Verdwaald in vertaling

Even denken: Liefde voor de moedertaal

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Tekst: Sanne de Kroon

Verdwaald in vertaling
Steeds meer Nederlanders verwaarlozen hun moedertaal. Als Neerlandica vind ik dat maar niks. Je moedertaal voor lief nemen, is namelijk een beetje zoals je ouders voor lief nemen. Als puber doe je dit misschien een tijdje, maar later realiseer je je hoeveel ze eigenlijk voor je hebben gedaan en dat je extreem veel van ze houdt. Misschien zijn ze niet de allerbeste ouders op aarde, maar het zijn wel je ouders. Hetzelfde geldt voor Nederlands. Toon een beetje respect, vriend.

Tegenwoordig is het een legitieme hobby om de Nederlandse en Engelse taal met elkaar te vergelijken. Mensen beweren met passie dat het Engels vele malen mooier klinkt. Bovendien zou er betere literatuur en muziek zijn in deze taal. Over de muziek kan ik kort zijn: aangezien het Engels op dit moment de standaard is in de muziekwereld en een betere kans biedt op een internationale doorbraak, zijn er ook veel Nederlandse of anderstalige artiesten die in het Engels zingen. Goede Nederlandse muziek bestaat echter wel degelijk, je moet alleen iets beter zoeken. Niet iedereen verwaarloost de moedertaal.

Dan de literatuur, daar heb ik een compacte checklist voor. Als je beweert dat er niets goeds wordt geschreven in het Nederlands, controleer dan even of de volgende zaken het geval zijn. 1) Lees je toevallig alleen maar vertalingen? Hoe goed een vertaling ook is, deze kan vaak niet tippen aan het origineel. Er raakt altijd wel iets verloren in de vertaling. 2) Heb je alleen op de middelbare school tegen je zin een aantal boeken gelezen en weet je nu zeker dat er nergens in het gehele Nederlandse taalgebied ook maar één goed boek is dat jou aanstaat? Ja, die legt zichzelf wel uit, hè? Ook hier luidt het advies: beter zoeken. Op het moment wordt er legendarisch veel in het Engels geschreven, maar Nederlandse pareltjes bestaan wel degelijk.


En de klank? Het Nederlands voelt voor ons nou eenmaal wat gewoontjes. Dat is de taal die je gebruikte om de snottebel van je zusje te omschrijven of om de weg te wijzen aan een verdwaald oud vrouwtje. In het Engels is alles nog nieuw en hip en ongerept. Het is de taal van dramatische Netflixseries en de koningin van Engeland. Het is de taal van tovenaars en je favoriete popsterren. Maar laten we nou eens reëel wezen, de Nederlandse taal is er altijd voor je geweest en je zult haar nog vaak genoeg nodig hebben. Laat de taal dus in haar waarde.

 

Redactie
Noem me ornitholoogje

Even denken: Vogelkennis

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Tekst: Sanne de Kroon

Noem me ornitholoogje
Het was een hele normale middag toen ik erachter kwam. Ik zat gewoon op de bank uit het raam te staren bij de ouders van mijn vriend, toen het plots gebeurde. Een roodborstje streek neer op een dun twijgje. 'Kijk', zei mijn vriend, 'datzelfde roodborstje komt hier altijd, nooit een ander.' Ik knikte. 'Ja dat is niet gek', zei ik, 'roodborstjes zijn erg territoriaal.' Hij keek me verward aan. 'Hoe weet jij dat nou?' Ik haalde mijn schouders op en mompelde iets over dat dit hele normale kennis was. Maar was dat wel zo? Al die tijd had ik gedacht een normaal meisje te zijn, maar misschien werd het tijd om te erkennen dat ik een net iets bovengemiddelde kennis heb over vogels. Dat ik een fladderfanaat ben, een ornitholoog in spe, een vogelspotter!

