Achtergrondartikel sceptici wetenschap

Vage kennis

Als je de media moet geloven is er steeds meer kritiek op de wetenschap. Klimaatontkenners, anti–vaxxers en aanvallende uitspraken van Thierry Baudet richting universiteiten krijgen een groot podium in het publieke debat. Waar komt dit scepticisme tegenover de wetenschap vandaan?

 

Tekst: Myrte Nowee
Illustraties: Roos in’t Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

Achtergrond 650

In de media verschijnen steeds meer kritische geluiden over de wetenschap. Zo sprak Thierry Baudet zich in zijn overwinningsspeech na de Provinciale Statenverkiezingen in maart sterk uit tegen Nederlandse universiteiten. Hij beschuldigde ze ervan linkse bolwerken te zijn, aan indoctrinatie te doen en de samenleving te ondermijnen. De wetenschap werd publiekelijk aangevallen. Politici kunnen electorale belangen hebben om wetenschap te bekritiseren, maar ook in andere lagen van de bevolking zie je deze twijfel. Zo wordt nog maar 90 procent van de kinderen ingeënt. Dit komt onder andere door wantrouwen van ouders over de betrouwbaarheid van vaccinaties ontwikkeld door wetenschappers. De wetenschap ligt onder vuur. Waar komt deze twijfel vandaan en hoe gaat de academische wereld hiermee om?

Van het voetstuk
'De jaren vijftig en zestig worden over het algemeen gezien als de tijd van het grote wetenschappelijke optimisme', vertelt Willem Halffman, wetenschapsfilosoof aan de Radboud Universiteit (RU). 'Het was een tijd waarin men geloofde dat de wetenschap een nieuwe, glorieuze toekomst zou creëren.' De wetenschap kwam op een voetstuk te staan, ver van het alledaagse leven en verheven boven het gewone volk. Wetenschappelijk onderzoek leek foutloos en de bevolking zou er goed aan doen daarop te vertrouwen.

Grote onderzoeken brachten echter niet de verlangde vooruitgang. Met de ontdekking van DNA werd in invloedrijke artikelen bijvoorbeeld voorspeld dat veel ziektes snel zouden kunnen worden genezen. Hier slaagden wetenschappers echter nog niet in. Het was typerend voor het afnemende vertrouwen in de wetenschap: de gehoopte glorieuze toekomst bleek nog ver weg te liggen. De druk op wetenschappers om relevante resultaten te produceren werd hierdoor enorm, zo vertelde psycholoog Brian Nosek op de Wereldconferentie over Wetenschappelijke Integriteit in 2017. 'In de wetenschap draait het niet meer om gelijk krijgen, maar om gepubliceerd worden.'

Om aan de hoge verwachtingen te kunnen voldoen pleegden sommige wetenschappers fraude. Uit een meta-analyse van alle enquêtes waarin onderzoekers werd gevraagd of ze ooit hadden gefraudeerd, bleek dat 1 tot 2 procent van de onderzoekers dit wel eens heeft gedaan en dat 33 procent weleens gebruik maakt van zogeheten questionable research practices. Onder dit laatste valt alles tussen het afronden van data en het verzinnen van data. Dit soort onthullingen zorgden ervoor dat de voorheen optimistische bevolking een kritische houding tegenover wetenschappelijke onderzoeken ontwikkelde.
Daarnaast speelde mee dat de samenstelling van de samenleving veranderde, wat ook voor een kritischere blik op de wetenschap zorgde. 'Vanaf de jaren zestig en zeventig nam het opleidingsniveau van de bevolking toe, waardoor zij meer van wetenschap ging begrijpen', vertelt Halffman. 'Naast dat ze hierdoor de voordelen zag, ontplooide zij zich ook tot een kritische partner van de wetenschap.' De brede toegang tot academische kennis zorgde ervoor dat het klakkeloos aannemen van informatie onder het mom van 'trust me, I'm a scientist' afnam. Mensen werden mondiger en ontwikkelden een kritische blik op wetenschappelijke onderzoeken en conclusies. Het blinde vertrouwen in de wetenschap verdween.

 

'De laatste tijd zijn sceptici heel prominent aanwezig in de media.'

 

Media mania
Sommige wetenschappers wijzen naar de media als de oorzaak van de groeiende openlijke kritiek op de wetenschap. Hoewel mensen in de loop van de jaren kritischer zijn geworden, blijkt uit peilingen van het Rathenau Instituut dat het vertrouwen in academische kennis niet per se is afgenomen. 'Afwijkende trends en scepticisme tegenover wetenschap hebben altijd bestaan', legt Halffman uit. 'De laatste tijd zijn sceptici echter heel prominent aanwezig in de media.' De vraag die hij daarom stelt, is waarom het wantrouwen dan wel zoveel aandacht krijgt in de media.

Dit heeft volgens wetenschappers verschillende redenen. Ten eerste zorgt de komst van sociale media ervoor dat alternatieve meningen veel sneller een groot publiek bereiken. 'Het is vrij makkelijk om via sociale media radicale tegengeluiden te vinde', vertelt de Nijmeegse wetenschapsfilosoof Laurens Landeweerd. Daarnaast kanop platforms als Facebook, waar geen journalistieke controle is, fake news gemakkelijk worden verspreid. Valse stellingen als 'onderzoek wijst uit dat het middelste kind het slimste is' en 'vlees eten veroorzaakt kanker' zijn op sociale media breed vertegenwoordigd. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om fake news te onderscheiden van echte wetenschappelijke onderzoeken heeft de wetenschap hier last van. 'Het overnemen en verspreiden van dit soort berichten schaadt van het imago van de wetenschap', benadrukt wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

Volgens Landeweerd spelen traditionele media zoals kranten, radio en televisie ook een belangrijke rol bij het verspreiden van fake news. 'Soms worden onjuiste berichten namelijk overgenomen door gevestigde media.' Hans Harbers, wetenschapsfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, voegt hieraan toe dat traditionele media er daarnaast verantwoordelijk voor zijn dat tegengeluiden in de samenleving niet altijd in perspectief worden geplaatst. 'Wanneer je bijvoorbeeld een wetenschapper tegenover een klimaatscepticus zet, doe je alsof de samenleving in die verhouding is verdeeld, terwijl het overgrote merendeel van de Nederlanders wel in klimaatverandering door de mens gelooft.' Deze onjuiste weergave wordt veroorzaakt doordat media vaak uit zijn op sensatie, stelt Halffman. 'Media zoals televisieprogramma's zijn platforms geworden voor spektakel in plaats van voor wederzijdse argumentatie. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat er wordt gezegd als het maar lekker knalt, want dat is leuk voor de kijkers.' Ondanks dat dit het beeld geeft dat er een groot wantrouwen is in de wetenschap, blijkt dit dus niet zo te zijn. Desalniettemin waarschuwt Landeweerd dat wetenschappers zich niet in slaap moeten laten sussen door het idee dat het wantrouwen in academische kennis wel meevalt. 'Dat het vertrouwen in de wetenschap in de publieke discussie minder lijkt geworden presenteert, ongeacht of dit nu waar is of niet, wel een probleem. Het kan er in de toekomst namelijk wel toe leiden dat mensen daadwerkelijk minder vertrouwen krijgen in academische kennis.'

