Verschillende alternatieven voor de refter

Schaften na college: wat zijn de opties

De avondsluiting van de Refter heeft een hele generatie schaftende studenten ontheemd gemaakt. De honderden studenten die elke dag genoten van het opgewarmde Refterkliekje zijn genoodzaakt om uit te wijken naar alternatieven op en om de campus. Om hen te helpen zet ANS de alternatieven op een rijtje. 

Het gerechtGerecht 400x
Vandaag op het menu:
Gehaktbal uit de jus met haricots verts en gekookte aardappels (€5,40)
Vegetarisch menu: Tropische kerrieschotel met quorn, ananas, witte rijst en frisse salade (€5,40)

De geest van de Refter leeft nog sterk voort in het Gerecht. De traditionele wok- en grillgerechten van de gaarkeuken zijn aan de kant gezet voor Refterklassiekers, zoals de vegetarische gyros, tropische kerrieschotel en babi pangang. Ook de openingstijden zijn hetzelfde, want tussen vijf en zeven uur kan je hier genieten van de creaties van de chefs. Voor wie heimwee heeft naar de Refter kan dus prima langsgaan in het Grotiusgebouw, maar Refter-haters kunnen beter verder zoeken.

CultuurcaféCultuurcafe 400x
Vandaag op het menu:
Fish & chips (€5,95)
Reguliere pizza (€5,00)
Luxe pizza (€5,95)
Couscous-salade (€4,75)

Iedere dag vinden zo'n zeventig à tachtig hongerige studenten hun weg naar het Cultuurcafé om een lekkere maaltijd te verorberen. De gelegenheid in het Collegezalencomplex is verbouwd en ziet er hierdoor gezellig uit. Daarbij zijn de maaltijden redelijk geprijsd, helemaal als je een van de kortingsbonnen gebruikt die op de universiteit rondgaan waarmee je 10 procent krijgt. Een ander voordeel is de drankkaart, die flink gevuld is met speciaalbieren. Al met al een goede optie voor studenten die na college lekker - en enigszins ongezond - willen eten.

FNWIFNWI 400x
Vandaag op het menu:
Chile con carne met witte rijst, Mexicaanse salade en nacho's (€5,10)

De FNWI is misschien wel de faculteit met de meest relaxte sfeer. In het middelpunt van het Huygensgebouw is het FNWI-restaurant. Voorheen kon je hier alleen maar lunchen, maar sinds de sluiting van de Refter kun je hier 's avonds ook terecht. Het slechte nieuws is dat er slechts een schamele maaltijd op het menu staat. Vegetariërs kunnen hier dus niet altijd terecht. Verder biedt het FNWI-restaurant een prima maaltijd voor een prima prijs.

ZiekenhuisZiekenhuis eten 400x
Vandaag op het menu:
Kipreepjes in tikka masalasaus, groente en rijst (€3,85)
Wrap met groentes in tomatensaus, kaas en ijsberg-maissalade (€3,85)
Biefstuk van de grill geserveerd met champignonsaus, friet, bloemkool en broccoli (€6,35)

Het geheime pareltje van de campusrestaurants wordt door veel te weinig studenten bezocht. Eten bij het ziekenhuis is goedkoop, de maaltijden zijn smakelijk en de service is vriendelijk. De tafels en stoelen zitten bovendien erg lekker. De beperkte populariteit bij studenten is waarschijnlijk te wijten aan de moeilijk vindbare locatie, want je kan makkelijk verdwalen in de vele gangen van het Radboudumc. Wie de zoektocht wel aandurft zal zeker niet teleurgesteld worden.

HAN-restaurantHan eten 400x
Vandaag op het menu:
Couscous met kiptajine (€5,50)
Varkenshaasmedaillons met hasselback aardappelen en venkel (€7,35)

Alle restaurants op de RU al gehad? Avontuurlijke studenten kunnen de HAN eens proberen. De gaarkeuken is redelijk makkelijk te vinden, de stoelen zien er prima uit en de service is met een glimlach. Het HAN-restaurant kent geen grote plus- of minpunten, op de prijs na. 5,50 euro voor een eenpansmaaltijd of 7,35 euro voor aardappels, vlees en groente is eigenlijk te duur voor armlastige studenten.

