Interview animator Floor Adams

Animaties met een hoger doel

Van 3 tot en met 7 april vindt in Nijmegen de 11e editie van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen plaats. Tijdens het festival gaat Mind My Mind, de nieuwe film van de Nijmeegse Floor Adams, in Nederland in première als onderdeel van de Dutch Competition. De film, die op het Brusselse ANIMA filmfestival de publieksprijs binnensleepte, gaat over de autistische Chris en hoe het anders werken van zijn brein zijn leven en liefdesleven affecteert. 'Ik vind het heel mooi iets te hebben gemaakt dat een doel dient, dat het meer is dan alleen voor de consumptie.'

Tekst: Zander Evenberg
Foto's: David van Haren
Illustraties: Afbeeldingen uit Mind My Mind

FloorAdams 750x

'Zijn jullie hier voor mij?' vraagt een opgewekte Floor Adams ons, terwijl we zittend op een bankje in de zon aan het wachten zijn. Even later leidt Adams ons naar het bedrijfspand waar haar studio zich bevindt. In de geur van verse baksels, 'hieronder zit een bakkerij', nemen we plaats in het ietwat rommelige kantoor met uitzicht op de Waal waar Adams de afgelopen jaren aan haar nieuwste project heeft gewerkt.

Animatie ambities
Van jongs af aan wilde Adams al iets met animatie doen. Dus toen ze tijdens haar studie creatieve therapie las dat Disney een studio had geopend in Parijs voor de productie van De Klokkenluider van de Notre Dame en daar nog mensen zocht, besloot ze een brief te schrijven. 'Ik kreeg een brief terug met "Dank u wel voor uw interesse en dit zijn de functies waarop u kan solliciteren." En de vraag of ik bereid was te verhuizen naar Burbank of Parijs. Ik dacht "Ho wacht even, misschien over een paar jaar"', vertelt Adams lachend. Hoewel de ambitie om voor Disney te werken tijdelijk bleek, was de interesse in animatie dat niet. Dus besloot Adams om na haar opleiding Creatieve Therapie parttime aan de kunstacademie te gaan studeren. 'Maar', legt ze uit, 'ik studeerde vrije kunst, dat was helemaal geen animatieopleiding. Toen ben ik naast de reguliere vakken als tekenen en schilderen animaties gaan maken. Na een paar jaar kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet op deze school moest blijven als ik hier beter in wilde worden. Daarom ben ik een half jaar naar Gent gegaan.' Als Erasmusstudent aan de Gentse animatieopleiding kreeg Adams de smaak te pakken: 'Die mensen zaten allemaal in het donker te werken achter de lichtbakken en dachten echt: "Oh nóg een klus; ik moet wéér een lopend figuur animeren." Terwijl ik dacht: "Ja! Lopend figuur animeren! Nu kan ik echt leren hoe het moet."' 

MindMyMind700x1

Aanvankelijk kwam het werken in de kunstwereld niet van de grond. 'Ik werkte toen nog parttime in de zorg en in mijn optiek kan je geen goede ondernemer worden wanneer je het er een beetje naast doet. Dus besloot ik te stoppen in de zorg en me volledig op het animeren te storten.' Dit bleek een goede keuze: met opdrachten van Zembla, gemeentes en musea begon het balletje te rollen. 'Toen ben ik echt de wereld in gestapt en durfde ik steeds meer te zeggen "Hier ben ik en dit is wat ik doe". Dat is nu twaalf jaar geleden.' Adams' eerste jaren als animator bestonden vooral uit opdrachtwerk, maar na de financiering voor een eigen film stopte ze daar compleet mee.

'Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn.'

Een realistisch beeld van autisme
'Het idee voor Mind My Mind is ontstaan in 2009 toen ik op de UNIT academie les gaf aan jongeren met autisme. Daar was een jongen die mij alles kon vertellen over het Japanse metrostelsel: hoe de metro's in Tokio heten en hoeveel suïcidepogingen er per jaar waren. Ik vroeg hem hoe hij dat kon onthouden, al die details en waar hij die informatie laat. Waarop hij zei "Ik weet het niet, maar ik heb er helemaal niets aan. Ik kan m'n dagelijkse dingen niet goed doen of m'n huiswerk onthouden." Aan de buitenkant kan ik niet zien dat er iets aan de hand is, maar het is er wel. Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn, voor de mensen die social awkward in een hoekje staan op een feestje of die liever sociaal contact mijden. Dat zijn mensen die ook gezien mogen worden.' Adams had al langer de ambitie een film te maken met betekenis en nu had ze daarvoor het goede onderwerp gevonden.

