Anna in Engeland: Halverwege

Redactie
Benauwend klein stadje

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Drie maanden zitten erop, nog drie maanden te gaan totdat ik weer terug keer naar het mooie Nijmegen. Afgelopen maand had het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie moeten verlaten, in de afgelopen twee weken is dit ondertussen al twee keer uitgesteld. De Brexit begint aardig te vervelen en ik ben geneigd om mijn voornemen om de ontwikkelingen op de voet te volgen op te geven.

Na de eerste periode van ongeremd enthousiasme over alle nieuwe ervaringen en indrukken, krijg ik ondertussen stiekem toch wel een beetje heimwee naar het leven in een Nederland. Het is enigszins bizar om te ervaren dat ik dingen mis zoals ontbijtkoek en Fries roggebrood, dingen die ik zelden eet thuis. Maar nu ik er niet meer zomaar aan kan komen, is het opeens een gemis. Gelukkig hebben mijn vrienden mij niet laten vertrekken zonder een goede voorraad hagelslag.

Lincoln is een kleine plaats met de helft van de inwoners van Nijmegen en ligt midden in het Engelse platteland. Bij het kiezen van een plaats om te studeren was dit voor mij één van de dingen die deze stad zo aantrekkelijk maakte. Als geboren en getogen stadsmeisje was ik benieuwd hoe het leven in 'the countryside' mij zou bevallen. Ik keek uit naar de rustieke omgeving met de schattige kleine dorpjes waar Engeland bekend om staat. Na drie maanden merk ik echter dat ik al behoorlijke afkickverschijnselen krijg en terugverlang naar het leven in de grote stad. Hoewel Lincoln voorziet in voldoende basisvoorzieningen en de nodige winkels heeft, begint het mij benauwend klein te worden. Niet alleen omdat de stad zelf klein is, maar vooral omdat er verder ook niks in de wijde omtrek is. Waar je in Nederland overal binnen no-time in een grote stad bent met het openbaar vervoer, kost het mij hier minstens een uur om in een grotere stad dan Lincoln terecht te komen. Een weekend in het bruisende Londen was een verademing en ik ervaarde een soort heimwee naar de hoofdstad toen ik na het weekend weer terug keerde in het bescheiden Lincoln.

Hoewel de stad zelf mij te klein begint te worden en een deel van mij uitkijkt om naar huis te gaan, is het tegenovergestelde het geval als het gaat om de universiteit. Met hetzelfde geboortejaar als ik is de Universiteit van Lincoln nog een jonkie in Groot-Brittannië vergeleken met de oude en prestigieuze universiteiten zoals Oxford en Cambridge. Hoewel het veel studenten een droom lijkt om aan één van deze universiteiten te studeren, bevalt mij de universiteit hier juist heel goed. Haar leeftijd lijkt zeker de kwaliteit van het onderwijs niet af te doen. In kleine groepen krijgen de studenten hier geen geen waterval van informatie over zich heen gestort, maar worden echt betrokken in de colleges. De docenten werken niet schools een rijtje vragen af, maar proberen zo goed mogelijk aan te sturen op een interactieve discussie. Daarnaast sta ik perplex van de hoeveelheid hulp die docenten hier aanbieden, aangezien ik bij Kunstgeschiedenis gewend ben om het allemaal zelf uit te zoeken. Maar ja, voor meer dan tienduizend euro collegegeld per jaar mag je die intensieve begeleiding ook wel verwachten.