Kijk op anticonceptie

Veilig van bil met de anticonceptiepil

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De kijk op anticonceptie.

Tekst:
Simone Bregonje en Katarina Laken 
Illustratie:
Gigi van Grevenbroek 

pil 750x

In 1962 kwam er een nieuw hormonaal anticonceptiemiddel op de markt: de pil. Het middel werd al snel hét teken van emancipatie. Vrouwen hadden vanaf dat moment namelijk de mogelijkheid om zelf te kiezen of zij zwanger wilden worden of niet. Tegenwoordig is het middel echter onderwerp van discussie. Hoe is onze kijk op de pil door de tijd heen veranderd en wat staat ons nog te wachten?

Verleden: Een zondige zaak
Tot halverwege de vorige eeuw was de openlijke verkoop van alle anticonceptiemiddelen verboden in Nederland. Bij gebrek aan beter probeerden mensen allerlei andere manieren om niet zwanger te worden. Een van deze methodes was de surprise. 'Dat betekent eigenlijk gewoon dat je als man je vrouw moest bespringen om daarna snel weg te rennen. Door het voorspel over te slaan zou zij niet zwanger kunnen worden', vertelt Jasper Smit, een cabaretier met een passie voor boeken over seksuele voorlichting. 'Die boeken laten een patroon zien. Voor de jaren vijftig werd er nauwelijks over anticonceptie geschreven, maar vanaf de jaren zestig werd het gangbaarder.' Deze ontwikkeling hangt samen met de introductie van de anticonceptiepil in 1962.

Marloes Hülsken, hoofddocent aan de lerarenopleiding Geschiedenis aan de HAN, heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop vrouwenbladen in de jaren zestig schreven over de pil. Zij vertelt dat dit nieuwe middel vrij snel aan populariteit won, maar deze vorm van anticonceptie was niet onomstreden. De katholieke kerk beschouwde anticonceptie namelijk als zondig. Sommige katholieke artsen weigerden de pil voor te schrijven. 'Het is daarom ironisch dat de pil oorspronkelijk op de markt werd gebracht door Organon, een bedrijf in het katholieke Oss. Dat kon, omdat het in eerste instantie op de markt kwam als middel om de cyclus te reguleren', vertelt Hülsken. 'Pas later werd het primair gezien als anticonceptiemiddel.' De katholieke weerstand tegen de pil nam enigszins af in 1963, toen bisschop Bekkers op tv vertelde dat de keuze om meer kinderen te krijgen een persoonlijke zaak was. Hoewel hij het waarschijnlijk niet zo bedoelde, werd dit door veel katholieken opgevat als toestemming om de pil te gebruiken. 'Het opvallende is wel dat er destijds, ondanks de populariteit van het middel, nauwelijks over gesproken werd. Pas zeven jaar na de introductie van de pil in Nederland schreef het eerste damesblad erover', vertelt Marloes Hülsken. In datzelfde jaar, 1969, werd de openlijke verkoop van anticonceptiemiddelen gelegaliseerd.

Heden: Pilpaniek
Tegenwoordig heeft de kerk bijna geen invloed meer op de keuze voor de pil. Gian Ackermans, docent Geschiedenis van kerk en theologie aan de Radboud Universiteit, vertelt dat priesters zich nauwelijks nog bemoeien met het anticonceptiegebruik van de kerkgangers. Daarnaast speelt het proces van secularisatie een grote rol. Angstgevoelens in de samenleving over de bijwerkingen van de pil lijken tegenwoordig van groter belang dan de mening van de kerk. In 2017 slikte ongeveer 30% van de Nederlandse vrouwen de pil, in 2002 was dat percentage nog 41%.

Die afname is deels te verklaren door de neveneffecten van het middel. Hormonale anticonceptie, zoals de pil, is niet zonder risico’s en kan onder andere leiden tot hoofdpijn of gewichtstoename. ‘Bij ongeveer 10% van de vrouwen leidt her zelfs tot somberheid of tot een klinische depressie, maar die risico’s staan tegenover de kans op een ongewenste zwangerschap, wat ook niet zonder gevolgen is', vertelt Estrella Montoya, docent aan de Universiteit van Utrecht, die onderzoek doet naar de invloed van hormonen op sociaal gedrag. Dit is geen nieuwe ontwikkeling: 'Er zijn altijd al golven van 'pilpaniek' geweest', vertelt Hülsken. Wel past de huidige ontwikkeling volgens Montoya binnen de algehele trend van bewust consumeren. 'Mensen zijn tegenwoordig heel kritisch op wat ze binnenkrijgen en zijn bezig met een gezond leven. Daarom denken ze meer na over de medicijnen die ze in hun lichaam stoppen.' Niet alleen de bijwerkingen, maar ook het tekort aan de pil in 2018 leidde tot een afname in het gebruik. De onzekerheid over de beschikbaarheid zorgde ervoor dat veel mensen de pil links lieten liggen en kozen voor een ander middel. 'Het was mooi om te zien dat dat een nieuwe vorm van solidariteit onder vrouwen teweegbracht.' Die solidariteit uitte zich met name op social media, waar vrouwen massaal hun overgebleven strips aanboden aan anderen.