In haar film wilde Adams laten zien hoe de processen in het hoofd van iemand met autisme werken, dus voor ze aan haar script kon beginnen moest er eerst onderzoek worden gedaan. 'Ik had hele vragenlijsten voor vooral mensen met Asperger. Die vroeg ik dingen als "wat betekent flirten voor je?" en "wat zijn je speciale interesses?" Ook had ik toen veel contact met een vriendin van me die promoveerde aan het Leo Kannerhuis centrum voor autisme. Verder heb ik veel boeken gelezen en het internet afgezocht.' Op basis van haar eigen ervaringen met mensen met autisme en gesprekken met ervaringsdeskundigen, creëerde Adams het personage Chris; een jongen met autisme die verliefd wordt op een meisje. 'Chris is een combinatie geworden van verschillende kenmerken die uit mijn onderzoek en ervaringen naar voren kwamen, zoals zijn bijzondere interesse in Duitse bommenwerpers, maar hij is wel echt een op zichzelf staand personage geworden.' Met haar film wil Adams een realistischer beeld geven van autisme dan in de televisiewereld vaak te zien is. 'Autisme wordt nu heel erg weggezet als zo'n alleswetende geek die moordzaken kan oplossen met buitengewone krachten of lucifers op de grond kan laten vallen en dan precies weet hoeveel het er zijn. Terwijl dat helemaal niet zo is of hoeft te zijn. Op mijn film krijg ik vaak de reactie dat mensen het fijn vinden dat er een menselijke film over autisme is. Zo hebben we de film laten zien op een studiedag over seksualiteit en autisme. Daar zaten experts op het gebied van autisme in de zaal die achteraf zeiden: "Ons werk is bijna overbodig met zo'n film." Het klopt natuurlijk niet wat ze zeggen, maar het is wel een groot compliment.'

MindMyMind700x2

Uit de hand gelopen elf minuten
Toen ze in 2012 geld kreeg van de provincie dacht Adams nog dat het een film van elf minuten zou worden, die ze helemaal in haar eentje zou maken. 'Maar het project werd steeds groter en ik had meer geld nodig. Na anderhalf jaar kwam ik in aanraking met Willem Thijssen, een Oscar-winnende producent, die wat zag in het script. Hij stelde voor naar het Filmfonds te gaan en ik weet nog dat ik daar zat en vertelde dat ik van plan was met één animator samen te werken.' Lachend: 'Uiteindelijk zijn er zeven animatoren geweest en heb ik zelf geen animatiewerk meer gedaan, maar heb ik alleen nog mensen aangestuurd. Toen werd het ook een verhaal van een half uur. Uiteindelijk is het echt een enorm project geworden waar 60 mensen aan hebben gewerkt.'

'Ik had het regiewerk onderschat waardoor ik vaak 's avonds en in de weekenden nog zat te werken.'

FloorAdams400xDat het project zo groot werd, weerspiegelde zich ook in de lengte van het maakproces: waar de beoogde voltooiing aanvankelijk 2014 was, duurde het in werkelijkheid 5 jaar langer. Hoe dat komt? 'Misschien een beetje zelfoverschatting. Het schrijven van een goed script, een verhaal dat van alle kanten klopt, kost een hoop tijd. Daar was ik zeker een jaar mee bezig.' Ook het animeren kost veel tijd, legt Adams uit: 'Een seconde animatie is opgebouwd uit 12 tot 24 tekeningen. Ik tekende dan ruwweg het shot, de belangrijkste poses en waar alles zit. Dat gaat dan naar een animator en die zorgt dat elke beweging getekend wordt. Die tekeningen moesten allemaal ingekleurd worden en er moesten achtergronden bij gemaakt worden. Die wilde ik zelf maken, daarmee hield ik de controle over hoe het beeld er uit kwam te zien. Ook het opnemen van het geluid was tijdrovend. Voor een animatiefilm moet ieder geluidje apart worden gemaakt en opgenomen, daar zijn we twee weken mee bezig geweest.' Daarbij merkte Adams dat het werk als regisseur nieuw voor haar was: 'Ik wilde die 700 achtergronden graag zelf tekenen, maar ik had het regiewerk onderschat; hoeveel tijd je bezig bent met het aansturen van iedereen. Dus zat ik vaak 's avonds en in de weekenden nog te werken. Wat ik wel hoor is dat we voor een film van dertig minuten nog redelijk snel zijn geweest, dus dat houd ik maar in m'n achterhoofd.'

