Rechten en plichten van de kleine lettertjes

Je goed recht: algemene voorwaarden

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: algemene voorwaarden.

Tekst: Bregt Martens

Bijna iedereen heeft er dagelijks, gemerkt of ongemerkt, wel mee te maken: algemene voorwaarden. Is het niet bij het binnenlopen van een festival of het plaatsen van een online bestelling, dan is het wel bij de zelfscankassa in de supermarkt. Vaak klikken we achteloos het vinkje aan of gaan er stilzwijgend mee akkoord. Niet voor niets worden deze vaak ook wel 'de kleine lettertjes' genoemd. Betekent dit dan gelijk dat je in alle gevallen aan die vervelende kleine lettertjes gebonden bent? Niemand leest immers toch honderd pagina's juridische tekst? In dit artikel zullen we de praktische werking van algemene voorwaarden bespreken.

Naaktschilders B.V.
Stel dat Diederik-Jan met zijn jaarclub een weekendje weg wil om het eerste lustrum van zijn jaarclub te vieren. Ze hebben dit keer een originele activiteit bedacht, namelijk naaktschilderen. DJ vindt een leuke workshop bij Naaktschilders B.V. en laat per mail weten deze workshop te willen boeken. Ondertussen gaat hij akkoord met de algemene voorwaarden van het bedrijf, zonder er echt bij stil te staan. In de offerte stond namelijk een link naar de algemene voorwaarden, maar deze heeft DJ niet opgemerkt. Een paar dagen later vindt hij echter precies zo'n zelfde cursus, maar dan voor de helft van het geld. Hij krabt zich even achter de oren en besluit toch maar de goedkopere optie te nemen, aangezien het toch zo'n vijftig bier scheelt. Hij laat twee weken voor de geplande activiteit aan Naaktschilders B.V. weten toch af te zien van de cursus omdat hij een andere heeft gevonden. Eind goed al goed lijkt het, totdat hij opeens een factuur van Naaktschilders B.V. ontvangt. Hij moet annuleringskosten ter hoogte van 90% van de afgesproken prijs betalen omdat de annuleringstermijn van drie weken al was verstreken. DJ schrikt zich rot en mailt terug dat hij dat zeker niet gaat betalen. Hij heeft toch immers helemaal niets voor dat geld gekregen? Het bedrijf mailt vervolgens dat dit gewoon in de algemene voorwaarden staat, en DJ er daarom aan gebonden is.

Is DJ nu verplicht het gevorderde bedrag te betalen? Aan de hand van verschillende wettelijke regelingen zullen we de werking van de algemene voorwaarden in deze casus bespreken.

Inzichtelijkheid van de algemene voorwaarden
Ten eerste wist DJ überhaupt niet dat er algemene voorwaarden in het spel waren, laat staan dat hij ze gelezen heeft. Dit laatste is in ieder geval niet relevant. De wet bepaalt namelijk dat iemand ook aan algemene voorwaarden is gebonden in het geval ze niet zijn gelezen. Het maakt ook niet uit of de verstrekker van de algemene voorwaarden dit wist. Wél moet de consument een redelijke gelegenheid hebben gekregen de algemene voorwaarden te kunnen lezen. Er zijn verschillende manieren waarop dit mogelijk is: bij online overeenkomsten is bijvoorbeeld een directe link naar de voorwaarden genoeg. Daarentegen is het niet genoeg om alleen te verwijzen naar de website en te noemen dat ze daar ergens te vinden zijn. Ook mag niet achteraf, nadat de overeenkomst gesloten is, verwezen worden naar algemene voorwaarden. DJ heeft in dit geval dus pech: het bedrijf had keurig een link geplaatst naar de algemene voorwaarden en heeft zo voldaan aan de plicht de algemene voorwaarden kenbaar te maken.

Onredelijk bezwarend
DJ moet 90% van de kosten betalen omdat de annuleringstermijn van drie weken al was verstreken. Is dit niet een beetje veel omdat DJ niet drie maar twee weken van tevoren heeft geannuleerd? In sommige gevallen kunnen algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. De wet beschermt consumenten tegen dit soort algemene voorwaarden. Een algemene definitie van onredelijk bezwarend is lastig te geven. Het hangt vaak namelijk af van de omstandigheden van het geval. Het gaat erom of de consument heel erg benadeeld wordt door de voorwaarden. De wet kent wel twee lijsten als uitgangspunt: de zwarte lijst en de grijze lijst. Bepalingen die onder de zwarte lijst vallen, zijn altijd onredelijk bezwarend. Stel dat DJ een abonnement op het tijdschrift Quote heeft, dan mag in de algemene voorwaarden van het abonnement niet worden opgenomen dat binnen drie maanden een prijsverhoging kan worden doorgevoerd zonder dat DJ het abonnement kan opzeggen. Dat is namelijk een bepaling die op de zwarte lijst staat.

