Rechten en plichten van abonnementshouders

Je goed recht: Hoe kom ik van mijn abonnement af?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: stilzwijgende verlenging en prijsverhoging van abonnementen.

De tijd van de chocoladeletters, champagne, oliebollen en gevulde kalkoenen is voorbij en we staan weer aan de start van een gloednieuw jaar. Om de goede voornemens na te leven, gaat men weer naar de sportschool om de bijgekomen kilo's eraf te sporten. Zoals het vaak gaat bij goede voornemens, lopen de mooie plannen na een paar maanden tot een einde. Iedereen heeft het druk met tentamens, waardoor sporten een bijzaak wordt. Desondanks blijven we wel betalen voor deze abonnementen. Als klap op de vuurpijl voeren sportscholen vaak een prijsverhoging door. Wat nu? Is er nog een manier om van het abonnement af te komen?

Tussentijdse opzegging
De meeste abonnementen worden voor een bepaalde tijd afgesloten. Het contract wordt in dat geval ook wel een duurovereenkomst genoemd. Als een abonnement bijvoorbeeld voor een jaar wordt afgesloten, zitten beide partijen er in principe ook daadwerkelijk een jaar aan vast. Of het abonnement in dat jaar nog tussentijds kan worden opgezegd, is afhankelijk van de algemene voorwaarden van het bedrijf. Deze kunnen bepalen dat het contract tussentijds kan worden opgezegd. Is dit niet het geval, dan is tussentijdse opzegging in principe niet mogelijk. Vaak is de klant bij het ondertekenen van het contract akkoord gegaan met deze algemene voorwaarden. Het moet wel duidelijk zijn voor een klant dat deze van toepassing zijn.

Stilzwijgende verlenging
Nadat de afgesproken duur van het abonnement voorbij is, kan de klant het abonnement opzeggen. Bedrijven willen hun klanten vaak echter niet verliezen en verlengen daarom zonder iets te zeggen de duur van het abonnement. Dit heet een stilzwijgende verlenging. Ook als het abonnement stilzwijgend is verlengd, is opzegging nog mogelijk; een abonnement mag namelijk alleen stilzwijgend worden verlengd als de klant het contract hierna te allen tijde kan opzeggen, waarbij de opzegtermijn niet langer mag zijn dan een maand. Dit betekent dat de sportschool het abonnement niet automatisch met een jaar mag verlengen, zonder de mogelijkheid te bieden het abonnement tussentijds op te zeggen. Als een sportschool van tevoren aan de klant meldt dat het contract voor een bepaalde duur weer wordt verlengd en de klant gaat akkoord, dan is er geen sprake van stilzwijgende verlenging. Tussentijdse opzegging van het contract is in dat geval uitgesloten.

Stilzwijgende prijsverhoging
In veel gevallen zullen klanten voor het betalen van het abonnement toestemming geven voor een automatische incasso. Het kan voorkomen dat een sportschool na een paar maanden een hoger bedrag afschrijft dan in de eerste maanden. In principe mag een prijsverhoging niet, maar omdat er altijd uitzonderingen gelden binnen het recht, is een prijsverhoging toegestaan als het in de algemene voorwaarden van het bedrijf is opgenomen. In de algemene voorwaarden staan vaak vanwege welke redenen de prijs mag worden verhoogd. Deze bepalingen mogen echter niet onredelijk zijn. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat het onredelijk is de prijs al te verhogen binnen drie maanden na het afsluiten van het abonnement. Een verhoging in verband met de verhoging van de btw, zou bijvoorbeeld wel redelijk zijn.

Als de sportschool in de algemene voorwaarden niks heeft bepaald over een prijsverhoging of als de prijsverhoging niet redelijk is, geldt de oude prijs van het sportabonnement. Indien de sportschool zich hier niet aan houdt, kan de overeenkomst worden ontbonden. Het abonnement stopt en het resterende bedrag kan worden teruggevraagd.

Conclusie
Ondanks alle goede voornemens, zit de gemiddelde student in de zomer vaak liever op het terras dan in de sportschool. Zonde van het geld, want een duurovereenkomst kan meestal niet tussentijds worden opgezegd. Toch nog maar even een paar maanden volhouden dus. Het stilzwijgend verlengen mag immers alleen als het abonnement te allen tijde kan worden opgezegd. Of een prijsverhoging acceptabel is, hangt af van wat er is bepaald in de algemene voorwaarden van het bedrijf. Een prijsverhoging kan in bepaalde gevallen namelijk onredelijk zijn, waardoor de overeenkomst kan worden ontbonden. Want wie wil er nou twintig euro extra betalen om te zweten en spierpijn te hebben?

