Helpende hand in het buitenland

Elk jaar reizen duizenden studenten af naar verre oorden om vrijwilligerswerk te doen. Engelse les geven aan kinderen in Indonesië, werken in een weeshuis in Oeganda of tienermoeders begeleiden in Peru: dat klinkt allemaal heel nobel. Toch doet vrijwilligerswerk in sommige gevallen meer kwaad dan goed. 

voluntourism750x

Het klinkt aantrekkelijk: een paar weken aan de andere kant van de wereld vertoeven om vakantie te vieren en vrijwilligerswerk te doen. Dit fenomeen staat sinds enkele jaren bekend als voluntourism. Het wordt vaak verkocht als een prachtige reis waarbij je als vrijwilliger een ontzettend grote bijdrage kunt leveren aan minderbedeelden. Daarnaast draagt het bij aan je persoonlijke ontwikkeling, staat het goed op je CV en werpt het een andere blik op je luxeleventje. Daarom combineren veel jongeren hun exotische trip met vrijwilligerswerk. Ook Lisa Meijer, student Psychologie aan de Radboud Universiteit (RU), deed vrijwilligerswerk in het buitenland. In haar tussenjaar werkte ze in drie verschillende weeshuizen in Zuid-Afrika. 'Op het moment zelf was het erg bijzonder, omdat het leerzaam is voor jezelf en het je doet beseffen hoe goed we het in Nederland hebben.'

Toch is niet iedereen blij met de toenemende stroom aan vrijwilligers. Voornamelijk het vrijwilligerswerk in weeshuizen ligt zwaar onder vuur. 'Wanneer je mensen voor een korte periode met kwetsbare kinderen laat optrekken kan dat tot hechtingsproblemen bij de kinderen leiden. Ze hechten zich aan de vrijwilliger, die vervolgens weer weggaat waardoor het natuurlijke hechtingsproces wordt verstoord', vertelt Lau Schulpen, ontwikkelingssocioloog aan de RU. In 2017 startte Unicef daarom een campagne #StopWeeshuistoerisme. Ook in de Tweede Kamer wordt het onderwerp regelmatig aangekaart. VVD-Kamerlid Wybren van Haga diende in maart 2019 een initiatiefnota in bij minister Sigrid Kaag (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Hierin riep hij op om keurmerken toe te kennen aan partijen die stages en vrijwilligerswerk in het buitenland aanbieden, zodat kan worden voorkomen dat mensen zonder het te weten meewerken aan iets slechts. Vrijwilligerswerk roept zo de nodige commotie op. Hoe gaan de betrokken partijen om met deze kritiek, en is het beter om helemaal te stoppen met het sturen van vrijwilligers naar het buitenland?

'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn.'

Weeshuizen
Lisa besefte in Zuid-Afrika wel dat ze te maken had met kwetsbare kinderen die in het verleden al door hun ouders zijn verlaten. Omdat vrijwilligers vaak voor korte perioden in een weeshuis werken, wisselen de gezichten snel. 'Ik was er maar voor twee weken. Je kunt in zo'n korte periode wel wat doen, maar je kunt niks blijvends achterlaten. Daarom denk ik dat het misschien beter is om het werk helemaal niet te doen, zodat de kinderen zich niet al te veel aan je hechten', vertelt ze

Het probleem dat Lisa beschrijft, wordt vaak aangedragen als kritiekpunt op het werken met kwetsbare kinderen in het buitenland. Sommige vrijwilligers worden heel erg close met de kinderen in bijvoorbeeld een weeshuis. Omdat ze dan vervolgens weer weggaan, wordt de vertrouwensband die is opgebouwd, verstoord. 'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn', vertelt Vera Huisman, hoofdonderzoeker bij stichting Muses, een organisatie die vrijwilligers traint voor hun vertrek.

De juiste training
Ondanks de kritiek op het werken in weeshuizen vindt AIESEC, een wereldwijde organisatie die vrijwilligerswerk en stages in het buitenland aanbiedt aan studenten, dat het wel mogelijk is om goed vrijwilligerswerk te doen in weeshuizen. 'AIESEC heeft contracten opgesteld waarin staat beschreven hoeveel vrijwilligers per periode ergens kunnen werken. Daarnaast zijn onze projecten voor minimaal zes weken. De gezichten die de kinderen zien, wisselen wel, maar er zijn ook genoeg vaste krachten', vertelt Lonneke Oosterbaan, vicevoorzitter bij AIESEC Nijmegen. 'Er wordt samengewerkt met de lokale bevolking die goed weet hoe het land in elkaar zit en wat de problemen zijn. Ik verwacht dat het hechtingsprobleem niet zo groot is, omdat de vrijwilligers niet in de plaats komen van de vaste medewerkers', voegt Fé van Teeffelen, voorzitter bij AIESEC Nijmegen, toe.

Huisman is echter van mening dat het hechtingsprobleem wel degelijk aanwezig is, en vertelt dat het belangrijk is om vrijwilligers hier van te voren goed op voor te bereiden. 'Tijdens de trainingen van Muses wordt hechtingsproblematiek uitvoerig besproken en leren de vrijwilligers hoe ze niet te close worden met de kinderen', vertelt ze. Een voorbeeld van een dergelijke training is de 'Wijzer met Kids', een trainingsdag die in het teken staat van werken met kinderen. Tijdens deze training wordt gekeken naar de ontwikkeling van een kind in een ontwikkelingsland en hechting bij kinderen. Daarnaast wordt een lesplan ontwikkeld. 'Door de training weten de vrijwilligers van hechtingsproblemen af en kunnen ze anderen aansporen om er ook over na te denken', legt Huisman uit.