 

'Wetenschappers moeten zich niet in slaap laten sussen.'

 

Academisch antwoord
Wetenschappers proberen ondertussen steeds meer te laten zien dat ze zo integer mogelijk wetenschap bedrijven. In reactie op de uitspraken van Baudet werd bijvoorbeeld een open brief opgesteld door twaalf Nijmeegse wetenschappers waarin ze het College van Bestuur (CvB) van de RU opriepen stelling te nemen tegen deze uitspraken. Inmiddels hebben al 1597 wetenschappers uit heel Nederland zich aangesloten bij de inhoud van de brief. Het CvB heeft hierop gereageerd dat zij altijd voor de academische vrijheid en onafhankelijkheid van hun academici staat. 'De openheid en transparantie die gepaard gaan met wetenschappelijk werk aan een universiteit is het beste antwoord op elke vorm van verdachtmaking.'

Sinds 2004 ondertekenen wetenschappers aan elke Nederlandse universiteit daarom de Nederlandse Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit. Deze houdt in dat het helder moet zijn op welke data een onderzoek is gebaseerd, hoe die data zijn verkregen en wat de rol van eventuele externe belanghebbenden is geweest. 'Doorgaans betekent dit dat het onderzoek voldoende gedetailleerd moet zijn beschreven om de dataverzameling te kunnen repliceren en de data-analyse te kunnen herhalen.' Daardoor is er plaats voor controle tussen wetenschappers onderling. Bijvoorbeeld doordat het mogelijk is financiering te krijgen voor replicatieonderzoeken, wat de kwaliteit van onderzoeken moet waarborgen. Harbers voegt hieraan toe dat het belangrijk is om ook open te zijn over de tekortkomingen in wetenschappelijk onderzoek. 'Wanneer je niet erkent dat er onzekerheidsmarges zijn in de wetenschap en het niet altijd de objectieve waarheid produceert, moet je ook niet doen alsof.'

Achtergrond2 400xBeide benen op de grond
Toch is alleen een gedragscode niet genoeg om de 'gewone man' te overtuigen van de integriteit van wetenschappers. Daarom is het belangrijk de bevolking te betrekken bij onderzoeken. Hiervoor zijn de afgelopen jaren bijvoorbeeld verschillende kenniscafés opgericht waar wetenschap op laagdrempelige wijze kan worden besproken. Ook zetten wetenschapsjournalisten zich in om onderzoeken toegankelijk en behapbaar te maken. Het is belangrijk dat dit gebeurt zonder ze onjuist te versimpelen. 'Onkritische journalistiek kan het imago van de wetenschap schaden', verklaart Vlooswijk. Halffman benadrukt dat een kritische kijk van de bevolking goed is en dat we niet terug moeten naar een tijd waarin we kinderlijk vertrouwen in de wetenschap hebben. ‘Hoe hoger opgeleid mensen worden, hoe meer ze kritische vragen gaan stellen. Daar is op zich niks mis mee.'

Tegelijkertijd is Halffman van mening dat er niet te zwaar moet worden getild aan de meningen van sceptici. 'Door veel aandacht aan hen te besteden lijkt het alsof dit scepticisme een maatschappelijke trend is, terwijl het in werkelijkheid gaat om een minderheid in de samenleving.' Vlooswijk is het hier niet volledig mee eens. Zij benadrukt dat het belangrijk is dat iedereen wordt gehoord en sceptici dus ook niet moeten worden geweerd uit het publieke debat. 'Een te groot onkritisch vertrouwen in de wetenschap is ook niet gewenst. Bovendien verlies je dan een groep mensen dat zich serieus zorgen maakt. Om te zorgen dat er een juiste balans is, moet je deze mensen niet totaal negeren.'

 

Myrte Nowee
Je rechten als vakantieganger

Je goed recht: Vlucht vertraagd of geannuleerd? Dit zijn je rechten

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de rechten van passagiers bij de vertraging of annulering van een vlucht.

Tekst: Lieke Oosterveld

Na urenlang op het internet te hebben gezocht naar de ideale vakantiebestemming, is dan eindelijk het moment aangebroken om de zomervakantie te boeken. Vanaf dat moment kan de voorpret écht beginnen. Nog even de laatste tentamens knallen en daarna zo snel mogelijk het vliegtuig in. Helaas komt het nog wel eens voor dat een vlucht is vertraagd. Als het om één of twee uurtjes gaat, is dit meestal niet zo'n ramp. Een vertraging van een halve dag of annulering van een vlucht kunnen de vakantiestemming echter behoorlijk bederven. Gelukkig heeft de Europese Unie aan gedupeerde vliegtuigpassagiers bepaalde rechten gegeven om het leed te verzachten.

Recht op compensatie
Bij een langdurige vertraging van ten minste drie uur of een annulering van de vlucht kan een passagier aanspraak maken op een financiële compensatie. Dit bedrag komt dan naast de eventuele terugbetaling van het vliegticket. De hoogte van de compensatie is afhankelijk van het aantal kilometers van de vlucht en kan op basis daarvan variëren tussen de 250 en 600 euro per passagier. Zo bedraagt de compensatie voor alle vluchten tot en met 1500 kilometer 250 euro en daarbuiten 400 euro. Wanneer je naar een bestemming buiten de Europese Unie gaat met een vlucht van meer dan 3500 kilometer, kan de compensatie zelfs 600 euro bedragen.