Daarnaast is er nog de grijze lijst. De bepalingen die hierop staan zijn in de meeste gevallen onredelijk bezwarend maar kunnen door bepaalde omstandigheden soms wel geldig zijn. De annuleringskosten waar Naaktschilders B.V. een beroep op doet, vinden we op deze grijze lijst. Annuleringskosten mogen in principe niet in algemene voorwaarden worden opgenomen, tenzij de partij kan aantonen dat hij door de annulering kosten heeft gemaakt of winst is misgelopen. Daarnaast moeten die kosten ongeveer hetzelfde zijn als het gevraagde bedrag in de voorwaarden. Hoe zit het dan in het geval van DJ? De aanbieder van de workshop zal aannemelijk moeten maken dat hij bijna alle kosten voor de workshop al heeft gemaakt en veel winst is misgelopen. Waarschijnlijk gaat hem dit niet lukken, zeker niet omdat DJ nog relatief op tijd is met annuleren. Het gevolg is dat de grijze lijst bescherming biedt tegen deze bepaling.

Vernietigbaarheid
Indien de zwarte of grijze lijst bescherming biedt tegen een bepaling, houdt dit in dat deze vernietigbaar is door de consument: de rechtsgevolgen worden ongedaan gemaakt Dit klinkt vrij abstract, maar iets concreter betekent dit dat er wordt gedaan alsof de bepaling nooit heeft bestaan. DJ hoeft de annuleringskosten dan ook niet te betalen indien hij de bepaling vernietigt. Vernietigen kan op twee manieren: zowel door naar de rechter te stappen als door een brief te sturen naar de wederpartij waarin je verklaart de bepaling te willen vernietigen. Een brief sturen is natuurlijk veruit het makkelijkst, maar biedt wel minder zekerheid aangezien de wederpartij kan aangeven het niet eens te zijn met de vernietiging.

Conclusie
Het uitgangspunt blijft dat je algemene voorwaarden het beste gewoon kunt lezen. In principe ben je er namelijk aan gebonden. Wel biedt de wet op sommige plaatsen bescherming aan de consument. Bij het sluiten van een overeenkomst moet namelijk wel duidelijk zijn dat er algemene voorwaarden gelden en welke dat dan zijn. Doet een bedrijf dit niet duidelijk genoeg, dan kunnen de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn. Hetzelfde geldt wanneer de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. Of de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn hangt af van veel omstandigheden, maar de zwarte en grijze lijst bieden wel goede uitgangspunten. DJ lijkt in dit geval geluk te hebben en kan met het bespaarde geld een paar extra rondjes geven in de stad.

 

 

Redactie
Je rechten als vakantieganger

Je goed recht: Vlucht vertraagd of geannuleerd? Dit zijn je rechten

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de rechten van passagiers bij de vertraging of annulering van een vlucht.

Tekst: Lieke Oosterveld

Na urenlang op het internet te hebben gezocht naar de ideale vakantiebestemming, is dan eindelijk het moment aangebroken om de zomervakantie te boeken. Vanaf dat moment kan de voorpret écht beginnen. Nog even de laatste tentamens knallen en daarna zo snel mogelijk het vliegtuig in. Helaas komt het nog wel eens voor dat een vlucht is vertraagd. Als het om één of twee uurtjes gaat, is dit meestal niet zo'n ramp. Een vertraging van een halve dag of annulering van een vlucht kunnen de vakantiestemming echter behoorlijk bederven. Gelukkig heeft de Europese Unie aan gedupeerde vliegtuigpassagiers bepaalde rechten gegeven om het leed te verzachten.

Recht op compensatie
Bij een langdurige vertraging van ten minste drie uur of een annulering van de vlucht kan een passagier aanspraak maken op een financiële compensatie. Dit bedrag komt dan naast de eventuele terugbetaling van het vliegticket. De hoogte van de compensatie is afhankelijk van het aantal kilometers van de vlucht en kan op basis daarvan variëren tussen de 250 en 600 euro per passagier. Zo bedraagt de compensatie voor alle vluchten tot en met 1500 kilometer 250 euro en daarbuiten 400 euro. Wanneer je naar een bestemming buiten de Europese Unie gaat met een vlucht van meer dan 3500 kilometer, kan de compensatie zelfs 600 euro bedragen.

Of een passagier recht heeft op een financiële compensatie, is van meerdere omstandigheden afhankelijk. In de eerste plaats zal bij een annulering worden gekeken hoe lang van tevoren een passagier hierover is geïnformeerd. Je krijgt bijvoorbeeld geen compensatie als je meer dan twee weken voor vertrek bent geïnformeerd over de annulering. Ben je korter dan twee weken voor vertrek geïnformeerd over de annulering, dan heb je alleen recht op compensatie als het tijdstip van de vervangende vlucht te veel afwijkt van die van de geannuleerde vlucht.

Vervolgens kan de reden van de vertraging of annulering aan een financiële compensatie in de weg staan. Als de annulering of vertraging het gevolg is van zogeheten 'bijzondere omstandigheden', heb je namelijk geen recht op een financiële compensatie. Van zulke 'bijzondere omstandigheden' kan bijvoorbeeld sprake zijn bij zeer slechte weersomstandigheden, terrorisme of onaangekondigde stakingen van externe partijen. De achterliggende gedachte is dat het niet eerlijk is om de luchtvaartmaatschappij in zulke situaties verantwoordelijk te houden. Wel is vereist dat de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging of annulering te voorkomen.

Recht op verzorging
Zodra er sprake is van een vertraging of annulering van de vlucht, heeft een passagier mogelijk ook recht op verzorging. Bij vluchten van 1500 kilometer of korter kan dit al vanaf een vertraging van twee uur. Gaat het echter om een vlucht van meer dan 1500 kilometer, dan heeft een passagier pas recht op verzorging bij een vertraging van drie uur. Voor vluchten naar een bestemming buiten de Europese Unie van meer dan 3500 kilometer moet er ten minste een vertraging van vier uur zijn.

