AKKUraatd pleit voor ombouwen onderwijslokalen

[Ingezonden] Kameleonzalen: een duurzame oplossing voor het probleem van studiewerkplekken

Al het hele collegejaar zijn er, met name tijdens tentamenperiodes, klachten over een te volle Universiteitsbibliotheek en een tekort aan studiewerkplekken. Het College van Bestuur kwam eerder al met een oplossing door onderwijslokalen in tentamenperiodes open te stellen, maar volgens studentenfractie AKKUraatd is dit niet genoeg. Zij pleiten ervoor om deze zalen ook de uitstraling te geven van een studiewerkplek.

Het is weer zover: de tentamenperiode komt er aan. Traditioneel betekent dit goed zoeken naar een werkplek voordat je kan beginnen met studeren. Extra studiewerkplekken zouden dit kunnen verhelpen. Deze extra werkplekken moeten verspreid over de hele campus worden gerealiseerd, zodat studenten van FNWI tot Rechten genoeg werkplekken hebben. Studentenfractie AKKUraatd pleit voor het realiseren van zogenaamde kameleonzalen in alle faculteitsgebouwen.

Kameleonzalen zijn zalen die gedurende de zeven collegeweken 'gewone' onderwijszalen zijn, maar voor de tentamenweken eenvoudig kunnen worden veranderd. Zij krijgen daarmee de inrichting en de sfeer van een volwaardige studiewerkplek. Voor de tentamenweken worden de tafels en stoelen in een andere opstelling gezet, worden geluidsdempende en sfeercreërende objecten als planten neergezet en wordt met behulp van contactdozen ervoor gezorgd dat er genoeg stopcontacten in de zaal zijn. Ook wordt er een poster op de deur geplakt waarop staat dat de zaal drie weken lang een stiltewerkplek is. Als kers op de taart ligt er standaard tapijt. Wanneer de tentamenweken voorbij zijn worden de veranderingen weer ongedaan gemaakt.

    Kameleonzaal1450x  Kameleonzaal2450x

Tijdens de tentamenweken is het soms dringen voor een studiewerkplek. Toch is er op de Radboud Universiteit genoeg ruimte om studenten in hun behoeftes van voldoende studielandschappen te voorzien. De beschikbare ruimte moet alleen beter en flexibeler benut worden. Tijdens de onderwijsvrije tentamenweken staan veel onderwijslokalen leeg. Het College van Bestuur heeft een groot deel van deze lokalen voor studenten opengesteld om tijdens tentamenweken in te kunnen studeren. Alhoewel het College hiermee een goede maatregel heeft getroffen vinden veel studenten nog niet de weg naar deze lokalen. Met het realiseren van kameleonzalen kan hier verandering in komen.

Het hoeft niet moeilijk te zijn om de kameleonzaal "van kleur te laten veranderen". Studenten kunnen nu al als werkactie stoelen en tafels uitklappen om de sportzalen tentamenweekproof te maken. Met eenzelfde constructie zouden studenten de kameleonzalen kunnen veranderen in een studielandschap. Er moet een inschatting per faculteit gemaakt worden hoeveel kameleonzalen nodig zijn om de druk op de studiewerkplekken te verlagen.

Het is van belang dat de gecreëerde studiewerkplekken uiteindelijk ook gevonden worden. Daarom moet tijdens de tentamenweken bij de ingang van iedere faculteit fysiek worden aangegeven welke zalen kameleonzalen zijn en waar je dus kan gaan studeren. Op de iets langere termijn zal met behulp van wifi-tracking digitaal inzichtelijk gemaakt moeten worden in welk studielandschap voldoende ruimte is. Dit mag als vanzelfsprekend alleen als de data hier volledig geanonimiseerd worden en niet worden bewaard.

 

Redactie
De 23-jarige Simon over zijn depressie

[Ingezonden] Wanneer niets resteert dan grijs

De 23-jarige RU-student Simon (liever geen achternaam) kwam tijdens zijn studententijd in een depressie. In deze ingezonden brief vertelt hij openhartig over hoe deze periode voor hem voelde en wat hem uiteindelijk heeft geholpen om erbovenop te komen.