Aldi/SparAldi 400x
Vandaag op het menu:
Maaltijdsalade (v.a €2,89)
Stamppot (v.a. €2,79)

Voor studenten die 's avonds op de campus willen doorleren zijn de supermarkten natuurlijk ook een optie. De Spar is voor veel hongerige studenten de makkelijkste optie, maar met een beetje inspanning ben je zo bij de Aldi, waar de prijzen een stuk lager liggen. Een maaltijdsalade is altijd lekker en gezond, maar je kan ook voor een van de magnetronmaaltijden kiezen, die je vervolgens kan opwarmen in de magnetron bij de UB of de Spar. Het enige nadeel is dat je dan al je spullen nog bij elkaar moet zoeken, maar een beetje creatieve student weet vast wel waar plastic vorkjes kunnen worden gejat.

De FestDe fest 400x
Vandaag op het menu:
Kleine kapsalon (€4,50)

De Fest is de place to go voor een vette hap na college. Naast de uitstekende kapsalon staan ook pizza, waterfiets, shoarma, kroketten en andere snacks op het menu. De eigenaar serveert je altijd alsof je zijn beste vriend bent en het eten is over het algemeen snel klaar. Echt gezond is het niet, maar af en toe een keer cheaten mag best.

 

 

 

 

Joep Dorna
Canadees overenthousiasme

Frisse tegenzin: Geen fratsen

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wonen in Canada, ik kan het iedereen aanraden. Of nou ja, eigenlijk niet, want het fijne aan dit land is nou juist dat het niet heel dichtbevolkt is. Zelf ben ik, na het inleveren van mijn scriptie aan de Radboud Universiteit in juni, vertrokken naar Vancouver. Dat is dan weer precies zo'n stukje Canada dat juist heel dichtbevolkt is. Desalniettemin kost het niet veel tijd om je alleen op de wereld te voelen, op de top van een berg, met enkel een racefiets en een lege bidon. Kortom, goed toeven.

Het dient wel gezegd te worden dat het niet alleen maar rozenkleur en maneschijn is als je voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Met langere tijd bedoel ik niet de standaard uitwisseling die getypeerd kan worden als een alle-dagen-feest-periode. Ik heb het over twee jaar. Dat is dusdanig lang dat het noodzakelijk is om een ritme te vinden, een leven op te bouwen, en een plek te vinden in 'de samenleving', zoals men dat noemt. Dat laatste is het ergste wat er is. Eerlijk is eerlijk: de mensen hier zijn heel aardig, zeer verwelkomend, en doen hun uiterste best om je thuis te laten voelen. Zij vergeten alleen een heel belangrijk ding: ik ben een Nederlander. Sterker nog, ik ben een calvinistische Hollander. Mijn jaren aan de katholieke Radboud Universiteit hebben mij niet minder calvinistisch gemaakt en ik verafschuw ieder enthousiasme dat niet voortkomt uit een geslaagde graanoogst.

Het zal geen verrassing zijn dat mijn afschuw voor uitbundigheid niet bevorderlijk is voor de poging mij hier thuis te voelen. Noord-Amerikanen – Canadezen dus niet uitgezonderd – worden enthousiast van iedere zucht en scheet. De volgende anekdote laat ik als bewijs dienen.