 

Redactie
Wat te doen bij onbehoorlijk handelen?

Je goed recht: aansprakelijkheid van bestuursleden

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: aansprakelijkheid van bestuurders van verenigingen.

Menig student staat te springen om een bestuursjaar bij een vereniging te doen. Oude bestuurders vertrekken, kersverse bestuurders beginnen met goede moed aan hun taak en doen een veelheid aan nieuwe vaardigheden op. Een bestuursfunctie brengt echter ook verantwoordelijkheden met zich mee waar niet iedere student bij stil staat. Wat als de penningmeester een greep uit de kas doet, of de vereniging afstevent op een faillissement? Wat zijn de gevolgen als het bestuur de vereniging bindt aan verplichtingen die ze niet kan nakomen, of als de statuten niet worden nageleefd? In dit artikel zal de bestuurdersaansprakelijkheid aan een nader licht worden onderworpen.

Externe aansprakelijkheid
Stel dat de vicevoorzitter van een studievereniging het nodig vindt om stickers met het logo van de vereniging aan te schaffen om daarmee meer bekendheid te genereren voor de vereniging. Indien de vicevoorzitter deze stickers bestelt, ontstaat de vraag wie nu gebonden is door de koopovereenkomst met de leverancier van de stickers, oftewel: wie moet er betalen?

Het bestuur is slechts een orgaan van een vereniging, net zoals de algemene ledenvergadering (ALV) ook een orgaan is. De vereniging zelf is een zogenaamde 'rechtspersoon' en is zelf partij bij juridische overeenkomsten. Zolang de vereniging haar statuten bij de notaris heeft vastgelegd, betekent dit dat het bestuur niet meer is dan het orgaan dat verantwoordelijk is voor het binden van de vereniging aan overeenkomsten. De vereniging draagt in principe zelf de aansprakelijkheid tegenover anderen. De vicevoorzitter uit het voorbeeld hoeft dus niet zelf te betalen voor de stickers; dat moet de vereniging doen.

In het geval dat de vereniging haar statuten niet bij een notaris heeft vastgelegd, is er sprake van een zogenaamde informele vereniging. De bestuurders van dergelijke verenigingen zijn 'hoofdelijk aansprakelijk' voor de handelingen van de vereniging. Dat wil zeggen dat ieder bestuurslid aansprakelijk kan worden gesteld voor het gehele bedrag, indien de vereniging een verplichting niet nakomt. De vicevoorzitter die de stickers heeft gekocht kan in dat geval dus door de leverancier gedwongen worden uit eigen zak te betalen, als de vereniging zelf niet betaalt. In de praktijk zullen echter vrijwel alle studie- en studentenverenigingen hun statuten bij de notaris vastgelegd hebben. In dat geval zijn de bestuurders in principe niet aansprakelijk voor de gedragingen van de vereniging.

Interne aansprakelijkheid
Het kan echter voorkomen dat de vereniging schade lijdt als gevolg van bestuurlijk handelen. Wat bijvoorbeeld als de vicevoorzitter een zeer dure partij stickers aanschaft, terwijl hij weet dat de vereniging de prijs met geen mogelijkheid kan betalen? De vereniging heeft in bepaalde gevallen de mogelijkheid bestuurders intern aansprakelijk te stellen bij de rechter.

Bestuurders van verenigingen kunnen aansprakelijk gesteld worden, indien zij hun bestuurstaak 'onbehoorlijk uitvoeren'. Een deel van de bestuurstaak is specifiek omschreven in de statuten van de vereniging. Een ander deel van de bestuurstaak blijkt uit het Burgerlijk Wetboek. Zo is het bestuur wettelijk verplicht na ieder boekjaar een financiële balans op te maken. Het bestuur handelt onbehoorlijk, indien het deze wettelijke plicht niet nakomt. Ook algemenere taken die nodig zijn voor een behoorlijke gang van zaken binnen de vereniging worden in het algemeen tot de taak van het bestuur gerekend. Er is sprake van onbehoorlijk bestuurshandelen als het bestuur bijvoorbeeld in het jaarverslag misleidende gegevens over de financiële positie van de vereniging opneemt, of als de penningmeester een greep uit de kas doet. Ook als de vicevoorzitter veel te dure stickers koopt, terwijl hij weet dat dit de vereniging in financiële problemen brengt, handelt hij onbehoorlijk.