Illustratie: Inge Spoelstra

depressie400xDe kleine wijzer van de klok werkt zich langzaam maar zeker naar een hoogtepunt, om zich daarna met dezelfde snelheid in het diepe dal van de middag te storten. In het schemerduister van de dag fluister je liefkozend "Werk wacht wel, ik wil je nog even om me voelen."1 tegen je deken.

Niet lang daarna kom je kreunend je bed uit, neem je niet de moeite om iets anders aan te doen dan je pyjama en werk je een lunch-achtig ontbijt naar binnen. De rest van de dag ligt maagdelijk verleidelijk naar je te lonken om jouw inspanningen te mogen ontvangen, maar je negeert haar. Je hebt immers wel wat beters te doen dan studeren: een eindeloze stroom YouTube-filmpjes wacht op jouw kijkplezier.

Het scherm van je mobiel (want waarom de moeite nemen je laptop aan te zetten?) is nu urenlang het enige dat je nodig hebt om je ledigheid te vullen. Is het eerste filmpje afgelopen? Klik door en kijk het volgende en het volgende en het volgende, net zolang totdat de natuurlijke behoeften je dwingen om iets te eten te drinken of die eerder tot je genomen dingen te lozen. Daarna kun je weer kijken. Kijken, kijken, kijken. Net zolang kijken totdat je een keer de moeite neemt om wederom in dat lieflijke bedje van je te kruipen en jezelf in slaap te wiegen met spijtvolle gedachten aan alle dingen die je vandaag eigenlijk had moeten doen.

Herken jij, Lezer, zo’n dag? Een luie dag die je je eigenlijk niet kunt veroorloven, maar waarvan jij vindt dat je je hem kunt veroorloven omdat je de dag erna alles goed gaat maken en dubbel zo hard aan het werk gaat? Vast wel, we zijn tenslotte volwassen studenten en verantwoordelijk genoeg om te doen en laten wat we willen. Zolang we ons werk op tijd af hebben en onze tentamens halen is er niets aan de hand.

Maar wat als zo’n dag meer regel is dan uitzondering? Wat als je dagenlang in het schemerduister van je kamer doorbrengt op min of meer de hierboven beschreven wijze? Wat als je aanwezigheid bij colleges slechts fysiek is en niet mentaal? Je geeft niets meer om het niet af hebben van je werk en je leeft van dag tot dag in een dichte, grijze waas.

Voor de buitenwereld houd je de schijn op dat er niets aan de hand is. De standaardvraag over hoe het met je gaat, beantwoord je zonder tekst en uitleg met het standaardantwoord "Goed." Je gaat gewoon naar activiteiten van je studievereniging, spreekt gewoon af met vrienden, en je hobby beleef je met ogenschijnlijk evenveel plezier als gebruikelijk.

Inwendig schaam je je echter kapot voor je gedrag. Je wéét dat als je niet nu aan je studie begint je nog erger in de problemen zal raken. Je docenten hebben je al meer dan eens aangesproken op je gedrag, je zegt dat het wel goed zal komen, houdt zelf de hoop dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren, brengt de nacht voor de deadline slapeloos door met een liter cola en een zak chips om alsnog dat ene stukje af te krijgen om toch iets van een goed gevoel te krijgen, hoewel dat alles averechts werkt: vermoeidheid gaat je parten spelen. Colleges worden een nachtmerrie, niet eens door de niet meer op te brengen concentratie, maar alleen al door de gedachte aan de fietstocht naar de universiteit. Bij binnenkomst in het lokaal duik je het liefst ver weg in je eigen vertrouwde wereld van sombere gedachten aan een tafeltje achterin en je bent de eerste die de deur uit is, om vragen over je welzijn (want dat het slecht met je gaat, zal op den duur niet meer te verbergen zijn) te vermijden en het gelogen antwoord niet te hoeven geven.