Of een passagier recht heeft op een financiële compensatie, is van meerdere omstandigheden afhankelijk. In de eerste plaats zal bij een annulering worden gekeken hoe lang van tevoren een passagier hierover is geïnformeerd. Je krijgt bijvoorbeeld geen compensatie als je meer dan twee weken voor vertrek bent geïnformeerd over de annulering. Ben je korter dan twee weken voor vertrek geïnformeerd over de annulering, dan heb je alleen recht op compensatie als het tijdstip van de vervangende vlucht te veel afwijkt van die van de geannuleerde vlucht.

Vervolgens kan de reden van de vertraging of annulering aan een financiële compensatie in de weg staan. Als de annulering of vertraging het gevolg is van zogeheten 'bijzondere omstandigheden', heb je namelijk geen recht op een financiële compensatie. Van zulke 'bijzondere omstandigheden' kan bijvoorbeeld sprake zijn bij zeer slechte weersomstandigheden, terrorisme of onaangekondigde stakingen van externe partijen. De achterliggende gedachte is dat het niet eerlijk is om de luchtvaartmaatschappij in zulke situaties verantwoordelijk te houden. Wel is vereist dat de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging of annulering te voorkomen.

Recht op verzorging
Zodra er sprake is van een vertraging of annulering van de vlucht, heeft een passagier mogelijk ook recht op verzorging. Bij vluchten van 1500 kilometer of korter kan dit al vanaf een vertraging van twee uur. Gaat het echter om een vlucht van meer dan 1500 kilometer, dan heeft een passagier pas recht op verzorging bij een vertraging van drie uur. Voor vluchten naar een bestemming buiten de Europese Unie van meer dan 3500 kilometer moet er ten minste een vertraging van vier uur zijn.

De precieze inhoud van het recht op verzorging is heel erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo heeft een passagier recht op maaltijden en verfrissing, maar alleen als dit in een redelijke verhouding staat tot de wachttijd. Hiernaast heeft een passagier recht op een hotelovernachting als een verblijf van één of meer nachten noodzakelijk wordt. Het vervoer tussen de luchthaven en de accommodatie komt in dat geval ook voor rekening van de luchtvaartmaatschappij. Indien de luchtvaartmaatschappij deze verplichtingen niet nakomt, kunnen eventueel gemaakte kosten achteraf alsnog worden gedeclareerd. Het is daarom van groot belang de betaalbewijzen goed te bewaren. Hierbij geldt overigens wel de voorwaarde dat het geen buitenproportionele kosten mogen zijn ten opzichte van de extra wachttijd. Zo hoeft de luchtvaartmaatschappij bij een vertraging van twee uur niet de kosten te dragen voor drie uitgebreide maaltijden met bijbehorende drankjes.

Recht op terugbetaling of een andere vlucht
Bij een vertraging van ten minste vijf uur of het annuleren van de vlucht heeft de passagier een keuzemogelijkheid. Allereerst kan worden gekozen voor de volledige terugbetaling van het gekochte vliegticket. Een eventuele vervangende reis zal dan zelf moeten worden bekostigd. Hiernaast kun je kiezen voor een andere vlucht, eventueel op een andere datum, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. Als je deze laatste optie kiest en in een hogere klasse moet worden geplaatst, mag door de luchtvaartmaatschappij geen bijbetaling worden gevraagd. Bij een plaatsing in een lagere klasse heb je daarentegen recht op terugbetaling van een gedeelte van de ticketprijs.

Conclusie
Een lange vertraging of zelfs een annulering van de vlucht kunnen heel vervelend zijn. Gelukkig heeft de Europese Unie vliegtuigpassagiers in die situaties verschillende rechten toegekend. Je kunt soms aanspraak maken op financiële compensatie voor de ongelukkige situatie. In de meeste gevallen heeft een passagier recht op een maaltijd en indien nodig een hotelovernachting. Ten slotte bestaat het recht op alternatief vervoer of terugbetaling van het vliegticket. Heb je helaas zelf te maken gehad met vertraging of wordt je vlucht geannuleerd? Kom dan langs bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost en wij kijken graag wat wij voor jou kunnen betekenen!

 

Redactie

Oost west, alles best

Zowel op middelbare scholen als op universiteiten wordt er gesproken over het integreren van diversere perspectieven in het curriculum. Deze zijn in colleges vaak nog eenzijdig. Waarom willen docenten en studenten meer perspectieven in colleges aandragen, maar blijkt dat in de praktijk vaak lastig?

Tekst: Rindert Oost
Illustratie: Roos In't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS

achtergrond 750x

Het vak geschiedenis op de middelbare school moet op de schop. Daarvoor pleit VGN Kleio, de vereniging van geschiedenisleraren in het voorgezet onderwijs. Er zou op dit moment nog onvoldoende aandacht voor andere landen en culturen zijn binnen het geschiedenisonderwijs. Volgens voorzitter Ton van der Schans is het geschiedenisonderwijs te eenzijdig en wordt er te weinig aandacht besteed aan onderwerpen als de geschiedenis van Turkije. ‘Aangezien wij leven in een veranderende en sterk geglobaliseerde wereld, wordt het steeds belangrijker nieuwe, niet-westerse perspectieven aan het curriculum toe te voegen.’ Niet alleen binnen het voortgezet onderwijs wordt hierover nagedacht, ook op de Radboud Universiteit (RU) gaan er geluiden op dat het onderwijs van de universiteit te westers zou zijn. Wie een syllabus van een willekeurige studie onder de loep neemt, zal voornamelijk grote namen als Kant, Darwin en Einstein vinden. Al decennialang worden vaak dezelfde denkers behandeld en daarmee blijven een hoop alternatieve perspectieven onderbelicht. In een open bijeenkomst van actiegroep Changing Perspective beaamde rector magnificus Han van Krieken al dat dit een probleem is. ‘Achter de schermen zijn we druk bezig met het inbrengen van meer perspectieven, maar op dit moment is er nog geen pasklare oplossing.’ Wat zijn de argumenten om andere perspectieven in college aan te dragen en waarom blijkt het zo lastig om dit te implementeren?

'De groep onderbelichte wetenschappers of denkers is groot.'

