTube-filmpjes wacht op jouw kijkplezier.

Het scherm van je mobiel (want waarom de moeite nemen je laptop aan te zetten?) is nu urenlang het enige dat je nodig hebt om je ledigheid te vullen. Is het eerste filmpje afgelopen? Klik door en kijk het volgende en het volgende en het volgende, net zolang totdat de natuurlijke behoeften je dwingen om iets te eten te drinken of die eerder tot je genomen dingen te lozen. Daarna kun je weer kijken. Kijken, kijken, kijken. Net zolang kijken totdat je een keer de moeite neemt om wederom in dat lieflijke bedje van je te kruipen en jezelf in slaap te wiegen met spijtvolle gedachten aan alle dingen die je vandaag eigenlijk had moeten doen.

Herken jij, Lezer, zo’n dag? Een luie dag die je je eigenlijk niet kunt veroorloven, maar waarvan jij vindt dat je je hem kunt veroorloven omdat je de dag erna alles goed gaat maken en dubbel zo hard aan het werk gaat? Vast wel, we zijn tenslotte volwassen studenten en verantwoordelijk genoeg om te doen en laten wat we willen. Zolang we ons werk op tijd af hebben en onze tentamens halen is er niets aan de hand.

Maar wat als zo’n dag meer regel is dan uitzondering? Wat als je dagenlang in het schemerduister van je kamer doorbrengt op min of meer de hierboven beschreven wijze? Wat als je aanwezigheid bij colleges slechts fysiek is en niet mentaal? Je geeft niets meer om het niet af hebben van je werk en je leeft van dag tot dag in een dichte, grijze waas.

Voor de buitenwereld houd je de schijn op dat er niets aan de hand is. De standaardvraag over hoe het met je gaat, beantwoord je zonder tekst en uitleg met het standaardantwoord "Goed." Je gaat gewoon naar activiteiten van je studievereniging, spreekt gewoon af met vrienden, en je hobby beleef je met ogenschijnlijk evenveel plezier als gebruikelijk.

Inwendig schaam je je echter kapot voor je gedrag. Je wéét dat als je niet nu aan je studie begint je nog erger in de problemen zal raken. Je docenten hebben je al meer dan eens aangesproken op je gedrag, je zegt dat het wel goed zal komen, houdt zelf de hoop dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren, brengt de nacht voor de deadline slapeloos door met een liter cola en een zak chips om alsnog dat ene stukje af te krijgen om toch iets van een goed gevoel te krijgen, hoewel dat alles averechts werkt: vermoeidheid gaat je parten spelen. Colleges worden een nachtmerrie, niet eens door de niet meer op te brengen concentratie, maar alleen al door de gedachte aan de fietstocht naar de universiteit. Bij binnenkomst in het lokaal duik je het liefst ver weg in je eigen vertrouwde wereld van sombere gedachten aan een tafeltje achterin en je bent de eerste die de deur uit is, om vragen over je welzijn (want dat het slecht met je gaat, zal op den duur niet meer te verbergen zijn) te vermijden en het gelogen antwoord niet te hoeven geven.

Zo kabbelt je leven voort. De wereld is kleurloos, vijftig tinten grijs. Geluk is ver te zoeken. De situatie gaat escaleren. Menselijk contact vermijd je als een vegetariër de slager, je beperkt je hierin tot het hoognodige en je verlaat het eenzame geborgene van je kamer liever niet. Het thuisfront houd je zo veel mogelijk op afstand. Ja mam, alles gaat goed met de studie. Je hebt het heel druk – met nietsdoen, welteverstaan – en dus echt geen tijd voor een goed gesprek.

En dan komt dat ene moment, dat moment waarop een medestudent je vraagt hoe het met je gaat. Ze heeft je net gezien in college: een zielig hoopje ellende waar niet veel meer inzit dan een zich waardeloos voelende loser die bijna zijn studie op wil geven.

Ze stelt haar vraag op een toon die het midden houdt tussen bezorgdheid en begrip. Je hoort dat ze om je geeft. Op dat moment breek je. Je beseft je dat er niets anders meer opzit dan te vertellen wat er speelt, hoe kut je je al tijdenlang voelt, dat je niets meer ziet zitten, geen lust meer hebt voor wat dan ook. Er is geen houden meer aan. Op een bankje op het Erasmusplein doe je in één ruk je verhaal. Zij luistert, knikt af en toe, valt je niet in de rede tot je klaar bent.

Dan zegt zij dat ze je situatie herkent, dat zij ook zoiets heeft doorgemaakt. Ze vertelt hoe zij er mee om is gegaan, dat het niet helpt om weg te kwijnen in zelfbeklag, maar om hulp te zoeken, anders gaat er nooit iets gebeuren.