Niet voor niets
Uiteindelijk is Adams erg tevreden met het resultaat: 'Het was ook allemaal niet voor niets: de reacties zijn heel positief. Tijdens de première in Brussel zaten er 800 mensen in de zaal die moesten lachen en meegingen in het verhaal, dus dat was heel goed. Daarbij heb ik ook de ambitie gekregen om meer met mensen samen te werken. Toen ik afstudeerde bij de kunstacademie had ik een docent die zei "Floor doet alles heel erg goed, het enige onprofessionele is dat Floor alles in haar eentje wil doen". En nu denk ik "die man had hartstikke gelijk."' Hoewel Adams de afgelopen zes jaar bijna fulltime met Mind My Mind is bezig geweest, is ze niet bang om nu in een zwart gat te vallen: 'Ik ga binnenkort weer met wetenschappers aan tafel over genderstereotypen. Dus er komt wel weer iets nieuws.'

 

Interview cabaretier Steven Brunswijk

Van brabo tot Brunswijk

Cabaretier Steven Brunswijk, die voorheen door het leven ging als de Braboneger, staat op 26 maart met zijn voorstelling in theaterzaal C in Nijmegen. In zijn nieuwe theatershow, Van Slaaf tot Meester, tilt hij zijn grappen tot een hoger niveau door racisme uit de taboesfeer te halen. 'Ik wakker een heleboel dingen aan bij mensen in de zaal, maar heel subtiel en zonder het in hun gezicht te drukken.'

Tekst: Julia Meilink 
Foto's: David van Haren

StevenBrunswijk1Door een filmpje dat viral ging op Dumpert, kwam Steven Brunswijk in 2011 terecht in de cabaretwereld. Vanaf toen werd hij als cabaretier onder de naam Braboneger gezien als een donkere Brabantse jongen die vooral 'lekker Brabants kon lullen'. Nu brengt hij met zijn theatershow nieuwe diepgang in zijn grappen en wil hij bekend staan onder de naam die hij sinds zijn geboorte draagt. In een café in een enorme industriële hal in zijn thuisstad Tilburg vraagt hij om een warme chocolademelk terwijl de zon buiten schijnt. Nadat hij enthousiast het kopje van het blad van een nietsvermoedende serveerster afgrist, begint hij te vertellen. 'Mijn vrienden spoorden me op jonge leeftijd al wel aan om grappenmaker te worden.' Desalniettemin kwam het grote succes van zijn humor pas met een filmpje dat een Rotterdamse collega filmde toen ze op een parkeerplaats aan het wachten waren. 'Ik was werkzaam als verkoper van alarmsystemen, maar ik deed niet echt wat. Het was meer een bezigheid', grapt hij. 'Een Rotterdamse collega vond mijn accent erg grappig en maakte een filmpje van me om naar zijn vrienden te sturen.' Niet alleen de vrienden van de collega bekeken de korte sketch: duizenden mensen zagen het nadat het op Dumpert werd gepubliceerd.

Een term met twee betekenissen
Brunswijk werd kort na het filmpje bij zijn publiek bekend onder de controversiële naam Braboneger, een naam die hem destijds in de schoot is geworpen. 'De media en PowNews hebben die naam bedacht, ik was daar helemaal niet mee bezig.' Ondertussen was er zeker wel ophef over de negatieve connotatie die het woord 'neger' zou hebben volgens donkere gemeenschappen. Toch droeg hij de naam zo'n zes jaar met overtuiging. Hoewel Brunswijk zijn verhaal begon met veel terloopse grapjes, slaat hij nu een serieuzere toon aan. 'Ik zag het woord helemaal niet op die manier. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat er in Suriname twee groeperingen zijn: de creolen uit het bos en uit de stad. Mijn familie en ik stammen af van de creolen uit het bos die al vrij waren in 1760, 103 jaar voor de afschaffing van de slavernij. Mijn voorouders hebben met geweld op de slavenhandelaren gereageerd en men heeft ons daarom uiteindelijk gewoon vrij gelaten in het bos.' Brunswijk vertelt dat zijn familie en vrienden al generatie op generatie de term 'neger' zelf gebruiken. Omdat zij de term nooit verbonden met het gebruik ervan door slavenhandelaren, had het voor hen geen negatieve lading. Stadse creolen kregen hun vrijheid pas veel later in de geschiedenis, waardoor die negatieve connotatie volgens Brunswijk nog rondom de term hangt. 'Als je je vrijheid wel hebt genomen, dan is het een heel andere ervaring en dan hangt die negatieve lading ook niet meer zo om het woordje 'neger'.' 

