Fietsen door Engeland

Anna in Engeland: Bijna thuis

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Het is juni en in Engeland is het semester dan ook echt afgelopen. Het wordt steeds stiller in de stad. Het weer voldoet in elk geval aan het stereotype van een Britse zomer: koud en regenachtig. Met vijftien graden en regen lijkt het eerder het vroege voorjaar te zijn dan de eerste zomermaand. Tussen de buien door probeer ik mijn tijd goed te gebruiken om nog wat te reizen voordat ik per boot het land verlaat en weer terugkeer naar het mooie Nijmegen.  

Als typische Nederlander heb ik, tot verbazing van mijn omgeving hier, een fiets meegenomen uit Nederland. Op de oude racefiets van mijn vader fiets ik van dorpje naar dorpje door het idyllische Engelse platteland. Alhoewel, idyllisch is het idee dat ik ervan had voordat ik eraan begon. Hoewel de dorpjes zelf zeker iets romantisch hebben, zou ik de weg ernaar toe niet zo beschrijven. Om te beginnen kent Engeland bij lange na niet de goede en uitgebreide fietsinfrastructuur die wij in Nederland hebben. Met het aanleggen van fietspaden zijn de Britten, in tegenstelling tot met veel andere dingen, behoorlijk zuinig geweest. Naïef als ik was besloot ik op weg naar een dorpje te vertrouwen op de fietsfunctie van Google Maps, waardoor ik uiteindelijk op een 80 km/u landweg belandde. Dit leidde niet alleen tot enig ongemak van mijn kant, terwijl ik fietsend zonder helm voorbij werd gescheurd door bussen en vrachtwagens, maar ook tot frustratie van automobilisten die net achter mij beland raakten in een onoverzichtelijke bocht. Tot dusver het mooie Engelse landschap. Mijn ontspannen fietstochtje leek veranderd te zijn in een zelfmoordmissie. Ik had het kunnen weten: 'never trust Google'.

Niet alleen het gebrek aan fietspaden doet afbreuk aan de schoonheid van het Engelse platteland. Wat misschien nog wel storender is, is de hoeveelheid afval in de bermen langs de weg. Tussen de prachtige klaprozen, fluitenkruid en boterbloemetjes, ligt het langs de weg vol met plastic flesjes en fastfood verpakkingen. Waar in de supermarkten en coffeeshops zoveel moeite wordt gedaan om plastic verpakkingen te verminderen en je zelfs wordt gevraagd om je eigen koffiemok mee te nemen voor je take-away, lijkt het milieubeleid hierin  beperkt. De opkomst en prominente aanwezigheid van Extinction Rebellion die ik twee maanden geleden in Londen zag, verbaast me na dit gezien te hebben dan ook zeker niet meer. Het lijkt alsof de Britse politiek is opgeslokt door de hele crisis rondom Brexit waardoor er nog weinig aandacht is voor andere onderwerpen.

Anders dan verwacht zal, wanneer ik over een paar weken dit land verlaat, dit land nog steeds deel uitmaken van de Europese Unie. Sinds het Verenigd Koninkrijk in april opnieuw uitstel kreeg is het redelijk stil in de media. Waarschijnlijk zal de spanning gedurende de komende paar maanden weer stijgen, nu Theresa May heeft aangekondigd af te treden en het land op zoek is naar een nieuwe premier. Haar waarschijnlijke opvolger? Zoals het er nu naar uitziet is dat Boris Johnson, in verschillende Europese media ook wel bekend als de mini-Trump. Afgelopen week grapte mijn vader al dat hij een plan om mij te evacueren in werking heeft gesteld: het land per boot verlaten over een paar weken.   

 

Redactie
Dubbel heimwee

Anna in Engeland: Time flies

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

'Time flies by when you're having fun', en al helemaal als je het ook nog eens heel drukt hebt. Vier maanden geleden kwam ik aan in Lincoln. Aan de ene kant voelt het als de dag van gisteren, maar tegelijkertijd ook weer als een eeuwigheid geleden. Er is in de tussentijd zoveel gebeurd. Het semester loopt hier op zijn eind en terwijl ik de laatste opdrachten inlever, vertrekken de eerste uitwisselingsstudenten alweer terug naar hun eigen land. Ik ben hier gelukkig nog twee maanden om rustig alles af te maken. Daarnaast ga ik die tijd goed gebruiken om nog wat rond te reizen en zo nog te kunnen genieten van de Britse cultuur.

