Het belang van een goede nachtrust

Slapend wijs

Studenten aan de Radboud Universiteit beginnen deze week aan een lange periode van tentamens. Voor velen gaat dit gepaard met veel koffie en weinig slaap. Toch is dit voor het onthouden van de stof, niet de meest ideale manier van studeren. Biologiestudent Myrte Nowee legt uit waarom een goede nachtrust zo belangrijk is.  

slaaptekort800x600Tot laat studeren om een tentamen te halen of juist vroeg naar bed? Hoewel het algemeen bekend is dat het belangrijk is om genoeg te slapen, kiezen veel studenten toch regelmatig voor het eerste. Vooral wanneer de stress voor een tentamen, vermoedelijk regelmatig door uitstelgedrag, de avond ervoor op zijn hoogst is. Koffietje, Red Bull en knallen. Toch is het maar de vraag hoeveel je in die late uurtjes nog oppikt.

Naast dat het fijn is om lekker uitgerust het tentamen in te gaan, heeft op tijd naar bed gaan een nog belangrijkere functie. Slaap is namelijk noodzakelijk voor het verwerken van gedachten. Waar je brein overdag continu bezig gehouden wordt door prikkels, heeft het tijdens de slaap tijd om iets te doen met deze vergaarde informatie. Alle gebeurtenissen van de dag worden hiervoor tijdens het slapen zo'n zeven keer versneld afgespeeld in het brein door de neuronen die overdag actief waren. Plaatsen waar je bent geweest, gesprekken die hebben plaatsgevonden, alle indrukken flitsen in elektrische signaaltjes voorbij. Dit proces van herhalen is enorm belangrijk voor het langer vasthouden van herinneringen. Minder belangrijke gebeurtenissen en details, zoals wie voor je in de rij bij de kassa stond, filtert je brein er al slapende uit om andere gedachten zoals je tentamenstof meer ruimte en aandacht te geven.

Breinbreker
Dit proces is te begrijpen met de begrippen 'korte'- en 'langetermijngeheugen'. Gedurende de dag komt alle informatie terecht in het kortetermijngeheugen, in de hersenstructuur genaamd de hypothalamus. Dit is goed voor het direct ophalen van herinneringen maar vraag de dag erop er iets over en je hebt geen idee meer. Wil je een gedachte weken of zelfs jaren onthouden moet deze zijn ingebouwd in het lange termijn geheugen: de cortex of 'hersenschors' die over de grote hersenen heen ligt. Om herinneringen daar te plaatsen krijgt het informatie van de hypothalamus door het continu herhalen van gebeurtenissen. Dit is waar het belang van slaap naar voren komt. Dit trainen van de cortex, dus het 'opslaan' van herinneringen, gebeurt naast gedeeltelijk overdag namelijk vooral door het herhalen tijdens de slaap.

'Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt.'

Leren slapen
Stel dus de volgende situatie voor: Je rolt rond 7 uur uit bed voor een tentamen. Je hebt heerlijk geslapen maar schrikt: alles wat je de dag ervoor geleerd hebt lijkt ver weg. Niet helemaal op je gemak stap je de tentamenzaal binnen, maar wanneer het papier onder je neus geschoven wordt merk je dat er bij elke vraag wat terug komt. En vrij precies ook. Details die je nooit gedacht had te kunnen onthouden, vloeien van je pen naar het papier. In je slaap heb je alles verwerkt en heeft het een plekje gekregen in je hersenen. Zonder eerder op te staan om die samenvatting nog door te nemen, zit alles toch goed in je geheugen.

Dus wil je goed voorbereid zijn, ga dan niet de hele nacht door met leren, maar duik lekker vroeg in bed. Je hersenen hun ding laten doen zonder dat jijzelf daar iets van hoeft te merken. Het is het ideale scenario: leren terwijl je slaapt. Er bestaat overigens het idee dat je tijdens je slaap ook nieuwe informatie kan leren, maar je hersenen luisteren jammer genoeg echt niet naar die cursus Spaans die je 's nachts uit je boxjes laat klinken. Wil je dus nog nieuwe stof doornemen, zit er niks anders op dan toch eerder te beginnen. Het herhalen kun je echter het beste aan Klaas Vaak over laten.

 

Redactie
Rechten en plichten van een verhuurder

Je goed recht: Uitgemolken door mijn verhuurder

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: welke rechten heb je als huurder van een studentenkamer?

Tekst: Evelyn van Oijen

Waarom betaal ik 50 euro per maand meer aan kale huur dan mijn vriend met een even grote kamer? Waarom ontvangt mijn verhuurder van al mijn huisgenoten veel te veel geld aan servicekosten? En waarom moet ik soms nog steeds geld betalen voor het herstel van iets in mijn huis? Als op zichzelf wonende student is de kans zeer groot dat een studentenkamer wordt gehuurd. Er wordt een grote som geld betaald en daar krijgt de huurder vier muren voor terug met een dak boven het hoofd: het is zijn plekje voor de komende jaren. Als huurder wil je voorkomen dat je op straat komt te staan, waardoor de afgesproken huurprijs netjes wordt betaald. Echter wil een huurder waar voor zijn geld en daarvoor is het van belang dat de verhuurder zich aan de wettelijke regels houdt. Deze geven de huurder namelijk veel bescherming. Helaas komen verhuurders vaak hun verplichtingen niet na en weten huurders niet waar zij recht op hebben. Dit artikel zal aandacht besteden aan enkele veelvoorkomende misstanden in het huurrecht.