'Ik zat bij 538, Jinek en Pauw, en daar wisten ze niet eens wat mijn echte naam was.'

Aan het begin van 2018 besloot de cabaretier de naam toch te laten varen. Die beslissing blijkt voort te komen uit een samenloop van langzame bewustwording en uiteindelijk een concreet moment waarop hij besloot dat de naam toch het podium moest verlaten. Brunswijk zelf vindt het lastig om precies aan te duiden wanneer hij begon te twijfelen aan de naam. 'Als je mensen één vinger geeft, dan nemen ze een hele hand. Het publiek ging steeds verder in het gebruiken van de term', begint hij zoekend maar zelfverzekerd. 'Ik zat bij 538, Jinek en Pauw, en daar wisten ze niet eens wat mijn echte naam was. Het jasje ging steeds strakker zitten.' Met het woord neger had hij vooralsnog geen problemen, maar hij realiseerde zich wel dat er ook een grote groep donkere mensen was die zich wel gekwetst voelde door de term. Daaronder vielen onder andere afstammelingen van de stadse creolen, wiens voorouders hun vrijheid pas later hebben gekregen. 'Het lijkt mij heel frustrerend als je jezelf nooit hebt kunnen vrijvechten, dan blijft de term generatie op generatie pijn doen. Als er een grote bevolkingsgroep is die dat woord heel kwetsend vindt, wie ben ik dan om met die term door te gaan? Ik heb toch een eigen naam.' Het concrete moment waarop Brunswijk besloot om daadwerkelijk onder zijn geboortenaam verder te gaan, kwam toen een oudere dame in het publiek van een Friese talkshow hem aansprak met "Brabonegertje". 'De toevoeging "tje" betekent altijd "minder", en dat is denigrerend', legt Brunswijk uit. Hij besloot daarom ter plekke zonder verder na te denken afstand te nemen van de naam.

StevenBrunswijk2Van Slaaf tot Meester
Zodoende ging de Braboneger voortaan weer fulltime door het leven als Steven Brunswijk, ook al was zijn familie het er nog steeds niet helemaal mee eens. 'Ze belden mij op en zeiden "Steven, dit is wie wij zijn, wij hebben de term altijd gebruikt en je moet er trots op zijn."' Na enige uitleg, wist hij ze toch te overtuigen dat het om hiervoor genoemde redenen beter was om de naam te laten varen. Zijn familie speelt een belangrijke rol in zijn leven, het waren dan ook zijn ouders die hem zeiden dat hij het dialect van de mensen moest spreken: het Tilburgs. Het unieke aan de Braboneger was dat hij de grappen maakte die de blanke bevolking niet waagde te maken, en dat nog wel met een tongval uit de regio. Bij dat theater kreeg Brunswijk zijn bedenkingen. 'Het leek alsof mensen verbaasd waren dat ik de taal zo goed beheers. Ik begon me daarom steeds meer af te vragen of mensen niet om de verkeerde redenen lachten. Waarom is het eigenlijk zo vreemd dat mensen er nog steeds van opkijken als een Surinamer goed geïntegreerd blijkt?' Het is de thematiek die leidend wordt voor zijn nieuwe show.

'Als je gaat kijken van het slavernijverleden tot aan cijfers van het CBS die zeggen dat Surinamers en Antilianen op dit moment de best geïntegreerde groepen immigranten zijn, dan is de periode die daartussenin zit heel interessant. Alles wat in de tussentijd gebeurde qua slavernij, discriminatie, achtergesteld worden, laat zien dat we van heel ver komen. Wat ik aan de donkere gemeenschap wil doorgeven is we still here, we still pushing it, we still going', vertelt Brunswijk trots. Van Slaaf tot Meester gaat over de reis van de donkere man en vrouw, vertolkt door een altijd opgewekte Brunswijk. Hij vertelt dat hij in zijn nieuwe show zijn best doet om de thematiek laagdrempelig te houden, en dat het echt niet alleen maar een uiteenzetting van de geschiedenis van zijn voorouders is. 'Ik heb een grap waarin ik uitleg dat het onmogelijk is dat Tarzan, een blanke gespierde man, een gorilla kan verslaan: het enige dat in deze wereld sterker is dan een gorilla, is de fantasie van een blanke man.'