.
pil tijdlijn 350x
Toekomst: Pil voor jou, pil voor mij, pil voor ons allebei
 
De verwachting is dat technologische ontwikkelingen ook hun weerslag zullen hebben op anticonceptie. Zo is er een chip-pil in ontwikkeling. Hierbij wordt er een chipje geïmplanteerd dat elke dag de juiste dosis hormonen afscheidt. Hoewel het een groot voordeel is dat je niet meer kunt vergeten de pil te slikken, is het maar de vraag of dit middel het vertrouwen van het grote publiek zal winnen. Een chip is immers altijd te hacken, dus de veiligheid van een dergelijke pil is moeilijk te garanderen, zeker nu angst voor cyberoorlogen steeds reëler lijkt.

Naast dit hypermoderne snufje wordt er al sinds het begin van deze eeuw gewerkt aan een zogenaamde mannenpil. 'Er bestaat in principe al een effectief middel voor mannen', vertelt Montoya, 'maar tegelijkertijd is er ook een studie stopgezet vanwege de bijwerkingen van het middel. Ironisch genoeg waren dat dezelfde bijwerkingen als bij de vrouwenpil.' Voor veel vrouwen voelt het oneerlijk dat zij deze bijwerkingen wel moeten dragen. Dit roept de vraag op of anticonceptie wel alleen de verantwoordelijkheid van de vrouw is. 'De urgentie van anticonceptie is voor mannen waarschijnlijk minder groot dan voor de vrouw', redeneert Hülsken. Een vrouw draagt immers minstens negen maanden de consequenties als een man zijn anticonceptie vergeet. De man staat daar verder vanaf.

Voor een vrouw is het belang van anticonceptie dus concreter. Toch klinkt de roep om gedeelde verantwoordelijkheid steeds luider. Het zou goed kunnen dat deze in de toekomst gaat verschuiven. Concreet kan dat bijvoorbeeld betekenen dat de man meebetaalt aan de pil van de vrouw. Onder invloed van onder andere de MeToo-beweging groeit het bewustzijn dat de gevolgen van seks iets zijn waar beide partijen zorg voor moeten dragen. 

 

 

 

Redactie
verdeeldheid in kernfusie

Tijdsgeest: Tot de kern

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De kijk op kernenergie.

Tekst: Julia Meilink
Illustratie: Timon Vader

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

illustratie tijdsgeest kernenergie 750x

Het klimaatakkoord van Parijs dwingt menig Nederlander nog eens extra te reflecteren op schone energiebronnen in eigen land. Om aan het klimaatakkoord te voldoen, gaan veel stemmen op voor meer zonne- en windenergie, warmtepompen en biobrandstof. Eén schone oplossing zou de grootschalige invoering van kernenergie zijn. Meerdere kernbommen en -rampen zorgden voor veel ophef over kernenergie. Het lijkt tegenwoordig zelfs een taboe te zijn. Aan de andere kant proberen met name wetenschappers het nu weer te introduceren als oplossing van het klimaatprobleem. Waar komt de verdeelde kijk op kernenergie vandaan en hoe heeft de tijdsgeest zich ontwikkeld?

Verleden: Voor elke oplossing een probleem
Rond de jaren 50 van de vorige eeuw werd kernenergie voor het eerst door de politiek en wetenschap aangedragen als nieuwe energiebron. Nederland wilde niet langer afhankelijk zijn van olie uit het instabiele Midden-Oosten. Bovendien wilde het niet blijven teren op vervuilende kolencentrales in eigen land. Kernenergie werd als oplossing aangedragen, ondanks dat er in Hiroshima en Nagasaki veel slachtoffers vielen dankzij twee kernbommen.