De huurprijs
Een pijnpunt dat altijd zal blijven spelen betreft de hoogte van de huurprijzen: veel studenten betalen wettelijk gezien te veel huur. In de wet is opgenomen dat studentenkamers, met uitzondering van studio's, een maximale huurprijs hebben. De maximale hoogte ervan wordt berekend via een door de wetgever bepaald puntensysteem. Er worden hierbij aan verschillende onderdelen plus- of minpunten toegekend. Voorbeelden zijn de oppervlakte van de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen, maar er wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld geluidsoverlast.

Het aantal punten dat uit het puntensysteem voortvloeit, wordt vervolgens gekoppeld aan een bepaalde tabel. Hieruit blijkt hoeveel kale huur je maximaal voor de kamer mag betalen. Blijkt dat je te veel huur betaalt, dan moet je eerst schriftelijk een voorstel tot huurverlaging doen aan de verhuurder. Gaat de verhuurder hiermee niet akkoord, dan staat de optie open om naar de Huurcommissie te stappen. Door deze instantie wordt de hoogte van de huurprijs getoetst en vervolgens een oordeel gegeven: de verhuurder moet wel of geen huurverlaging doorvoeren. Als student kun je hier in ieder geval veel geld op besparen. Een huurverlaging van slechts 10 euro per maand betekent op jaarbasis toch weer 120 euro.

'Een huurder hoeft alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven.'

De servicekosten
Naast de kale huur die een huurder betaalt, worden elke maand servicekosten afgedragen. Dit is een voorschot dat wordt betaald voor de zaken en diensten die de verhuurder levert. Hieronder vallen bijvoorbeeld gas, water en licht, maar ook internet- en schoonmaakkosten kunnen doorberekend worden. Belastingen daarentegen vallen meestal niet onder de servicekosten. Een voorbeeld hiervan is de onroerendezaakbelasting. Deze dient door de eigenaar van het pand zelf betaald te worden.

Van belang is dat de servicekosten in het contract staan omschreven. Een huurder hoeft namelijk alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven. De reden hiervoor is dat de huurder alleen verplicht is de servicekosten te vergoeden die de verhuurder daadwerkelijk heeft gemaakt. Helaas gebeurt het vaak dat de huurder meer servicekosten betaalt dan nodig. Wettelijk gezien moet een verhuurder elk jaar, uiterlijk zes maanden na het beëindigen van het jaar waarop de servicekosten betrekking hebben, een specificatie geven. Hieruit kan worden opgemaakt of de huurder een teveel betaald bedrag terug moet krijgen, of juist moet bijbetalen. Indien een verhuurder deze specificatie niet uit zichzelf geeft en de huurder vermoedt te veel te betalen, kan deze eisen dat de verhuurder deze specificatie alsnog geeft. Daarbij is het belangrijk te weten dat een verhuurder de servicekosten niet mag verhogen , zolang hij geen overzicht verschaft. Laat de verhuurder dit na, dan kan wederom de Huurcommissie ingeschakeld worden. Zij kan de hoogte van de servicekosten vaststellen en ook dit kan uiteindelijk leiden tot een grote besparing van de uitgaven.

Mijn kamer toont gebreken
Een laatste vervelend punt dat ook kosten met zich mee kan brengen betreft de reparatie van een gebrek. Het kan zijn dat een huurder de kosten voor de reparatie ervan zelf moet betalen, ondanks dat er al servicekosten worden betaald. Of de huurder hiertoe verplicht is, hangt af van wat er in de huurovereenkomst is besproken. Is hierin niets in opgenomen, dan moet het gebrek zijn opgenomen in het zogenoemde 'Besluit kleine herstellingen'. In dit besluit wordt opgesomd wanneer een huurder zelf de rekening moet betalen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de huurder zijn eigen kamer wil schilderen, maar ook gaten ontstaan door spijkers zal de huurder zelf moeten dichten. Gaat het echter over gebreken waar noemenswaardige kosten mee gepaard gaan, dan zal de verhuurder deze kosten moeten dragen, mits er geen schuld is aan de kant van de huurder. Wil de verhuurder deze kosten niet betalen, dan biedt de wet verschillende opties om dit alsnog af te dwingen. Een daarvan is dat de huurder zelf de reparatie uitvoert waarna deze kosten bij de verhuurder kunnen worden verhaald. Voorwaarde is daarbij wel dat het moet gaan om redelijke kosten.

Conclusie
Of het nu gaat om een te hoge huur, servicekosten die niet kloppen of een gebrek in de woning, als huurder zijn er mogelijkheden om deze misstanden aan de kaak te stellen bij de verhuurder of de Huurcommissie. Een huurder wordt in ons Nederlandse recht namelijk extra beschermd tegen de macht van de verhuurder. Heb je zelf een probleem met jouw verhuurder? Ook bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost kun je altijd terecht met vragen over je studentenkamer.

