Mooi weer spelen

Frisse tegenzin: Weermannenmonogamie

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik tijdens de tentamenweken bijna ten onder ga aan de studiedruk, kijk ik altijd reikhalzend uit naar het nieuwe semester, want dan wordt alles weer rustig. Niets blijkt echter minder waar, aangezien ik altijd methoden blijf vinden om niet te studeren op momenten dat ik dat wel moet doen. Dan maakt het dus helemaal niet uit of het tentamenweek is of niet.

De grootste afleiding is Facebook. Vol schuldgevoel scrol ik uren door mijn tijdlijn. Als ik me dan minder schuldig wil voelen, verdiep ik me in de comment sections van Facebookberichten, zodat ik me in al mijn arrogantie beter voel dan de mensen die elkaar voor lelijke dingen uitmaken. Zo plaatste De Volkskrant laatst een interview met Gerrit Hiemstra. Behalve een scheepslading negatieve commentaren, viel het ook op dat sommige mensen zwoeren bij Gerrit Hiemstra als de weerman der weermannen. Een zekere Nathan tagde zijn vriend Thom, met de bezwerende woorden: 'Je weet het, Gerrit weet het weer als de beste. Fuck Jan Pieter Kuipers Munneke, Gerrit for life!'

Nathan was zeker niet de enige, want er waren veel commentaren met dezelfde strekking. Ik ontdekte een patroon: mensen die tegen Hiemstra zijn, zijn altijd voor een andere weerman, en zij die van Hiemstra houden, zijn daarin weer heel monogaam. Er was sprake van heuse Weermannenmonogamie. In het kader van academische nuance besloot ik op YouTube fragmenten van zowel Kuipers Munneke als Hiemstra op te zoeken. Gezien de krachtige termen van Nathan had ik sterke tegenstellingen verwacht, maar dat viel behoorlijk mee. Het verschil zat met name in het feit dat Hiemstra voor de dinsdag een noordoostenwind voorspelde en dus koud weer. Kuipers Munneke voorspelde voor de woensdag een zachte dag met een matige westenwind en hier en daar een bui. Na archiefonderzoek in het KNMI-weeroverzicht bleek uiteindelijk dat het die dinsdag inderdaad erg koud was en de woensdag nat.

Ik was verward. Ik zag geen verschil in betrouwbaarheid en gezien het oerdegelijke karakter van beide weermannen kan ik geen doorslaggevend verschil vinden. Het onderzoek heeft me niets gebracht, Weermannenmonogamie is simpelweg ongrijpbaar. Tegelijkertijd voel ik me een buitenbeetje, want ik ben Weermannenpolygaam. Ook voor het weerbericht geldt: Monogamie, Yay. Polygamie, Nay.

 

Escapisme in het ESC

Frisse tegenzin: Tweede thuis

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als student aan de Radboud Universiteit voel ik me behoorlijk anoniem. Dat is een buitengewoon goed gevoel, want grootschalige anonimiteit vergroot de waarde van de niet anonieme momenten. Het Erasmus Studiecentrum (ESC) is zo'n plek waar ik me niet anoniem voel. Voorheen heette dat het MMS en voor intimi is dat nog steeds zo.

Nu komt het weleens voor dat ik nog voordat het ESC geopend is sta te wachten tot de deur opengaat, alsof het Black Friday is. De baliemedewerkers gunnen mij telkens weer een hartelijk knikje als ik binnenwandel en steevast loop ik naar dezelfde PC. Als iemand mij nodig heeft, loopt men ook direct naar diezelfde plek, want daar hebben zij de grootste kans mij te vinden. Ergens in Nijmegen heb ik een kamer, maar het ESC is mijn echte thuis. Ik ben niet de enige, want iedere dag zijn het precies dezelfde mensen die dezelfde plek in het ESC innemen. Je zou kunnen stellen dat ik samenwoon met mensen waarvan ik de naam niet eens weet. Dat is eigenlijk veel erger dan niet weten wie de overbuurman is. Desondanks blijft het ESC bij uitstek de plek waar ik meer ben dan mijn studentnummer. Hoewel alle medebewoners naamloos zijn, erkennen we elkaar, en zo vormen wij een stil verbond.