De precieze inhoud van het recht op verzorging is heel erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo heeft een passagier recht op maaltijden en verfrissing, maar alleen als dit in een redelijke verhouding staat tot de wachttijd. Hiernaast heeft een passagier recht op een hotelovernachting als een verblijf van één of meer nachten noodzakelijk wordt. Het vervoer tussen de luchthaven en de accommodatie komt in dat geval ook voor rekening van de luchtvaartmaatschappij. Indien de luchtvaartmaatschappij deze verplichtingen niet nakomt, kunnen eventueel gemaakte kosten achteraf alsnog worden gedeclareerd. Het is daarom van groot belang de betaalbewijzen goed te bewaren. Hierbij geldt overigens wel de voorwaarde dat het geen buitenproportionele kosten mogen zijn ten opzichte van de extra wachttijd. Zo hoeft de luchtvaartmaatschappij bij een vertraging van twee uur niet de kosten te dragen voor drie uitgebreide maaltijden met bijbehorende drankjes.

Recht op terugbetaling of een andere vlucht
Bij een vertraging van ten minste vijf uur of het annuleren van de vlucht heeft de passagier een keuzemogelijkheid. Allereerst kan worden gekozen voor de volledige terugbetaling van het gekochte vliegticket. Een eventuele vervangende reis zal dan zelf moeten worden bekostigd. Hiernaast kun je kiezen voor een andere vlucht, eventueel op een andere datum, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. Als je deze laatste optie kiest en in een hogere klasse moet worden geplaatst, mag door de luchtvaartmaatschappij geen bijbetaling worden gevraagd. Bij een plaatsing in een lagere klasse heb je daarentegen recht op terugbetaling van een gedeelte van de ticketprijs.

Conclusie
Een lange vertraging of zelfs een annulering van de vlucht kunnen heel vervelend zijn. Gelukkig heeft de Europese Unie vliegtuigpassagiers in die situaties verschillende rechten toegekend. Je kunt soms aanspraak maken op financiële compensatie voor de ongelukkige situatie. In de meeste gevallen heeft een passagier recht op een maaltijd en indien nodig een hotelovernachting. Ten slotte bestaat het recht op alternatief vervoer of terugbetaling van het vliegticket. Heb je helaas zelf te maken gehad met vertraging of wordt je vlucht geannuleerd? Kom dan langs bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost en wij kijken graag wat wij voor jou kunnen betekenen!

 

Redactie
Wat betekent 'artikel 13' nou eigenlijk?

Je goed recht: De auteursrechtrichtlijn: als muziek in de oren?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de nieuwe Auteursrechtrichtlijn en het uploadfilter.

Tekst: Bauke Spoor

Het is de afgelopen maanden meermaals in het nieuws geweest: artikel 13 van de nieuwe Auteursrechtrichtlijn. De richtlijn is onlangs goedgekeurd door de Europese wetgever en zou er volgens velen voor zorgen dat het moeilijker wordt foto's, filmpjes of zelfs memes te delen op internet. Maar wat wordt er nu echt bepaald in het omstreden 'artikel 13' en welke gevolgen heeft dit artikel voor het internetverkeer? En is het nog mogelijk om leuke foto's en filmpjes zomaar te delen op Facebook?

Auteursrecht
De richtlijn is enkel van toepassing op het auteursrecht. Een auteursrecht is, simpel gezegd, het recht van de maker van een 'werk' om als enige te beslissen over het openbaar maken – bijvoorbeeld het delen op Facebook – van het werk. Zo'n werk kan bijvoorbeeld een schilderij of sculptuur zijn, maar ook een foto, gedicht, videoclip of liedje. Als iemand een auteursrecht heeft op zo'n werk, mag een ander dit werk niet zomaar gebruiken of bijvoorbeeld delen op Facebook. Vaak is de toestemming van de maker van het werk vereist. Heb je die niet, maar plaats je toch die leuke foto op Instagram, dan kan de rechthebbende van het auteursrecht jou vragen om de foto te verwijderen en bijvoorbeeld een vergoeding te betalen. Betaal je dit niet, dan kan de rechthebbende naar de rechter om dit af te dwingen.

Artikel 13
Vaak worden hun werken door individuele gebruikers online geplaatst, zonder het besef dat dit eigenlijk helemaal niet is toegestaan. De Auteursrechtrichtlijn is bedoeld om makers, zoals muzikanten en fotografen, te compenseren. Het is alleen erg moeilijk om elke individuele gebruiker aan te spreken voor elke inbreuk op het auteursrecht. De nieuwe richtlijn maakt het makkelijker voor makers om een vergoeding te krijgen wanneer een ander hun werk online zet. Door artikel 13 van de richtlijn wordt er iemand anders namelijk aansprakelijk. In plaats van de uploader aan te spreken, kan de rechthebbende van het auteursrecht het platform dat gebruikt wordt om materiaal te delen, aanspreken om een vergoeding te betalen. Bij zulke platforms valt te denken aan sites als Facebook, YouTube, maar ook aan Nederlandse media zoals Dumpert. Aan hen wordt de verplichting opgelegd om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat er geen inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van anderen. Zij zullen dus afspraken moeten maken met de makers van o.a. foto´s, filmpjes en muziek om deze te mogen publiceren.

'Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie.'

Uploadfilters
Voor toestemming om een werk te delen wordt door de auteur vaak een vergoeding gevraagd. Waarschijnlijk zullen de sociale-mediaplatforms daarom niet zo happig zijn op het maken van afspraken met auteurs. Zijn die afspraken er niet, dan mogen de beschermde werken niet online worden gezet. Om te bepalen of werken beschermd worden door het auteursrecht, zal waarschijnlijk gebruik worden gemaakt van automatische uploadfilters. Deze filters zullen de immense hoeveelheid aan uploads beoordelen om te kijken of er sprake is van een beschermd werk en of de upload online mag worden gezet.

Uitzonderingen en het uploadfilter
Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie: een grappige nabootsing van een werk. Ook vrijwel alle memes kunnen worden aangemerkt als een parodie. Het delen hiervan is dus in principe wel toegestaan. Ook is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om een werk van een ander te citeren: het citaatrecht. Wel is het de vraag of de toekomstige uploadfilters in staat zijn om deze uitzonderingen te onderscheiden van de originele werken, die wel auteursrechtelijk beschermd zijn. Het verschil tussen de originele werken en parodieën is vaak niet heel groot en misschien wel onherkenbaar voor een algoritme. Gevolg hiervan kan zijn dat het erg moeilijk wordt om parodieën en citaten online te delen en dat de internetvrijheid ernstig wordt ingeperkt, terwijl het in een democratische samenleving belangrijk is dat communicatie via het internet open en toegankelijk is en dat men zijn of haar mening kan verspreiden. Bovendien zullen de makers van auteursrechtelijk beschermde werken graag hun materiaal blijven verspreiden via grote platforms. Door een uploadfilter wordt het voor sommigen van hen een stuk moeilijker om naamsbekendheid te genereren en hun werk te publiceren. De beperkingen die uploadfilters teweeg kunnen brengen, zouden dus een nadelig effect kunnen hebben voor zowel de internetgebruiker, als voor de makers van werken.

Conclusie
De Europese richtlijn is een stap in de goede richting om makers van auteursrechtelijk beschermde werken te compenseren voor hun werk. Er bestaan echter nog veel vragen over de internetvrijheid in combinatie met de zogenaamde uploadfilters. Wat de gevolgen van de richtlijn precies zullen zijn, zullen we pas over enkele jaren zien. Europese lidstaten hebben namelijk nog twee jaar om de richtlijn om te zetten in bindende nationale regelgeving. Pas dan zullen we merken hoe de sociale media zich gaan aanpassen aan de regelgeving en zien of de gevolgen van artikel 13 daadwerkelijk zo onheilspellend zijn als het getal zelf doet vermoeden.

 

Redactie
Rechten en plichten van een verhuurder

Je goed recht: Uitgemolken door mijn verhuurder

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: welke rechten heb je als huurder van een studentenkamer?

Tekst: Evelyn van Oijen

Waarom betaal ik 50 euro per maand meer aan kale huur dan mijn vriend met een even grote kamer? Waarom ontvangt mijn verhuurder van al mijn huisgenoten veel te veel geld aan servicekosten? En waarom moet ik soms nog steeds geld betalen voor het herstel van iets in mijn huis? Als op zichzelf wonende student is de kans zeer groot dat een studentenkamer wordt gehuurd. Er wordt een grote som geld betaald en daar krijgt de huurder vier muren voor terug met een dak boven het hoofd: het is zijn plekje voor de komende jaren. Als huurder wil je voorkomen dat je op straat komt te staan, waardoor de afgesproken huurprijs netjes wordt betaald. Echter wil een huurder waar voor zijn geld en daarvoor is het van belang dat de verhuurder zich aan de wettelijke regels houdt. Deze geven de huurder namelijk veel bescherming. Helaas komen verhuurders vaak hun verplichtingen niet na en weten huurders niet waar zij recht op hebben. Dit artikel zal aandacht besteden aan enkele veelvoorkomende misstanden in het huurrecht.

De huurprijs
Een pijnpunt dat altijd zal blijven spelen betreft de hoogte van de huurprijzen: veel studenten betalen wettelijk gezien te veel huur. In de wet is opgenomen dat studentenkamers, met uitzondering van studio's, een maximale huurprijs hebben. De maximale hoogte ervan wordt berekend via een door de wetgever bepaald puntensysteem. Er worden hierbij aan verschillende onderdelen plus- of minpunten toegekend. Voorbeelden zijn de oppervlakte van de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen, maar er wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld geluidsoverlast.

Het aantal punten dat uit het puntensysteem voortvloeit, wordt vervolgens gekoppeld aan een bepaalde tabel. Hieruit blijkt hoeveel kale huur je maximaal voor de kamer mag betalen. Blijkt dat je te veel huur betaalt, dan moet je eerst schriftelijk een voorstel tot huurverlaging doen aan de verhuurder. Gaat de verhuurder hiermee niet akkoord, dan staat de optie open om naar de Huurcommissie te stappen. Door deze instantie wordt de hoogte van de huurprijs getoetst en vervolgens een oordeel gegeven: de verhuurder moet wel of geen huurverlaging doorvoeren. Als student kun je hier in ieder geval veel geld op besparen. Een huurverlaging van slechts 10 euro per maand betekent op jaarbasis toch weer 120 euro.