 

Redactie
Achtergrondartikel terugkeer wolf

Grote boze wolf

Sinds eind januari is de wolf terug in Nederland. Sommigen zien de terugkomst van het dier als een grote aanwinst voor de biodiversiteit, anderen zien in het dier juist een groot gevaar voor onze natuur. De wolf dwingt ons tot nadenken: is natuur iets wat de mens moet beschermen, of moet de mens juist van de natuur worden beschermd?

Tekst: Julia Mars
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Wolf750x

'Boeren: wolven doodschieten moet kunnen', 'Schapen de dupe van bloeddorstige wolven' en 'Moeten we bang zijn voor de wolf?' kopten de kranten. Vanaf het moment dat één enkele wolvin zich sinds januari officieel inwoner van Nederland mag noemen, is het land in rep en roer. De discussie draait allemaal om één ding: wat moeten we met het dier?

De terugkeer van de wolf is geen toeval, maar het gevolg van een bewuste keuze van beleidsmakers. De maatschappij wil de natuur namelijk steeds meer beschermen. 'In de afgelopen vijftig jaar is de maatschappij gaan inzien hoe belangrijk natuur is', zegt milieufilosoof Martin Drenthen, verbonden aan de Radboud Universiteit. 'Het verlies van bepaalde planten- en dierensoorten kan een enorme impact op het milieu hebben. Denk bijvoorbeeld aan wat er gebeurt als de bij zomaar verdwijnt. Dan ontstaat er voor boeren een enorm probleem bij de bestuiving van hun gewassen.' Om ervoor te zorgen dat de natuur niet zomaar verloren gaat, hebben soorten waarmee het slecht gaat, zoals het damhert en de otter, in Europa een beschermde status gekregen. Ook de wolf heeft sinds 2014 een beschermde status, wat betekent dat er niet op het dier mag worden gejaagd en het zich dus vrij door Europa kan bewegen. Lange tijd lag niemand in Nederland daar wakker van: de wolf leefde immers ver weg van ons land. Maar nu hij er is, realiseren veel mensen zich ineens dat er consequenties kleven aan het beschermen van het dier. 'De wolf dwingt ons tot nadenken', zegt Drenthen. 'Willen we in Nederland wel plaats maken voor dit soort wilde natuur?'

'De wolf staat symbool voor het laatste stukje wilde natuur dat zich niet zomaar door de mens laat opeisen.'

Wie is daar?
De terugkomst van de wolf kan op twee manieren worden gezien: als kroon op het natuurbeschermingsbeleid, of juist als bedreiging voor de Nederlandse natuur. Maurice La Haye, onderzoeker bij de Zoogdiervereniging in Nijmegen, ziet het als een overwinning. 'Dat de wolf terug is in Nederland laat zien dat het goed gaat met het dier. Daar mogen we blij mee zijn. Ik zie het als een stukje beschaving van de maatschappij dat we hem de ruimte bieden om hier te kunnen verblijven, in plaats van dat we hem meteen wegjagen.' Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst, directeur van Nationaal Park De Hoge Veluwe, vindt juist dat het dier de natuurbescherming tegenwerkt. 'Je moet je afvragen wat we precies willen beschermen. Op De Hoge Veluwe houden we al honderden jaren heel diverse natuur in stand. De wolf kan dit alleen maar verstoren en past er niet zomaar bij.'

De reacties van La Haye en Van Voorst tot Voorst zijn tekenend voor hoe Nederlanders kijken naar natuur. 'Aan de ene kant staat het christelijke idee van rentmeesterschap', vertelt Drenthen. 'Hierin is de mens verantwoordelijk voor de natuur en streeft hij naar een manier waarop mens en natuur in harmonie kunnen samenleven.' Dat is hoe de natuur er in Nederland op dit moment uitziet. Bossen zijn een plek waar wilde dieren, zoals herten, vossen en konijnen leven, maar ook waar mensen wandelen, de hond uitlaten of fietsen. Tegenover het idee van rentmeesterschap staat een groep natuurbeheerders die het belang van 'wilde' natuur benadrukken om zo het verlies van ecosystemen tegen te gaan. 'Een schaap op de hei staat er alleen maar voor de mens, zeggen zij. Op die manier is het schaap niets anders dan een verlengstuk van de mens en kan daarom niet zomaar natuur worden genoemd', zegt Drenthen. Ook De Veluwe is volgens hem een goed voorbeeld van "menselijke natuur". 'Van Voorst tot Voorst noemt zijn park natuur en vindt daarom dat alles recht heeft op bescherming. Maar op deze manier wordt er alleen beschermd wat mensen als natuur beschouwen.' In andere woorden: alles wat dit harmonieuze plaatje verstoort, wordt niet tot natuur gerekend. 'Ook de wolf is niet direct nuttig voor de mens. Voor de nieuwe generatie natuurbeschermers staat hij dan ook symbool voor het laatste stukje wilde natuur dat zich niet zomaar door ons laat opeisen.'

'Wat als straks meer wolven zich voor langere tijd in Nederland vestigen?'