'Ik laat mensen nadenken over het feit dat de medicijnaap in de Lion King als enige karakter een accent heeft, en dat dit een Surinaams accent is.'

Gemanipuleerd waar je bij staat
Wie denkt dat Brunswijk zijn platvloerse grappen zal changeren naar zwaarbeladen, politiek correcte humor, heeft het dus mis. De genoemde onderwerpen staan ver van het publiek af dat Brunswijk eerst had, die humor was voornamelijk bedoeld voor mensen die gewoon wilden lachen, zonder te veel diepgang en moraal. Een show met de titel Van Slaaf tot Meester, doet eerder denken aan een onderwerpen met veel meer diepgang. Dat kan een heel ander soort publiek aantrekken. Brunswijk kijkt tevreden als we die stelling aan hem poneren. Hij is er van overtuigd dat zijn theatershow nog wel dezelfde bevolkingsgroep aantrekt. 'Dat is het meppen van twee vliegen in één klap. Het zijn nu juist die mensen die rechts georiënteerd zijn, die gewoonlijk wat minder nadenken over dit soort onderwerpen, die ik van gedachten doe veranderen. Ze waren mijn harde humor gewend, maar bij mijn voorstelling komen ze nu achter allerlei dingen die ze nog niet wisten.'

Brunswijk zelf denkt dat hij meer teweeg kan brengen bij mensen dan activisten kunnen: 'Als iets in je gezicht wordt gedrukt, dan ben je daar niet van gediend. Het is juist belangrijk om empathisch vermogen te tonen en het te bekijken vanuit het perspectief van mensen die het in hun gezicht krijgen gedrukt.' Gedurende het interview wisselt Brunswijk voortdurend tussen serieuze statements en ludieke grappen. Als we hem moeten geloven, is dat hoe zijn voorstelling er ook uit gaat zien. 'Ik heb geprobeerd mijn grappen veel gelaagder te maken.' De blanke burger is zich er volgens hem bijvoorbeeld helemaal niet van bewust dat hij racistische opvattingen heeft. 'Ik laat mensen nadenken over het feit dat de medicijnaap in de Lion King als enige karakter een accent heeft, en dat dit een Surinaams accent is. Dat vind ik best vreemd omdat dat apen aan Surinamers verbindt. Mensen komen na de voorstelling naar me toe om te zeggen dat ze er nog nooit op deze manier over na hadden gedacht. Op deze manier wakker ik een heleboel dingen aan bij mensen in de zaal, maar heel subtiel en zonder het in hun gezicht te drukken, zonder iemand te beschuldigen.' Hij vindt het vooral zorgelijk dat men niet doorheeft dat het dit soort minieme aspecten in tekenfilms zijn, die toch nog racistisch kunnen zijn. 'Je wordt gemanipuleerd waar je bij staat. Dat wil ik met deze voorstelling maar laten zien en dat gaat me vrij goed af moet ik zeggen.'

StevenBrunswijk3

Zoete koek
Volgens Brunswijk maakt zijn achtergrond hem geloofwaardig. 'Juist omdat ik bootvluchteling ben geweest, in de Nederlandse samenleving ben geïntegreerd en mij geheel in de geschiedenis van mijn voorouders heb verdiept, vertrouwt mijn publiek blindelings dat ik een deskundige ben. Mensen zijn mijn verhaal over het bootvluchteling-zijn helemaal niet gewend', vervolgt hij. 'Als ze horen dat ik de hele procedure vanuit Suriname vlak voor de leeftijd van tien jaar heb doorlopen, moet ik ze vertellen dat we echt zijn gevlucht. Ze slikken de rest van mijn verhaal vervolgens als zoete koek omdat ik weet waar ik over praat. Ik vertel mijn hele verhaal over het vluchten, wat best een zwaar onderwerp is. Juist omdat ik dit zwaarbeladen onderwerp met hele luchtige grappen weet te brengen, maak ik het behapbaar.' 

 

 

Verkiezingsstress

Opgetrommeld: Oom Bert over de zeik

Politicologiestudent Jip Trommelen volgt niet alleen het nieuws, hij heeft er vaak ook nog een mening over. Op ANS-online schrijft hij iedere maand over de gebeurtenissen, groot of klein, die hem zijn opgevallen. 