Het was natuurlijk geen geïsoleerd incident, waarop ik mijn theorie baseerde. Eerder al stuitte ik op verbazing bij het vertellen van vogelfeitjes. Zoals bijvoorbeeld toen ik vertelde dat vogels holle botten hebben of dat zwaluwen voor het slapengaan heel hoog de lucht in vliegen en dan gedurende de nacht al slapende naar beneden zweven. Hoe ik aan deze kennis kom weet ik niet, er is vast iets misgegaan in mijn jeugd.

Toen ik in Engeland zat, had ik een Engelsetalige vriendin aan wie ik alles kon vragen. Van de namen van exotische groentes tot aan specifiek bakgereedschap. Alles behalve vogelnamen. En dat terwijl ik in het Nederlands zowat alle vogels kan benoemen die ik tegenkom! Behoren vogelnamen dan niet tot de algemene kennis? Uiteindelijk gaf ze toe dat ze tot een jaar geleden had gedacht dat ooievaars mythologische wezens waren. Dat stelde me gerust. Blijkbaar wist deze persoon gewoon bovengemiddeld weinig over vogels. Maar later begon het toch weer te knagen. Misschien ben ik toch degene die anders is, de vreemde eend in de bijt.

Mijn vriend en ik hadden nog steeds onze aandacht op de achtertuin gericht toen daar plots een nieuwe vogel neerstreek in dezelfde boom. 'Kijk, een Vlaamse gaai!' riep ik enthousiast. 'Een Vlaamse wat?' Oh nee, dacht ik, niet alweer. Gelukkig kwam op dat moment net de moeder van mijn vriend uit de keuken tevoorschijn, die mij bijstond. 'Ja, inderdaad', zei ze, 'dat is een Vlaamse gaai.' Ik zuchtte opgelucht. Eindelijk was er iemand met net zoveel vogelkennis als ik. Misschien was ik zo gek nog niet.

 

Redactie
Wie de broek past trekke hem aan

Even denken: Vrouwenbroeken

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Illustratie: Inge Spoelstra

In mijn tijd als columnist voor ANS heb ik veel wijsheden met jullie kunnen delen. Er is echter één ding dat zelfs mijn petje te boven gaat: vrouwenbroeken. Pas geleden was ik onderweg naar een feestje in mijn favoriete broek, toen de regen ineens met bakken uit de hemel viel. Eenmaal daar aangekomen werd mijn broek een tripje in de droger aangeboden. Nu is dat altijd een risico, maar high risk, high reward, zeg ik altijd. Helaas: mijn zorgvuldig uitgerekte broek ging terug naar de fabrieksinstellingen. Tijd om een nieuwe broek te kopen, besloot ik. Het vooruitzicht boezemde mij angst in.

Samen met mijn zusje betrad ik de eerste winkel, huiverig als overlevenden van een apocalyps die uiteindelijk uit hun schuilkelder tevoorschijn kruipen. Daar werden wij direct overspoeld door onbekende begrippen, afkomstig uit een radioactieve modewereld. Ik heb altijd gedacht dat de opties bestonden uit 'spijkerbroek' of 'gewone broek', maar de nieuwe opties stapelden zich op. Wil je niet liever een corduroy broek, een stretchbroek, een legging, tregging of jegging, een salopette, een superstretchbroek, een culotte of soms een enkellange pull-on broek? Oh en trouwens, blijkbaar zijn joggers nu ook een soort broek, in plaats van zwetende mannen van middelbare leeftijd in een egaal grijs trainingspak. Ik houd het niet meer bij. Dan heb je een type broek gekozen en dan komen de pasvormen. Voor jeans (spijkerbroek mag niet meer) alleen al zijn dat bijvoorbeeld: super soft skinny fit jeans, shaping bootcut regular jeans, mini flare high jeans, vintage slim ankle jeans, push-up jegging – low waist of boyfriend low ripped jeans. Alsof ik weet wat dat allemaal betekent. Dan neem ik een willekeurige stapel broeken mee naar een pashokje, om me vervolgens halverwege een knellende broek te realiseren dat ik niet eens aan de juiste maat hebt gedacht. Terwijl ik me afvraag of ik deze broek ooit nog zal kunnen verlaten, schiet me plots te binnen: 'Wat nou als het brandalarm afgaat?'