Wolf400xSamen verantwoordelijk
Voor een dier dat zogenaamd niet van de mens is, ontfermen verrassend veel instanties zich over de wolf met allerlei beleidsplannen en regels. Zo kwamen kort na zijn officiële vestiging alle provincies gezamenlijk met een wolvenplan, waarin richtlijnen worden gesteld over hoe het dier moet worden beschermd. 'Als de wolf terugkomt in Nederland, zijn daar consequenties aan verbonden', legt Peter Drenth, gedeputeerde van de provincie Gelderland, uit. 'Valt een wolf bijvoorbeeld het vee van een schapenboer aan, dan kunnen we niet zomaar stellen dat de onkosten onder het eigen risico van de veeboer vallen.' In het plan staat nu dat de provincies tot en met 2022 alle schade die de wolf aanricht bij een boer zullen vergoeden. Drenth vindt dat niet meer dan netjes: 'Als we er als maatschappij voor kiezen om de wolf weer terug te laten komen, zullen we daar ook als maatschappij de verantwoordelijkheid voor moeten dragen.'

Mooie woorden, vindt Ben Haarman, woordvoerder van de Land- en Tuinbouworganisatie, een belangenorganisatie die opkomt voor de boeren in Nederland. 'Maar wat als straks meer wolven zich voor langere tijd in Nederland vestigen?' In het plan staat nog niets over hoe de schadevergoeding geregeld gaat worden na 2022. Wel staat er dat boeren zelf preventieve middelen zoals elektrisch gaas of kuddewaakhonden aan moeten schaffen. 'Voor boeren zelf is dit ontzettend duur, bijna onbetaalbaar', zegt Haarman. 'Wie moet er voor die kosten opdraaien?'

Einde discussie
Deze praktische vraag slaat volgens Drenthen terug op de twee manieren waarop de natuur kan worden gezien. 'Het maakt deel uit van een brede filosofische kwestie: is alle natuur van de mens, of is het alleen natuur als de mens het zo noemt?' Als de natuur gezien wordt als iets van de mens, dan is de mens ook verantwoordelijk. Op die manier kan schade die door de wolf wordt aangedaan ook worden gezien als eigen risico. Maar onder het idee van rentmeesterschap vervalt dat eigen risico. De individuele mens is dan alleen maar verantwoordelijk voor het stukje menselijke natuur. Toch zal er iemand moeten betalen als de wolf schade maakt. 'Tegenstanders vinden dat als de overheid zo graag wilde natuur wil, zij ook maar moet opdraaien voor de kosten', zegt Drenthen.

Toch vindt Drenthen dat we niet moeten vergeten dat het in Nederland nog maar om één wolf gaat. Van Voorst tot Voorst zegt dat voor deze filosofische discussie losbarst eerst maar eens moet worden bewezen dat het dier überhaupt in Nederland blijft. 'Nederland is veel te druk voor de wolf. Naar mijn idee kan dit verhaal maar op twee manieren eindigen: of de wolf zoekt een ander leefgebied, of hij eindigt onder een auto.'

 

Redactie
Ben je aansprakelijk na een te harde tackle?

Je goed recht: Schadevergoeding in sport- en spelsituaties

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: wanneer ben je aansprakelijk voor toegebrachte schade in een sport- en spelsituatie?

Tekst: Bregt Martens

Waarom mag Badr Hari tijdens een gevecht in de ring Rico Verhoeven wel een gebroken neus slaan, maar tijdens een feestje niet? Is een voetballer aansprakelijk voor de schade wanneer de tegenstander ernstig letsel oploopt door een stevige tackle? Beide vragen zijn niet gemakkelijk te beantwoorden, aangezien er in het Nederlandse recht andere regels gelden voor de aansprakelijkheid tijdens een zogenoemde 'sport- en spelsituatie' dan in normale situaties. Dit artikel gaat in op het verschil tussen strafrecht en civielrecht en legt uit in welke gevallen deelnemers aan sport- en spelsituaties een schadevergoeding kunnen eisen.

Strafrecht vs. civiel recht
Via het civielrecht kan degene die letsel heeft opgelopen schadevergoeding eisen, indien dit onrechtmatig is toegebracht door de dader. Denk hierbij aan een schadevergoeding, omdat iemand nooit meer kan lopen door het opgelopen letsel. Dit kan dus ook tijdens een voetbalwedstrijd gebeuren. Daar tegenover staat de strafrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij iemand door het openbaar ministerie vervolgd kan worden voor een begane misdaad of overtreding. In sport- en spelsituaties komt dit alleen in extreme gevallen voor. Zo werd ex-profvoetballer Bouaouzan ooit veroordeeld voor mishandeling toen hij een zware overtreding maakte op zijn tegenstander die daardoor een gecompliceerde open beenbreuk opliep. Daarnaast was hij ook civielrechtelijk aansprakelijk voor de geleden schade van zijn tegenstander. De rest van dit artikel gaat alleen in op de civielrechtelijke aansprakelijkheid.

Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel
Als tijdens het uitgaan iemand een gebroken neus wordt geslagen bij een vechtpartij is het niet meer dan logisch dat de dader de opgelopen schade van de ander moet dragen. Gebeurt dit echter tijdens een bokswedstrijd, dan zou het juist onlogisch zijn als de bokser daarvoor schadevergoeding moet betalen. Dit is dan ook niet het geval, omdat door vrijwillig mee te doen aan de sport of het spel men in feite accepteert te worden blootgesteld aan bepaalde risico's en gevaren. Zeker bij contactsporten als voetbal en boksen zijn deze gevaren en risico's een stuk groter dan in het dagelijks leven. Tijdens sport- en spelsituaties geldt daarom een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Dit houdt in dat de schade die is toegebracht minder snel onrechtmatig wordt geacht, waardoor het dus minder snel mogelijk is een schadevergoeding te eisen.

Sport- en spelsituatie
Wat wordt precies verstaan onder een sport- en spelsituatie en wanneer geldt de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel? Deze vraag valt eigenlijk niet concreet en eenduidig te beantwoorden. Zoals vaker in het recht, hangt dat af van alle omstandigheden van het geval. Er zijn veel gevallen waarbij het duidelijk is dat er sprake is van een sport- en spelsituatie, zoals een voetbalwedstrijd waarbij de schade tijdens de speeltijd wordt opgelopen door een tackle. Het wordt al lastiger om te beoordelen wanneer er na de wedstrijd een opstootje ontstaat en daarbij iemand schade oploopt. En wat als een team na hun kampioenswedstrijd besluit uit blijdschap de trainer in de sloot te gooien en hij daarbij hoofdletsel oploopt? Dit is geen sterk verhaal, maar is daadwerkelijk ooit gebeurd. Hierbij oordeelde de rechter uiteindelijk dat er geen sprake meer was van een sport- en spelsituatie, omdat dit geen verband meer had met de wedstrijd en de trainer er niet vanuit hoefde te gaan dat er zoiets zou kunnen gebeuren. Ook in een rechtszaak waarbij een voetballer letsel opliep door natrappen van de tegenstander oordeelde de rechter dat er geen sprake meer was van de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Volgens de rechter was hier sprake van een 'abnormale en onvoorzienbare gedraging'. Degene die de schade had toegebracht, was dus gewoon aansprakelijk voor de schade. Of de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt, hangt dus af van veel omstandigheden, maar wordt grofweg beoordeeld door te kijken of de gedraging 'normaal' is en te verwachten valt in de desbetreffende situatie.

Conclusie
Gezien de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel die geldt in sport- en spelsituaties hoeft een sporter niet extra voorzichtig te zijn tijdens een wedstrijd. Alle normale en te verwachten gedragingen en binnen de spelregels vallende gedragingen zullen zeker niet tot aansprakelijkheid leiden binnen een sport- en spelsituatie. Tot op welke hoogte deze drempel geldt, is lastig vast te stellen. Als algemene vuistregel geldt dat 'normale' en te verwachten gedragingen eronder vallen. De tegenstander even een flinke trap na geven valt dus niet onder een sport- en spelsituatie. In dat geval gelden de 'normale' aansprakelijkheidsregels, waarbij geldt dat iedereen verplicht is de schade te vergoeden die is aangericht door een onrechtmatige gedraging.

 

 

Redactie
Drie docenten over hun keuze voor het leraarschap

Wie wil er nou leraar worden?

Begin dit jaar kondigden docenten van alle niveaus aan dat zij op 15 maart gaan staken. Al maanden voeren leraren uit het basisonderwijs actie tegen de werkdruk en de lage salarissen. Ook in het middelbaar onderwijs spelen er problemen. De werkdruk is hoog en neemt alsmaar toe, onder andere door het aanhoudende lerarentekort. 'We zijn al twintig jaar bezig dit op de agenda te krijgen', vertelt Paulien Meijer, wetenschappelijk directeur van de Radboud Docenten Academie. 'Het is fijn dat iedereen nu wakker wordt, maar de vraag is of het niet al te laat is.'

Vicieuze cirkel
Die angst geldt onder meer voor de vakken Duits, Frans, wiskunde en natuurkunde, die kampen met het tekort. Omdat er in de komende jaren veel leraren met pensioen gaan, zal dit probleem waarschijnlijk alleen maar groter worden, zo bericht de VO-raad, een belangenvereniging van scholen. Het leidt tot een vicieuze cirkel, vertelt Meijer. 'Voor sommige vakken zijn al geen leraren meer, waardoor die vakken in de bovenbouw niet meer aangeboden worden. Daardoor gaan leerlingen dat vak ook minder vaak studeren, waardoor er geen leraren bijkomen.' Zo kan het gebeuren dat bepaalde vakken straks helemaal verdwijnen.

Toch docent
Oud RU-studenten Yentl Betjes (25, docent levensbeschouwing), Pieter van Engelen (42, docent wiskunde) en Simone Clarisse (24, docent wiskunde) kozen wel voor het leraarschap. ANS sprak hen over hun keuze.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: waarom de keuze voor het leraarschap?

Betjes: 'Tijdens mijn studie Religiewetenschappen kwam ik erachter dat veel mensen een mening hebben over religies, maar niet over die mening nadenken. Dat wilde ik veranderen. Ik vind namelijk dat iedereen goed is, ongeacht zijn of haar religie. Daarvoor had ik de politiek in kunnen gaan, maar dat is niets voor mij. Om een beter mening te kunnen vormen over religie, is het belangrijk dat jongeren er al vroeg over leren. Zodoende kwam ik terecht bij educatie. Daarnaast wilde ik niet de hele dag op kantoor zitten. Als ik met vrienden die ander werk doen afspreek en zij over hun werkdag vertellen, is het spannendste wat ze hebben meegemaakt een vergadering. Als leraar kom je elke dag wel thuis met de meest bizarre verhalen.'