Volgens Wim van Meurs, hoogleraar Europese politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit (RU), kwam dat omdat de bevolking er in de jaren 50 nog veel vertrouwen in had dat de wetenschap allerlei problemen kon oplossen. 'Men zag voornamelijk het voordeel van kernenergie als schonere variant op kolencentrales met een enorme uitstoot. Het werd gezien als een soort wondermiddel.' Met een museumtentoonstelling genaamd 'Het Atoom' in Schiphol probeerde de overheid het publiek verder te enthousiasmeren over kernenergie. Daar keken over een periode van tweeënhalve maand 750.000 enthousiaste bezoekers verbouwereerd naar een reactor in een diep bassin waar een mysterieuze blauwe gloed vanaf kwam.

In 1972 werd door Harrie Langman, minister van Economische Zaken, een plan ingediend voor de bouw van maar liefst 35 kerncentrales in eigen land. Dat er ook haken en ogen aan dat plan zaten, bleek na een nota van de toen net opgerichte Werkgroep Kernenergie van Milieudefensie. Daarin kwam naar voren dat kernenergie vier praktische bezwaren kent die later leidend in het kernenergie debat zouden worden: uitstraling in de omgeving; opslaggevaren met afval; veiligheidsbezwaren voor de bevolkingen de verspreiding van nucleaire wapenkennis. Hierdoor werd de bouw van bijna alle 35 kerncentrales afgeblazen en werden burgerbewegingen tegen kernenergie opgezet.

 tijdlijn 300x

Heden: Grote boze radioactieve wolk
De positieve kijk van de jaren 50 is inmiddels verdwenen. Tegenwoordig staat de Nederlandse bevolking behoorlijk sceptisch tegenover kernenergie. Deze houding komt voornamelijk voort uit een aantal kernrampen uit het verleden. Zo staat de ramp bij Tsjernobyl in 1986, waarbij een radioactieve wolk boven Europahing, veel Nederlanders nog bij. Recentelijk werd de angst jegens kernenergie nog aangewakkerd door de ramp in Fukushima in 2011. De blijvende straling van die nucleaire ramp had als gevolg dat in Japan een gebied ter grootte van Noord-Holland onbewoonbaar is geworden. Ook voor de nieuwe generatie is dat een argument tegen het gebruik van kernenergie. De huidige negatieve beeldvorming van kernenergie bij burgers leidt ertoe dat politici zich liever niet aan het onderwerp wagen. Laurens Landeweerd, hoogleraar Science and Society aan de RU, stelt dat Fukushima en Tsjernobyl nog te vers in het collectieve geheugen liggen. 'Geen enkele partij wil zich branden aan een gevoelig onderwerp als kernenergie. De public relations rondom kerncentrales zijn zeer slecht. In principe is dat spijtig, want op dit moment is het onze schoonste oplossing voor het klimaatprobleem.'

Toch begint bij enkele politici klimaatenergie te dagen als mogelijke energiebron voor de toekomst. Zo stelde VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff de invoering van kernenergie voor om de doelstellingen van Parijs te halen. 'Ik zie niet in hoe je de doelen haalt zonder kernenergie. Dus wat mij betreft gaan we snel beginnen met bouwen', verklaarde hij vorig jaar stellig in Nieuwsuur. Langzaamaan komt kernenergie weer op de kaart te staan als milieuvriendelijk alternatief.


Toekomst: De negende generatie hoop
Veel wetenschappers zien kernenergie ook als de beste oplossing voor het klimaatprobleem. Landeweerd beaamt dit: 'Er zijn weinig andere alternatieven voor de toekomst: biobrandstof gaat het niet halen, zonne- en windenergie leveren ondermaats en het energieverbruik van mensen is lastig te minderen.' Hoewel kernenergie zeker een bijdrage kan leveren aan schonere energiewinning op lange termijn, is dit niet per se een oplossing voor de aankomende klimaatdoelstellingen. 'Het gehele besluit- en bouwproces zou vanaf ditmoment zo’n 25 jaar duren. Kernenergie kan dus nooit eenbijdrage leveren aan onze doelstelling voor 2030', vertelt Eric-Jan Tuininga, voormalig hoogleraar Maatschappelijke aspecten van de wis- en natuurkunde en medeoprichter van de Werkgroep Kernenergie.

Deze werkgroep, die in de jaren 70 nog kanttekeningen bij kerncentrales zette, bespreekt nu aangeleverde oplossingen voor het klimaatdebat. In de meest recente update bespreekt Wim Turkenburg, medeoprichter van de werkgroep, de nieuwe generatie kerncentrales. Hij stelt dat die hoop bieden voor een veiligere kernenergiewinning in de toekomst, waarbij de kans op rampen kleiner is.