Het verhaal sterkt je: je bent niet de enige die dit overkomt. Je krijgt weer een beetje motivatie om iets te gaan doen. Om aan jezelf te werken. Om te redden wat er te redden valt. Je maakt een afspraak met de studieadviseur en dan gaat het snel: studentenpsycholoog, aangehouden advies op je BSA en voor je het weet heb je in het tweede jaar alsnog je propedeuse gehaald en mag je door met je studie.

Het is moeilijk voor je om terugkijkend de vinger op deze periode in de lente van 2015 te leggen: kwam het door je studie, die te veel van je eiste? Was het de eenzaamheid van je kamer die je niet goed kon verdragen? Was überhaupt het gaan leven op een studentenkamer een te grote stap in combinatie met je studie? Misschien was het een giftige cocktail van factoren. Het maakt ook niet uit. Je hoopt simpelweg dat deze verschrikking niet terugkeert.

Die hoop blijkt een jaar later ijdel. Je vriendin maakt het onverwacht uit en duwt je onbedoeld terug in het diepe dal waaruit je eerder bent geklommen. Met moeite en nog meer studievertraging krijg je jezelf terug op de rit tot het moment waarop je weer in het zwarte water valt. Dan gaat het zo slecht met je dat je je ouders huilend vertelt wat er nu al die jaren heeft gespeeld. Je bent bang voor hun reactie, maar ze reageren begripvol. Ze zeggen dat ze altijd van je zullen houden. Dat je je niet hoeft te schamen om hierover te praten.

Dat doe je nu niet meer. Je schrijft op wat je op je hart hebt en vertelt op die manier aan eenieder die het maar wilt horen dat je te kampen hebt met depressies. Je schrijft dat je leeft met dieptepunten in je geestesgesteldheid en dat je studie daaronder lijdt. Dat niemand medelijden met je hoeft te hebben. Dat je graag iets wilt doen om het taboe hierop te doorbreken.

1Deze zin heb ik ontleend aan het nummer Liefste van Typhoon.

Herken jij je in bovenstaande tekst? Maak dan een afspraak met de studentpsycholoog van de universiteit.

 

Redactie
AKKUraatd en AGREEn pleiten voor steenbreek op de RU

[Ingezonden] Een groenere campus

De campus van de Radboud Universiteit is groen, maar niet groen genoeg. Sander van der Goes van AKKUraatd en Hannah Fröb van AGREEn pleiten daarom voor een steenbreek en een diverser groenbeleid op de campus. Dit is beter voor het klimaat, maar zorgt ook voor een aangenamere campus.

Als je de campus vanuit de Erasmustoren bekijkt, zie je dat er nog veel grijze, versteende plekken op de campus te vinden zijn. Denk hierbij aan het Linnaeusplein, het Erasmusplein, buitenmuren van gebouwen en een flink aantal daken waar nog geen zonnepanelen liggen. Te veel locaties op de campus bestaan nu uit stenen vlaktes en in de groene gebieden kan nog meer worden gedaan om biodiversiteit te stimuleren.

Voorbeeldfunctie waarmaken
Nederlandse steden verstenen steeds meer. Tegelijkertijd verdwijnt hierdoor meer en meer groen. Dit is niet alleen jammer voor onze leefomgeving, het is ook problematisch. Het creëert namelijk hittestress en vergroot de kans op wateroverlast. Stenen houden hitte vast en voorkomen dat de bodem water kan opnemen. Specifiek voor de universiteit is te zeggen dat er, met name op hele hete dagen, bijna geen geschikte locaties voor studenten te vinden zijn om te vertoeven. Op pleinen voel je al snel een verstikkende hitte en op het gras heb je geen schaduw.

Om dit probleem op gemeentelijk niveau aan te pakken zijn er al (private) initiatieven opgezet. Een van deze initiatieven is 'Operatie Steenbreek', een organisatie die de samenleving aanzet om hun leefomgeving te vergroenen. Dit doen ze in samenwerking met gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en ook enkele universiteiten. Helaas doet de Radboud Universiteit (RU) hier niet aan mee.

De universiteit zou voorop moeten lopen als het gaat om vergroening en klimaat.

Ook in het kader van de European Green Capital probeert de gemeente Nijmegen burgers aan te sporen om hun tuinen te vergroenen, maar de universiteit blijft achter. Met de sloop van de compleet stenen Thomas van Aquinostraat wordt al een goed begin gemaakt: in plaats van deze stenen straat komt er compactere nieuwbouw met veel meer groen eromheen. Wij denken echter dat er nog meer te behalen is op dit gebied. De universiteit heeft in de maatschappij een voorbeeldfunctie, wat betekent dat ze voorop zou moeten lopen als het gaat om zaken als vergroening en klimaat.