Dan, als een godsgeschenk, stuit ik op de perfecte pasvorm: de mom jeans. Dat klinkt als precies wat ik nodig heb. Maar dan! Als ik dichterbij kom, zie ik dat het gaat om een slim mom jeans trashed. Een kapotte dus! Nu is de mode-industrie echt te ver gegaan. Daarom roep ik op tot protest. Het is tijd dat ontwerpers komen met een nieuwe pasvorm, die de kenmerken heeft die meisjes daadwerkelijk verlangen. Het is tijd voor de super soft superstretch mom jeggings met real chocolate chunks en fudge-covered toffee pieces.

 

Redactie
Yogonaise-polonaise

Even denken: Uniek zijn

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Uniek zijn is voor iedereen
Het wordt koud buiten dus het is weer tijd om de filosofische gedachten uit de kast te halen. Zet een kopje thee, start je laptop op en open een (wetenschappelijk) artikel dat je nog moet lezen. Leg eventueel een dekentje over je benen en dan ben je klaar om te beginnen. Disclaimer: je gaat het artikel niet lezen, maar het is belangrijk dat je wel een halfslachtige poging onderneemt om het te lezen. Dat maakt het niet-lezen hier een actieve daad.

Iedereen is steeds maar bezig om zo efficiënt mogelijk te zijn. Je moet vooral niet te veel nadenken, want dat zorgt ervoor dat je minder snel kunt lezen of typen. Maar het is oké om af en toe even afgeleid te raken, misschien bedenk je ineens iets geniaals. Of nog beter: iets totaal onbenulligs. Creativiteit is dat wat ons van dieren onderscheidt. Hoe die creativiteit wordt vormgegeven, maakt niet uit.

Bij het schrijven van, ik zeg maar iets, een column voor de ANS, is het makkelijk om te denken dat je onmogelijk iets unieks kunt schrijven. Ik heb lang gedacht dat alles wat je kunt bedenken, heus al ergens in het universum zal bestaan. Maar is dat wel zo? Inmiddels denk ik hier anders over. Laat het me illustreren met een anekdote uit mijn jeugd.

Op de middelbare school had ik een vriendinnetje dat in de woonkamer van mijn ouders een gek danspasje deed. Toen zei ze: 'Zo, ik was waarschijnlijk de eerste persoon die precies dit op precies deze plek deed.' Ik geloof nog steeds dat ze gelijk had. Wat geldt voor bewegingen, geldt ook voor gedachten. Iedereen is in staat om iets unieks te bedenken.

Toen ik zelf bezig was met het niet-lezen van een artikel, kwam ik bij de volgende gedachte uit: Wat nou als er ergens een sekte bestaat van mensen die zich uitkleden en zich dan insmeren met yogonaise om vervolgens samen de polonaise te doen. Op zich lijkt dit geen bijzonder constructieve gedachte, maar het volstaat om mijn punt te illustreren. Iedereen zal in zijn of haar leven minstens één unieke gedachte hebben. Bij sommige mensen zal deze gedachte leiden tot revolutionaire vernieuwingen en een verbetering van de levensstandaard voor iedere aardbewoner. Bij andere mensen… Ach, wie weet, misschien kun je bij iemand een glimlach op het gezicht toveren. Dat is op zichzelf al waardevol genoeg.

Mijn advies om de sombere winterperiode door te komen is dan ook: denk je gedachten en koester ze. Probeer los te laten dat alles wat je doet nuttig moet zijn, maar sta af en toe stil bij je rare hersenspinsels en bedenk hoe bijzonder je eigenlijk bent.