Niet alleen de uitwisselingsstudenten, maar ook steeds meer Engelse studenten beginnen de stad te verlaten nu het semester aan zijn einde komt. Hieraan kan ik merken dat het studentenleven in het Verenigd Koninkrijk toch beduidend anders is dan in Nederland. Waar je in Nederland als je eenmaal op kamers gaat, ook echt op kamers blijft, wonen Britse studenten tijdens de zomer gedurende een paar maanden weer bij hun ouders. Ook zodra ze afstuderen gaan ze vaak weer (tijdelijk) bij hun ouders wonen. Heel begrijpelijk als je kijkt naar de huurprijzen hier, maar zelf zou ik er niet aan moeten denken. Als je eenmaal gewend bent om op jezelf te wonen lijkt het mij een behoorlijke uitdaging om weer rekening te moeten houden met een hele familie in huis. Kortom, Lincoln begint langzaamaan leeg te lopen en schijnt een behoorlijke 'ghosttown' te worden zodra alle studenten naar huis zijn.

Hoewel het nog twee maanden duurt voordat ik weer naar huis ga, betrap ik mezelf erop dat ik af en toe al terugdenk aan mijn tijd hier. Hoe deze tot nu toe is verlopen, wat er terecht gekomen is van mijn soms toch wat irrealistische doelen en verwachtingen. Zo heb ik ondertussen de hoop op dat prachtige Britse accent wel opgegeven. Want ten eerste, wat is een Brits accent? Zoals ik in mijn column van maart al aangaf hebben ze hier om de twintig kilometer wel weer een ander. Daarnaast heb ik studenten om mij heen uit zoveel verschillende landen, dat mijn accent nu eerder een rare mengeling van Brits, Amerikaans, Nederlands en Italiaans lijkt te zijn. Ach, wat maakt het ook uit, als mensen me maar verstaan.

Ik kijk niet alleen terug op mijn tijd in Engeland, maar ik begin ook al een beetje vooruit te kijken naar mijn terugkeer in Nederland. Hoewel ik aan de ene kant best wel weer zin heb om terug naar huis te gaan, vind ik het ook wel eng. Ik heb het gevoel dat ik in een soort limbo beland ben. Doordat ik hier maar een half jaar woon, is er niet echt sprake van integratie. Je weet immers dat het voor een korte periode is, je weer naar huis gaat en de mensen om je heen weten dat ook. Echte relaties met mensen ga je niet aan. Maar een paar weken geleden bekroop mij opeens de angst of ik straks nog wel in mijn vertrouwde omgeving pas. Ik kijk er zo naar uit om weer terug te gaan naar mijn vrienden en familie, maar is die omgeving nog wel zo vertrouwd tegen die tijd als dat ik mij voorstel? Of ben ik door dat half jaar weg eigenlijk best wel vervreemd van mijn leefomgeving?

 

Redactie
Benauwend klein stadje

Anna in Engeland: Halverwege

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Drie maanden zitten erop, nog drie maanden te gaan totdat ik weer terug keer naar het mooie Nijmegen. Afgelopen maand had het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie moeten verlaten, in de afgelopen twee weken is dit ondertussen al twee keer uitgesteld. De Brexit begint aardig te vervelen en ik ben geneigd om mijn voornemen om de ontwikkelingen op de voet te volgen op te geven.

Na de eerste periode van ongeremd enthousiasme over alle nieuwe ervaringen en indrukken, krijg ik ondertussen stiekem toch wel een beetje heimwee naar het leven in een Nederland. Het is enigszins bizar om te ervaren dat ik dingen mis zoals ontbijtkoek en Fries roggebrood, dingen die ik zelden eet thuis. Maar nu ik er niet meer zomaar aan kan komen, is het opeens een gemis. Gelukkig hebben mijn vrienden mij niet laten vertrekken zonder een goede voorraad hagelslag.

Lincoln is een kleine plaats met de helft van de inwoners van Nijmegen en ligt midden in het Engelse platteland. Bij het kiezen van een plaats om te studeren was dit voor mij één van de dingen die deze stad zo aantrekkelijk maakte. Als geboren en getogen stadsmeisje was ik benieuwd hoe het leven in 'the countryside' mij zou bevallen. Ik keek uit naar de rustieke omgeving met de schattige kleine dorpjes waar Engeland bekend om staat. Na drie maanden merk ik echter dat ik al behoorlijke afkickverschijnselen krijg en terugverlang naar het leven in de grote stad. Hoewel Lincoln voorziet in voldoende basisvoorzieningen en de nodige winkels heeft, begint het mij benauwend klein te worden. Niet alleen omdat de stad zelf klein is, maar vooral omdat er verder ook niks in de wijde omtrek is. Waar je in Nederland overal binnen no-time in een grote stad bent met het openbaar vervoer, kost het mij hier minstens een uur om in een grotere stad dan Lincoln terecht te komen. Een weekend in het bruisende Londen was een verademing en ik ervaarde een soort heimwee naar de hoofdstad toen ik na het weekend weer terug keerde in het bescheiden Lincoln.