Zo kabbelt je leven voort. De wereld is kleurloos, vijftig tinten grijs. Geluk is ver te zoeken. De situatie gaat escaleren. Menselijk contact vermijd je als een vegetariër de slager, je beperkt je hierin tot het hoognodige en je verlaat het eenzame geborgene van je kamer liever niet. Het thuisfront houd je zo veel mogelijk op afstand. Ja mam, alles gaat goed met de studie. Je hebt het heel druk – met nietsdoen, welteverstaan – en dus echt geen tijd voor een goed gesprek.

En dan komt dat ene moment, dat moment waarop een medestudent je vraagt hoe het met je gaat. Ze heeft je net gezien in college: een zielig hoopje ellende waar niet veel meer inzit dan een zich waardeloos voelende loser die bijna zijn studie op wil geven.

Ze stelt haar vraag op een toon die het midden houdt tussen bezorgdheid en begrip. Je hoort dat ze om je geeft. Op dat moment breek je. Je beseft je dat er niets anders meer opzit dan te vertellen wat er speelt, hoe kut je je al tijdenlang voelt, dat je niets meer ziet zitten, geen lust meer hebt voor wat dan ook. Er is geen houden meer aan. Op een bankje op het Erasmusplein doe je in één ruk je verhaal. Zij luistert, knikt af en toe, valt je niet in de rede tot je klaar bent.

Dan zegt zij dat ze je situatie herkent, dat zij ook zoiets heeft doorgemaakt. Ze vertelt hoe zij er mee om is gegaan, dat het niet helpt om weg te kwijnen in zelfbeklag, maar om hulp te zoeken, anders gaat er nooit iets gebeuren.

Het verhaal sterkt je: je bent niet de enige die dit overkomt. Je krijgt weer een beetje motivatie om iets te gaan doen. Om aan jezelf te werken. Om te redden wat er te redden valt. Je maakt een afspraak met de studieadviseur en dan gaat het snel: studentenpsycholoog, aangehouden advies op je BSA en voor je het weet heb je in het tweede jaar alsnog je propedeuse gehaald en mag je door met je studie.

Het is moeilijk voor je om terugkijkend de vinger op deze periode in de lente van 2015 te leggen: kwam het door je studie, die te veel van je eiste? Was het de eenzaamheid van je kamer die je niet goed kon verdragen? Was überhaupt het gaan leven op een studentenkamer een te grote stap in combinatie met je studie? Misschien was het een giftige cocktail van factoren. Het maakt ook niet uit. Je hoopt simpelweg dat deze verschrikking niet terugkeert.

Die hoop blijkt een jaar later ijdel. Je vriendin maakt het onverwacht uit en duwt je onbedoeld terug in het diepe dal waaruit je eerder bent geklommen. Met moeite en nog meer studievertraging krijg je jezelf terug op de rit tot het moment waarop je weer in het zwarte water valt. Dan gaat het zo slecht met je dat je je ouders huilend vertelt wat er nu al die jaren heeft gespeeld. Je bent bang voor hun reactie, maar ze reageren begripvol. Ze zeggen dat ze altijd van je zullen houden. Dat je je niet hoeft te schamen om hierover te praten.

Dat doe je nu niet meer. Je schrijft op wat je op je hart hebt en vertelt op die manier aan eenieder die het maar wilt horen dat je te kampen hebt met depressies. Je schrijft dat je leeft met dieptepunten in je geestesgesteldheid en dat je studie daaronder lijdt. Dat niemand medelijden met je hoeft te hebben. Dat je graag iets wilt doen om het taboe hierop te doorbreken.

1Deze zin heb ik ontleend aan het nummer Liefste van Typhoon.

Herken jij je in bovenstaande tekst? Maak dan een afspraak met de studentpsycholoog van de universiteit.

 

Redactie
AKKUraatd en AGREEn pleiten voor steenbreek op de RU

[Ingezonden] Een groenere campus

De campus van de Radboud Universiteit is groen, maar niet groen genoeg. Sander van der Goes van AKKUraatd en Hannah Fröb van AGREEn pleiten daarom voor een steenbreek en een diverser groenbeleid op de campus. Dit is beter voor het klimaat, maar zorgt ook voor een aangenamere campus.