Illustratie: Inge Spoelstra

Vorige week viel bij de Nijmeegse student het stembiljet voor de Provinciale Statenverkiezingen op de mat. 20 maart mag Nederland weer naar de stembus om een nieuw provinciebestuur te kiezen.

Die gang naar de lokale basisschool blijft altijd een beetje spannend, zeker voor studenten die voor het eerst met het rode potlood in de hand staan. Voor een Politicoloog zijn het naast spannende ook zware weken, mag u best weten. Op verjaardagen wordt mij steevast gevraagd 'of ik heel graag de Tweede Kamer in wil', 'ons land ga besturen' of 'de nieuwe Mark Rutte word'. Die stereotypen wennen, maar tijdens verkiezingsperiodes voelt men de urgentie om naast dit traditionele vragenvuur wat welgemeende, maar daardoor nog geen welkome, politieke standpunten naar mijn hoofd te slingeren. Ik moet ze maar eens aanpakken daar in Den Haag! Staat genoteerd, oom Bert.

Die frustratie van ooms en tantes komt vaak voort uit het heersende gedachtegoed dat politici leugenaars zijn en hun afspraken niet nakomen. Toegegeven, ik kan ze geen ongelijk geven met de controverses rond het kinderpardon en de dividendbelasting nog vers in het geheugen. Maar goed, dat betreft landelijke politiek. Nu is het tijd voor politiek op provinciaal niveau. Belangrijk, zeker omdat deze besturen een flinke vinger in de pap hebben op belangrijke dossiers zoals het klimaatbeleid.

Vol goede moed keek ik uit naar het eerste televisiedebat rond deze verkiezingen. Waar dit debat een kans was om lokale politici te laten discussiëren over belangrijke thema's op provincieniveau, of om aan Nederlanders uit te leggen what the fuck een Waterschap eigenlijk is, werden de kijkers getrakteerd op gebekvecht over zwarte piet en vuurwerk. Het was een inhoudsloze vertoning waarin de bekende oneliners voorbij kwamen, nota bene uitgevoerd door politici die stuk voor stuk niet verkiesbaar zijn. Na afloop werd er gesproken over een 'voetbalwedstrijd met alleen maar winnaars'. In dit stadium zat ik nog hysterischer naar de TV te krijsen dan toen Feyenoord voor het laatst kampioen werd.

Bijdragen aan een positiever beeld over de politiek deed het debat niet. Sterker, doordat Lilian Marijnissen van de SP deze verkiezingen bombardeerde tot 'referendum over Rutte', worden kiezers onder valse voorwaarden naar de stembus gelokt. Ik zie 21 maart met het zweet op mijn rug tegemoet. De verkiezingen zijn dan voorbij, het bleek geen Rutte referendum te zijn. Oom Bert aan de telefoon: Wilders stond niet op het stemformulier. Hij gaat niet meer stemmen, ze bekijken het maar in Den Haag.

 

Zwierende rokken en snelle pasjes

In Beeld: Nederlands Studentenstijldanstoernooi

Wie in het weekend van 23 en 24 februari het sportcentrum betrad, moest wijken voor zwierende dansparen die in de gangen hun passen beoefenden. Ze waren hier aanwezig voor het Nederlands Toernooi voor Dansende Studenten (NTDS), dat in gymzalen werd gehouden. Ruim vierhonderd dansers uit verschillende studentensteden deden mee. ANS nam een kijkje op het drukbezochte evenement vol passievolle bewegingen.

Tekst: Jitske de Vries
Foto's: Jetske Adams 

Stijldansenfoto1

Het toernooi wordt elk jaar in een andere stad gehouden en dit jaar is Nijmegen aan de beurt. 'Omdat het een studententoernooi is, ligt de focus vooral op beginnende dansers, die weinig tot geen wedstrijdervaring hebben', vertelt Neeltje-Cees de Wit, commissielid wedstrijdzaken van het NTDS.

 

 

 

 

Stijldansenfoto2Stijldansen lijkt misschien niet de meest studentikoze sport, maar bij binnenkomst is de sfeer gelijk plezierig wat ervoor zorgt dat je zelf ook spontaan wil meedoen.

Stijldansenfoto3 


'De laagdrempeligheid maakt het toernooi zo leuk', zegt Esmé Rijndertse, tweedejaars masterstudent Biomedische wetenschappen. 'Je hoeft ook niet met een danspartner te komen, die kun je op het toernooi zelf nog vinden.' Rijndertse was na haar eerste NTDS vijf jaar geleden helemaal verkocht en doet sindsdien elk jaar mee.