Dekoloniseren kun je leren
Het probleem ligt niet bij de inhoud van westerse perspectieven, maar vooral bij het feit dat er vanuit vrijwel één dominant perspectief wordt lesgegeven. Dat dominante perspectief bestaat uit grote namen zoals Darwin, Kant of Marx: dezelfde wetenschappers die al decennialang worden aangehaald. Door te focussen op één perspectief, worden ook steeds dezelfde onderwerpen behandeld en blijft het wetenschappelijke discours hetzelfde. Dat betekent niet dat bijvoorbeeld Darwins evolutietheorie niet meer moet worden onderwezen, maar wel dat er aandacht moet worden besteed aan theorieën die niet vanuit het dominante perspectief zijn opgesteld. Anya Topolski, ethicus en politiek filosoof aan de RU, noemt dit dekoloniseren: laten zien dat een verhaal of geschiedenis meerdere kanten heeft. Met behulp van dekolonisatie kunnen ook vormen van kennis terug worden gehaald die verloren zijn gegaan in de wetenschap, omdat er decennialang maar één verhaal is verteld. Cultureel antropoloog aan de RU Anouk de Koning beaamt dit: ‘Door een onderbelichte stem te laten horen, verbreed je de wetenschappelijke discussie. Neem bijvoorbeeld W.E.B. Du Bois, een zwarte socioloog die zich begin twintigste eeuw al inzette voor rassenrelaties. Dit thema is tot op de dag van vandaag vrijwel onderbelicht. Zou Du Bois wel behoren tot de canon, dan zou er ook veel meer aandacht worden besteed aan dit onderwerp.' De groep van onderbelichte wetenschappers of denkers is groot. Hierbij hoeft niet alleen te worden gedacht aan ras of etniciteit. ‘Ook bijvoorbeeld vrouwen of wetenschappers uit de arbeidersklasse behoren tot deze groep. Veel wetenschappers die nu besproken worden komen namelijk uit academische families', legt Topolski uit. 'Ook kan worden gedacht aan verschillende politieke stromingen die tegenover elkaar staan. Al die verschillende perspectieven bieden studenten een verfrissende kijk op de wetenschap.'

Man in the mirror
Door alternatieve perspectieven te behandelen, laat je zien waar kennis vandaan komt en welke verhalen er wel en niet worden gehoord binnen de wetenschap. Dit wordt ook wel gepositioneerde kennis genoemd. 'Dankzij feministische stemmen is er bijvoorbeeld bewustwording gecreëerd dat wetenschap voornamelijk vanuit een mannelijk perspectief is geschreven. Hierdoor zijn wetenschappelijke theorieën vooral van toepassing op mannen', vertelt De Koning. 'Het is van belang dat studenten daarover nadenken.' Een theorie wordt namelijk altijd vanuit een bepaalde context bedacht. 'Iedereen ontwikkelt een bepaald perspectief dat is beïnvloed door zijn omgeving. Dat heet standplaatsgebondenheid', vertelt Niels Spierings, socioloog aan de RU. 'Elke wetenschapper schrijft een theorie vanuit zijn eigen context.' Het is belangrijk in colleges te laten zien wat standplaatsgebondenheid met een theorievorming doet. 'Op die manier leren studenten zichzelf een spiegel voor te houden en kritisch op hun eigen perspectief te reflecteren', legt Topolski uit.

'Een theorie wordt altijd vanuit een bepaalde context bedacht.'

achtergrond2 650x

Borduurwerk
Daarom is het belangrijk dat er verschillende perspectieven worden behandeld. Waarom blijven deze dan toch nog onderbelicht in colleges? 'Het uitlichten van andere perspectieven is een recent aandachtspunt', vertelt De Koning. 'Het vereist veel omdenken na het decennialange gebruik van dominante perspectieven.' Om deze reden is het lastig om het vastgeroeste canon zomaar te veranderen. 'Bij het invullen van een cursus moet er met van alles rekening worden gehouden', vertelt Spierings. 'Cursussen bouwen op elkaar voort, dus de inhoud kan niet zomaar ineens 180 graden worden gedraaid.' De Koning voegt daaraan toe: 'Als wetenschapper ben je vooral met de inhoud bezig. Daardoor heb je soms misschien wat minder aandacht voor hoe belangrijk het is om verschillende stemmen te laten horen.' Bovendien zijn er zoveel verschillende perspectieven, dat het lastig kan zijn om te kiezen welke stemmen aan bod moeten komen. Er moet dus in elk geval worden nagedacht over het integreren van meerdere perspectieven in het onderwijs. Rector magnificus Han van Krieken is het hiermee eens. 'Wij gaan ons, als College van Bestuur, echter niet bemoeien met de inhoud van onderwijs of wetenschap. Dat is aan de docenten en hoogleraren zelf', benadrukt Van Krieken. Wel wil hij de discussie aangaan met verschillende docenten en studenten over dit onderwerp. Bijvoorbeeld door te vragen waarom docenten in colleges bepaalde verhalen aanhalen en andere negeren. ‘Maar het is niet mijn plaats om curricula inhoudelijk te toetsen.’ Hij verwacht dat docenten in de toekomst dit zelf ook meer gaan aanpassen. 'Er is een cultuuromslag nodig. Docenten en disciplines zijn gewend te werken vanuit een bepaalde kennis', vertelt Van Krieken. 'Het zal daarom niet van de ene op andere dag zijn opgelost.' De visie van de universiteit is niet perfect en dus is het belangrijk te kijken wat anderen daarvan vinden. 'Maar', benadrukt Van Krieken, 'we moeten ook onze eigen waarden en de normen die daaruit voortkomen belangrijk blijven vinden. Je moet daar wel rekening mee houden.'

 

 

Redactie
Achtergrondartikel vrijwilligerswerk in het buitenland

Helpende hand in het buitenland

Elk jaar reizen duizenden studenten af naar verre oorden om vrijwilligerswerk te doen. Engelse les geven aan kinderen in Indonesië, werken in een weeshuis in Oeganda of tienermoeders begeleiden in Peru: dat klinkt allemaal heel nobel. Toch doet vrijwilligerswerk in sommige gevallen meer kwaad dan goed. 

voluntourism750x

Het klinkt aantrekkelijk: een paar weken aan de andere kant van de wereld vertoeven om vakantie te vieren en vrijwilligerswerk te doen. Dit fenomeen staat sinds enkele jaren bekend als voluntourism. Het wordt vaak verkocht als een prachtige reis waarbij je als vrijwilliger een ontzettend grote bijdrage kunt leveren aan minderbedeelden. Daarnaast draagt het bij aan je persoonlijke ontwikkeling, staat het goed op je CV en werpt het een andere blik op je luxeleventje. Daarom combineren veel jongeren hun exotische trip met vrijwilligerswerk. Ook Lisa Meijer, student Psychologie aan de Radboud Universiteit (RU), deed vrijwilligerswerk in het buitenland. In haar tussenjaar werkte ze in drie verschillende weeshuizen in Zuid-Afrika. 'Op het moment zelf was het erg bijzonder, omdat het leerzaam is voor jezelf en het je doet beseffen hoe goed we het in Nederland hebben.'