Tijdens een weekend weg besloot ik nieuwe hardloopschoenen te kopen. Niet veel eerder had ik in Nederland nieuwe schoenen gekocht, maar de zolen vielen er vrij snel vanaf. Een leven zonder hardlopen is voor mij zo goed als onmogelijk, dus ik moest en zou nieuwe hardlooppattas kopen. Toen ik de verkoopster vertelde dat ik nieuwe schoenen zocht, was haar eerste antwoord: 'Awesooooooome'. Dit vond ik enigszins overdreven, want het vooruitzicht om $230 uit te geven, vind ik niet bepaald geweldig. Hier was ik nog wel tolerant voor het cultuurverschil, dus ik legde geduldig uit dat ik een ander merk wilde omdat van mijn huidige, ook nog nieuwe schoenen, de zolen afbladderden. Haar reactie was volkomen identiek: 'Awesooooooome'. Nu was het niet enkel overdreven, maar simpelweg ongepast. Schoenen zonder zolen zijn allesbehalve Awesooooooome. Dat is juist iets heel vervelends. Na nog enkele keren dit gewauwel aangehoord te hebben en een godsvermogen te hebben betaald aan nieuw schoeisel, was mijn geduld wel op en was ik blij dat ik de winkel uit was.

Op dat moment verlangde ik weer even terug naar Nijmegen, waar het Erasmusgebouw streng over de campus waakt; waar je in de refter soms niet eens een glimlach toegeworpen krijgt; waar zelfs eduroam een hekel aan je heeft; waar sarcasme de meest uitbundige emotie is en waar dingen hooguit 'stom', 'oke', of heel misschien 'wel leuk' zijn. Eigenlijk verlangde ik het meest naar de C1000, die jaren lang een succesvol verdienmodel hadden met een onuitbundige slogan: Geen fratsen, dat scheelt.

 

Redactie
Na regen komt zonneschijn

In Beeld: Introfestival 2018

Afgelopen weekend werd de introductieweek van de Radboud Universiteit (RU) in stijl afgesloten met een heus introfestival. Net over de grens bij Goch konden bijna vierduizend studenten zich drie dagen lang uitleven met allerlei optredens en activiteiten georganiseerd door diverse verenigingen. 

Introfestival 1a Ingang grootBij de entree wordt gelijk duidelijk dat de RU een bijzonder decor heeft uitgezocht voor deze eerste editie van het introfestival. Het rustieke klooster Grafenthal kenmerkt zich door imposante historische gebouwen.

Introfestival 1 grootWanneer de studenten zich zaterdagmiddag eenmaal uit hun tent wagen, is de keuze aan activiteiten legio. Van optredens tot workshops klompen verven en maliënkolders maken, er is voor ieder wat wils. Ook de nieuwe Radboudmascotte Robin is van de partij op het blokkenschema.

Introfestival 2 grootMidden op het terrein heeft studievereniging Postelein van Pedagogische Wetenschappen en Onderwijskunde een groot springkussen neergezet waar studenten de energie die ze nog over hebben na een week introductie kwijt kunnen. 

Introfestival 5 optreden Thaïti grootHoewel het aan het begin van de middag nog rustig is in de grote festivaltent leeft indieband Thaïti zich uit op het podium. Het handjevol studenten dat al wel aanwezig is, feest enthousiast mee.

Introfestival 3 Silent disco grootEen van de schuren van het klooster is omgetoverd tot ravekelder, waar 's middags een silent disco georganiseerd door de Samenwerkende Verenigingen der Managementwetenschappen wordt gehouden. Later op de avond is het ook de locatie voor een schuimfeest en een neon party.

Introfestival 4 grootWie even bij moet komen van het overvolle programma kan op meerdere plekken tercht voor een adempauze, zoals in deze loungehoek met zitzakken en afgedankt meubilair. 

Introfestival 9 tent grootOok de slaaptenten bieden uitkomst voor wie het feestgedruis wil ontvluchten. Hier liggen matjes, luchtbedden en slaapzakken strak naast elkaar in rijen om in elke tent tweehonderdzestig studenten kwijt te kunnen. De festivalgangers zelf vergelijken het gekscherend met een vluchtelingkamp.

Introfestival 10 internationale tent grootWaar reguliere Radboudstudenten als haringen in een ton liggen, hebben de internationale studenten het beter voor elkaar met eigen stapelbedden. Ook erg makkelijk als je in het comfort van je bed een sigaret wil roken.