 

 

 

 

stijldansfoto3a

 

 

 

 

 

 

 

Ook al wordt er de hele dag gedanst, 's avonds is het feest nog lang niet over. 'Vanavond is er een groot themafeest', zegt Rijnderste enthousiast. 'Ook blijven we met zijn allen in de gymzalen slapen.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stijldansenfoto4Naast beginnende dansers zijn er ook studenten die actief op hoog niveau wedstrijddansen. 'Om het voor iedereen leuk te houden, wordt iedereen ingedeeld in verschillende klassen, zodat deelnemers op hun eigen niveau kunnen dansen', legt De Wit uit.

Stijldansenfoto5Ieder danspaar moet alle dansstijlen dansen die onder de stijl van die dag vallen. Zo wordt op de zaterdag ballroom gedanst, terwijl de zondag in het teken staat van Latin.

Stijldansenfoto6 

Tijdens het toernooi zijn er verschillende onderdelen waarmee de verenigingen punten kunnen verdienen. 'Het team dat het beste heeft gepresteerd op het toernooi, wint een knuffelleeuw', lacht Rijndertse.

 

 

stijldansenfoto7 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de dansvloer worden de koppels beoordeeld door een jury. De Wit: 'Er wordt gekeken naar techniek, presentatie, muzikaliteit en partnering skills. Uiteindelijk wordt er een top zes gemaakt van favoriete koppels.'

 

 

 

 

 

 

 

stijldansenfoto8 Het dansfeest is het hele weekend bezig en daarom is het best te begrijpen dat de studenten soms even uitgedanst zijn.

 

plezierdobberaars, slootjesspiekers en stormtrotseerders

Goed verhaal, lekker kort: Hokjesdenken in reclameland

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: plezierdobberaars, slootjesspiekers en stormtrotseerders.

Ben jij een 'waterwoner'? Of een 'miezerfietser'? Nee? Een 'oeververtoever' dan? Geen idee waar dit over gaat? Dan ben je duidelijk nog niet voorbereid op de aankomende waterschapsverkiezingen.

De waterschappen doen er alles aan om ons, het stemvolk, over te halen op 20 maart onze stem uit te laten brengen. Er is zelfs een heuse promovideo gemaakt, die zo veel mogelijk mensen moet aanspreken; mensen in alle soorten en maten. Daarom worden alle kijkers op een voor hen geschikte manier begroet: 'Hallo waterwoners', 'hallo miezerfietsers', 'hallo slootjesspiekers', 'hallo stormtrotseerders', 'hallo oeververtoevers', 'hallo visfanaten', 'hallo plezierdobberaars'. Want wie zich aangesproken voelt, scheurt eerder die envelop met het stembiljet open.

Van de zeven 'watertypes' hebben de meeste een leuke band met water: de ene soort vist graag en de andere dobbert het liefst het hele jaar rond op een roze opblaasflamingo. Nadat de marketingafdeling ongelofelijk druk was geweest met het bedenken van zes gezellige categorieën, bleven er echter nog miljoenen stemgerechtigden over die hier waarschijnlijk niet onder vielen. Voor personen zonder watergerelateerde hobby heeft de afdeling daarom de categorie 'miezerfietser' bedacht. Als je wel eens verzopen je college binnenloopt, mag je ook gaan stemmen. Wat een geluk.

Categoriseren om te binden is populair in reclameland. Vorige maand hingen overal nog posters van telefoonprovider KPN met de tekst 'Hé slimmerik' en 'Hé datavreter'. Ik stel me de werking van deze marketingtruc als volgt voor: terwijl je hersenloos, muziek luisterend door het raam van de bus naar buiten staart, is daar plots in enorme blokletters de tekst 'Hé slimmerik'. Je veert overeind. Deze boodschap moet voor jou bedoeld zijn! Jij bent immers geniaal. Zonder verder na te denken pak je direct je telefoon om van provider over te stappen.

Ook Bol.com stopt de mensheid graag in hokjes. Het bedrijf profileert zich als 'de winkel van ons allemaal', maar 'ons allemaal' is te onpersoonlijk om potentiële kopers naar de website te trekken. Daarom onderscheidt Bol.com in zijn reclames vaak verschillende soorten mensen, zoals de 'actieve kluner' en 'ontspannen kluner', de 'vogelliefhebber' en 'gevogelteliefhebber' en de 'winterduiker' en 'winterontduiker'. De laatst ontdekte diersoort van het bedrijf is 'de last minute carnavaller'. Voel je je al aangesproken?