'Een huurder hoeft alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven.'

De servicekosten
Naast de kale huur die een huurder betaalt, worden elke maand servicekosten afgedragen. Dit is een voorschot dat wordt betaald voor de zaken en diensten die de verhuurder levert. Hieronder vallen bijvoorbeeld gas, water en licht, maar ook internet- en schoonmaakkosten kunnen doorberekend worden. Belastingen daarentegen vallen meestal niet onder de servicekosten. Een voorbeeld hiervan is de onroerendezaakbelasting. Deze dient door de eigenaar van het pand zelf betaald te worden.

Van belang is dat de servicekosten in het contract staan omschreven. Een huurder hoeft namelijk alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven. De reden hiervoor is dat de huurder alleen verplicht is de servicekosten te vergoeden die de verhuurder daadwerkelijk heeft gemaakt. Helaas gebeurt het vaak dat de huurder meer servicekosten betaalt dan nodig. Wettelijk gezien moet een verhuurder elk jaar, uiterlijk zes maanden na het beëindigen van het jaar waarop de servicekosten betrekking hebben, een specificatie geven. Hieruit kan worden opgemaakt of de huurder een teveel betaald bedrag terug moet krijgen, of juist moet bijbetalen. Indien een verhuurder deze specificatie niet uit zichzelf geeft en de huurder vermoedt te veel te betalen, kan deze eisen dat de verhuurder deze specificatie alsnog geeft. Daarbij is het belangrijk te weten dat een verhuurder de servicekosten niet mag verhogen , zolang hij geen overzicht verschaft. Laat de verhuurder dit na, dan kan wederom de Huurcommissie ingeschakeld worden. Zij kan de hoogte van de servicekosten vaststellen en ook dit kan uiteindelijk leiden tot een grote besparing van de uitgaven.

Mijn kamer toont gebreken
Een laatste vervelend punt dat ook kosten met zich mee kan brengen betreft de reparatie van een gebrek. Het kan zijn dat een huurder de kosten voor de reparatie ervan zelf moet betalen, ondanks dat er al servicekosten worden betaald. Of de huurder hiertoe verplicht is, hangt af van wat er in de huurovereenkomst is besproken. Is hierin niets in opgenomen, dan moet het gebrek zijn opgenomen in het zogenoemde 'Besluit kleine herstellingen'. In dit besluit wordt opgesomd wanneer een huurder zelf de rekening moet betalen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de huurder zijn eigen kamer wil schilderen, maar ook gaten ontstaan door spijkers zal de huurder zelf moeten dichten. Gaat het echter over gebreken waar noemenswaardige kosten mee gepaard gaan, dan zal de verhuurder deze kosten moeten dragen, mits er geen schuld is aan de kant van de huurder. Wil de verhuurder deze kosten niet betalen, dan biedt de wet verschillende opties om dit alsnog af te dwingen. Een daarvan is dat de huurder zelf de reparatie uitvoert waarna deze kosten bij de verhuurder kunnen worden verhaald. Voorwaarde is daarbij wel dat het moet gaan om redelijke kosten.

Conclusie
Of het nu gaat om een te hoge huur, servicekosten die niet kloppen of een gebrek in de woning, als huurder zijn er mogelijkheden om deze misstanden aan de kaak te stellen bij de verhuurder of de Huurcommissie. Een huurder wordt in ons Nederlandse recht namelijk extra beschermd tegen de macht van de verhuurder. Heb je zelf een probleem met jouw verhuurder? Ook bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost kun je altijd terecht met vragen over je studentenkamer.

 

Redactie
Ben je aansprakelijk na een te harde tackle?

Je goed recht: Schadevergoeding in sport- en spelsituaties

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: wanneer ben je aansprakelijk voor toegebrachte schade in een sport- en spelsituatie?

Tekst: Bregt Martens

Waarom mag Badr Hari tijdens een gevecht in de ring Rico Verhoeven wel een gebroken neus slaan, maar tijdens een feestje niet? Is een voetballer aansprakelijk voor de schade wanneer de tegenstander ernstig letsel oploopt door een stevige tackle? Beide vragen zijn niet gemakkelijk te beantwoorden, aangezien er in het Nederlandse recht andere regels gelden voor de aansprakelijkheid tijdens een zogenoemde 'sport- en spelsituatie' dan in normale situaties. Dit artikel gaat in op het verschil tussen strafrecht en civielrecht en legt uit in welke gevallen deelnemers aan sport- en spelsituaties een schadevergoeding kunnen eisen.

Strafrecht vs. civiel recht
Via het civielrecht kan degene die letsel heeft opgelopen schadevergoeding eisen, indien dit onrechtmatig is toegebracht door de dader. Denk hierbij aan een schadevergoeding, omdat iemand nooit meer kan lopen door het opgelopen letsel. Dit kan dus ook tijdens een voetbalwedstrijd gebeuren. Daar tegenover staat de strafrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij iemand door het openbaar ministerie vervolgd kan worden voor een begane misdaad of overtreding. In sport- en spelsituaties komt dit alleen in extreme gevallen voor. Zo werd ex-profvoetballer Bouaouzan ooit veroordeeld voor mishandeling toen hij een zware overtreding maakte op zijn tegenstander die daardoor een gecompliceerde open beenbreuk opliep. Daarnaast was hij ook civielrechtelijk aansprakelijk voor de geleden schade van zijn tegenstander. De rest van dit artikel gaat alleen in op de civielrechtelijke aansprakelijkheid.

Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel
Als tijdens het uitgaan iemand een gebroken neus wordt geslagen bij een vechtpartij is het niet meer dan logisch dat de dader de opgelopen schade van de ander moet dragen. Gebeurt dit echter tijdens een bokswedstrijd, dan zou het juist onlogisch zijn als de bokser daarvoor schadevergoeding moet betalen. Dit is dan ook niet het geval, omdat door vrijwillig mee te doen aan de sport of het spel men in feite accepteert te worden blootgesteld aan bepaalde risico's en gevaren. Zeker bij contactsporten als voetbal en boksen zijn deze gevaren en risico's een stuk groter dan in het dagelijks leven. Tijdens sport- en spelsituaties geldt daarom een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Dit houdt in dat de schade die is toegebracht minder snel onrechtmatig wordt geacht, waardoor het dus minder snel mogelijk is een schadevergoeding te eisen.

Sport- en spelsituatie
Wat wordt precies verstaan onder een sport- en spelsituatie en wanneer geldt de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel? Deze vraag valt eigenlijk niet concreet en eenduidig te beantwoorden. Zoals vaker in het recht, hangt dat af van alle omstandigheden van het geval. Er zijn veel gevallen waarbij het duidelijk is dat er sprake is van een sport- en spelsituatie, zoals een voetbalwedstrijd waarbij de schade tijdens de speeltijd wordt opgelopen door een tackle. Het wordt al lastiger om te beoordelen wanneer er na de wedstrijd een opstootje ontstaat en daarbij iemand schade oploopt. En wat als een team na hun kampioenswedstrijd besluit uit blijdschap de trainer in de sloot te gooien en hij daarbij hoofdletsel oploopt? Dit is geen sterk verhaal, maar is daadwerkelijk ooit gebeurd. Hierbij oordeelde de rechter uiteindelijk dat er geen sprake meer was van een sport- en spelsituatie, omdat dit geen verband meer had met de wedstrijd en de trainer er niet vanuit hoefde te gaan dat er zoiets zou kunnen gebeuren. Ook in een rechtszaak waarbij een voetballer letsel opliep door natrappen van de tegenstander oordeelde de rechter dat er geen sprake meer was van de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Volgens de rechter was hier sprake van een 'abnormale en onvoorzienbare gedraging'. Degene die de schade had toegebracht, was dus gewoon aansprakelijk voor de schade. Of de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt, hangt dus af van veel omstandigheden, maar wordt grofweg beoordeeld door te kijken of de gedraging 'normaal' is en te verwachten valt in de desbetreffende situatie.

Conclusie
Gezien de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel die geldt in sport- en spelsituaties hoeft een sporter niet extra voorzichtig te zijn tijdens een wedstrijd. Alle normale en te verwachten gedragingen en binnen de spelregels vallende gedragingen zullen zeker niet tot aansprakelijkheid leiden binnen een sport- en spelsituatie. Tot op welke hoogte deze drempel geldt, is lastig vast te stellen. Als algemene vuistregel geldt dat 'normale' en te verwachten gedragingen eronder vallen. De tegenstander even een flinke trap na geven valt dus niet onder een sport- en spelsituatie. In dat geval gelden de 'normale' aansprakelijkheidsregels, waarbij geldt dat iedereen verplicht is de schade te vergoeden die is aangericht door een onrechtmatige gedraging.

 

 

Redactie
Rechten en plichten van abonnementshouders

Je goed recht: Hoe kom ik van mijn abonnement af?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: stilzwijgende verlenging en prijsverhoging van abonnementen.

De tijd van de chocoladeletters, champagne, oliebollen en gevulde kalkoenen is voorbij en we staan weer aan de start van een gloednieuw jaar. Om de goede voornemens na te leven, gaat men weer naar de sportschool om de bijgekomen kilo's eraf te sporten. Zoals het vaak gaat bij goede voornemens, lopen de mooie plannen na een paar maanden tot een einde. Iedereen heeft het druk met tentamens, waardoor sporten een bijzaak wordt. Desondanks blijven we wel betalen voor deze abonnementen. Als klap op de vuurpijl voeren sportscholen vaak een prijsverhoging door. Wat nu? Is er nog een manier om van het abonnement af te komen?

Tussentijdse opzegging
De meeste abonnementen worden voor een bepaalde tijd afgesloten. Het contract wordt in dat geval ook wel een duurovereenkomst genoemd. Als een abonnement bijvoorbeeld voor een jaar wordt afgesloten, zitten beide partijen er in principe ook daadwerkelijk een jaar aan vast. Of het abonnement in dat jaar nog tussentijds kan worden opgezegd, is afhankelijk van de algemene voorwaarden van het bedrijf. Deze kunnen bepalen dat het contract tussentijds kan worden opgezegd. Is dit niet het geval, dan is tussentijdse opzegging in principe niet mogelijk. Vaak is de klant bij het ondertekenen van het contract akkoord gegaan met deze algemene voorwaarden. Het moet wel duidelijk zijn voor een klant dat deze van toepassing zijn.