Alle schade die het 'onbehoorlijk handelen' de vereniging oplevert, kan op de bestuurders verhaald worden. Indien twee of meer bestuurders verantwoordelijk zijn voor een bepaalde aangelegenheid, wordt aangenomen dat dit een taak voor het bestuur als geheel is en geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid; elk bestuurslid is dus wederom voor de gehele schade aansprakelijk. De totale schade hoeft dus niet over de bestuurders verdeeld te worden.

Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat financiële aangelegenheden vaak als collectieve bestuurstaak worden beschouwd en dus niet alleen de penningmeester aansprakelijk gesteld kan worden, indien hij zijn bestuurstaak onbehoorlijk uitvoert. Bovendien wordt van het bestuur van een vereniging over het algemeen een bepaalde mate van deskundigheid verondersteld. Als de vereniging bijvoorbeeld overduidelijk failliet dreigt te gaan, moet het bestuur tijdig faillissement aanvragen. Doet het dit niet, dan kunnen de bestuursleden hiervoor aansprakelijk gesteld worden.

Decharge
Na een bestuurstermijn moet aan de oud-bestuurders standaard de zogenaamde decharge worden verleend. Door middel van de decharge laat de vereniging aan de oud-bestuurders weten dat deze niet langer intern aansprakelijk zijn voor hun bestuurshandelen. Heeft de vicevoorzitter erg dure stickers gekocht, maar heeft de ALV dit door de vingers gezien en decharge verleend, dan kan de vicevoorzitter niet meer aansprakelijk gesteld worden als de vereniging door de dure aankoop alsnog in de problemen komt. De decharge geldt echter alleen voor het handelen dat tijdens de verlening van de decharge bekend was. De feiten moeten blijken uit het jaarverslag of expliciet vermeld zijn tijdens de ALV. Zou de vicevoorzitter voor de ALV hebben verzwegen dat hij door de aankoop van de stickers de vereniging op het randje van een faillissement heeft gebracht, dan is het bestuur nog altijd intern aansprakelijk.

Conclusie
We kunnen concluderen dat een bestuursfunctie de nodige verantwoordelijkheid met zich meebrengt en niet vrijblijvend is. Het is niet ondenkbaar dat door onwetendheid onbehoorlijk gehandeld wordt en de vereniging de bestuursleden de schade laat vergoeden. Wegens de hoofdelijke aansprakelijkheid kan voor aangelegenheden die meerdere bestuursleden aangaan zelfs aansprakelijkstelling van een bestuurslid plaatsvinden, terwijl deze bestuurder niet direct met het onbehoorlijk handelen te maken heeft gehad. Gelukkig is het vrij uitzonderlijk dat bestuurders aansprakelijk worden gesteld. De gang naar de rechter is voor veel verenigingen uit het studentenwezen nogal hoog gegrepen en het is niet altijd gemakkelijk te bewijzen of het bestuur onbehoorlijk heeft gehandeld. Bovenal is het gebruikelijk dat de bestuursleden elkaar controleren en zich op behoorlijke wijze van hun bestuurstaak kwijten zonder in de problemen te geraken. Beginnende bestuurders doen er dus goed aan zich te verdiepen in hun verplichtingen en elkaar goed op de hoogte te houden van hun bestuurshandelingen.

 

Redactie
Het recht tijdens de wintersportvakantie

Je goed recht: aansprakelijkheid bij ski-ongevallen

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: aansprakelijkheid bij ski-ongevallen.

Voor de echte fanatieke wintersporter is de wintersport dé vakantie van het jaar. Een aantal dagen heerlijk skiën of snowboarden op de (hopelijk) witte pistes en daarna nog even de kroeg in voor de après-ski. Helaas eindigt een wintersportvakantie niet voor iedereen altijd even goed, want ongevallen op de skipistes komen regelmatig voor. In de meeste gevallen komt een wintersporter ongelukkig ten val door zelf een verkeerde manoeuvre te maken, maar hoe zit het met de aansprakelijkheid als je door een andere wintersporter omver wordt geskied?

Pisteregels
Dat ongevallen op de piste nogal eens voorkomen is niet zo verwonderlijk. Vaak zijn er veel skiërs en snowboarders tegelijkertijd op de piste te vinden. Daar komt nog bij dat niet iedere wintersporter evenveel controle heeft over zijn ski's of snowboard. Denk eens aan de beginnende skiër die in een pizzapunt de berg af sjeest, of de après-skiër die het met een paar biertjes op een goed idee vindt om toch nog een keer de piste af te gaan. De drukte in combinatie met het grote niveauverschil tussen de verschillende wintersporters kan snel tot een botsing leiden.