Nog even terug naar de waterschapsverkiezingen: ook met mensen die in een identiteitscrisis verkeren, wordt rekening gehouden. Voor deze zieltjes bestaat de test 'Wat voor watertype ben jij?'. Na acht vragen over jouw relatie met het vocht van moeder natuur, heeft het waterschap bepaald in welk hokje jij het best past. Té leuk! Wat dat betekent voor je stem op 20 maart? Vrij weinig.

 

 

Noor de Kort
Afscheid in tranen

Anna in Engeland: De eerste indruk

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Daar sta ik dan op de parkeerplaats van een hotel in Lincoln mijn ouders uit te zwaaien, terwijl ik de tranen van het afscheid uit mijn gezicht veeg. Ik woon al vier jaar niet meer thuis, maar het is toch een raar idee dat ik ze een half jaar niet zal zien. Hoe vaak je ook gehoord hebt dat studeren in het buitenland een ontzettend gave ervaring is, de eerste paar dagen zijn vooral ontzettend spannend en eng.

Wonen in Groot-Brittannië is even wennen. Hoewel ik het een fantastisch land vind, vraagt het alledaagse leven wel om het nodige aanpassingsvermogen. De mensen hier zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, maar ook eigenwijs. Alles wordt net even anders gedaan dan op het Europese vasteland. Zo weet iedereen wel dat ze hier aan de linkerkant van de weg lopen en rijden. Dit klinkt niet zo ingewikkeld, maar wacht maar tot je de straat over moet steken. Elke keer weer sta ik te denken: 'Van welke kant komt het verkeer nou?' Daarnaast verontschuldigen ze zich voor alles (en dan bedoel ik ook letterlijk alles) en blijkbaar is het ook normaal om om 10 uur 's ochtends je 'full English breakfast' weg te spoelen met een pint bier.

Toch is dit voor mij als (kunst)geschiedenisstudent de perfecte plek om te studeren. Lincoln is gelegen op een heuvel die al zeker tweeduizend jaar bewoond wordt. De prachtige middeleeuwse kathedraal midden in het oude centrum torent uit boven de rest van de stad. Lincoln zelf ademt geschiedenis. Maar wat mijn verblijf juist in deze tijd nog interessanter maakt, is dat ik in Engeland ben terwijl hier geschiedenis wordt geschreven. Zoals het er nu naar uitziet zal Groot-Brittannië op 29 maart de Europese Unie verlaten. Ik ben net een paar dagen in Lincoln als het Britse parlement de voorgestelde deal met de EU massaal wegstemt. De spanning hangt voelbaar in de lucht.

Groot-Brittannië is extreem verdeeld als het gaat om de Brexit en ook in Lincoln is het een gevoelig onderwerp om over te beginnen. Veel studenten zijn tegen het vertrek uit de EU, terwijl de 'locals' er grotendeels een andere mening op na houden. Ergens kan ik de ontevredenheid van de Engelsen wel begrijpen. Terwijl Lincoln's oude centrum de trots van de stad is, kent deze plaats ook zeker haar minder mooie kanten. Tot het einde van de twintigste eeuw was Lincoln een stad met veel zware industrie. Die is inmiddels verdwenen, maar een groot deel van de bevolking bestaat nog steeds uit arbeiders door de nabijgelegen Siemensfabriek. Het gemiddelde uurloon van een fabrieksarbeider is hier nog geen acht pond. Even ter vergelijking: voor een kop koffie betaal je hier makkelijk 2,50 pond. Dat is bijna drie euro. Rondkomen is dus voor een deel van de inwoners een behoorlijke uitdaging.

Dat het leven in Lincoln niet voor iedereen makkelijk is, is dan ook heel goed zichtbaar op straat aan het grote aantal daklozen. Ik praat erover met één van de Italiaanse uitwisselingsstudenten. Ook zij verbaast zich erover. Als we hierover een opmerking maken tegen een Engelse student reageert hij haast laks en haalt hij zijn schouders op: 'Tja, het zijn allemaal drugsverslaafden.' Het is duidelijk dat dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is. Ik vraag me af of ik er zo makkelijk aan zal wennen gedurende de komende maanden.