Als je de campus vanuit de Erasmustoren bekijkt, zie je dat er nog veel grijze, versteende plekken op de campus te vinden zijn. Denk hierbij aan het Linnaeusplein, het Erasmusplein, buitenmuren van gebouwen en een flink aantal daken waar nog geen zonnepanelen liggen. Te veel locaties op de campus bestaan nu uit stenen vlaktes en in de groene gebieden kan nog meer worden gedaan om biodiversiteit te stimuleren.

Voorbeeldfunctie waarmaken
Nederlandse steden verstenen steeds meer. Tegelijkertijd verdwijnt hierdoor meer en meer groen. Dit is niet alleen jammer voor onze leefomgeving, het is ook problematisch. Het creëert namelijk hittestress en vergroot de kans op wateroverlast. Stenen houden hitte vast en voorkomen dat de bodem water kan opnemen. Specifiek voor de universiteit is te zeggen dat er, met name op hele hete dagen, bijna geen geschikte locaties voor studenten te vinden zijn om te vertoeven. Op pleinen voel je al snel een verstikkende hitte en op het gras heb je geen schaduw.

Om dit probleem op gemeentelijk niveau aan te pakken zijn er al (private) initiatieven opgezet. Een van deze initiatieven is 'Operatie Steenbreek', een organisatie die de samenleving aanzet om hun leefomgeving te vergroenen. Dit doen ze in samenwerking met gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en ook enkele universiteiten. Helaas doet de Radboud Universiteit (RU) hier niet aan mee.

De universiteit zou voorop moeten lopen als het gaat om vergroening en klimaat.

Ook in het kader van de European Green Capital probeert de gemeente Nijmegen burgers aan te sporen om hun tuinen te vergroenen, maar de universiteit blijft achter. Met de sloop van de compleet stenen Thomas van Aquinostraat wordt al een goed begin gemaakt: in plaats van deze stenen straat komt er compactere nieuwbouw met veel meer groen eromheen. Wij denken echter dat er nog meer te behalen is op dit gebied. De universiteit heeft in de maatschappij een voorbeeldfunctie, wat betekent dat ze voorop zou moeten lopen als het gaat om zaken als vergroening en klimaat.

Stenen eruit, groen erin
Wij pleiten ten eerste voor een steenbreek rondom het Linnaeusgebouw: Stenen eruit, groen erin. Het motto van de Green Capital Challenge sluit hier ook op aan: 'Nijmegen vergroent'. Ditzelfde willen wij voor het Erasmusplein. Momenteel ligt daar een kring van kiezelstenen. Wij zien graag dat de RU deze vervangt door beplanting. Door het vergroenen worden deze plekken ook aantrekkelijker voor studenten en medewerkers. Zij kunnen dan studeren of werken in een mooie omgeving onder een boom die zorgt voor een koele schaduw, in plaats van tussen de gloeiende stenen.

Ook de muren en de daken van de campus zien we graag vergroenen. Via een verticale tuin of een klimplant is een goed te onderhouden groenconcentratie te realiseren. De gemeente Nijmegen heeft hier zelfs een subsidiepotje voor. Door muren en daken te vergroenen, wordt de campus niet alleen een aangenamere plek om te verblijven, maar wordt ook de riolering van de universiteit minder belast. Zo draagt de universiteit haar steentje bij aan het tegengaan van wateroverlast en creëert zij een aangenamere werkomgeving voor student en medewerker.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden.