Introfestival 6a kluisjes grootStudenten die niet een dagje zonder telefoon kunnen, hebben pech. Met 36 oplaadkluisjes voor alle vierduizend aanwezigen is het regelmatig dringen geblazen.

Introfestival 6 grootDe beste manier om snel aan avondeten te komen, is wachten tot de volgende bui losbarst. Het alternatief is lang in de rij staan bij de gaarkeuken op het terrein. De rijen voor een hamburger of panini zijn nog veel langer, met wachttijden die soms oplopen tot een uur.

Introfestival 7 Mariokart grootHoe gevarieerd het aanbod aan activiteiten is, laat studievereniging Babylon van Communicatie- en Informatiewetenschappen zien. Die hebben een parcours uitgezet waar bezoekers in de huid kunnen kruipen van hun favoriete gamepersonages tijdens een real-life Mario Karttoernooi.

Introfestival 8 Binnen grootMogelijkheid om de regen te ontvluchten is er ook in het hoofdgebouw van het klooster. In de kruisgang vinden diverse feestjes plaats en op zolder is een bioscoop ingericht. Hier zijn onder andere Shrek en Now You See Me te zien zijn.

Introfestival 11 SBBN grootTerwijl het buiten hoost, verwarmt de Studenten Bigband Nijmegen het publiek in de grote tent met een daverend optreden. Tot in de vroege uurtjes staan er optredens op het programma. 

Introfestival 12 grootTerwijl de avond valt, maken studenten zich klaar om aan de laatste activiteiten deel te nemen. Al met al kan de RU terugkijken op een geslaagd festival, hoewel er ook genoeg verbeterpunten zijn voor volgend jaar.

 

 

Irene Wilde
King nog altijd in topvorm

ANS leest: Stephen King, The Outsider (2018)

Het is weer zover: Stephen King heeft een nieuwe roman, The Outsider. Boekenliefhebbers kunnen er na een halve eeuw nog altijd de klok op gelijk zetten dat King met minstens een nieuw boek per jaar komt. King is tegenwoordig druk met het vullen van zijn sociale media met cynische opmerkingen over de Amerikaanse president en foto's van zijn hond Molly, maar schrijft ondertussen stevig door. Minstens even bewonderenswaardig als Kings productiviteit is de kwaliteit van zijn boeken. Ook in The Outsider laat hij zien dat hij lezers nog altijd weet te overrompelen met wat op het eerste gezicht een vrij doorsnee verhaal lijkt te zijn.

Twee druppels water
Politiedetective Ralph Anderson lijkt een makkelijke klus te hebben aan het oplossen van de gruwelijke moord op de jonge Frank Peterson. Meerdere ooggetuigen, tientallen vingerafdrukken en het nodige DNA-bewijs lijken te bevestigen dat maar een iemand de dader kan zijn. Wanneer middelbare schooldocent en baseballcoach Terry Maitland wordt opgepakt, blijkt echter dat hij het niet kan hebben gedaan. Hij was op de bewuste dag heel ergens anders en ook hiervoor is onomstotelijk bewijs. Toch is iedereen ervan overtuigd dat Maitland het gedaan moet hebben. Al snel wordt echter duidelijk dat er sprake moet zijn van een dubbelganger en komt de hele zaak in een ander licht te staan. De situatie wordt nog vreemder wanneer Anderson een tweede zaak ontdekt die verrassende overeenkomsten vertoont.

Onverwachte wendingen
Opvallend genoeg speelt The Outsider zich voor de verandering eens niet af in Maine of ergens anders aan de oostkust van de Verenigde Staten. Toch vertoont het overduidelijk kenmerken van een typische Stephen King roman. Van de vlijmscherpe schrijfstijl tot de intertekstuele verwijzingen naar Edgar Allan Poe en Dracula. Het is zelfs zo kenmerkend dat het de eerste honderd pagina's allemaal wat voorspelbaar aanvoelt. Het is namelijk weer een misdaadverhaal met bovennatuurlijke elementen, zoals in The Green Mile of The Shawshank Redemption. Gelukkig is King een meester in zijn vak en gooit hij het roer al snel radicaal om, waardoor de verwachtingen plotseling moeten worden bijgesteld.