Stenen eruit, groen erin
Wij pleiten ten eerste voor een steenbreek rondom het Linnaeusgebouw: Stenen eruit, groen erin. Het motto van de Green Capital Challenge sluit hier ook op aan: 'Nijmegen vergroent'. Ditzelfde willen wij voor het Erasmusplein. Momenteel ligt daar een kring van kiezelstenen. Wij zien graag dat de RU deze vervangt door beplanting. Door het vergroenen worden deze plekken ook aantrekkelijker voor studenten en medewerkers. Zij kunnen dan studeren of werken in een mooie omgeving onder een boom die zorgt voor een koele schaduw, in plaats van tussen de gloeiende stenen.

Ook de muren en de daken van de campus zien we graag vergroenen. Via een verticale tuin of een klimplant is een goed te onderhouden groenconcentratie te realiseren. De gemeente Nijmegen heeft hier zelfs een subsidiepotje voor. Door muren en daken te vergroenen, wordt de campus niet alleen een aangenamere plek om te verblijven, maar wordt ook de riolering van de universiteit minder belast. Zo draagt de universiteit haar steentje bij aan het tegengaan van wateroverlast en creëert zij een aangenamere werkomgeving voor student en medewerker.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden.

Niet alleen maar groener, ook biodivers
Het vergroenen van de campus is één ding, maar het verkrijgen van een goede biodiversiteit, dus een variatie in flora en fauna, is een tweede. Dit is belangrijk, want de afgelopen 27 jaar is 76 procent van de insectenpopulatie verdwenen. Dit terwijl wij mensen, net als de rest van het ecosysteem, afhankelijk zijn van deze dieren. De universiteit is al begonnen om dit aan te pakken, door in de groenstrook in het midden van de Heyendaalseweg een bloemenberm aan te leggen en insectenhotels te plaatsen. Dergelijke activiteiten om de biodiversiteit te bevorderen zouden op veel meer locaties op de campus kunnen. Daarnaast kan de universiteit nog veel meer doen om biodiversiteit te stimuleren. De University of Exeter hanteert bijvoorbeeld verbeterde plantschema's, een zero green waste policy en een variërend maaibeleid. De RU zou dit ook kunnen doen. Op deze manier voorzie je insecten het hele jaar van voedsel en creëer je voldoende habitats voor deze dieren.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden dan ze nu is. Door het vervangen van stenen door groen, het plaatsen van groen op muren en daken en ervoor te zorgen dat dit groen bovendien divers is, kan de universiteit niet alleen haar steentje bijdragen op het gebied van wateroverlast, maar stimuleert ze ook biodiversiteit. Op deze manier kan de campus ook nog eens een fijnere verblijfplaats worden.

 

Redactie
Ingezonden brief verbouwing MMS

[Ingezonden] Tentamenstress zonder MMS

Sander Nederveen, vierdejaars student Amerikanistiek, doet zijn beklag over het feit dat het MultiMedia Studiecentrum (MMS) van de Faculteit der Letteren wordt verbouwd precies wanneer letterenstudenten tentamens hebben. 'Enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken zijn schaamteloos geëlimineerd in de drukste week van het semester.'

De eerste tentamenweek aan de RU is weer goed en wel aangebroken. Althans, voor de letterenfaculteit in ieder geval. Na ruim drie jaar aan de Radboud te hebben gestudeerd, dacht ik dat ik alles toch wel gezien had: de muziek in de Refter staat nog steeds te hard, de computerschermen in vide zijn nog altijd psychedelisch wazig en inmiddels ben ik toch ook wel aan die Spar gewend. En dan toch is het de RU gelukt om mij te verbazen. De discutabele eer gaat naar degene die het heeft bedacht om het MMS tijdens de tentamens te sluiten. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te snappen dat dat echt geen goed idee is.

In de eerste plaats is het zo dat de luidruchtige geschiedenisstudenten zich nu niet meer slechts in het MMS profileren, maar ook in de rest van het Erasmusgebouw te vinden zijn. Daar moet ik me overheen kunnen zetten, zij zijn immers ook maar slachtoffer van de gehele situatie. Erger is dat er enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken schaamteloos geëlimineerd zijn in de drukste week van het semester, en dat de vervanging daarvoor nauwelijks gepast te noemen is. Het is me dan ook een raadsel waarom ze niet hebben besloten de week na de tentamens het MMS te sluiten. Logischerwijs is dat de rustigste week van het semester. Maar nee, dat kon natuurlijk niet.