Niet alleen maar groener, ook biodivers
Het vergroenen van de campus is één ding, maar het verkrijgen van een goede biodiversiteit, dus een variatie in flora en fauna, is een tweede. Dit is belangrijk, want de afgelopen 27 jaar is 76 procent van de insectenpopulatie verdwenen. Dit terwijl wij mensen, net als de rest van het ecosysteem, afhankelijk zijn van deze dieren. De universiteit is al begonnen om dit aan te pakken, door in de groenstrook in het midden van de Heyendaalseweg een bloemenberm aan te leggen en insectenhotels te plaatsen. Dergelijke activiteiten om de biodiversiteit te bevorderen zouden op veel meer locaties op de campus kunnen. Daarnaast kan de universiteit nog veel meer doen om biodiversiteit te stimuleren. De University of Exeter hanteert bijvoorbeeld verbeterde plantschema's, een zero green waste policy en een variërend maaibeleid. De RU zou dit ook kunnen doen. Op deze manier voorzie je insecten het hele jaar van voedsel en creëer je voldoende habitats voor deze dieren.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden dan ze nu is. Door het vervangen van stenen door groen, het plaatsen van groen op muren en daken en ervoor te zorgen dat dit groen bovendien divers is, kan de universiteit niet alleen haar steentje bijdragen op het gebied van wateroverlast, maar stimuleert ze ook biodiversiteit. Op deze manier kan de campus ook nog eens een fijnere verblijfplaats worden.

 

Redactie
Ingezonden brief verbouwing MMS

[Ingezonden] Tentamenstress zonder MMS

Sander Nederveen, vierdejaars student Amerikanistiek, doet zijn beklag over het feit dat het MultiMedia Studiecentrum (MMS) van de Faculteit der Letteren wordt verbouwd precies wanneer letterenstudenten tentamens hebben. 'Enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken zijn schaamteloos geëlimineerd in de drukste week van het semester.'

De eerste tentamenweek aan de RU is weer goed en wel aangebroken. Althans, voor de letterenfaculteit in ieder geval. Na ruim drie jaar aan de Radboud te hebben gestudeerd, dacht ik dat ik alles toch wel gezien had: de muziek in de Refter staat nog steeds te hard, de computerschermen in vide zijn nog altijd psychedelisch wazig en inmiddels ben ik toch ook wel aan die Spar gewend. En dan toch is het de RU gelukt om mij te verbazen. De discutabele eer gaat naar degene die het heeft bedacht om het MMS tijdens de tentamens te sluiten. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te snappen dat dat echt geen goed idee is.

In de eerste plaats is het zo dat de luidruchtige geschiedenisstudenten zich nu niet meer slechts in het MMS profileren, maar ook in de rest van het Erasmusgebouw te vinden zijn. Daar moet ik me overheen kunnen zetten, zij zijn immers ook maar slachtoffer van de gehele situatie. Erger is dat er enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken schaamteloos geëlimineerd zijn in de drukste week van het semester, en dat de vervanging daarvoor nauwelijks gepast te noemen is. Het is me dan ook een raadsel waarom ze niet hebben besloten de week na de tentamens het MMS te sluiten. Logischerwijs is dat de rustigste week van het semester. Maar nee, dat kon natuurlijk niet.

Wat me nog het meest raakt, is het feit dat de Radboud Universiteit toch duidelijk kleur bekent als het gaat om letterenstudies. Nu worden ze al weggezet – wellicht niet geheel onterecht – als pretstudies waarvoor niets gedaan hoeft te worden. Blijkbaar is dat ook precies hoe het universiteitsbestuur over ons dacht: letterenstudenten hoeven vast niet te leren tijdens hun tentamenweken, dus precies dan kan het MMS wel dicht. Nu mag men letterenstudies pretstudies vinden, op deze manier is voor ons de lol er wel vanaf.

Bedankt hoor, Radboud Universiteit!

 

Redactie
Ingezonden brief benoeming Pieter Duisenberg

[Ingezonden] Duisenberg mijdt dialoog academische gemeenschap

Vandaag brengt Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), een bezoek aan de Radboud Universiteit. De benoeming van Duisenberg als voorzitter leidde tot veel ophef vanwege zijn verleden als VVD-kamerlid. Studenten zijn onder andere bezorgd over zijn opvattingen omtrent de financiering van onderwijs en onderzoek. Carmen Quint, voorzitter van Studentenvakbond AKKU, roept de VSNU op tot een dialoog om deze zorgen van studenten weg te nemen. 