Stilzwijgende verlenging
Nadat de afgesproken duur van het abonnement voorbij is, kan de klant het abonnement opzeggen. Bedrijven willen hun klanten vaak echter niet verliezen en verlengen daarom zonder iets te zeggen de duur van het abonnement. Dit heet een stilzwijgende verlenging. Ook als het abonnement stilzwijgend is verlengd, is opzegging nog mogelijk; een abonnement mag namelijk alleen stilzwijgend worden verlengd als de klant het contract hierna te allen tijde kan opzeggen, waarbij de opzegtermijn niet langer mag zijn dan een maand. Dit betekent dat de sportschool het abonnement niet automatisch met een jaar mag verlengen, zonder de mogelijkheid te bieden het abonnement tussentijds op te zeggen. Als een sportschool van tevoren aan de klant meldt dat het contract voor een bepaalde duur weer wordt verlengd en de klant gaat akkoord, dan is er geen sprake van stilzwijgende verlenging. Tussentijdse opzegging van het contract is in dat geval uitgesloten.

Stilzwijgende prijsverhoging
In veel gevallen zullen klanten voor het betalen van het abonnement toestemming geven voor een automatische incasso. Het kan voorkomen dat een sportschool na een paar maanden een hoger bedrag afschrijft dan in de eerste maanden. In principe mag een prijsverhoging niet, maar omdat er altijd uitzonderingen gelden binnen het recht, is een prijsverhoging toegestaan als het in de algemene voorwaarden van het bedrijf is opgenomen. In de algemene voorwaarden staan vaak vanwege welke redenen de prijs mag worden verhoogd. Deze bepalingen mogen echter niet onredelijk zijn. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat het onredelijk is de prijs al te verhogen binnen drie maanden na het afsluiten van het abonnement. Een verhoging in verband met de verhoging van de btw, zou bijvoorbeeld wel redelijk zijn.

Als de sportschool in de algemene voorwaarden niks heeft bepaald over een prijsverhoging of als de prijsverhoging niet redelijk is, geldt de oude prijs van het sportabonnement. Indien de sportschool zich hier niet aan houdt, kan de overeenkomst worden ontbonden. Het abonnement stopt en het resterende bedrag kan worden teruggevraagd.

Conclusie
Ondanks alle goede voornemens, zit de gemiddelde student in de zomer vaak liever op het terras dan in de sportschool. Zonde van het geld, want een duurovereenkomst kan meestal niet tussentijds worden opgezegd. Toch nog maar even een paar maanden volhouden dus. Het stilzwijgend verlengen mag immers alleen als het abonnement te allen tijde kan worden opgezegd. Of een prijsverhoging acceptabel is, hangt af van wat er is bepaald in de algemene voorwaarden van het bedrijf. Een prijsverhoging kan in bepaalde gevallen namelijk onredelijk zijn, waardoor de overeenkomst kan worden ontbonden. Want wie wil er nou twintig euro extra betalen om te zweten en spierpijn te hebben?

 

Redactie
Wat te doen bij onbehoorlijk handelen?

Je goed recht: aansprakelijkheid van bestuursleden

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: aansprakelijkheid van bestuurders van verenigingen.

Menig student staat te springen om een bestuursjaar bij een vereniging te doen. Oude bestuurders vertrekken, kersverse bestuurders beginnen met goede moed aan hun taak en doen een veelheid aan nieuwe vaardigheden op. Een bestuursfunctie brengt echter ook verantwoordelijkheden met zich mee waar niet iedere student bij stil staat. Wat als de penningmeester een greep uit de kas doet, of de vereniging afstevent op een faillissement? Wat zijn de gevolgen als het bestuur de vereniging bindt aan verplichtingen die ze niet kan nakomen, of als de statuten niet worden nageleefd? In dit artikel zal de bestuurdersaansprakelijkheid aan een nader licht worden onderworpen.

Externe aansprakelijkheid
Stel dat de vicevoorzitter van een studievereniging het nodig vindt om stickers met het logo van de vereniging aan te schaffen om daarmee meer bekendheid te genereren voor de vereniging. Indien de vicevoorzitter deze stickers bestelt, ontstaat de vraag wie nu gebonden is door de koopovereenkomst met de leverancier van de stickers, oftewel: wie moet er betalen?

Het bestuur is slechts een orgaan van een vereniging, net zoals de algemene ledenvergadering (ALV) ook een orgaan is. De vereniging zelf is een zogenaamde 'rechtspersoon' en is zelf partij bij juridische overeenkomsten. Zolang de vereniging haar statuten bij de notaris heeft vastgelegd, betekent dit dat het bestuur niet meer is dan het orgaan dat verantwoordelijk is voor het binden van de vereniging aan overeenkomsten. De vereniging draagt in principe zelf de aansprakelijkheid tegenover anderen. De vicevoorzitter uit het voorbeeld hoeft dus niet zelf te betalen voor de stickers; dat moet de vereniging doen.