 

Redactie
Lang verwacht pakketje

Even denken: Verlangen naar PostNL

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Verlangen naar PostNL
Is het je wel eens opgevallen dat interacties tussen jou en pakketbezorgers van PostNL nooit zo betekenisvol zijn als je had verwacht? Ik heb pasgeleden in korte tijd verschillende pakketjes besteld via bol.com. Eentje daarvan was duidelijk te groot voor de brievenbus, wist ik. Dat is wanneer het proces van verlangen begint.

Bij het bevestigingsmailtje van de bestelling zit een track- en trace-code. Je gaat natuurlijk direct naar de website van PostNL om het pakketje te volgen. Daarop staat in eerste instantie een indicatie van een tijd. Tussen acht en elf, bijvoorbeeld. Vanaf dat moment begin je obsessief met het vernieuwen van de pagina. "Nee, het pakketje is nog steeds in het sorteercentrum." Net als je denkt dat de F5-toets het ieder moment kan gaan begeven, verschijnt opeens de verlossende boodschap in beeld: het pakketje is onderweg. Daarmee eindigt de fase van het computerspeurwerk.

De volgende stap is om een comfortabele positie in te nemen op de vensterbank naast je hond. Je houdt met je linkerhand de gordijnen aan de kant, wanneer je moeder roept: 'Nee, niet met je neus tegen het raam, zo komen er vlekken op!' Dan is het moment daar: er komt een busje van PostNL de oprit op rijden. Vrolijk spring je op en ren je naar buiten.

Als je de bezorger ziet staan, fatsoeneer je jezelf nog een beetje. Je wil niet te gretig overkomen. Je outfit is bankhang-chic en je hebt je haren niet geborsteld, maar toch zie je er buitengewoon aantrekkelijk uit. Less is more, weet je wel. Beheerst benader je de bezorger, die het pakketje vastheeft waar jij al jaren over droomt (of eigenlijk pas sinds je het gisteren om half elf bestelde). Je schudt je haren uit je gezicht en knippert verleidelijk met je ogen. De bezorger reikt jou het pakketje aan…

Alles verloopt plots in slow motion. Je begrijpt ineens dat het lot jullie bij elkaar heeft gebracht. Jou, het pakketje, de bezorger. De azuurblauwe ogen van de bezorger vormen een fel contrast tegen zijn oranje PostNL jasje. In zijn sterke mannenhanden draagt hij het pakketje, teder alsof het een pasgeboren baby betreft. Je strekt je armen uit om het in ontvangst te nemen…
Het pakketje wordt in je handen gedrukt en de bezorger loopt terug naar zijn busje. Je hebt niet eens hoeven tekenen! (Die handtekening had je dus ook voor niets geoefend vanochtend.) Wat voor jou een uniek moment was, bleek voor de bezorger slechts een routinehandeling. Je slikt de anticlimax weg en bedankt de bezorger. Hij draait zich nog eens achteloos om en zegt: 'Oké, doei.'

 

Redactie
Een goed begin is het halve werk

Even denken: Opstartproblemen

Opstartproblemen 260x194Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Opstartproblemen
Alle begin is moeilijk, het begin van een collegejaar vormt daarop geen uitzondering. Niets lijkt je te lukken. Het was eerdere jaren al lastig om je vakantieritme van je af te schudden en het helpt niet dat de RU er dit jaar voor gekozen heeft om de colleges een kwartier vroeger te laten beginnen. Vooralsnog weiger je om je wekker eerder te zetten, met de nodige gevolgen van dien. Als je bijvoorbeeld met je slaapdronken hoofd 's ochtends probeert een boterham te smeren met speculoospasta, laat je deze steevast ondersteboven op een stoffen stoel vallen. Je hoopt dat je huisgenootjes de ANS niet lezen.