Volgens Landeweerd wordt het voor politici op den duur onhoudbaar om hun vingers niet te branden aan kernenergie. 'Doordat het klimaatprobleem steeds urgenter wordt, komt er een moment dat we kernenergie serieus moetengaan overwegen', vertelt hij. Van Meurs stelt daarentegen dat het bouwen van kerncentrales niet haalbaar is door de maatschappelijke ophef die bij ontwikkeling zou ontstaan. 'Het collectief geheugen is dermate beïnvloed door de rampen uit het verleden, dat die negatieve lading haast niet meer kan worden uitgewist.' De conclusie: verdeeldheid in kernfusie.

 

 

Redactie
Tijdsgeest

Publiekelijk bloot

In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Publiekelijk bloot

Tekst: Wouter van der Laan en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

 

ANS tijdsgeest 750x

Bloot is een normale zaak in Nederland, tenminste volgens de wet. In artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht is vastgelegd dat je op ieder moment naakt mag zijn, als de gemeente de plek geschikt heeft verklaard voor naaktrecreatie. Er zijn weinig andere landen waar ongeklede recreatie wettelijk is toegestaan. Toch maken weinig Nederlanders tegenwoordig gebruik van dit voorrecht. 

Waar jongeren in de jaren zestig, zeventig en tachtig nog zonder schaamte met blote borst over naaktstranden flaneerden, heeft deze schaamteloosheid langzaam plaatsgemaakt voor meer gêne. Niet alle jongeren in kleedkamers van sportscholen durven zich meer bloot te geven. Ze douchen liever met een bezwete onderbroek aan of rijden naar huis om daar te douchen. Bedekte lichamen zijn weer de norm in de samenleving. Kan publiekelijk naakt niet meer in Nederland, of liggen we binnenkort weer open en bloot op het strand?

Verleden: I’m sexy and I know it
Publiekelijk naakt was tot kort na de Tweede Wereldoorlog vrijwel ondenkbaar. 'De kerk had destijds een grote invloed op de sociale normen en waarden in Nederland', vertelt Maerten Prins, docent Sociale en Cultuurpsychologie aan de Radboud Universiteit (RU). Seks was uitsluitend voor de voortplanting en alles wat met seksualiteit te maken had, was taboe. 'Daarom werd erop gehamerd dat lichamen zoveel mogelijk bedekt moesten zijn', vertelt Prins. De jaren zestig werden gekenmerkt door de opkomst van een jeugdcultuur die zich verzette tegen allerlei bestaande autoriteiten en taboes. 'Deze jeugdcultuur ontstond doordat de nieuwe generatie jongeren lange tijd naar school ging. Hier hadden ze, in tegenstelling tot thuis, alle vrijheid om ideeën met elkaar uit te wisselen', vertelt Prins.

Ook het taboe rondom naaktheid werd aan de spies geregen. Dat leidde tot een toename van naaktstranden en erotische films. In 1971 werd de allereerste film uitgebracht waar expliciet seks in te zien was, Blue Movie, met als ondertitel 'een film die iedereen mag zien'. 'De kerk en de overheid probeerden films als Blue Movie nog te censureren, bijvoorbeeld door ze in bioscopen te verbieden. De films waren echter zo populair onder jongeren dat dit tevergeefs was', vertelt Prins. 'Als gevolg stopte de overheid met het censureren van films. De verantwoordelijkheid voor de grenzen van de inhoud van films kwam vanaf toen te liggen bij de filmproducenten en uiteindelijk bij de consument zelf.' Doordat er nu niet langer één instantie was die de grenzen van censuur bepaalde, vervaagden ook de grenzen rondom de normen en waarden van publiekelijk bloot.


tijdlijn 2
Heden: Mij niet gezien
Tegenwoordig is sprake van een tweedeling in het uiten van publiekelijk bloot. Aan de ene kant lijken blote lichamen en naaktheid veel aanwezig te zijn in media en reclames. Zo is menig bushokje voorzien van advertenties met een halfnaakte vrouw. Toch is deze opleving van naaktheid niet terug te zien in het gedrag van mensen. 'Topless zonnen komt bijna niet meer voor', vertelt Linda Duits, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht. 'Ook zie je dat mensen terughoudender zijn met douchen in de sportschool. Soms douchen ze met hun ondergoed aan.' 