Van Engelen: 'Bij mij ging dat wel anders. Ik ben een zij-instromer, ik heb al een andere carrière achter de rug. Op een gegeven moment kreeg ik de kans om les te geven op het conservatorium. Dat was het moment dat ik erachter kwam dat ik dat ook heel leuk vind. Om te kijken of ik het leraarschap wel echt iets voor mij zou zijn, ben ik nog een paar keer bij een docent in de les gaan zitten. Daarna heb ik me ingeschreven voor de docentenopleiding. Het voelde gewoon goed en ik ben nu nog steeds tevreden met mijn keuze.'

Clarisse: 'Ik geef al sinds de middelbare school bijles en dat vond ik heel leuk om te doen. Daarom heb ik tijdens mijn studie een educatie-minor gevolgd. Die was redelijk goed bevallen, alhoewel ik wel merkte dat mijn passie niet bij lesgeven aan de onderbouw lag. Ik ben toen toch de master educatie gaan doen om te onderzoeken of ik deze passie wel had bij het lesgeven aan de bovenbouw. Ik had voordat ik ging studeren niet echt verwacht dat ik docent wiskunde zou worden. Maar ik vond het vak al interessant op de middelbare school, daarom ben ik het gaan studeren. Dat in combinatie met het plezier dat ik had in het geven van bijlessen, maken dat ik nu op een school werk.'

'Ik merk namelijk wel dat ik echt boven de stof sta, ook als ik aan de bovenbouw lesgeef.'

Voor het worden van docent, is een hbo-diploma ook voldoende. Hebben jullie desondanks nog iets aan het universitaire gedachtegoed dat je tijdens je studie leerde?

Betjes: 'Jawel, in mijn dagelijks leven, maar niet zozeer tijdens het lesgeven. Zelfs bij de bovenbouw moet je, qua inhoud, drie stappen terug. Er zijn zo veel onderwerpen waar we het tijdens mijn studie over hadden, die ik nu niet behandel. Dat vind ik af en toe wel jammer.'

Clarisse: 'Dat herken ik wel. De dingen die ik op de universiteit heb geleerd, zijn erg nuttig. De theorie die ik heb geleerd gebruik ik natuurlijk om de les voor te bereiden. De universitaire denkwijze kom ik af en toe tegen binnen het vakdidactische aspect, maar verder niet zo veel. Ik vind het niet zozeer jammer dat we niet zo diep op de stof ingaan als tijdens mijn studie. Ik merk namelijk wel dat ik echt boven de stof sta, ook als ik aan de bovenbouw lesgeef. Dat geeft wel zelfvertrouwen.'

Betjes: 'Dat is wel waar. Ik probeer wel eens voorbeelden uit wetenschappelijk onderzoek te gebruiken, maar het werkt veel beter om op de actualiteit in te gaan. Dat staat veel dichter bij de leerlingen. Als ik een voorbeeld noem uit mijn opleiding, vinden ze dat vaak niet interessant. Daarom refereer ik vaak aan Netflix, als ik dat gebruik voor een voorbeeld, dan reageren de leerlingen met: "oh mevrouw, dat ken ik!" Voor mezelf heb ik veel aan de universitaire opleiding gehad, maar in het werk dat ik nu doe, heb ik er niet zo heel veel aan.'

Van Engelen: 'Ik denk dat die denkwijze wel degelijk terugkomt. Er wordt zelfs een verhitte discussie gevoerd over het vormgeven van het onderwijs naar wetenschappelijke inzichten. Ik zeg niet dat ik in elke les een wetenschappelijk artikel gebruik, maar die wetenschappelijke inzichten zorgen er wel voor dat ik dingen soms wat scherper neer kan zetten of dat ik mijn lessen net iets anders kan inrichten. Het is belangrijk dat je jezelf bloot durft te geven en je openstelt voor een ontwikkeling die verder gaat dan cognitieve ontwikkeling. Dat is waar de universiteit over het algemeen vrij goed in is.'

En dan de vraag die het meest cliché is: wat is het leukst aan docent zijn?

Van Engelen: 'Daarop heb ik cliché antwoord op: never a dull day. De dag loopt bijna altijd anders dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Dat is niet in de laatste plaats omdat leerlingen veranderlijk zijn. Dat is hen overigens goed recht, het is namelijk ook verschrikkelijk leuk om te zien. Het leraarschap kan de ene dag volstrekt klote zijn, bijvoorbeeld meerdere lessen niet lopen zoals gewild. Maar het kan de volgende dag net zo goed weer helemaal prima zijn. Dat vind ik mooi.'