Ook je planning is nog een chaos. Je hebt allerlei colleges, gaat vol goede moed naar de sportschool en probeert daarnaast allerlei extracurriculaire activiteiten in de lucht te houden. Daardoor word je er weer aan herinnerd hoe slecht je eigenlijk bent in jongleren. Op sommige dagen denk je er pas tegen middernacht aan dat douchen ook nog een ding is. Even twijfel je of het niet te laat is daarvoor, maar dan besluit je dat het nog prima kan. Zoveel geluid maakt dat niet. Je hebt alleen nog nooit zo heftig "Mambo No. 5" in je hoofd gehad. De tekst ken je niet zo goed, maar hetgeen wat jij ter plekke in elkaar flanst klinkt eigenlijk veel beter dan het origineel. Dat weet je vrij zeker. Je kunt altijd nog singer-songwriter worden als die studie van je niks wordt.

Na een lange eerste week besluit je in het weekend je ouders te bezoeken. Je verwacht dat ze je sprankelende aanwezigheid zo gemist hebben dat ze allebei klaar zullen staan om je van het station te halen, met minstens een extra broertje of zusje. Ze hebben echter een scala aan feestjes en uitjes gepland staan dat weekend en hebben geen tijd om je op te halen. Zelfs de hond is niet onder de indruk van je spectaculaire thuiskomst. Hij staat niet eens op van zijn vaste plek op de bank, maar tilt enkel kort een oor op. Je zucht en besluit het beestje toch maar te gaan aaien.

 

Redactie
Mediteren in de bus

Even Denken: Megabus

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Mediteren? Doe mij maar Megabus
Je kent het vast: je bent hip en jong en probeert jezelf te vinden. Als je het je kunt veroorloven, maak je een wereldreis. Het liefst in Zuidoost-Azië, als het even kan. Maar, als je dat allemaal niet kunt betalen, dan zijn er voor jou nog andere opties hoor. Neem eens een nieuwe hobby. Wat dacht je van tuinieren? Je kunt je eigen moestuintje beginnen, om weer in contact te komen met de natuur.

Of wat dacht je van mediteren? Daar heb je helemaal niets voor nodig! Dan moet het je natuurlijk wel lukken om je hoofd stil te krijgen. De kans is groot dat je tijdens de eerste pogingen blijft denken aan hoe de vogels waarschijnlijk je tuinkers aan het vernielen zijn (wat je daarmee aan moest wist je eigenlijk toch al niet). Dat is niet erg, ook voor jou bestaat er passende zelfhulp.

In een poging om mijn bestaan wat meer inhoud te geven, ging ik naar Engeland als buitenlandse student. Daar ontdekte ik geheel onverwachts de zelfhulp die nou echt bij mij paste, Megabus! Dat werkt als een tierelier. Het concept is simpel: voor extreem lage prijzen kun je extreem lange busreizen maken. Zo reisde ik zelf van Sheffield naar Londen, een ritje dat ongeveer vier uur duurde. Als je op tijd bent met boeken, kun je deze reis maken voor minder dan vijf pond. Wat staat jou dan nog in de weg om de beste versie van jezelf te worden?

Het is begrijpelijk dat je sceptisch bent, maar denk even met me mee. Stel je voor: je zit vier uur in de bus, zonder pauze. Al die tijd moet je stil blijven zitten en liefst niet de wc in de bus gebruiken. Je trekt je schoenen maar alvast uit en doet een zachte trui aan. Je richt de airco boven je precies op dat punt waar je er geen last van hebt, maar je wel verkoeld wordt. Op dat moment ben je je plotseling hyperbewust van je eigen lichaam en je weet niet waar je het moet laten. Al je medepassagiers slapen, je vraagt je af hoe.

Maar dan, na anderhalf uur begin jij het ook te voelen. Je begrijpt ineens hoe je lichaam werkt en begint langzaam comfortabel te worden. Je vindt je innerlijke zelf, knoopt even kort een gesprekje aan en legt dan je hoofd op de schouder van je medepassagier. Wanneer de bus uiteindelijk hortend en stotend op locatie aankomt, dan voel je je helemaal zen.

 

Redactie