Een eenduidige oorzaak voor dit maatschappelijke verschijnsel is moeilijk aan te wijzen, maar wetenschappers menen dat het vooral te maken heeft met tijdsgolven. 'De ene generatie zet zich af tegen de andere generatie', vertelt Duits. Mineke Schipper, auteur van het boek Bloot of bedekt, denkt dat de toenemende bedektheid juist komt door al het naakt in advertenties. 'Reclames van vandaag de dag laten veel bloot zien, maar hanteren hierbij een dwingende norm van het "ideale" lichaam', vertelt ze. 'Wanneer het eigen lichaam niet voldoet aan de ideale reclameafmetingen, verbergen mensen dit liever.'

Ook de grenzen van de fatsoensnorm om naakt te laten zien, zijn op dit moment niet eenvoudig te trekken. Volgens Prins is Facebook hier een goed voorbeeld van. 'Facebook probeert wel het een en ander te censureren, maar weet niet precies wat het criterium voor daarvoor moet zijn', vertelt hij. 'Tepels van vrouwen worden stelselmatig verwijderd, maar tepels van mannen dan weer niet.'

 

Toekomst: #FreeTheNipple
Steeds meer activisten spreken zich uit tegen de huidige omgang met publiekelijk bloot. De Amerikaanse filmmaker Lisa Esco begon bijvoorbeeld de #FreeTheNipple-campagne, waarmee ze de dubbele moraal rondom tepels wilde doorbreken. Ook de Instagrampagina 'Genderless Nipples' probeert het onduidelijke censuurbeleid aan te stippen, door foto’s van anonieme tepels te plaatsen. Instagram kan niet achterhalen of deze tepels mannelijk of vrouwelijk zijn, en censureert ze dus niet. Het is niet alleen het censuurbeleid dat een heikel punt is. Ook tegen de standaard van het ‘ideale’ lichaam in reclames komen mensen in opstand. In een recente uitgave van het stijltijdschrift Fantastic Man lieten mannen van verschillende leeftijden en posturen hun kruis fotograferen. Het doel hiervan is om het mannelijk geslachtsdeel op een gevarieerde en realistische manier weer te geven, als reactie op het eenzijdige beeld in media en reclames. De intrede van dit soort protestbewegingen kan worden gezien als een tegenreactie op de heersende normen van de media- en reclame-industrie. Volgens de observatie van Duits breekt er binnenkort weer een nieuwe fase aan waarin meer naakt te zien zal zijn. Een nieuwe tijdsgolf waarin de behoefte bestaat om de onduidelijke grenzen en dubbele moraal aan te pakken. De golf lijkt langzaam te bewegen naar een maatschappij waarin je trots mag zijn op je lichaam, zowel bedekt als naakt.

Heb je geen tijd om hierop te wachten, dan is uit de kleren gaan wellicht de beste optie. Door in het openbaar bloot te gaan, draag je namelijk bij aan een gevarieerder en reëler beeld van het menselijk lichaam dan ons wordt voorgehouden door de reclame-industrie.

 

 

Redactie
Heden, verleden en toekomst van online privacy

Tijdsgeest: Privacy in het digitale tijdperk

In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Privacy in het digitale tijdperk.

Tekst: Vincent Veerbeek
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Als een website je e-mailadres heeft, weten ze vaak direct je geboortedatum, drie doopnamen en het adres van je oma. Omdat de voorwaarden van het bezoek aan een website vaak in de kleine lettertjes verstopt staan, is er geen beginnen aan om elke keer precies te achterhalen welke informatie je afstaat. Grote bedrijven als Google en Facebook maken hier handig gebruik van en verdienen bakken met geld aan het verzamelen en doorverkopen van data. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het publieke debat over het internet steeds meer draait om privacy: de mate waarin mensen controle hebben over de informatie die ze met anderen delen. Hoe heeft privacy-schending zo uit de hand kunnen lopen en valt privacy nog te redden in een wereld die alsmaar digitaler wordt?

Tijdsgeest1Verleden:Terra incognita
Begin jaren negentig werd het wereldwijde web met open armen ontvangen. 'Het internet gold als een terra incognita, waar alles kon en alles mocht', vertelt journalist Olaf Tempelman, auteur van de rubriek De bewust digibete burger in de Volkskrant. Het internet was in de begindagen niet meer dan een verzameling losse pagina's. Het was een plek waar iedereen met mensen overal ter wereld contact kon hebben zonder hun huis uit te komen of hun identiteit te onthullen. Dat deze uitvinding grote gevolgen zou hebben voor de manier waarop gebruikers bewust en onbewust persoonlijke gegevens delen, leek op dat moment onvoorstelbaar. Sceptici, zoals de bezorgde burgers die in 1998 de privacy-vriendelijke browser Startpage lanceerden, waren fors in de minderheid.