Toch is niet iedereen blij met de toenemende stroom aan vrijwilligers. Voornamelijk het vrijwilligerswerk in weeshuizen ligt zwaar onder vuur. 'Wanneer je mensen voor een korte periode met kwetsbare kinderen laat optrekken kan dat tot hechtingsproblemen bij de kinderen leiden. Ze hechten zich aan de vrijwilliger, die vervolgens weer weggaat waardoor het natuurlijke hechtingsproces wordt verstoord', vertelt Lau Schulpen, ontwikkelingssocioloog aan de RU. In 2017 startte Unicef daarom een campagne #StopWeeshuistoerisme. Ook in de Tweede Kamer wordt het onderwerp regelmatig aangekaart. VVD-Kamerlid Wybren van Haga diende in maart 2019 een initiatiefnota in bij minister Sigrid Kaag (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Hierin riep hij op om keurmerken toe te kennen aan partijen die stages en vrijwilligerswerk in het buitenland aanbieden, zodat kan worden voorkomen dat mensen zonder het te weten meewerken aan iets slechts. Vrijwilligerswerk roept zo de nodige commotie op. Hoe gaan de betrokken partijen om met deze kritiek, en is het beter om helemaal te stoppen met het sturen van vrijwilligers naar het buitenland?

'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn.'

Weeshuizen
Lisa besefte in Zuid-Afrika wel dat ze te maken had met kwetsbare kinderen die in het verleden al door hun ouders zijn verlaten. Omdat vrijwilligers vaak voor korte perioden in een weeshuis werken, wisselen de gezichten snel. 'Ik was er maar voor twee weken. Je kunt in zo'n korte periode wel wat doen, maar je kunt niks blijvends achterlaten. Daarom denk ik dat het misschien beter is om het werk helemaal niet te doen, zodat de kinderen zich niet al te veel aan je hechten', vertelt ze

Het probleem dat Lisa beschrijft, wordt vaak aangedragen als kritiekpunt op het werken met kwetsbare kinderen in het buitenland. Sommige vrijwilligers worden heel erg close met de kinderen in bijvoorbeeld een weeshuis. Omdat ze dan vervolgens weer weggaan, wordt de vertrouwensband die is opgebouwd, verstoord. 'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn', vertelt Vera Huisman, hoofdonderzoeker bij stichting Muses, een organisatie die vrijwilligers traint voor hun vertrek.

De juiste training
Ondanks de kritiek op het werken in weeshuizen vindt AIESEC, een wereldwijde organisatie die vrijwilligerswerk en stages in het buitenland aanbiedt aan studenten, dat het wel mogelijk is om goed vrijwilligerswerk te doen in weeshuizen. 'AIESEC heeft contracten opgesteld waarin staat beschreven hoeveel vrijwilligers per periode ergens kunnen werken. Daarnaast zijn onze projecten voor minimaal zes weken. De gezichten die de kinderen zien, wisselen wel, maar er zijn ook genoeg vaste krachten', vertelt Lonneke Oosterbaan, vicevoorzitter bij AIESEC Nijmegen. 'Er wordt samengewerkt met de lokale bevolking die goed weet hoe het land in elkaar zit en wat de problemen zijn. Ik verwacht dat het hechtingsprobleem niet zo groot is, omdat de vrijwilligers niet in de plaats komen van de vaste medewerkers', voegt Fé van Teeffelen, voorzitter bij AIESEC Nijmegen, toe.

Huisman is echter van mening dat het hechtingsprobleem wel degelijk aanwezig is, en vertelt dat het belangrijk is om vrijwilligers hier van te voren goed op voor te bereiden. 'Tijdens de trainingen van Muses wordt hechtingsproblematiek uitvoerig besproken en leren de vrijwilligers hoe ze niet te close worden met de kinderen', vertelt ze. Een voorbeeld van een dergelijke training is de 'Wijzer met Kids', een trainingsdag die in het teken staat van werken met kinderen. Tijdens deze training wordt gekeken naar de ontwikkeling van een kind in een ontwikkelingsland en hechting bij kinderen. Daarnaast wordt een lesplan ontwikkeld. 'Door de training weten de vrijwilligers van hechtingsproblemen af en kunnen ze anderen aansporen om er ook over na te denken', legt Huisman uit.

Ook AIESEC geeft trainingen, maar hierin wordt meer gefocust op de vrijwilliger zelf. 'De overtuiging bij AIESEC is dat je jezelf ontwikkelt wanneer je in het buitenland bent en je daardoor bewuster wordt van wat er in de wereld speelt', vertelt Van Teeffelen. 'Er zijn coaches die samen met de student gaan zitten om persoonlijke doelen en verwachtingen te bespreken. Er wordt zo gekeken wat de student zelf uit het werk wil halen. Aan het begin en het einde van het project wordt ook een toets afgenomen om de persoonlijke ontwikkeling in kaart te brengen', voegt Oosterbaan toe.

Bredere problematiek
Volgens Schulpen wordt er de laatste jaren juist te veel nadruk gelegd op de vrijwilliger zelf. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld. 'Als je het puur vanuit de kant van de vrijwilliger bekijkt, kun je een zeer positief verhaal ophangen over het werk. Je kunt door het werk veel over jezelf leren, het staat goed op je CV en je leert een nieuwe cultuur kennen.' Schulpen vindt het daarom goed dat de discussie over het werken in een weeshuis wordt gevoerd en dat organisaties zich bezighouden met specifieke trainingen. 'De afgelopen jaren werd het voornamelijk vanuit de vrijwilliger zelf bekeken. Ik ben blij dat er nu wat meer aandacht komt voor de betekenis van het werk en dan met name voor de mensen daar', vertelt hij.