Hoewel de stad zelf mij te klein begint te worden en een deel van mij uitkijkt om naar huis te gaan, is het tegenovergestelde het geval als het gaat om de universiteit. Met hetzelfde geboortejaar als ik is de Universiteit van Lincoln nog een jonkie in Groot-Brittannië vergeleken met de oude en prestigieuze universiteiten zoals Oxford en Cambridge. Hoewel het veel studenten een droom lijkt om aan één van deze universiteiten te studeren, bevalt mij de universiteit hier juist heel goed. Haar leeftijd lijkt zeker de kwaliteit van het onderwijs niet af te doen. In kleine groepen krijgen de studenten hier geen geen waterval van informatie over zich heen gestort, maar worden echt betrokken in de colleges. De docenten werken niet schools een rijtje vragen af, maar proberen zo goed mogelijk aan te sturen op een interactieve discussie. Daarnaast sta ik perplex van de hoeveelheid hulp die docenten hier aanbieden, aangezien ik bij Kunstgeschiedenis gewend ben om het allemaal zelf uit te zoeken. Maar ja, voor meer dan tienduizend euro collegegeld per jaar mag je die intensieve begeleiding ook wel verwachten.

 

Redactie
Aanpassen aan anderen

Anna in Engeland: Typisch Nederlands?

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Eindelijk is het dan maart. Een maand waar ik vreemd genoeg naar heb uitgekeken. Al sinds ver voor mijn vertrek verwacht ik dat dit de meest turbulente maand van mijn verblijf zal worden. Momenteel staat op de planning dat het Verenigd Koninkrijk op 29 maart de Europese Unie verlaat. Hoewel ik hier zeker geen voorstander van ben, ben ik stiekem wel razend benieuwd wat ik ervan ga merken.

Na twee maanden in Engeland lijk ik aardig gewend te zijn aan het leven hier. Eigenlijk gaat dat best snel. Net zoals in Nederland kom je vanzelf in een ritme van studie en/of werk, sport, afspreken met vrienden en ga zo maar door. Toch was mijn start van de studie hier zeker niet vlekkeloos. Om de situatie te schetsen: je zit in college, keurig voorbereid met de opgegeven literatuur voor je. De docent begint aan zijn college en je begrijpt er helemaal niks van. Niet omdat het onderwerp te moeilijk is of omdat je niet goed voorbereid bent. Je verstaat simpelweg de docent en je medestudenten niet. Rationeel weet je dat ze Engels spreken, maar het lukt je niet om er wat van te maken. Doordat Lincoln in het midden van Engeland ligt, wonen hier studenten uit alle windstreken van het Verenigd Koninkrijk. Kortom, een heel scala aan verschillende accenten waar je aan moet wennen.

Gelukkig heb ik als Nederlandse een redelijk goed aanpassingsvermogen. Ik begin me langzaamaan echt te realiseren dat bepaalde eigenschappen die je hebt worden beïnvloed door het land of de omgeving waarin je woont. Zo is het voor Nederlanders heel normaal dat je minstens één vreemde taal beheerst. Maar dit is zeker niet vanzelfsprekend voor iedereen. Als ik vertel dat ik op school naast Engels ook verplicht Duits en Frans moest leren word ik enigszins ongelovig aangestaard. Met maximaal twee of drie uur rijden staan wij al in een ander land met een andere cultuur en taal. Als kleine bevolkingsgroep passen wij ons waar we ook gaan constant aan, dat zijn we gewend.

Dit betekent natuurlijk niet dat Nederlanders geen eigen identiteit hebben. Ik heb mezelf overigens nooit beschouwd als een typische Nederlander. Onze geliefde koningin sprak immers de fameuze woorden: 'De Nederlander bestaat niet'. Toch ben ik de afgelopen twee maanden geconfronteerd met het feit dat ik toch wel degelijk karakteristieken heb ik die als typisch Nederlands worden gezien. Overduidelijk is natuurlijk mijn uiterlijk: blond, blauwe ogen en relatief lang. Maar mijn meest prominent aanwezige Nederlandse eigenschap is misschien wel mijn manier van uitdrukken: direct en duidelijk. Of 'blunt' zoals ze het hier noemen. Sommigen kunnen het wel waarderen, maar over het algemeen reageren mensen vrij verbaasd of schrikken er zelfs een beetje van. Op dit gebied valt dan ook nog te werken aan mijn aanpassingsvermogen.