Omdat het internet een plek was om vrij te zijn, was er weinig noodzaak om wetgeving in te voeren of voorlichting te geven over mogelijke risico's. Zo verspreidde dit nieuwe medium zich binnen tien jaar zonder enige controle als een olievlek over de wereld. 'Zoals iedere nieuwe techniek bracht het wereldwijde web een type privacy met zich mee waar we even aan moesten wennen', vertelt Marcel Becker, universitair hoofddocent praktische filosofie aan de Radboud Universiteit (RU). 'In de beginperiode was er een ontzettende naïviteit over de privacy-problematiek.' Het duurde dan ook lang voordat men de gevaren inzag van het wereldwijde web. 'Omdat er bij digitale privacy niet iemand is die je vanuit de bosjes bespiedt, merk je niet meteen dat je in de gaten wordt gehouden. Daardoor bleef het probleem lange tijd onder de radar.'

'Mensen zijn het er niet mee eens dat hun privacy wordt geschonden, maar ze hebben het gevoel dat het een onmogelijke strijd is.'

Heden: Profileringsdrang
Dat de digitale wereld ooit werd gezien als het summum van anonimiteit is haast niet meer voor te stellen. Tegenwoordig draait alles online juist om het delen van persoonlijke informatie. Met het verdwijnen van concurrenten als Hyves en Yahoo kregen de grote technologiebedrijven meer macht, met desastreuze gevolgen voor online privacy. 'Vanaf het moment dat Silicon Valley het monopolie heeft gekregen, zijn die bedrijven uit commercieel winstbejag profielen van gebruikers op gaan stellen', vertelt Becker. Terwijl mensen steeds meer tijd online doorbrachten, ontwikkelden Facebook en Google nieuwe algoritmes om digitaal gedrag van hun gebruikers te volgen en zoveel mogelijk data te verzamelen. Deze gegevens worden verwerkt in profielen die voor grof geld worden doorverkocht aan adverteerders. Zo zijn mensen niet langer anoniem, want technologiebedrijven weten soms meer dan gebruikers zelf.

De afgelopen jaren werden de gevolgen van deze monopolisering mondjesmaat duidelijk. Toch kwamen deze problemen pas in 2018 echt in de schijnwerpers te staan na een reeks schandalen bij Facebook. Vooral toen bleek dat databedrijf Cambridge Analytica gegevens van 87 miljoen Facebookgebruikers had doorgespeeld aan de campagne van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump, reageerden mensen geschokt. Hoewel in Nederland het aantal Facebookgebruikers afgelopen jaar daalde, groeide het bedrijf wereldwijd gestaag verder. Dit heeft er vooral mee te maken dat mensen ondanks groeiende bewustwording een gevoel van onmacht hebben. 'Mensen zijn het er niet mee eens dat hun privacy wordt geschonden, maar ze hebben het gevoel dat het een onmogelijke strijd is', vertelt Bart Jacobs, hoogleraar Digital Security aan de RU.

Tijdsgeestprivacy2

Toekomst: Innovatie binnen de perken
Op individueel niveau valt er op dit moment niet zoveel te bereiken en technologiebedrijven zullen zelf niet snel maatregelen nemen. Daarom kunnen overheden niet langer aan de zijlijn blijven staan. De Europese Unie heeft inmiddels de eerste stappen gezet met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die regelgeving introduceert over wat internetbedrijven wel en niet mogen. Hiermee is begonnen aan een inhaalslag, maar er is nog een lange weg te gaan. 'Iets wat 25 jaar lang zijn tentakels heeft kunnen uitslaan, kan niet in één keer worden teruggedrongen', legt Tempelman uit. Volgens Becker is deze achterstand inherent aan de menselijke verhouding met techniek. 'Als mens loop je altijd achter technologie aan. Eerst is er technologie en vervolgens denken we pas na over hoe we ermee moeten omgaan.'