Om het risico op ongevallen zoveel mogelijk te beperken heeft de Internationale Ski Federatie (FIS) tien algemene verkeersregels opgesteld. Iedere skiër of snowboarder is verplicht om zich aan deze regels te houden zodra hij de piste opgaat. Zo dien je rekening te houden met anderen en je snelheid en skistijl te beheersen, maar ook het juiste spoor te kiezen en voldoende afstand van mede-wintersporters te houden. Daarnaast ben je verplicht om zonder gevaar te stoppen en te vertrekken, en de piste zo snel mogelijk vrij te maken na een val of een tussentijdse stop. Lopen over de piste mag alleen aan de zijkant en iedereen die de piste betreedt dient de verkeersborden in acht te nemen. Ten slotte is hulpverlenen bij een ongeval verplicht en moet iedereen zich op de piste kunnen legitimeren. Niet-naleving van deze verkeersregels kan ervoor zorgen dat je in sommige situaties aansprakelijk wordt gesteld voor een ongeval.

Welk recht is van toepassing op het ongeval?
Ski-ongevallen hebben veelal een internationaal karakter. Dit komt doordat ski-ongevallen vaak plaatsvinden tijdens de wintersportvakantie in het buitenland. Bovendien zijn er op de piste veel mensen met verschillende nationaliteiten te vinden. Als een Nederlander en een Duitser een ski-ongeval hebben op de skipiste in Zwitserland, rijst al snel de vraag welk recht er precies van toepassing is. Als hoofdregel geldt dat het ongeval zal worden beheerst door het recht van het land op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden. Maar als de betrokken partijen beide hun woonplaats hebben in hetzelfde land, is het recht van dát land van toepassing. Dit betekent dat twee botsende Nederlanders op de skipiste in Oostenrijk hun gelijk kunnen halen in eigen land en het Oostenrijkse recht mogen laten voor wat het is.

Doordat het toepasselijke recht per incident kan verschillen, bestaan er ook uiteenlopende regels voor het vaststellen van de schuld en de schade. Behalve de internationale regels van de Internationale Ski Federatie, kunnen landen immers ook eigen regels opstellen. Zo geldt in sommige Zwitserse regio's een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur en kent Oostenrijk een helmplicht voor kinderen. Het niet-naleven van zulke regels kan je als slachtoffer al snel duur komen te staan.

Aansprakelijkheid naar Nederlands recht
In de Nederlandse wet is geen specifieke regeling opgenomen voor wintersportongelukken. Voor de vraag wie voor het ongeval aansprakelijk is, dient daarom te worden gekeken naar de zorgvuldigheid van de betrokken wintersporters. Hierbij vindt een beoordeling plaats aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Zo kunnen het weer, het zicht op de piste, de drukte, de sneeuw- en pisteconditie en de ervaringsgraad van de betrokkenen worden meegewogen. Daarnaast zal worden gekeken of de eerdergenoemde pisteregels zijn nageleefd. Of iemand aansprakelijk is voor een ski-ongeval, is dus afhankelijk van veel factoren en zal per incident verschillen. Het is dan ook niet zo dat niet-naleving van de pisteregels automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Bovendien is er op de skipiste sprake van een zogeheten 'sport- en spelsituatie', waardoor een ongeval minder snel zal leiden tot aansprakelijkheid. De Nederlandse rechter is namelijk van mening dat deelnemers in zo'n situatie tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde of onvoldoende doordachte gedragingen van elkaar mogen verwachten.

Conclusie
Het is dus wel degelijk mogelijk om op de skipiste aansprakelijk te worden gesteld. Hoewel wintersporters over het algemeen het liefst met volle vaart de berg af sjezen, is het van groot belang om je te allen tijde aan de regels te houden. Doe je dit niet, dan kun je mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor een ongeval. Welk recht er in dat geval van toepassing is, is afhankelijk van het grondgebied waarop het ongeval plaatsvindt en de nationaliteit van de betrokken wintersporters. Het recht is dus overal, óok op de wintersportvakantie.

 

 

Redactie
Gratis geld of eindeloze schulden?

Je goed recht: ome DUO

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: DUO.

De 24e van de maand: het is voor veel studenten een hoogtepunt. De bankrekening schiet weer fijn in de plus met het 'gratis geld' dat DUO te bieden heeft. Stappen, lunchen, shoppen, je kunt weer zorgeloos geld uitgeven. Zelfs in een andere stad als je dit wil, want ook daar heeft DUO een fijne regeling voor: het gratis reizen met het OV door heel Nederland. Deze regelingen klinken in eerste instantie te mooi om waar te zijn, maar is dat het ook? In dit artikel leggen we uit welke haken en ogen aan de diensten van DUO kleven.