Personages die niet zomaar aannemen dat er meer is tussen hemel en aarde, zijn vaak ver te zoeken in romans als deze. Daarom is ook de manier waarop King hoofdrolspeler Anderson laat worstelen met het feit dat het antwoord misschien bovennatuurlijk van aard is, een welkome afwisseling. Ook al levert dit vooral oppervlakkige filosofische beslommeringen op, het is fijn dat personages het voor de verandering eens een keer niet vanzelfsprekend vinden dat hun leven wordt bedreigd door monsters.

'He could not believe in any explanation that transgressed the rules of the natural world, not just as a police detective, but as a man.'

Oude bekende
Een andere onverwachte keuze die King maakt, is zijn besluit om halverwege de roman een personage uit een eerder werk te herintroduceren. Aan de ene kant is het een feest van herkenning en een mooie gelegenheid om te zien hoe het een paar jaar later met Holly uit Mr. Mercedes (2014) gaat, maar het is niet zonder nadelen. Personages uit eerder werk terug laten komen voor een kleine gastrol gebeurt in principe wel vaker, maar het blijft hier niet bij een easter egg. Het personage speelt een cruciale rol in de tweede helft van het boek, wat vooral jammer is omdat het ten koste gaat van de karakters uit dit boek. Terwijl King de personages in het begin met zorg opbouwt en regelmatig van perspectief wisselt, moeten sommige van deze personages later plaats maken voor iemand van buiten het verhaal. Dit doet denken aan de filmindustrie, waar alles tegenwoordig draait om steeds groter wordende filmuniversums met tientallen aan elkaar gelinkte films. Op zichzelf staande films sukkelen steeds vaker achter een eindeloze rij vervolgen en spin-offs aan. Hetzelfde probleem ontstaat hier, want wat voor ingewijden misschien een leuke connectie is met de rest van Kings universum, zal voor nieuwe lezers eerder verwarrend overkomen.

The Outsider is een interessante combinatie van oud en nieuw. King maakt handig gebruik van de bekende schrijfformules, maar is niet bang nieuwe richtingen in te slaan. Het resultaat is een boek dat lekker weg leest en de lezer regelmatig naar het puntje van zijn stoel drijft met ijzingwekkende scènes. King is zijn kunsten duidelijk nog niet verleerd.

 

Vincent Veerbeek
Een huishouden van Jan Steen

ANS kijkt: Arrested Development (2003-heden)

Waar gecancelde series vroeger in de vergetelheid raakten of vereeuwigd werden door fans op het internet, is de kans tegenwoordig groter dat Netflix of een ander streamingplatform ermee aan de haal gaat. Zo ook de serie Arrested Development. Bijna even turbulent als het verhaal van de Bluth-familie die in Arrested Development centraal staat, is de productiegeschiedenis van de serie zelf. Na drie succesvolle seizoenen op de Amerikaanse televisie ging de stekker er in 2006 uit en leek de toekomst onzeker. Pas in 2011 besloot Netflix de rechten te kopen en drie jaar later verscheen een rommelig vierde seizoen. Inmiddels zijn de hoofdrolspelers beroemd en drukbezet, maar het is toch gelukt om iedereen opnieuw bij elkaar te krijgen. Zo is er nu na vijf jaar een half vijfde seizoen, de rest volgt later dit jaar.