Hoewel er nog veel moet gebeuren voordat het internet volledig privacy-vriendelijk is, is er wel hoop voor de technologie van morgen. Volgens Jacobs helpt de AVG namelijk om nieuwe technologie in goede banen te leiden. De verordening is zo geschreven dat die ook betrekking heeft op technieken die we ons nu amper kunnen voorstellen. 'De AVG creëert kaders waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Strenge wetgeving is niet belemmerend voor innovatie, maar juist bevorderend.' Becker: 'De komende jaren gaan informatici steeds meer technologieën ontwikkelen die het mogelijk maken om verschillende soorten gegevens van elkaar te scheiden.' Zo is het internet van de toekomst niet langer een regelvrij terra incognita, maar krijgen gebruikers steeds meer grip op de gegevens die ze delen.

 

Redactie
Verleden, heden en toekomst van homoseksualiteit

Tijdsgeest: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland.

Tekst: Rindert Oost en Maaike Reinhoudt
Illustratie: Timon Vader

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Nederland: het land waar de eerste homostellen trouwden en homoseksuelen hun seksualiteit kunnen vieren tijdens de Canal Parade in Amsterdam. Nederlanders geloven graag dat hun cultuur heel progressief en liberaal is tegenover homoseksualiteit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt inderdaad dat de meeste Nederlanders homoseksualiteit aanvaarden en zelfs omarmen als onderdeel van hun nationale identiteit. Toch lijkt er een grens te zitten aan dit acceptatievermogen. Veel mensen staan namelijk sceptisch tegenover bepaalde uitingen van homoseksualiteit. Zo mogen mannen zich niet te vrouwelijk gedragen en vinden velen het aanstootgevend of raar als twee mannen hand in hand over straat lopen. Daar komt nog bij dat begin dit jaar de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring verscheen waarin een aantal conservatieve protestanten zich uitsprak tegen homoseksualiteit. Toch is de acceptatie van homoseksualiteit een onderdeel geworden van de Nederlandse identiteit. Hoe is dat zo gekomen en hoe zal de Nederlandse samenleving in de toekomst omgaan met homoseksualiteit?

tijdlijn homoseksualiteitNLVerleden: Voorzichtig uit de kast
Voor de tweede wereldoorlog werd homoseksualiteit niet geaccepteerd in Nederland. Stefan Dudink, universitair docent Gender Studies aan de Radboud Universiteit, licht toe: 'In 1911 werd artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd, dat seks tussen een meerderen minderjarige van hetzelfde geslacht verbood. Op die manier trachtte men de verspreiding van homoseksualiteit tegen te gaan.' Sociale veranderingen vanaf jaren vijftig zorgden ervoor dat er meer ruimte ontstond voor homoseksualiteit. Zo kwam een jeugdcultuur op in Nederland, waarin jongeren begonnen met het ontwikkelen van een eigen identiteit. 'Ze gingen zich vanuit de jeugdcultuur te verzetten tegen de heersende, conservatieve normen van hun ouders', stelt Dudink. Ook kreeg het individu, in tegenstelling tot het gezin, een grotere rol in de samenleving. 'Men kreeg meer vrijheid om zich te als individu te ontwikkelen, dus ook op het gebied van seks', aldus Dudink. 'Daarnaast bood de opkomende uitgaanscultuur een openbare ontmoetingsplek voor homoseksuelen.'

Deze veranderingen droegen bij aan het ontstaan van een kleine homobeweging in de jaren vijftig met als doel het creëren van een veilige omgeving voor homoseksuelen. 'Hoewel dit een positieve ontwikkeling was, bleef de beweging naar binnen gericht. De relatie tussen homo's en niet-homo's bleef tot begin jaren zeventig problematisch en de politie verrichtte veel arrestaties op grond van artikel 248bis Sr. Het was dus nog steeds een donkere periode voor homoseksualiteit', betoogt Dudink. Tussen de jaren vijftig en zeventig was er enige vooruitgang, maar pas in 1971 werd artikel 248bis Sr afgeschaft. Tien jaar later, na gewelddadige reacties tijdens een homodemonstratie, realiseerde men zich dat er nog meer moest veranderen. Vanaf dat moment werd de acceptatie van homoseksualiteit langzamerhand onderdeel van de nationale identiteit.