'De benoeming van Pieter Duisenberg tot voorzitter van de VSNU per 1 oktober 2017 is niet onopgemerkt gebleven.' In deze zin - afkomstig uit een persbericht van de VSNU - wordt de ontstane commotie nog zacht uitgedrukt. Een petitie tegen de benoeming werd bijna 5000 keer ondertekend, studenten maanden hun collegevoorzitters om uit de VSNU te stappen, en ook hier op de Radboud Universiteit stelde de gehele universitaire medezeggenschap vragen bij de keuze om met deze benoeming akkoord te gaan. Niet gek, stelt Carmen Quint, voorzitter van studentenvakbond AKKU: 'De ideeën die Duisenberg in de VVD-fractie vertolkte komen op veel punten niet overeen met de visie van de Radboud Universiteit.'

In gesprek
Sindsdien probeert de VSNU ieder gesprek met studenten en academici te ontlopen. Op opiniestukken, brieven en tweets die naar aanleiding van de benoeming werden verstuurd, werd niet gereageerd. Ook een verzoek van ReThink UvA om met de VSNU in debat te treden over de benoeming van Duisenberg en de toekomst van de universiteiten werd genegeerd. Pas toen bleek dat de stroom van kritiek niet zomaar stopte, kwam de VSNU met een zoethoudertje: Duisenberg zou alle universiteiten bezoeken om de academische gemeenschap 'beter te leren kennen'.

Open Vizier
Op basis van die boodschap zou je denken dat Duisenberg op een openbare bijeenkomst met studenten in gesprek zou gaan. Niets is minder waar. Het bezoek vindt vandaag achter de gesloten deuren van het bestuursgebouw plaats. Voor de vorm mogen slechts vier studenten 2 tot 3 minuten een onderwerp inleiden. 'Deze gebeurtenis is typerend voor de hele situatie: iedere mogelijkheid voor debat wordt vermeden. Dat is vreemd, omdat de VSNU er is om ons te vertegenwoordigen,' zegt Stijn van Uffelen, van studentenpartij AKKUraatd.

Regeerakkoord
In het nieuwe regeerakkoord staat ondertussen een scala aan plannen die Duisenberg niet vreemd in de oren klinken. Het ministerie gaat straks ingrijpen bij opleidingen die zich niet ondergeschikt maken aan de wensen van de arbeidsmarkt, de eerder uitgelekte verlaging van het collegegeld wordt betaald door de minst draagkrachtige studenten, en de financiering van zowel onderwijs als onderzoek gaat op de schop, met meer aandacht voor technische opleidingen. Met name wat betreft dat laatste punt is het opmerkelijk dat de VSNU tot op de dag van vandaag geen weerstand biedt. Sven Meeder, lid van de Ondernemingsraad namens Algemeen Universitair Belang: 'Deze plannen zijn zeker niet in het belang van alle universiteiten, dus je zou wel een reactie van de VSNU verwachten.'

Open het gesprek
Alles wijst er op dat er niks gaat gebeuren met de golf van bezwaren uit de academische gemeenschap. Stilzwijgend gaat Duisenberg in de VSNU akkoord met Duisenberg die namens de VVD het rendementsdenken heeft uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen. 'Wij zijn bereid om over onze vooroordelen heen te stappen en met de VSNU in debat te gaan. We hopen dat de VSNU daar ook voor open staat, want door gesprekken uit de weg te gaan wordt de kloof tussen de universiteiten en Den Haag enkel groter.'

 

Redactie
Ingezonden brief introductiefestival

[Ingezonden] De Radboud Introductie wordt onderdeel van het festivalseizoen

Tessa van Erp en Iris Pieneman reageren namens AKKUraatd op het nieuws dat de introductieweekenden vervangen zullen worden door een festival. Ze zijn blij met deze ontwikkeling en doen enkele suggesties voor de precieze invulling van dit nieuwe concept.