Schulpen vertelt dat het belangrijk is om je af te vragen wat de mensen daar aan het werk hebben. 'De afweging die moet worden gemaakt, is: is dat wat het werk mij als individu oplevert het waard om voor het collectief problemen te veroorzaken. Dat is geen makkelijke afweging', zegt hij. Om een volledig beeld te krijgen van de impact van vrijwilligerswerk moet er volgens hem daarom zowel worden gekeken naar de vrijwilliger zelf als naar de mensen waarvoor het werk wordt gedaan. 'Wanneer je daadwerkelijk iets wilt maken van interculturele communicatie, moet je daar wel energie in stoppen en het vanuit twee kanten bekijken', stelt Schulpen.

'Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar.'

Verwachtingen
Voor Lisa was haar werk in Zuid-Afrika een prachtige ervaring, maar ze weet niet of ze het nog een keer wil doen. 'Toen ik nadacht of ik het nog een keer wilde doen, besefte ik dat ik het niet meer op deze manier wil doen. Het was een prachtige ervaring voor mezelf. Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar', vertelt ze.

Dit heeft te maken met het tegenstrijdige verwachtingspatroon. Veel vrijwilligers verwachten grote veranderingen teweeg te brengen in de korte periode dat ze ergens werken. Toch blijkt dit in de praktijk mee te vallen. Niet alleen de vrijwilliger zelf heeft verwachtingen, ook de mensen voor wie het werk wordt gedaan, hebben verwachtingen en vooroordelen over degene die het werk komt doen. 'We zijn ons er niet altijd van bewust dat de mensen daar ons zien als vrijwilliger met financiële bronnen. Hierdoor bestaat een ongelijke basis waardoor de oorspronkelijke bewoners van een land, je nooit zo behandelen als ze hun eigen kinderen, buurman of vrienden behandelen. Zij zitten net zo goed met een heleboel verwachtingen en vooroordelen over ons', vertelt Niko Winkel, secretaris van Vereniging Volunteer Correct. Dit is een organisatie die onderzoek doet naar manieren om eerlijk, duurzaam en verantwoord vrijwilligerswerk te doen.

Op welke manier dan wel
Is het dan een goed idee om in de toekomst vrijwilligerswerk in het buitenland helemaal niet meer te overwegen? Nee, stelt Winkel. 'Volunteer Correct raadt het werken in een weeshuis af, maar je kunt bijvoorbeeld best assisteren bij het geven van Engelse les. Als je maar geen vaste krachten vervangt. Daarnaast kun je ook denken aan werk waarbij contact met kinderen niet vooropstaat zoals de gezondheidszorg of de bouw.' Winkel vindt het jammer dat internationaal vrijwilligerswerk zo vaak in verband wordt gebracht met weeshuizen. 'Dit komt omdat dit een van de werkvelden is waar je kunt werken als je jong bent en nog weinig ervaring hebt. Maar vrijwilligerswerk is veel breder dan dit. Wanneer het goed wordt aangepakt, heeft het ontzettend veel potentie.'

Schulpen sluit zich hier volledig bij aan. 'Wees realistisch in je verwachtingen en heb vooral niet de neiging te denken dat jij als individu het verschil te gaat maken. Dat is niet zo en daar hoef je je geen illusies over te maken', vertelt hij. 'Het is goed om vrijwilligerswerk te zien als uitwisseling en niet iets wat jij komt geven en de ander moet ontvangen.'

 

 

Wat betekent 'artikel 13' nou eigenlijk?

Je goed recht: De auteursrechtrichtlijn: als muziek in de oren?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de nieuwe Auteursrechtrichtlijn en het uploadfilter.

Tekst: Bauke Spoor

Het is de afgelopen maanden meermaals in het nieuws geweest: artikel 13 van de nieuwe Auteursrechtrichtlijn. De richtlijn is onlangs goedgekeurd door de Europese wetgever en zou er volgens velen voor zorgen dat het moeilijker wordt foto's, filmpjes of zelfs memes te delen op internet. Maar wat wordt er nu echt bepaald in het omstreden 'artikel 13' en welke gevolgen heeft dit artikel voor het internetverkeer? En is het nog mogelijk om leuke foto's en filmpjes zomaar te delen op Facebook?

Auteursrecht
De richtlijn is enkel van toepassing op het auteursrecht. Een auteursrecht is, simpel gezegd, het recht van de maker van een 'werk' om als enige te beslissen over het openbaar maken – bijvoorbeeld het delen op Facebook – van het werk. Zo'n werk kan bijvoorbeeld een schilderij of sculptuur zijn, maar ook een foto, gedicht, videoclip of liedje. Als iemand een auteursrecht heeft op zo'n werk, mag een ander dit werk niet zomaar gebruiken of bijvoorbeeld delen op Facebook. Vaak is de toestemming van de maker van het werk vereist. Heb je die niet, maar plaats je toch die leuke foto op Instagram, dan kan de rechthebbende van het auteursrecht jou vragen om de foto te verwijderen en bijvoorbeeld een vergoeding te betalen. Betaal je dit niet, dan kan de rechthebbende naar de rechter om dit af te dwingen.

Artikel 13
Vaak worden hun werken door individuele gebruikers online geplaatst, zonder het besef dat dit eigenlijk helemaal niet is toegestaan. De Auteursrechtrichtlijn is bedoeld om makers, zoals muzikanten en fotografen, te compenseren. Het is alleen erg moeilijk om elke individuele gebruiker aan te spreken voor elke inbreuk op het auteursrecht. De nieuwe richtlijn maakt het makkelijker voor makers om een vergoeding te krijgen wanneer een ander hun werk online zet. Door artikel 13 van de richtlijn wordt er iemand anders namelijk aansprakelijk. In plaats van de uploader aan te spreken, kan de rechthebbende van het auteursrecht het platform dat gebruikt wordt om materiaal te delen, aanspreken om een vergoeding te betalen. Bij zulke platforms valt te denken aan sites als Facebook, YouTube, maar ook aan Nederlandse media zoals Dumpert. Aan hen wordt de verplichting opgelegd om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat er geen inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van anderen. Zij zullen dus afspraken moeten maken met de makers van o.a. foto´s, filmpjes en muziek om deze te mogen publiceren.

'Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie.'