Met de Brexit op komst ben ik benieuwd wat de aankomende paar weken voor mij in petto hebben. Toch is dit geen veelbesproken onderwerp, zeker niet met Britten. Hoewel een enkele politicologiestudent graag met je in discussie gaat, hoef je eigenlijk geen poging te doen om er tegen een Engelsman over te beginnen. Als het toch ter sprake komt, gaat dit met veel gezucht en gesteun. Het is niet alleen een beladen en gevoelig onderwerp, maar mensen zijn er klaar mee. Klaar met de Brexit en met het politieke gekonkel van de afgelopen tweeëneenhalf jaar. Tussen de spannende momenten door, zoals stemmingen in het parlement, is er dan ook vooral sprake van een soort onverschilligheid: 'Let's get it over with'.

 

 

Redactie
Afscheid in tranen

Anna in Engeland: De eerste indruk

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Daar sta ik dan op de parkeerplaats van een hotel in Lincoln mijn ouders uit te zwaaien, terwijl ik de tranen van het afscheid uit mijn gezicht veeg. Ik woon al vier jaar niet meer thuis, maar het is toch een raar idee dat ik ze een half jaar niet zal zien. Hoe vaak je ook gehoord hebt dat studeren in het buitenland een ontzettend gave ervaring is, de eerste paar dagen zijn vooral ontzettend spannend en eng.

Wonen in Groot-Brittannië is even wennen. Hoewel ik het een fantastisch land vind, vraagt het alledaagse leven wel om het nodige aanpassingsvermogen. De mensen hier zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, maar ook eigenwijs. Alles wordt net even anders gedaan dan op het Europese vasteland. Zo weet iedereen wel dat ze hier aan de linkerkant van de weg lopen en rijden. Dit klinkt niet zo ingewikkeld, maar wacht maar tot je de straat over moet steken. Elke keer weer sta ik te denken: 'Van welke kant komt het verkeer nou?' Daarnaast verontschuldigen ze zich voor alles (en dan bedoel ik ook letterlijk alles) en blijkbaar is het ook normaal om om 10 uur 's ochtends je 'full English breakfast' weg te spoelen met een pint bier.

Toch is dit voor mij als (kunst)geschiedenisstudent de perfecte plek om te studeren. Lincoln is gelegen op een heuvel die al zeker tweeduizend jaar bewoond wordt. De prachtige middeleeuwse kathedraal midden in het oude centrum torent uit boven de rest van de stad. Lincoln zelf ademt geschiedenis. Maar wat mijn verblijf juist in deze tijd nog interessanter maakt, is dat ik in Engeland ben terwijl hier geschiedenis wordt geschreven. Zoals het er nu naar uitziet zal Groot-Brittannië op 29 maart de Europese Unie verlaten. Ik ben net een paar dagen in Lincoln als het Britse parlement de voorgestelde deal met de EU massaal wegstemt. De spanning hangt voelbaar in de lucht.

Groot-Brittannië is extreem verdeeld als het gaat om de Brexit en ook in Lincoln is het een gevoelig onderwerp om over te beginnen. Veel studenten zijn tegen het vertrek uit de EU, terwijl de 'locals' er grotendeels een andere mening op na houden. Ergens kan ik de ontevredenheid van de Engelsen wel begrijpen. Terwijl Lincoln's oude centrum de trots van de stad is, kent deze plaats ook zeker haar minder mooie kanten. Tot het einde van de twintigste eeuw was Lincoln een stad met veel zware industrie. Die is inmiddels verdwenen, maar een groot deel van de bevolking bestaat nog steeds uit arbeiders door de nabijgelegen Siemensfabriek. Het gemiddelde uurloon van een fabrieksarbeider is hier nog geen acht pond. Even ter vergelijking: voor een kop koffie betaal je hier makkelijk 2,50 pond. Dat is bijna drie euro. Rondkomen is dus voor een deel van de inwoners een behoorlijke uitdaging.

Dat het leven in Lincoln niet voor iedereen makkelijk is, is dan ook heel goed zichtbaar op straat aan het grote aantal daklozen. Ik praat erover met één van de Italiaanse uitwisselingsstudenten. Ook zij verbaast zich erover. Als we hierover een opmerking maken tegen een Engelse student reageert hij haast laks en haalt hij zijn schouders op: 'Tja, het zijn allemaal drugsverslaafden.' Het is duidelijk dat dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is. Ik vraag me af of ik er zo makkelijk aan zal wennen gedurende de komende maanden.

 

 

 

 

 

 

 

Redactie