Gratis reizen! Of toch niet?
We beginnen bij misschien wel het fijnste wat de DUO studenten te bieden heeft: het gratis reizen. Wie staat ingeschreven voor een voltijdstudie en het studentenreisproduct heeft aangevraagd, kan naar hartenlust door Nederland toeren met het openbaar vervoer zonder dat het een cent kost. Het 'studenten-ov' is in ieder geval geldig gedurende de officiële duur die voor de studie staat. Dit is meestal vier jaar. Als een student langer studeert, mag daar maximaal één jaar bij worden opgeteld. Na die vijf jaar wordt het echter opletten geblazen.

In eerste instantie is het studenten-ov namelijk niet gratis. Dat is pas het geval wanneer men binnen tien jaar een diploma behaalt. Tot die tijd wordt het studenten-ov gezien als een lening tegen een bepaald maandelijks bedrag, dat jaarlijks varieert. Op dit moment wordt voor het gebruik van het studentenreisproduct elke maand €91,62 aan de studieschuld bijgeschreven. Als je niet op tijd een diploma hebt behaald, wordt de schuld niet kwijtgescholden en blijken al die ritjes in de Heyendaalshuttle toch niet gratis te zijn.

Daarnaast is DUO, ondanks de vergevorderde staat van de technologie, niet in staat het studenten-ov automatisch stop te zetten. Studenten worden geacht zelf bij een automaat op het station het product van hun OV-kaart af te halen, zodra ze geen recht meer hebt op het reisproduct. Als zij dit niet doen, kunnen ze na de studie nog steeds genieten van de tekst "Ingecheckt student week/weekend vrij" op het schermpje van het poortje op het station, maar dat feestje is snel over. Voor iedere halve maand die je als niet-gerechtigde het studentenreisproduct niet hebt stopgezet, wordt een boete van €97 gerekend. Het maakt hierbij niet uit of er daadwerkelijk gebruik van is gemaakt of niet, ome DUO wil knaken zien. Het is mogelijk om bezwaar te maken tegen de boete, maar dan moet de student wel bewijzen dat het stopzetten van het reisproduct buiten zijn schuld om is mislukt en deze niet met het ongeldige reisproduct heeft gereisd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de automaten op het station dienst weigeren en men als gevolg daarvan niet op tijd het product van de OV-kaart heeft kunnen verwijderen.

Tot slot zit er nog een addertje onder het gras als een student in het buitenland gaat studeren. Indien een student een tijd in het buitenland verblijft in het kader van de studie, kan hij van DUO een 'OV-vergoeding buitenland' ontvangen, omdat het studentenreisproduct niet geldig is in het buitenland. Als een student deze vergoeding ontvangt, heeft hij gedurende het buitenlandverblijf geen recht op het studentenreisproduct en moet hij handmatig het studentenreisproduct tijdelijk stopzetten om te voorkomen dat ome DUO hem nadien met opgehouden hand tegemoet treedt. Voor de duur dat studenten de OV-vergoeding voor het buitenlandverblijf krijgen, mogen zij namelijk niet het standaard studentenreisproduct op hun OV-kaart hebben staan, op straffe van de eerdergenoemde boete van €97 per halve maand.

Goedkoop lenen?
Naast de OV-chipkaart, ontvangen studenten van DUO maandelijks geld. Zoals iedereen waarschijnlijk wel weet, valt iedereen die na 2015 aan zijn of haar bachelor is begonnen onder het nieuwe leenstelsel. In dit leenstelsel krijg je de mogelijkheid je studieschuld binnen maximaal 35 jaar terug te betalen. Tevens hoef je in de zogenaamde 'aanloopfase', de eerste twee jaar nadat je afgestudeerd bent, niets af te lossen. Prima voorwaarden toch? Als je dan uiteindelijk toch moet gaan aflossen, dan hangt de hoogte van de maandelijkse aflossing af van twee omstandigheden. Dit zijn de hoogte van je studieschuld en de hoogte van je verzamelinkomen (dit is het gezamenlijke inkomen van jou en je eventuele partner) van twee jaar geleden. Daarnaast betaal je iedere maand rente bovenop de aflossing. Velen denken dat die rente toch niets voorstelt. Enerzijds is dat waar, zo is de rente voor mensen die in 2016 zijn begonnen met aflossen vastgesteld op 0,00%. Wat veel mensen echter niet weten is dat dit percentage dus alleen geldt voor mensen die op dat moment zijn begonnen met aflossen. De hoogte van de rente die je daadwerkelijk zal moeten betalen als je nog moet beginnen met aflossen, is nog helemaal niet bekend. De enige zekerheid die je hebt, is dat het rentepercentage dat wordt vastgesteld wanneer je begint met aflossen, vaststaat voor vijf jaar. Na die vijf jaar wordt er weer een percentage voor vijf jaar vastgesteld enz. enz. De kans dat het rentepercentage de komende 35 jaar 0,00% blijft, is volledig onzeker. Ook al zou het 'maar' 1% worden, over 35 jaar en een schuld van bijvoorbeeld 30.000 euro maakt dat zeker wel wat uit.