In het geval dat de vereniging haar statuten niet bij een notaris heeft vastgelegd, is er sprake van een zogenaamde informele vereniging. De bestuurders van dergelijke verenigingen zijn 'hoofdelijk aansprakelijk' voor de handelingen van de vereniging. Dat wil zeggen dat ieder bestuurslid aansprakelijk kan worden gesteld voor het gehele bedrag, indien de vereniging een verplichting niet nakomt. De vicevoorzitter die de stickers heeft gekocht kan in dat geval dus door de leverancier gedwongen worden uit eigen zak te betalen, als de vereniging zelf niet betaalt. In de praktijk zullen echter vrijwel alle studie- en studentenverenigingen hun statuten bij de notaris vastgelegd hebben. In dat geval zijn de bestuurders in principe niet aansprakelijk voor de gedragingen van de vereniging.

Interne aansprakelijkheid
Het kan echter voorkomen dat de vereniging schade lijdt als gevolg van bestuurlijk handelen. Wat bijvoorbeeld als de vicevoorzitter een zeer dure partij stickers aanschaft, terwijl hij weet dat de vereniging de prijs met geen mogelijkheid kan betalen? De vereniging heeft in bepaalde gevallen de mogelijkheid bestuurders intern aansprakelijk te stellen bij de rechter.

Bestuurders van verenigingen kunnen aansprakelijk gesteld worden, indien zij hun bestuurstaak 'onbehoorlijk uitvoeren'. Een deel van de bestuurstaak is specifiek omschreven in de statuten van de vereniging. Een ander deel van de bestuurstaak blijkt uit het Burgerlijk Wetboek. Zo is het bestuur wettelijk verplicht na ieder boekjaar een financiële balans op te maken. Het bestuur handelt onbehoorlijk, indien het deze wettelijke plicht niet nakomt. Ook algemenere taken die nodig zijn voor een behoorlijke gang van zaken binnen de vereniging worden in het algemeen tot de taak van het bestuur gerekend. Er is sprake van onbehoorlijk bestuurshandelen als het bestuur bijvoorbeeld in het jaarverslag misleidende gegevens over de financiële positie van de vereniging opneemt, of als de penningmeester een greep uit de kas doet. Ook als de vicevoorzitter veel te dure stickers koopt, terwijl hij weet dat dit de vereniging in financiële problemen brengt, handelt hij onbehoorlijk.

Alle schade die het 'onbehoorlijk handelen' de vereniging oplevert, kan op de bestuurders verhaald worden. Indien twee of meer bestuurders verantwoordelijk zijn voor een bepaalde aangelegenheid, wordt aangenomen dat dit een taak voor het bestuur als geheel is en geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid; elk bestuurslid is dus wederom voor de gehele schade aansprakelijk. De totale schade hoeft dus niet over de bestuurders verdeeld te worden.

Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat financiële aangelegenheden vaak als collectieve bestuurstaak worden beschouwd en dus niet alleen de penningmeester aansprakelijk gesteld kan worden, indien hij zijn bestuurstaak onbehoorlijk uitvoert. Bovendien wordt van het bestuur van een vereniging over het algemeen een bepaalde mate van deskundigheid verondersteld. Als de vereniging bijvoorbeeld overduidelijk failliet dreigt te gaan, moet het bestuur tijdig faillissement aanvragen. Doet het dit niet, dan kunnen de bestuursleden hiervoor aansprakelijk gesteld worden.

Decharge
Na een bestuurstermijn moet aan de oud-bestuurders standaard de zogenaamde decharge worden verleend. Door middel van de decharge laat de vereniging aan de oud-bestuurders weten dat deze niet langer intern aansprakelijk zijn voor hun bestuurshandelen. Heeft de vicevoorzitter erg dure stickers gekocht, maar heeft de ALV dit door de vingers gezien en decharge verleend, dan kan de vicevoorzitter niet meer aansprakelijk gesteld worden als de vereniging door de dure aankoop alsnog in de problemen komt. De decharge geldt echter alleen voor het handelen dat tijdens de verlening van de decharge bekend was. De feiten moeten blijken uit het jaarverslag of expliciet vermeld zijn tijdens de ALV. Zou de vicevoorzitter voor de ALV hebben verzwegen dat hij door de aankoop van de stickers de vereniging op het randje van een faillissement heeft gebracht, dan is het bestuur nog altijd intern aansprakelijk.

Conclusie
We kunnen concluderen dat een bestuursfunctie de nodige verantwoordelijkheid met zich meebrengt en niet vrijblijvend is. Het is niet ondenkbaar dat door onwetendheid onbehoorlijk gehandeld wordt en de vereniging de bestuursleden de schade laat vergoeden. Wegens de hoofdelijke aansprakelijkheid kan voor aangelegenheden die meerdere bestuursleden aangaan zelfs aansprakelijkstelling van een bestuurslid plaatsvinden, terwijl deze bestuurder niet direct met het onbehoorlijk handelen te maken heeft gehad. Gelukkig is het vrij uitzonderlijk dat bestuurders aansprakelijk worden gesteld. De gang naar de rechter is voor veel verenigingen uit het studentenwezen nogal hoog gegrepen en het is niet altijd gemakkelijk te bewijzen of het bestuur onbehoorlijk heeft gehandeld. Bovenal is het gebruikelijk dat de bestuursleden elkaar controleren en zich op behoorlijke wijze van hun bestuurstaak kwijten zonder in de problemen te geraken. Beginnende bestuurders doen er dus goed aan zich te verdiepen in hun verplichtingen en elkaar goed op de hoogte te houden van hun bestuurshandelingen.

 

Redactie