Uploadfilters
Voor toestemming om een werk te delen wordt door de auteur vaak een vergoeding gevraagd. Waarschijnlijk zullen de sociale-mediaplatforms daarom niet zo happig zijn op het maken van afspraken met auteurs. Zijn die afspraken er niet, dan mogen de beschermde werken niet online worden gezet. Om te bepalen of werken beschermd worden door het auteursrecht, zal waarschijnlijk gebruik worden gemaakt van automatische uploadfilters. Deze filters zullen de immense hoeveelheid aan uploads beoordelen om te kijken of er sprake is van een beschermd werk en of de upload online mag worden gezet.

Uitzonderingen en het uploadfilter
Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie: een grappige nabootsing van een werk. Ook vrijwel alle memes kunnen worden aangemerkt als een parodie. Het delen hiervan is dus in principe wel toegestaan. Ook is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om een werk van een ander te citeren: het citaatrecht. Wel is het de vraag of de toekomstige uploadfilters in staat zijn om deze uitzonderingen te onderscheiden van de originele werken, die wel auteursrechtelijk beschermd zijn. Het verschil tussen de originele werken en parodieën is vaak niet heel groot en misschien wel onherkenbaar voor een algoritme. Gevolg hiervan kan zijn dat het erg moeilijk wordt om parodieën en citaten online te delen en dat de internetvrijheid ernstig wordt ingeperkt, terwijl het in een democratische samenleving belangrijk is dat communicatie via het internet open en toegankelijk is en dat men zijn of haar mening kan verspreiden. Bovendien zullen de makers van auteursrechtelijk beschermde werken graag hun materiaal blijven verspreiden via grote platforms. Door een uploadfilter wordt het voor sommigen van hen een stuk moeilijker om naamsbekendheid te genereren en hun werk te publiceren. De beperkingen die uploadfilters teweeg kunnen brengen, zouden dus een nadelig effect kunnen hebben voor zowel de internetgebruiker, als voor de makers van werken.

Conclusie
De Europese richtlijn is een stap in de goede richting om makers van auteursrechtelijk beschermde werken te compenseren voor hun werk. Er bestaan echter nog veel vragen over de internetvrijheid in combinatie met de zogenaamde uploadfilters. Wat de gevolgen van de richtlijn precies zullen zijn, zullen we pas over enkele jaren zien. Europese lidstaten hebben namelijk nog twee jaar om de richtlijn om te zetten in bindende nationale regelgeving. Pas dan zullen we merken hoe de sociale media zich gaan aanpassen aan de regelgeving en zien of de gevolgen van artikel 13 daadwerkelijk zo onheilspellend zijn als het getal zelf doet vermoeden.

 

Redactie
Het belang van een goede nachtrust

Slapend wijs

Studenten aan de Radboud Universiteit beginnen deze week aan een lange periode van tentamens. Voor velen gaat dit gepaard met veel koffie en weinig slaap. Toch is dit voor het onthouden van de stof, niet de meest ideale manier van studeren. Biologiestudent Myrte Nowee legt uit waarom een goede nachtrust zo belangrijk is.  

slaaptekort800x600Tot laat studeren om een tentamen te halen of juist vroeg naar bed? Hoewel het algemeen bekend is dat het belangrijk is om genoeg te slapen, kiezen veel studenten toch regelmatig voor het eerste. Vooral wanneer de stress voor een tentamen, vermoedelijk regelmatig door uitstelgedrag, de avond ervoor op zijn hoogst is. Koffietje, Red Bull en knallen. Toch is het maar de vraag hoeveel je in die late uurtjes nog oppikt.

Naast dat het fijn is om lekker uitgerust het tentamen in te gaan, heeft op tijd naar bed gaan een nog belangrijkere functie. Slaap is namelijk noodzakelijk voor het verwerken van gedachten. Waar je brein overdag continu bezig gehouden wordt door prikkels, heeft het tijdens de slaap tijd om iets te doen met deze vergaarde informatie. Alle gebeurtenissen van de dag worden hiervoor tijdens het slapen zo'n zeven keer versneld afgespeeld in het brein door de neuronen die overdag actief waren. Plaatsen waar je bent geweest, gesprekken die hebben plaatsgevonden, alle indrukken flitsen in elektrische signaaltjes voorbij. Dit proces van herhalen is enorm belangrijk voor het langer vasthouden van herinneringen. Minder belangrijke gebeurtenissen en details, zoals wie voor je in de rij bij de kassa stond, filtert je brein er al slapende uit om andere gedachten zoals je tentamenstof meer ruimte en aandacht te geven.

Breinbreker
Dit proces is te begrijpen met de begrippen 'korte'- en 'langetermijngeheugen'. Gedurende de dag komt alle informatie terecht in het kortetermijngeheugen, in de hersenstructuur genaamd de hypothalamus. Dit is goed voor het direct ophalen van herinneringen maar vraag de dag erop er iets over en je hebt geen idee meer. Wil je een gedachte weken of zelfs jaren onthouden moet deze zijn ingebouwd in het lange termijn geheugen: de cortex of 'hersenschors' die over de grote hersenen heen ligt. Om herinneringen daar te plaatsen krijgt het informatie van de hypothalamus door het continu herhalen van gebeurtenissen. Dit is waar het belang van slaap naar voren komt. Dit trainen van de cortex, dus het 'opslaan' van herinneringen, gebeurt naast gedeeltelijk overdag namelijk vooral door het herhalen tijdens de slaap.

'Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt.'

Leren slapen
Stel dus de volgende situatie voor: Je rolt rond 7 uur uit bed voor een tentamen. Je hebt heerlijk geslapen maar schrikt: alles wat je de dag ervoor geleerd hebt lijkt ver weg. Niet helemaal op je gemak stap je de tentamenzaal binnen, maar wanneer het papier onder je neus geschoven wordt merk je dat er bij elke vraag wat terug komt. En vrij precies ook. Details die je nooit gedacht had te kunnen onthouden, vloeien van je pen naar het papier. In je slaap heb je alles verwerkt en heeft het een plekje gekregen in je hersenen. Zonder eerder op te staan om die samenvatting nog door te nemen, zit alles toch goed in je geheugen.

Dus wil je goed voorbereid zijn, ga dan niet de hele nacht door met leren, maar duik lekker vroeg in bed. Je hersenen hun ding laten doen zonder dat jijzelf daar iets van hoeft te merken. Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt. Er bestaat overigens het idee dat je tijdens je slaap ook nieuwe informatie kan leren, maar je hersenen luisteren jammer genoeg echt niet naar die cursus Spaans die je 's nachts uit je boxjes laat klinken. Wil je dus nog nieuwe stof doornemen, zit er niks anders op dan toch eerder te beginnen. Het herhalen kun je echter het beste aan Klaas Vaak over laten.