Vanaf het komende academische jaar zal het programma van de Radboud Introductie een grote verandering ondergaan; de introductieweekenden zullen plaatsmaken voor een introfestival. AKKUraatd ontvangt al meerdere jaren gemengde signalen over de introductieweekenden en vindt het tijd voor verandering. ‘Wij zijn enthousiast over deze nieuwe invulling van de Radboud Introductie. Een introfestival biedt meer mogelijkheden voor zowel de deelnemende studenten als de betrokken studentenorganisaties’, aldus Tessa van Erp, lid van de XXIe Universitaire Studentenraad (USR) namens AKKUraatd en lid van de Werkgroep Introductie.

Op het introfestival is ruimte voor studentenorganisaties om zich te presenteren aan de nieuwe studenten. Of het nu gaat om sportverenigingen, levensbeschouwelijke verenigingen of studentengezelligheidsverenigingen, in het nieuwe concept kunnen alle studentenorganisaties een (ludieke) inzending sturen voor een plek in het programma. Hierdoor krijgen nieuwe studenten meer kans om te ontdekken welke stichtingen, verenigingen en organisaties het beste bij hen passen. Zo kunnen introlopers op eigen houtje langsgaan bij een vereniging van hun keuze en zijn ze niet veroordeeld tot enkel de voorkeuren van hun mentoren en/of introgroepje. Wij vinden het belangrijk dat iedere student de mogelijkheid krijgt om zich op verschillende vlakken te ontwikkelen en daarom zetten wij met AKKUraatd in op een divers introfestival. Hierbij onderstrepen wij wél het belang van introductiegroepen. Het is namelijk zeer belangrijk om een groep te hebben om vooral in het begin van je studie op terug te vallen.

Een programmaraad, o.a. bestaande uit de koepelverenigingen (B.O.S., CHECK, CSN, ISON, NSSR en SOFv), gaat ervoor zorgen dat het programma van het introfestival divers zal worden. Samen vertegenwoordigen zij het merendeel van de Nijmeegse verenigingen en daarmee tevens een grote groep studenten. Daarnaast is er voor studentenorganisaties die niet onder een koepel vallen de mogelijkheid om open te solliciteren voor een plek in de programmaraad. Iris Pieneman, fractielid AKKUraatd: ‘In dit nieuwe systeem geven we alle studentenorganisaties de mogelijkheid om mee te denken en een invulling te geven aan het programma van het introfestival.’

Een belangrijk speerpunt van AKKUraatd dat nauw verbonden moet worden met de introductie is internationalisering. In de huidige plannen zijn uitwisselingsstudenten en internationale (pre)masterstudenten niet welkom op het introfestival. Internationale bachelorstudenten, die voorheen ook al naar de introductieweekenden gingen, zijn wel welkom op het introfestival. Waarom wordt hier met twee maten gemeten? AKKUraatd zet zich in om het introfestival ook toegankelijk te maken voor ‘internationals’. Wij streven ernaar om het programma ook voor hen zo interessant mogelijk te maken. Ook zij moeten de kans krijgen om kennis te maken met de studentenorganisaties van hun voorkeur. En belangrijker, om hun medestudenten beter te leren kennen en voet aan de grond te krijgen in Nijmegen.

Eén zaak staat vast: het introfestival komt er. Aangezien het concept van het introfestival nog verder moet worden uitgewerkt hebben we veel ruimte om als AKKUraatd mee te denken en het geluid van de studenten te laten horen. Enkele zaken die ons aan het hart liggen, zoals diversiteit, inclusiviteit internationalisering en duurzaamheid worden al wel aangestipt in de nieuwe plannen, maar hebben nog een betere uitwerking nodig. AKKUraatd gaat samen met de RU in gesprek om de beste combinatie te ontdekken. De introductie behoort in het teken te staan van het ontmoeten van je medestudenten en verkennen van jouw interesses in het studentenleven. De komende periode gaan we als AKKUraatd er daarom op toezien dat het introfestival een zo goed mogelijke invulling gaat krijgen en is ons doel bereikt als iedere student met een fijn gevoel terugkijkt op de introductieweek.