Ook AIESEC geeft trainingen, maar hierin wordt meer gefocust op de vrijwilliger zelf. 'De overtuiging bij AIESEC is dat je jezelf ontwikkelt wanneer je in het buitenland bent en je daardoor bewuster wordt van wat er in de wereld speelt', vertelt Van Teeffelen. 'Er zijn coaches die samen met de student gaan zitten om persoonlijke doelen en verwachtingen te bespreken. Er wordt zo gekeken wat de student zelf uit het werk wil halen. Aan het begin en het einde van het project wordt ook een toets afgenomen om de persoonlijke ontwikkeling in kaart te brengen', voegt Oosterbaan toe.

Bredere problematiek
Volgens Schulpen wordt er de laatste jaren juist te veel nadruk gelegd op de vrijwilliger zelf. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld. 'Als je het puur vanuit de kant van de vrijwilliger bekijkt, kun je een zeer positief verhaal ophangen over het werk. Je kunt door het werk veel over jezelf leren, het staat goed op je CV en je leert een nieuwe cultuur kennen.' Schulpen vindt het daarom goed dat de discussie over het werken in een weeshuis wordt gevoerd en dat organisaties zich bezighouden met specifieke trainingen. 'De afgelopen jaren werd het voornamelijk vanuit de vrijwilliger zelf bekeken. Ik ben blij dat er nu wat meer aandacht komt voor de betekenis van het werk en dan met name voor de mensen daar', vertelt hij.

Schulpen vertelt dat het belangrijk is om je af te vragen wat de mensen daar aan het werk hebben. 'De afweging die moet worden gemaakt, is: is dat wat het werk mij als individu oplevert het waard om voor het collectief problemen te veroorzaken. Dat is geen makkelijke afweging', zegt hij. Om een volledig beeld te krijgen van de impact van vrijwilligerswerk moet er volgens hem daarom zowel worden gekeken naar de vrijwilliger zelf als naar de mensen waarvoor het werk wordt gedaan. 'Wanneer je daadwerkelijk iets wilt maken van interculturele communicatie, moet je daar wel energie in stoppen en het vanuit twee kanten bekijken', stelt Schulpen.

'Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar.'

Verwachtingen
Voor Lisa was haar werk in Zuid-Afrika een prachtige ervaring, maar ze weet niet of ze het nog een keer wil doen. 'Toen ik nadacht of ik het nog een keer wilde doen, besefte ik dat ik het niet meer op deze manier wil doen. Het was een prachtige ervaring voor mezelf. Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar', vertelt ze.

Dit heeft te maken met het tegenstrijdige verwachtingspatroon. Veel vrijwilligers verwachten grote veranderingen teweeg te brengen in de korte periode dat ze ergens werken. Toch blijkt dit in de praktijk mee te vallen. Niet alleen de vrijwilliger zelf heeft verwachtingen, ook de mensen voor wie het werk wordt gedaan, hebben verwachtingen en vooroordelen over degene die het werk komt doen. 'We zijn ons er niet altijd van bewust dat de mensen daar ons zien als vrijwilliger met financiële bronnen. Hierdoor bestaat een ongelijke basis waardoor de oorspronkelijke bewoners van een land, je nooit zo behandelen als ze hun eigen kinderen, buurman of vrienden behandelen. Zij zitten net zo goed met een heleboel verwachtingen en vooroordelen over ons', vertelt Niko Winkel, secretaris van Vereniging Volunteer Correct. Dit is een organisatie die onderzoek doet naar manieren om eerlijk, duurzaam en verantwoord vrijwilligerswerk te doen.

Op welke manier dan wel
Is het dan een goed idee om in de toekomst vrijwilligerswerk in het buitenland helemaal niet meer te overwegen? Nee, stelt Winkel. 'Volunteer Correct raadt het werken in een weeshuis af, maar je kunt bijvoorbeeld best assisteren bij het geven van Engelse les. Als je maar geen vaste krachten vervangt. Daarnaast kun je ook denken aan werk waarbij contact met kinderen niet vooropstaat zoals de gezondheidszorg of de bouw.' Winkel vindt het jammer dat internationaal vrijwilligerswerk zo vaak in verband wordt gebracht met weeshuizen. 'Dit komt omdat dit een van de werkvelden is waar je kunt werken als je jong bent en nog weinig ervaring hebt. Maar vrijwilligerswerk is veel breder dan dit. Wanneer het goed wordt aangepakt, heeft het ontzettend veel potentie.'

Schulpen sluit zich hier volledig bij aan. 'Wees realistisch in je verwachtingen en heb vooral niet de neiging te denken dat jij als individu het verschil te gaat maken. Dat is niet zo en daar hoef je je geen illusies over te maken', vertelt hij. 'Het is goed om vrijwilligerswerk te zien als uitwisseling en niet iets wat jij komt geven en de ander moet ontvangen.'