 

Redactie
Rechten en plichten van een verhuurder

Je goed recht: Uitgemolken door mijn verhuurder

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: welke rechten heb je als huurder van een studentenkamer?

Tekst: Evelyn van Oijen

Waarom betaal ik 50 euro per maand meer aan kale huur dan mijn vriend met een even grote kamer? Waarom ontvangt mijn verhuurder van al mijn huisgenoten veel te veel geld aan servicekosten? En waarom moet ik soms nog steeds geld betalen voor het herstel van iets in mijn huis? Als op zichzelf wonende student is de kans zeer groot dat een studentenkamer wordt gehuurd. Er wordt een grote som geld betaald en daar krijgt de huurder vier muren voor terug met een dak boven het hoofd: het is zijn plekje voor de komende jaren. Als huurder wil je voorkomen dat je op straat komt te staan, waardoor de afgesproken huurprijs netjes wordt betaald. Echter wil een huurder waar voor zijn geld en daarvoor is het van belang dat de verhuurder zich aan de wettelijke regels houdt. Deze geven de huurder namelijk veel bescherming. Helaas komen verhuurders vaak hun verplichtingen niet na en weten huurders niet waar zij recht op hebben. Dit artikel zal aandacht besteden aan enkele veelvoorkomende misstanden in het huurrecht.

De huurprijs
Een pijnpunt dat altijd zal blijven spelen betreft de hoogte van de huurprijzen: veel studenten betalen wettelijk gezien te veel huur. In de wet is opgenomen dat studentenkamers, met uitzondering van studio's, een maximale huurprijs hebben. De maximale hoogte ervan wordt berekend via een door de wetgever bepaald puntensysteem. Er worden hierbij aan verschillende onderdelen plus- of minpunten toegekend. Voorbeelden zijn de oppervlakte van de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen, maar er wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld geluidsoverlast.

Het aantal punten dat uit het puntensysteem voortvloeit, wordt vervolgens gekoppeld aan een bepaalde tabel. Hieruit blijkt hoeveel kale huur je maximaal voor de kamer mag betalen. Blijkt dat je te veel huur betaalt, dan moet je eerst schriftelijk een voorstel tot huurverlaging doen aan de verhuurder. Gaat de verhuurder hiermee niet akkoord, dan staat de optie open om naar de Huurcommissie te stappen. Door deze instantie wordt de hoogte van de huurprijs getoetst en vervolgens een oordeel gegeven: de verhuurder moet wel of geen huurverlaging doorvoeren. Als student kun je hier in ieder geval veel geld op besparen. Een huurverlaging van slechts 10 euro per maand betekent op jaarbasis toch weer 120 euro.

'Een huurder hoeft alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven.'

De servicekosten
Naast de kale huur die een huurder betaalt, worden elke maand servicekosten afgedragen. Dit is een voorschot dat wordt betaald voor de zaken en diensten die de verhuurder levert. Hieronder vallen bijvoorbeeld gas, water en licht, maar ook internet- en schoonmaakkosten kunnen doorberekend worden. Belastingen daarentegen vallen meestal niet onder de servicekosten. Een voorbeeld hiervan is de onroerendezaakbelasting. Deze dient door de eigenaar van het pand zelf betaald te worden.

Van belang is dat de servicekosten in het contract staan omschreven. Een huurder hoeft namelijk alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven. De reden hiervoor is dat de huurder alleen verplicht is de servicekosten te vergoeden die de verhuurder daadwerkelijk heeft gemaakt. Helaas gebeurt het vaak dat de huurder meer servicekosten betaalt dan nodig. Wettelijk gezien moet een verhuurder elk jaar, uiterlijk zes maanden na het beëindigen van het jaar waarop de servicekosten betrekking hebben, een specificatie geven. Hieruit kan worden opgemaakt of de huurder een teveel betaald bedrag terug moet krijgen, of juist moet bijbetalen. Indien een verhuurder deze specificatie niet uit zichzelf geeft en de huurder vermoedt te veel te betalen, kan deze eisen dat de verhuurder deze specificatie alsnog geeft. Daarbij is het belangrijk te weten dat een verhuurder de servicekosten niet mag verhogen , zolang hij geen overzicht verschaft. Laat de verhuurder dit na, dan kan wederom de Huurcommissie ingeschakeld worden. Zij kan de hoogte van de servicekosten vaststellen en ook dit kan uiteindelijk leiden tot een grote besparing van de uitgaven.

Mijn kamer toont gebreken
Een laatste vervelend punt dat ook kosten met zich mee kan brengen betreft de reparatie van een gebrek. Het kan zijn dat een huurder de kosten voor de reparatie ervan zelf moet betalen, ondanks dat er al servicekosten worden betaald. Of de huurder hiertoe verplicht is, hangt af van wat er in de huurovereenkomst is besproken. Is hierin niets in opgenomen, dan moet het gebrek zijn opgenomen in het zogenoemde 'Besluit kleine herstellingen'. In dit besluit wordt opgesomd wanneer een huurder zelf de rekening moet betalen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de huurder zijn eigen kamer wil schilderen, maar ook gaten ontstaan door spijkers zal de huurder zelf moeten dichten. Gaat het echter over gebreken waar noemenswaardige kosten mee gepaard gaan, dan zal de verhuurder deze kosten moeten dragen, mits er geen schuld is aan de kant van de huurder. Wil de verhuurder deze kosten niet betalen, dan biedt de wet verschillende opties om dit alsnog af te dwingen. Een daarvan is dat de huurder zelf de reparatie uitvoert waarna deze kosten bij de verhuurder kunnen worden verhaald. Voorwaarde is daarbij wel dat het moet gaan om redelijke kosten.

Conclusie
Of het nu gaat om een te hoge huur, servicekosten die niet kloppen of een gebrek in de woning, als huurder zijn er mogelijkheden om deze misstanden aan de kaak te stellen bij de verhuurder of de Huurcommissie. Een huurder wordt in ons Nederlandse recht namelijk extra beschermd tegen de macht van de verhuurder. Heb je zelf een probleem met jouw verhuurder? Ook bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost kun je altijd terecht met vragen over je studentenkamer.

 

Redactie

Subcategorieën