Betjes: 'Voor mij is dat het contact met de leerlingen. Het leukst vind ik het als ze naar me toekomen en zeggen: "goh mevrouw we hebben het over dit onderwerp gehad en ik zag dat in het nieuws." Dan merk je dat ze echt iets van je lessen hebben opgestoken.
Ik had vorig jaar een brugklas en die leerlingen komen nog wel eens naar me toe om te vragen of ze mij niet weer terug mogen voor de lessen levensbeschouwing. Dat is toch fijn om te horen. Ik hoop uiteindelijk meer in gesprek te kunnen gaan met de leerlingen, een debat houden kan heel goed in dit vak. Daarvoor is het contact met leerlingen heel belangrijk. Je moet daarvoor namelijk het vertrouwen van de leerlingen winnen.'

Clarisse: 'Wat ik heel mooi vind aan het leraarschap is dat het twee kanten opgaat. Wij proberen de leerlingen iets bij te brengen, maar over hoe je deze kennis overbrengt is ook heel veel te leren. Hoe pak je dat vakdidactische aspect aan? Dat vind ik heel interessant. Het vak bevat dus beide kanten, hoe kan ik de leerlingen en mijzelf zo goed mogelijk ontwikkelen? Ik vind het mooi dat er altijd wat te leren valt, zeker als je wil. Je kunt je altijd blijven ontwikkelen.'

 

 

Rechten en plichten van abonnementshouders

Je goed recht: Hoe kom ik van mijn abonnement af?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: stilzwijgende verlenging en prijsverhoging van abonnementen.

De tijd van de chocoladeletters, champagne, oliebollen en gevulde kalkoenen is voorbij en we staan weer aan de start van een gloednieuw jaar. Om de goede voornemens na te leven, gaat men weer naar de sportschool om de bijgekomen kilo's eraf te sporten. Zoals het vaak gaat bij goede voornemens, lopen de mooie plannen na een paar maanden tot een einde. Iedereen heeft het druk met tentamens, waardoor sporten een bijzaak wordt. Desondanks blijven we wel betalen voor deze abonnementen. Als klap op de vuurpijl voeren sportscholen vaak een prijsverhoging door. Wat nu? Is er nog een manier om van het abonnement af te komen?

Tussentijdse opzegging
De meeste abonnementen worden voor een bepaalde tijd afgesloten. Het contract wordt in dat geval ook wel een duurovereenkomst genoemd. Als een abonnement bijvoorbeeld voor een jaar wordt afgesloten, zitten beide partijen er in principe ook daadwerkelijk een jaar aan vast. Of het abonnement in dat jaar nog tussentijds kan worden opgezegd, is afhankelijk van de algemene voorwaarden van het bedrijf. Deze kunnen bepalen dat het contract tussentijds kan worden opgezegd. Is dit niet het geval, dan is tussentijdse opzegging in principe niet mogelijk. Vaak is de klant bij het ondertekenen van het contract akkoord gegaan met deze algemene voorwaarden. Het moet wel duidelijk zijn voor een klant dat deze van toepassing zijn.

Stilzwijgende verlenging
Nadat de afgesproken duur van het abonnement voorbij is, kan de klant het abonnement opzeggen. Bedrijven willen hun klanten vaak echter niet verliezen en verlengen daarom zonder iets te zeggen de duur van het abonnement. Dit heet een stilzwijgende verlenging. Ook als het abonnement stilzwijgend is verlengd, is opzegging nog mogelijk; een abonnement mag namelijk alleen stilzwijgend worden verlengd als de klant het contract hierna te allen tijde kan opzeggen, waarbij de opzegtermijn niet langer mag zijn dan een maand. Dit betekent dat de sportschool het abonnement niet automatisch met een jaar mag verlengen, zonder de mogelijkheid te bieden het abonnement tussentijds op te zeggen. Als een sportschool van tevoren aan de klant meldt dat het contract voor een bepaalde duur weer wordt verlengd en de klant gaat akkoord, dan is er geen sprake van stilzwijgende verlenging. Tussentijdse opzegging van het contract is in dat geval uitgesloten.

Stilzwijgende prijsverhoging
In veel gevallen zullen klanten voor het betalen van het abonnement toestemming geven voor een automatische incasso. Het kan voorkomen dat een sportschool na een paar maanden een hoger bedrag afschrijft dan in de eerste maanden. In principe mag een prijsverhoging niet, maar omdat er altijd uitzonderingen gelden binnen het recht, is een prijsverhoging toegestaan als het in de algemene voorwaarden van het bedrijf is opgenomen. In de algemene voorwaarden staan vaak vanwege welke redenen de prijs mag worden verhoogd. Deze bepalingen mogen echter niet onredelijk zijn. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat het onredelijk is de prijs al te verhogen binnen drie maanden na het afsluiten van het abonnement. Een verhoging in verband met de verhoging van de btw, zou bijvoorbeeld wel redelijk zijn.

Als de sportschool in de algemene voorwaarden niks heeft bepaald over een prijsverhoging of als de prijsverhoging niet redelijk is, geldt de oude prijs van het sportabonnement. Indien de sportschool zich hier niet aan houdt, kan de overeenkomst worden ontbonden. Het abonnement stopt en het resterende bedrag kan worden teruggevraagd.

