Wankele werkelijkheid

Redactie

In het nieuwe boek van de in Nijmegen geboren schrijver Niña Weijers is niets wat het lijkt. Personages veranderen van gedaante, werkelijkheid loopt over in fictie en een duidelijke verhaallijn is er niet. 'Ik snap dat mijn roman frustrerend kan zijn voor een lezer, maar ik wilde mezelf uitdagen.'

Tekst: Julia Mars
Foto: Mark van Doorn

niña weijers 700x

In een druk café in Amsterdam, waar de muziek zo hard staat dat een gesprek voeren bijna onmogelijk is, is schrijver Niña Weijers vijf minuten voor de afgesproken tijd van het interview nog diep in gesprek met een andere journalist. Over haar nieuwe roman, Kamers, antikamers, valt veel te bespreken. 'Als schrijver vind ik het interessant om af te tasten hoe je een boek kunt schrijven dat afwijkt van de geijkte ideeën over wat literatuur moet zijn', vertelt ze er later over. Weijers staat bekend om haar experimentele schrijfstijl. In 2015 stelde ze in haar debuutroman, De consequenties, haar lezers op de proef met kunst, filosofie en levensvragen. Ze werd er dubbel voor beloond: het leverde haar zowel de Gouden Uil publieksprijs als de Anton Wachtersprijs op.

Ook haar nieuwe boek is niet makkelijk om te lezen. Kamers, antikamers draait om een naamloze vrouw, die bezig is met het schrijven van een boek. Nadat ze haar relatie met een man verbreekt, wordt ze heftig verliefd op haar beste vriendin M. Het verhaal is doorweven met een serie alternatieve verhalen, die stuk voor stuk beschrijven hoe het leven van de vrouw eruit had gezien als ze andere keuzes had gemaakt. Weijers laat herinneringen, gevolgen van alternatieve keuzes en verzonnen gebeurtenissen naadloos in elkaar overlopen en neemt de lezer zo mee in een zoektocht naar werkelijkheid.

Met hetzelfde gemak waarmee ze deze gebeurtenissen in elkaar laat overvloeien, stapt Weijers van het ene interview in het andere. Ze aait haar hondje, dat de hele tijd al op haarschoot heeft liggen slapen, nog eens over de kop en om dekeel te smeren bestelt ze een cola. 'Zo', zegt ze. 'Laten we beginnen.'

Anonieme personages, een verhaallijn die alle kanten uit gaat en wankele werkelijkheden: op het eerste oog lijkt er geen touw aan je nieuwe roman vast te knopen. Was dat ook je bedoeling?
'Ja. Mijn vorige boek was al niet zo traditioneel, en deze nog minder. Het verhaal is heel anders dan bijvoorbeeld een thriller, waarbij alles altijd een bevredigend einde heeft. Alleraadsels zijn opgelost en de dader is gevonden: als je het boek dichtslaat hoef je er nooit meer aan te denken. 'Ik wil een lezer juist wel aan het denken zetten. Het is voor mij dan ook een groot compliment als mensen zeggen: "Ik heb het boek gelezen, maar ik moet er nog even over nadenken". Juist die discussie over wat een boek nu precies is, vind ik prettig.'

Hoe probeer je die discussie op te wekken in je roman?
'Ik speel met wat de lezer denkt te gaan lezen en met wat hij daadwerkelijk te lezen krijgt. In één hoofdstuk is M. bijvoorbeeld niet de vriendin van de hoofdpersoon, maar haar mannelijke psychiater. Er zitten verschillende werkelijkheden in de roman, verschillende niveaus van fictie. In het begin van het boek staat: een situatie vormt je als mens. Ik heb geprobeerd deze gedachte te verwerken in het boek: wie je tegenover je krijgt, bepaalt hoe je bent of wordt.'

Waar komt het idee voor je boek vandaan?
'Wat een moeilijke vraag… Het idee voor een boek ligt vantevoren niet vast. Het schrijfproces is heel anders dan bijbijvoorbeeld een journalistiek stuk. Je schrijft niet vanuit een harde onderzoeksvraag. Schrijven en denken lopen voor mij synchroon: het is een zoektocht naar iets begrijpen. Dat "iets" wat ik wil begrijpen is niet iets wat ik lukraak verzin. Vaak zijn het vragen waar ik zelf mee zit. Ik ben nu dertig en zit op een punt waarop ik vaak nadenk hoe mijn leven anders had kunnen lopen als ik andere keuzes had gemaakt. Was ik met bepaalde relaties verder gegaan, dan had ik nu waarschijnlijk wel een kind gehad, bijvoorbeeld.'

Je deelt zo een best persoonlijke gedachte met je lezers. Ben je niet bang dat ze het anders opvatten dan je bedoelt?
'Als je iets hebt geschreven, hebben mensen altijd hun eigen interpretatie van je verhaal. Ik vind het juist leuk om deze verschillende interpretaties terug te horen. Dus ook als iemand zegt: "ik kan helemaal niets met dit verhaal". 'Wat mij altijd aantrekt aan een boek, is als een verhaal je kennis laat maken met iemands geest. Als je kunt ervaren hoe iemand de wereld interpreteert. Zelf ben ik bijvoorbeeld groot fan van Charlotte Mutsaers. Ik ken geen geest die zo werkt als die van haar. Juist dat intieme, het kennismaken met iemands persoonlijke gedachtes, geeft voor mij meerwaarde aan het lezen van een verhaal.'

Je kiest bewust voor een minder traditionele schrijfstijl. Denk je niet dat dat lezers afschrikt?
'Er worden ontzettend veel romans geschreven. De zoektocht naar hoe je zelf iets kunt toevoegen aan wat er al is, maakt schrijven voor mij leuk en uitdagend. Tegelijkertijd begrijp ik dat ik daarmee best wel wat vraag van een lezer. Ik verwacht van hem dat hij zich losmaakt van hoe een klassiek verhaal eruit ziet. Aan de ene kant wil ik de lezer uitdagen, maar aan de andere kant moet ik wel genoeg houvast geven om het verhaal te nog te kunnen begrijpen. Dat is voor mij een uitdaging.'

Heb je altijd al zo’n minder traditionele stijl gehad?
'Zeker niet. Toen ik net klaar was met mijn studie Literatuurwetenschappen, schreef ik korte verhalen. Als ik die nu zou teruglezen, dan zou ik ze waarschijnlijk heel theoretisch vinden. Literatuurwetenschappen is een hele theoretische studie, je leert een verhaal te analyseren op verschillende technieken. In mijn korte verhalen probeerde ik dan ook heel erg vanuit een vaststaand idee te werken. Door veel te oefenen met schrijven ben ik erachter gekomen dat je deze theorieën en technieken juist los moet laten om tot een goed verhaal te komen. Dus in plaats van dat je van tevoren iets helemaal uitdenkt, komt een idee vaak van onderaf.'

Maar hoe weet je dan wanneer een verhaal echt af is?
'Goeie vraag. Dat weet je misschien wel nooit. Je zou eeuwig verder kunnen met een boek. W. F. Hermans deed dat bijvoorbeeld. Bij elke hernieuwde druk veranderde hij nog allerlei dingen aan zijn roman. Ik kies er bewust voor omdat niet te doen. Op een gegeven moment moet je een boek gewoon loslaten. Je moet dan vrede sluiten met de gedachte dat het boek het beste is wat je er op dat moment van kan maken. In een volgend boek kun je weer een nieuwe stap zetten.'