Zoals dat ook gaat bij huisgenoten, merk je dat iedereen een andere levensstijl heeft. Mijn territoriuminstinct drijft mij ertoe iedere keer weer dezelfde plek te bemachtigen en dat doen de meesten. Een van de medebewoners doet het anders. Iedere ochtend kiest zij een andere plek. Zij houdt niet vast aan een vaste plek of een vaste computer, maar aan de ruimte in het algemeen. Vloeiend verplaatst ze zich langs alle computers en zorgvuldig strijkt zij neer bij de computer die haar vandaag het meest bekoort. Vol bewondering kijk ik iedere dag weer hoe zij de ruimte naar haar hand weet te zetten, en zich zo als leider van de woongroep ontpopt. Zo gaat het iedere week weer, van maandag tot en met vrijdag.

Studeren is geen pretje en de constante druk om deadlines te halen evenmin. Lange avonden, vroege ochtenden: soms vraag ik me af waarvoor ik het allemaal doe. Iedere ochtend loop ik dan het ESC binnen, en dan weet ik dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Die individuele opdracht is ineens niet zo individueel meer. Mijn ESC-huisgenoten, they have my back.

 

Andere aanpak voor 2018

Frisse tegenzin: Slechte voornemens

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Terwijl iedereen zich onder het genot van zoetgevooisde kerstmuziek aan het voorbereiden is op schandalige overconsumptie tijdens het kerstdiner, is het ook weer tijd om na te denken over de voornemens voor het nieuwe jaar. Stoppen met roken, beginnen met sporten, een paar keer komen opdagen bij college en gezonder eten: het zijn bij veel mensen toch eigenlijk dezelfde voornemens als vorig jaar.

Het is natuurlijk erg demotiverend om ieder jaar te moeten concluderen dat er wederom niets terecht is gekomen van alle goede voornemens. Daarom is het hoog tijd om het eens over een heel andere boeg te gooien. Voor 2018 heb ik dus alleen nog maar slechte voornemens. Ik heb er even over nagedacht en volgens mij kan ik op het einde van 2018 wat positiever terugkijken op hoe het jaar geweest is. 

Mijn belangrijkste voornemen is meer koffie drinken. Ik geloof dat het anatomisch onmogelijk is om mijn koffie-inname te verhogen en dus ook levensbedreigend. Bij voorbaat weet ik al dat dit gaat mislukken (of ik haal het einde van 2018 niet) en ik verkneukel me er nu al over dat ik volgend jaar mag concluderen dat dit slechte voornemen niet is gelukt. Heb ik toch iets goed gedaan. 

Ook heb ik me voorgenomen mijn studie dit jaar niet te halen. Aangezien ik al in een uitloopjaar zit, is dit financieel niet een bijster verstandig idee. Toch is dit een veilige optie, want mocht het zo zijn dat ik het wel af weet te maken, dan mag ik hoe dan ook tevreden zijn. Komt mijn slechte voornemen uit, dan kan ik tenminste zeggen dat ik een van mijn voornemens voor 2018 heb gehaald. Win-win.

Het wordt nog beter wanneer ik begin januari de beste wensen aan mijn familie mag doorgeven. Wanneer die vervelende oom of veel te nieuwsgierige tante vraagt naar de goede voornemens voor 2018, kan ik toch even lelijk uit de hoek komen: "Nou, tante Josefien, ik heb alleen maar slechte voornemens!" Vervolgens neem ik verbeten een hap uit een taaie oliebol en geloof me: tante Josefien zal verdere vragen wijselijk voor zich houden.

Het is bijna jammer dat ik niet eerder aan slechte voornemens heb gedacht, maar beter laat dan nooit. Nu kan het zijn dat de lat voor het nieuwe jaar nogal laag ligt, maar dankzij al deze slechte voornemens zal het in ieder geval een mooi jaar worden. 2018, kom maar op!