Gevolgen voor een hypotheek en BKR-registratie
Waarschijnlijk zijn studenten met de gevolgen van hun lening helemaal niet bezig. Toch is het iets om over na te denken. De lening heeft namelijk wel degelijk invloed op de hoogte van het mogelijke hypotheekbedrag dat je in de toekomst zal kunnen krijgen, ondanks het feit dat onze lening niet BKR-geregistreerd wordt. Een BKR-registratie houdt in dat een schuld wordt geregistreerd, zodat banken en andere kredietverstrekkers dit kunnen inzien. Op dit moment mag dit niet bij de studielening, maar bij een gesprek over een hypotheek zal de hypotheekverstrekker wel vragen naar de hoogte van je studieschuld. De hoogte hiervan mag je verzwijgen, maar dit levert je waarschijnlijk alleen maar een moeilijke financiële situatie op, omdat je maandelijkse lasten dan hoger uitvallen dan je eigenlijk aan kan. Om een goede berekening te kunnen maken van de mogelijke hoogte van je hypotheek moet namelijk rekening worden gehouden met al je maandelijkse lasten, waarvan de aflossing van je studielening er dus eentje is. Volgens het Nibud rekenen hypotheekverstrekkers 0,45% van je totale schuld als maandelijkse last voor het aflossen van je studielening. Bij een studieschuld van 35.000 euro komt dit dus al neer op 157,50 euro per maand. Dit is dus niet per se het bedrag dat je dan per maand aflost, maar dit wordt als fictie genomen. Iets concreter uitgedrukt betekent die (fictieve) maandelijkse last dat je al snel tienduizenden euro's minder aan hypotheek zal kunnen krijgen indien de schuld wordt meegenomen bij de hypotheekberekening.

Conclusie
In eerste instantie lijkt hetgeen DUO studenten te bieden heeft zeer redelijk. Toch moeten studenten zich ervan bewust zijn dat de OV-chipkaart niet gratis is. Je kunt een boete krijgen voor het niet-tijdig stopzetten van het product, en als je niet binnen tien jaar een diploma haalt, moet je de OV-kosten helemaal terugbetalen. Wat ook terugbetaald moet worden, is de lening. Deze lening kan van invloed zijn op jouw toekomstige hypotheek. Tot slot moet in gedachten worden gehouden dat de aflossingsrente kan gaan stijgen, want de 0% die de overheid ons heeft beloofd, staat niet zo vast als gedacht. Desalniettemin is het lenen nog erg goedkoop, dus wat ons betreft hebben studenten weinig excuses om dat éne biertje toch niet te gaan drinken.

 

Redactie
Welke rechten hebben werknemers precies?

Je goed recht: nulurencontracten

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost tweemaandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: nulurencontracten.

Veel studenten hebben naast hun studie een bijbaantje op basis van een nulurencontract. Een nulurencontract is een arbeidsovereenkomst waarin geen afspraken worden gemaakt over de te werken uren. De werkgever kan de werknemer flexibel oproepen en hoeft in beginsel alleen loon te betalen voor de uren die de werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat het nulurencontract onder de werkgevers razend populair is. Hoewel het een veelvoorkomend fenomeen betreft, roept het nulurencontract nog vaak vraagtekens op. Ben je verplicht om gehoor te geven aan de oproepen van je werkgever? Heb je recht op doorbetaling van loon bij ziekte? En wat als de ingeroosterde uren achteraf komen te vervallen?