 

Redactie
Ingezonden brief Studentenvakbond AKKU

[Ingezonden] Geld van alle studenten ook voor alle studenten

Berend Titulaer, Vicevoorzitter van Studentenvakbond AKKU, is voor een eerlijkere verdeling van het vrijkomende geld van het studievoorschot. De toezeggingen over inspraak die het College van Bestuur vervolgens heeft gedaan tegenover de Universitaire Studentenraad zijn volgens hem een rookgordijn. 'De toezeggingen die zijn gedaan, zijn namelijk al rechten voor de medezeggenschap.'

Aankomende maandag 3 juli liggen de hoofdlijnen van de begroting ter instemming voor aan de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV). Een bijzondere begroting, dit zal namelijk de eerste keer zijn dat er geld van het leenstelsel vrijkomt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Het college van bestuur (CvB) van de Radboud Universiteit slaat echter elk advies over juist de oorsprong van dit geld, de studenten, in de wind. Studentenvakbond AKKU roept daarom de Nijmeegse universitaire medezeggenschap op om de begroting te verwerpen. Zorg dat het geld terecht komt waar het hoort: in de collegezalen en bij de werkgroepen, in plaats van het prestige honourstraject van het CvB.

Na het invoeren van het leenstelsel, heeft minister Bussemaker van onderwijs gezegd dat het geld dat vrijkomt naar onderwijskwaliteit zou moeten gaan. 2018 is het eerste jaar dat dit geld daadwerkelijk vrij komt. De invoering van het leenstelsel raakt elke student. Dat iedere student moet profiteren van het vrijgekomen geld, moet dan ook voorop staan. De minister heeft, in samenspraak met studenten en onderwijsinstellingen, gezegd hoe dit geld het beste verdeeld kan worden: grotendeels naar kleinschaliger en intensiever onderwijs. Dat betekent concreet dat er geïnvesteerd moet worden in docenten en meer contacturen voor verdieping en discussie.

In december zijn de hoofdlijnen van de begroting voor het eerst gepresenteerd. Er is vanuit de USR een helder advies gegeven over dit voorstel richting het CvB: Elke student moet de kwaliteitsverbetering merken, elke student betaalt hier namelijk ook voor. Het voorstel van het CvB waarin het meeste geld gaat naar een kleine groep excellente studenten werd meteen van tafel geveegd. In het nieuwe voorstel van het CvB zijn deze eisen van de USR echter niet terug te vinden. Het meeste geld blijft, tegen eerdere afspraken in, naar een zeer selectieve groep studenten gaan.

Uiteindelijk heeft het CvB toezeggingen gedaan. Zo mag de volgende USR vanaf september 2017 meepraten over de begroting van 2019 en het geld dat eventueel overblijft van de Radboud Honours Academy gaat alsnog naar onderwijskwaliteit. Met deze toezeggingen probeert het CvB met een wassen neus een gammele procedure weg te poetsen. De toezeggingen die zijn gedaan, zijn namelijk al rechten voor de medezeggenschap. De medezeggenschap heeft inspraak op de hoofdlijnen van de begroting en studenten mogen bepalen wat als onderwijskwaliteit gedefinieerd wordt en dus hoe het vrijgekomen geld besteed moet worden.

Er is nog maar één optie: niet instemmen met de begroting zoals deze nu voor ligt. Vervolgens moet het college van bestuur opnieuw met de studentenraad in gesprek. Het is nu tijd om de rechten die er voor studenten bij zijn gekomen in ruil voor het leenstelsel te benutten om zo te garanderen dat elke student het betere onderwijs krijgt waar hij of zij voor betaalt. Om dit kracht bij te zetten nodigt AKKU maandag elke betrokken student uit bij de vergadering waar wordt gestemd over de begroting. Laat zien dat ook jij staat voor de kwaliteit van onderwijs en kom op maandag om 13:30 naar de Senaatszaal in de Aula.

 

Redactie