Wat me nog het meest raakt, is het feit dat de Radboud Universiteit toch duidelijk kleur bekent als het gaat om letterenstudies. Nu worden ze al weggezet – wellicht niet geheel onterecht – als pretstudies waarvoor niets gedaan hoeft te worden. Blijkbaar is dat ook precies hoe het universiteitsbestuur over ons dacht: letterenstudenten hoeven vast niet te leren tijdens hun tentamenweken, dus precies dan kan het MMS wel dicht. Nu mag men letterenstudies pretstudies vinden, op deze manier is voor ons de lol er wel vanaf.

Bedankt hoor, Radboud Universiteit!

 

Redactie
Ingezonden brief benoeming Pieter Duisenberg

[Ingezonden] Duisenberg mijdt dialoog academische gemeenschap

Vandaag brengt Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), een bezoek aan de Radboud Universiteit. De benoeming van Duisenberg als voorzitter leidde tot veel ophef vanwege zijn verleden als VVD-kamerlid. Studenten zijn onder andere bezorgd over zijn opvattingen omtrent de financiering van onderwijs en onderzoek. Carmen Quint, voorzitter van Studentenvakbond AKKU, roept de VSNU op tot een dialoog om deze zorgen van studenten weg te nemen. 

'De benoeming van Pieter Duisenberg tot voorzitter van de VSNU per 1 oktober 2017 is niet onopgemerkt gebleven.' In deze zin - afkomstig uit een persbericht van de VSNU - wordt de ontstane commotie nog zacht uitgedrukt. Een petitie tegen de benoeming werd bijna 5000 keer ondertekend, studenten maanden hun collegevoorzitters om uit de VSNU te stappen, en ook hier op de Radboud Universiteit stelde de gehele universitaire medezeggenschap vragen bij de keuze om met deze benoeming akkoord te gaan. Niet gek, stelt Carmen Quint, voorzitter van studentenvakbond AKKU: 'De ideeën die Duisenberg in de VVD-fractie vertolkte komen op veel punten niet overeen met de visie van de Radboud Universiteit.'

In gesprek
Sindsdien probeert de VSNU ieder gesprek met studenten en academici te ontlopen. Op opiniestukken, brieven en tweets die naar aanleiding van de benoeming werden verstuurd, werd niet gereageerd. Ook een verzoek van ReThink UvA om met de VSNU in debat te treden over de benoeming van Duisenberg en de toekomst van de universiteiten werd genegeerd. Pas toen bleek dat de stroom van kritiek niet zomaar stopte, kwam de VSNU met een zoethoudertje: Duisenberg zou alle universiteiten bezoeken om de academische gemeenschap 'beter te leren kennen'.

Open Vizier
Op basis van die boodschap zou je denken dat Duisenberg op een openbare bijeenkomst met studenten in gesprek zou gaan. Niets is minder waar. Het bezoek vindt vandaag achter de gesloten deuren van het bestuursgebouw plaats. Voor de vorm mogen slechts vier studenten 2 tot 3 minuten een onderwerp inleiden. 'Deze gebeurtenis is typerend voor de hele situatie: iedere mogelijkheid voor debat wordt vermeden. Dat is vreemd, omdat de VSNU er is om ons te vertegenwoordigen,' zegt Stijn van Uffelen, van studentenpartij AKKUraatd.

Regeerakkoord
In het nieuwe regeerakkoord staat ondertussen een scala aan plannen die Duisenberg niet vreemd in de oren klinken. Het ministerie gaat straks ingrijpen bij opleidingen die zich niet ondergeschikt maken aan de wensen van de arbeidsmarkt, de eerder uitgelekte verlaging van het collegegeld wordt betaald door de minst draagkrachtige studenten, en de financiering van zowel onderwijs als onderzoek gaat op de schop, met meer aandacht voor technische opleidingen. Met name wat betreft dat laatste punt is het opmerkelijk dat de VSNU tot op de dag van vandaag geen weerstand biedt. Sven Meeder, lid van de Ondernemingsraad namens Algemeen Universitair Belang: 'Deze plannen zijn zeker niet in het belang van alle universiteiten, dus je zou wel een reactie van de VSNU verwachten.'

Open het gesprek
Alles wijst er op dat er niks gaat gebeuren met de golf van bezwaren uit de academische gemeenschap. Stilzwijgend gaat Duisenberg in de VSNU akkoord met Duisenberg die namens de VVD het rendementsdenken heeft uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen. 'Wij zijn bereid om over onze vooroordelen heen te stappen en met de VSNU in debat te gaan. We hopen dat de VSNU daar ook voor open staat, want door gesprekken uit de weg te gaan wordt de kloof tussen de universiteiten en Den Haag enkel groter.'

 

Redactie