Vrijheid blijheid
Dat oproepkrachten flexibel zijn, wil niet zonder meer zeggen dat het altijd vrijheid blijheid blijft. Op grond van het zogeheten 'goed werknemerschap' is een werknemer verplicht om zoveel mogelijk gehoor te geven aan oproepen van zijn werkgever. Hij mag een oproep slechts afwijzen als daar zwaarwegende redenen voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan een geplande vakantie, ziekte of het hebben van colleges. Daar staat tegenover dat de werkgever op grond van het 'goed werkgeverschap' verplicht is zijn werknemer op te roepen als er werk beschikbaar is. Hierbij geldt dat het beschikbare werk eerlijk moet worden verdeeld over de verschillende oproepkrachten.

Hoewel deze verplichtingen over en weer enige zekerheid met zich mee lijken te brengen, is grote wisselvalligheid kenmerkend voor het nulurencontract. In principe hoeft de werkgever in de eerste zes maanden van het nulurencontract namelijk alleen loon te betalen voor de uren die de werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Als de werknemer niet wordt opgeroepen, heeft hij geen recht op loon. Daarbij geldt dat het zeker niet ondenkbaar is dat een werknemer de ene week fulltime werkt en de andere week na zijn colleges thuis op de bank zit. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat grote verschillen in het loon kunnen ontstaan. Voor veel studenten is dit onwenselijk gelet op onder meer de maandelijks te betalen kamerhuur, het sportabonnement en de vaste stapavonden. De wetgever heeft deze grote onzekerheid onwenselijk gevonden en daarom enkele gunstige maatregelen getroffen.

Eén uur werken, toch drie uur loon
De flexibiliteit van het nulurencontract kan ertoe leiden dat een werknemer te pas en te onpas wordt opgeroepen om een paar uurtjes te werken. Daarnaast is het goed mogelijk dat een werknemer eerder naar huis wordt gestuurd dan de eindtijd op het rooster. Zo is het voor een horecamedewerker op een regenachtige dag niet onwaarschijnlijk is dat hij al snel weer naar huis wordt gestuurd omdat het te rustig is. De werknemer die misschien wel afspraken heeft afgezegd om te kunnen werken, was natuurlijk liever afgebeld. Om deze situatie zoveel mogelijk te voorkomen heeft de wetgever bepaald dat bij iedere oproep het recht ontstaat op ten minste drie uur loon. Op deze manier heeft de horecamedewerker die slechts één uur heeft gewerkt, toch recht op loon voor drie uur. Deze regeling geldt ook als de werknemer meerdere keren per dag wordt opgeroepen. In dat geval heeft hij voor iedere afzonderlijke oproep recht op drie uur loon. Hoewel deze regeling beoogt te voorkomen dat werkgevers hun werknemers zomaar oproepen, is het uiteraard fijn voor de werknemers dat zij op deze manier sneller aanspraak kunnen maken op meer loon.

Gemiddeld meer werken, altijd meer loon
De werknemer kan door het nulurencontract de ene week veel meer werken dan de andere. Om grote verschillen in de arbeidsuren te voorkomen, is het zogeheten rechtsvermoeden van arbeidsomvang in het leven geroepen. De werknemer kan zich er na het verstrijken van zes maanden op beroepen dat een arbeidsovereenkomst met een vast aantal arbeidsuren is ontstaan. Vanaf dat moment heeft de werknemer recht op doorbetaling van loon bij ziekte en bij ingeroosterde uren die naderhand zijn komen te vervallen. Bij het bepalen van de hoogte van het loon wordt dan gekeken naar het aantal uren dat uit het rechtsvermoeden van arbeidsomvang voortvloeit.

Voor het vaststellen van het rechtsvermoeden van arbeidsomvang geldt als voorwaarde dat gedurende een periode van minimaal drie maanden ten minste twintig uur per maand is gewerkt. De werknemer kan vanaf dat moment aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst voor het aantal uren dat hij in de laatste drie maanden gemiddeld heeft gewerkt. Hiertegen kan de werkgever zich slechts verweren als hij kan aantonen dat bijvoorbeeld sprake is van seizoensarbeid of piekdrukte. Zo zal de student die tijdens de zomervakantie op een terras werkt gemiddeld veel meer uren maken dan gedurende de rest van het jaar. Het is in zo'n geval niet eerlijk om een arbeidsovereenkomst op basis van dat aantal uren aan te houden.