Heden: 'Niet te nichterig'
'Nederland is tegenwoordig een van de meest progressieve landen ter wereld wat betreft homo-emancipatie', stelt Laurens Buijs, docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Niet iedereen in Nederland staat echter positief tegenover openlijke seksualiteit. 'De Nashvilleverklaring laat zien dat er nog steeds veel conservatieve geluiden in Nederland zijn die homoseksualiteit het liefst zo ver mogelijk willen indammen', legt Buijs uit. 'Tegelijkertijd zien we dat het gros van de mensen in Nederland uiterst verontwaardigd reageert op de verklaring. Dit bevestigt nogmaals dat acceptatie van homoseksualiteit tegenwoordig onderdeel is van de Nederlandse identiteit.' Ook binnen de politieke coalitie zijn er, net als in de samenleving, nauwelijks serieuze tegenstanders van homoseksualiteit meer te vinden. 'De verklaring leidt wel tot heftige discussies tussen voorstanders van homo-emancipatie en ondertekenaars van de Nashvilleverklaring. Dit soort discussies zorgen juist vaak voor verdere acceptatie van homoseksualiteit', benadrukt Buijs. 'De verschijning van de Nashville-verklaring is dus eigenlijk een mes dat aan twee kanten snijdt: het laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar ook hoe ver we al gekomen zijn.'

Hierbij moet wel worden gezegd dat in Nederland een kloof bestaat tussen wat mensen denken en wat ze doen. 'Nederlanders willen heel graag progressief en tolerant zijn, maar vinden dat in de praktijk vaak moeilijk. Zodra homoseksualiteit zichtbaar wordt, bijvoorbeeld als twee mannen hand-in-hand over straat lopen, vinden velen dit aanstootgevend', legt Buijs uit. Ook een te sterke afwijking van de gendernorm wordt niet gewaardeerd. Buijs: 'Voor veel mensen zijn homo's oké, als ze zich maar niet te nichterig gedragen.'

timon illu emancipatie750x

Toekomst: Hoop op een nieuwe generatie
'We zullen in de toekomst waarschijnlijk veel meer uitingen van homoseksualiteit, zoals twee zoenende mannen in het openbaar, accepteren', zegt Buijs opgetogen. 'Er is al veel verbeterd als je kijkt naar het verleden en onze opvattingen over homo's. Zo geeft homobelangenorganisatie COC tegenwoordig voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen. Zoiets was vroeger ondenkbaar.' Buijs verwacht dat dit soort voorlichtingen in de toekomst meer invloed krijgen waardoor traditionele gendernormen minder belangrijk zullen worden. Hier valt echter wel een kanttekening bij te plaatsen. 'Een duizend jaar oud referentiekader krijg je niet zomaar omvergeduwd. Daar gaan nog een aantal generaties overheen.'

Verder verwachten Buijs en Dudink dat er een kans is dat homoseksualiteit in de toekomst steeds vaker als politiek middel zal worden gebruikt. 'We zien homoseksualiteit nu al terugkomen in de politieke retoriek', legt Buijs uit. 'Politici als Geert Wilders en Thierry Baudet zetten het 'Nederlandse' denken over homoseksualiteit af tegen het denken in niet-westerse culturen. Zo willen dergelijke politici laten zien dat religies als de Islam niet passen in Nederland en haaks staan op de nationale identiteit.' De kloof tussen voor- en tegenstanders van homoseksualiteit neemt daardoor toe. En dit gebeurt niet alleen in Nederland; ook internationaal is de groeiende kloof een probleem voor de acceptatie van homoseksualiteit. Dudink legt uit dat leiders in Rusland en Turkije vaak een vergelijkbare strategie gebruiken als Wilders en Baudet. 'Zij wijzen naar het Westen als de cultuur die homoseksualiteit accepteert en zetten zich daartegen af. Daarmee wettigen ze hun beleid om bijvoorbeeld sancties tegen de Europese Unie op te leggen.' Hoewel Nederland dus steeds progressiever zal worden, wordt de kloof op internationaal niveau in de toekomst meer vergroot.

 

 

Redactie
Verleden, heden, toekomst van terrorisme

Tijdsgeest: Terrorisme in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie:Terrorisme in Nederland.

Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst?

terrorismetijdlijnVerleden:Tijd van revolutie
In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. 'De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren', stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. 'Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen', vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk.

In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden.

Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd
Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders.

Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op 'substantieel', ofwel vier op een schaal van vijf. 'Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland', verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. 'Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.' Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. 'Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.' Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. 'Naar mijn idee is het een mix van beide.'

terrorisme 400xToekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten
'De grote vraag is wat hierna zal komen', zegt De Roy van Zuijdewijn. 'Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.' De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken kunnen krijgen. 'We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.' De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechts- extremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. 'Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen dat ze in omvang groeien.'

Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. 'We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplassen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.' De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. 'Ik denk dat bepaalde groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.'

 

Redactie
Verleden, heden, toekomst van het dna-paspoort

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Redactie