Conclusie
Ondanks alle goede voornemens, zit de gemiddelde student in de zomer vaak liever op het terras dan in de sportschool. Zonde van het geld, want een duurovereenkomst kan meestal niet tussentijds worden opgezegd. Toch nog maar even een paar maanden volhouden dus. Het stilzwijgend verlengen mag immers alleen als het abonnement te allen tijde kan worden opgezegd. Of een prijsverhoging acceptabel is, hangt af van wat er is bepaald in de algemene voorwaarden van het bedrijf. Een prijsverhoging kan in bepaalde gevallen namelijk onredelijk zijn, waardoor de overeenkomst kan worden ontbonden. Want wie wil er nou twintig euro extra betalen om te zweten en spierpijn te hebben?

 

Redactie
Commotie ontgroeningsbrief dispuut Reinaert

U maakt een grove grap, mag dat?

De uitgelekte ontgroeningsinstructies, met grappen over de Stint en vrouwen, van herendispuut Reinaert hebben voor de nodige commotie gezorgd. De opdrachten waren volgens de leden ludiek bedoeld, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

 vos 750x

De brief met ontgroeningsinstructies van het Nijmeegse herendispuut Reinaert is uitgelekt en delen ervan zijn gepubliceerd in de Gelderlander. De instructies waren bedoeld voor vier aspirant-leden van het dispuut als onderdeel van hun inwijding tot het onafhankelijke dispuut. Er werden instructies gegeven als 'u verkleedt uw fietsen als aangereden Stint, hier ontbreken de schoolspullen en ketchup natuurlijk niet' en 'in de kroeg zoekt u de lelijkste hoer op en zet haar in het zonnetje door bij haar een lapdance uit te voeren'. In een reactie aan de Gelderlander legt een van de leden uit dat de opdrachten een ludieke ondertoon hadden. 'Het is bedoeld als satire. Het gebeurt natuurlijk niet echt.' Toch lokte het document veel wisselende reacties uit. Een deel ziet de instructies als seksistisch en grensoverschrijdend. Anderen zien de humor er juist wel van in. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

Geschreven en ongeschreven regels
In onze maatschappij hebben we de wet die stelt wat wel en niet mag. Die staat vast. Aan de andere kant bestaan ook normen die zeggen dat men elkaar fatsoenlijk en respectvol moet behandelen. Dit zijn de ongeschreven regels die bij overschrijden vaak tot sociale sancties leiden. Volgens socioloog aan de Radboud Universiteit (RU) Niels Spierings, tonen de voorbeelden uit het document van herendispuut Reinaert in ieder geval weinig respect. 'Een fiets verkleden als Stint. Daarvan is duidelijk dat het niet respectvol is naar de slachtoffers en de nabestaanden.' Wanneer er wordt gekeken naar de omgangsnormen begeven we ons volgens Spierings in een relatief grijs gebied. 'Wanneer ben je iemand belachelijk aan het maken en wanneer is het gewoon een grap? Waar zit die grens? Daar gaat het debat juist over.'

'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen.'

Het creëren van groepen
In het geval van ontgroeningen is het voornaamste doel om een groep te creëren en een sterke band tussen leden van de groep te ontwikkelen. Dit gebeurt volgens Spierings door verschillende stappen te doorlopen. 'Eerst wordt bepaald wie er bij de groep hoort en wie niet. Vervolgens wordt er identiteit aan een groep gegeven, ofwel je voelt je daadwerkelijk lid van het dispuut. In de laatste stap wordt de groep afgezet tegen de maatschappij. Dat kan gebeuren door je eigen groep superieur te stellen, maar vaak ook door op een andere groep af te geven', legt Spierings uit. 'Het is een manier om je eigen groep meer identiteit te geven.'

Het ludiek bedoelde document is daarom geen toevallige gebeurtenis, maar lijkt een uiting van de laatste stap in het proces van het creëren van een groep. Hoewel het voor de leden van het dispuut een onschuldige opmerking lijkt, hebben zulke grappen wel degelijk gevolgen voor de maatschappij. 'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen. Dit zijn de groepen die minder machtig zijn, de kwetsbaren van de maatschappij. Dan kunnen de grappen, bedoeld of onbedoeld effect hebben', verklaart Spierings. Door een vrouw neer te zetten als hoer, ben je onderdeel van een grotere stroom die vrouwen tot een lustobject reduceert, ook al is het in grappen. 'Het is belangrijk om je af te vragen om wie we lachen met de grap en of dat chique is om te doen.'

Uitzonderlijk geval
Spierings geeft aan dat het ook mogelijk is om hetzelfde type grappen te maken zonder een ander te benadelen. 'Meisjes filmen in een kleedkamer kan ludiek bedoeld zijn, maar het signaal zou altijd moeten zijn: dat kan en mag niet. In het uitzonderlijke geval kun je een grap maken die dat benadrukt.' Het gaat dan over goed doordachte grappen waarin wordt gespeeld met de ongemakkelijkheid. Cabaretiers hebben de capaciteit waardoor ze een grap kunnen maken die eigenlijk niet door de beugel kan, maar dit is dan ook meteen duidelijk voor het publiek. 'Als je hier zelf niet helemaal helder in bent, moet je dit soort grappen niet maken als je andere groepen daarmee niet wilt buitensluiten of belachelijk wilt maken', benadrukt Spierings. 'Maak dan een grap waarin je jezelf op de hak neemt.'

 

 

Subcategorieën