Conclusie
Met name in de beginfase gaat het nulurencontract gepaard met grote onzekerheid voor de werknemer. De werkgever hoeft immers slechts loon te betalen voor de uren die de werknemer feitelijk heeft gewerkt. Bovendien heeft de werknemer geen zekerheid over de te werken uren. Om hier enigszins aan tegemoet te komen heeft de werknemer voor iedere oproep recht op ten minste drie uur loon. Na een half jaar komt hier nog eens bij dat het rechtsvermoeden van een vaste arbeidsomvang kan ontstaan. De werknemer krijgt vanaf dat moment ook loon als hij bijvoorbeeld ziek is of als achteraf ingeroosterde uren komen te vervallen. Als je een bijbaantje hebt op basis van een nulurencontract is het dus zeker de moeite waard om in de gaten te houden of je wel krijgt waar je recht op hebt.

 

 

Redactie
Komen studenten op straat door nieuwe verhuurregels?

Je goed recht: Nijmeegse studenten op straat door strengere verhuurvergunningen

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: verhuurvergunningen.

Steeds meer buurten in Nijmegen worden overspoeld door studenten. Vooral in de wijken Bottendaal en Nijmegen-Oost zijn er veel klachten van buurtbewoners met betrekking tot het aantal studentenhuizen, zoals het veroorzaken van geluidsoverlast en rotzooi rondom het huis. De gemeente Nijmegen gaat daarom actie ondernemen en heeft de voorwaarden voor de verhuurvergunningen aangescherpt. Het nieuwe beleid heeft als motto: 'De aanpak van overlast en illegale kamerverhuur.' Nijmegen telt op dit moment ongeveer vijftienhonderd studentenhuizen die niet aan de regels voldoen en dus illegaal zijn. De vraag is of huisbazen kunnen voldoen aan de strenge eisen van de gemeente. En zo niet, komen de studenten dan op straat te staan?

Strengere voorwaarden
Sinds 1 januari 2018 zijn de eisen waar huurbazen aan moeten voldoen aangescherpt en geldt een omzettingsregeling. Verhuurders die geen vergunning hebben, kunnen alsnog een vergunning krijgen als ze voldoen aan de lichtere voorwaarden van de oude regeling. Wanneer de verhuurders dit niet kunnen aantonen, zijn de studentenhuizen illegaal en hebben ze tot 1 juli de tijd om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Onder de nieuwe regeling zijn verhuurders die aan drie of meer personen verhuren verplicht een vergunning aan te vragen. Ook zijn er strengere normen voor geluidsisolatie en brandveiligheid en moet er zijn voldaan aan de zogeheten leefbaarheidstoets. Aan de hand van meldingen van omwonenden toetst een commissie dan onder andere de mate van overlast in de wijk. Aangezien de leefbaarheidstoets vrij subjectief is, is het voor huisbazen echter moeilijk te voorspellen of hun vergunningsaanvraag zal worden goedgekeurd. Ten slotte wil de gemeente meer verantwoordelijkheid leggen bij de verhuurders. Onder de nieuwe regeling is de verhuurder verplicht goede afspraken te maken met de huurders om overlast te voorkomen. Bij aanhoudende overlast kan de gemeente een boete opleggen of besluiten de vergunning in te trekken.

De verhuurder van een illegale huurwoning is verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen.

Kunnen studenten zomaar op straat worden gezet?
Stel, een verhuurder verhuurt al enkele jaren een illegale huurwoning. Het huis moet worden aangepast om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Daarbij is het nog maar de vraag of er is voldaan aan de leefbaarheidstoets. De verhuurder vindt de kosten voor de aanvraag van de vergunning te hoog en wil de studenten liever uit het huis zetten. Dit kan echter niet zomaar. De verhuurder van een illegale huurwoning is namelijk verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen. Als hij vervolgens geen vergunning krijgt, kan hij de huurovereenkomst wel ontbinden. In dit geval kan de student in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Of de studenten op straat komen te staan, is dus afhankelijk van de vraag of de vergunningsaanvraag van de verhuurder door de gemeente wordt goedgekeurd.

Conclusie
Dankzij de nieuwe regeling van de gemeente Nijmegen gaan de huurbazen van illegale studentenhuizen het lastig krijgen. Naast het feit dat de illegale verhuurders moeten voldoen aan de nieuwe strengere voorwaarden, gaat de gemeente kijken of de leefbaarheid van de wijk achteruitgaat. Aangezien de leefbaarheidstoets minder objectieve maatstaven bevat, heeft de gemeente meer vrijheid bij de beoordeling van een aanvraag. Huurders en verhuurders van illegale studentenhuizen verkeren hierdoor in onzekerheid. Of duizenden studenten op straat komen te staan, is afhankelijk van hoe streng de gemeente de eisen zal handhaven. Wel kan met zekerheid worden gezegd dat de gemeente harder gaat optreden tegen illegale kamerverhuur.

 

Redactie