Zootje ongeregeld
De serie vat zichzelf samen in de iconische zin waar elke aflevering mee begint. 'Now the story of a wealthy family who lost everything and the one son who had no choice but to keep them all together.' Die zoon is Michael Bluth, gespeeld door Jason Bateman. Wanneer vader George Bluth wordt gearresteerd voor investeringsfraude met zijn vastgoedbedrijf moet de familie zich aanpassen aan hun nieuwe, minder weelderige levensstijl. Michael, de enige rationele van het zootje ongeregeld, ziet zich gedwongen alle zeilen bij te zetten om te voorkomen dat zijn familie zich verder in het ongeluk stort. Van moederskindje Buster tot wereldvreemde zus Lindsey en haar excentrieke man Tobias, de Bluths zijn stuk voor stuk compleet labiel. In de eerste drie seizoenen staan dan ook de gevolgen van de arrestatie van vader George voor deze chaotische familie centraal.

Om de serie nieuw leven in te kunnen blazen, werden voor het vierde seizoen nog meer financiële moeilijkheden bedacht en zijn dit keer alle familieleden elkaar uit het oog verloren. Hierdoor staat elke aflevering een individueel personage centraal in plaats van de hele cast. Dit vierde seizoen was zo'n puinhoop dat de makers later besloten een "remix" van het seizoen uit te brengen met normale afleveringen waarin meer dan een personage centraal staat. Ook seizoen vijf maakt een terugkeer naar de oorspronkelijke vorm, waarbij het grootste deel van de cast in elke aflevering te zien is. Dan pas wordt duidelijk hoezeer de serie profiteert van de chemie tussen de personages.

Oude koeien
De humor van Arrested Development is ronduit bizar te noemen. Belachelijke misverstanden en de meest absurdistische typetjes, niets lijkt te gek. Het is vooral bijzonder hoe de serie desondanks geloofwaardig en leuk weet te blijven. Een groot deel van de humor is bovendien gebaseerd op running gags en veel grappen worden in de loop van de seizoenen opgebouwd en herhaald. Helaas worden vijftien jaar na dato nog steeds dezelfde grappen gerecycled, waardoor het soms allemaal erg uitgemolken aanvoelt. Michaels zoon George Michael blijft bijvoorbeeld worstelen met zijn gevoelens voor nicht Maeby, die in seizoen vijf nog steeds misbruik van hem maakt. Een ander kenmerk van de typische Arrested Development-humor is de stem van producent Ron Howard, die de perikelen van de Bluths aan elkaar praat. De droge vertelstem die beschrijft wat er gebeurt en daarbij vaak de personages tegenspreekt, is ook in seizoen vijf nog altijd bron van grote hilariteit. Helaas speelt hij zelf ook mee in het vierde en het vijfde seizoen en wordt algauw duidelijk dat hij beter de serie vanaf de zijlijn had kunnen blijven becommentariëren.

Politiek vermaak
Een groot deel van de humor komt bovendien van de politieke ondertoon die Arrested Development eigen is. De Bluths zijn een stelletje typische Republikeinen, die niets snappen van mensen buiten hun eigen rijke, blanke bubbel. Het is duidelijk dat de eerste seizoenen uit het tijdperk van George W. Bush stammen, met de nodige verwijzingen naar zijn presidentschap. Het is dan ook jammer dat de politieke humor die in de eerste seizoenen nog enigszins subtiel is, tot zulke proporties wordt opgeblazen in het nieuwste seizoen. Beeldschermen met nieuwsbeelden van Donald Trump op de achtergrond en de meest voor de hand liggende grappen. Die overcompensatie is vooral jammer omdat seizoen vier puur toevallig de spijker op de kop sloeg. Veel elementen uit dat seizoen doen denken aan het presidentschap van Trump, met grappen over een muur langs de Mexicaanse grens en een omstreden politicus. En dat in 2013, twee jaar voordat Trump met veel bombarie zijn presidentscampagne begon.

Het is bewonderenswaardig dat iemand na het tenenkrommende vierde seizoen nog zin had om meer Arrested Development te maken. Seizoen vijf mag dan iets beter zijn, na vijftien jaar is het eindeloos herhalen van grappen en verwijzingen wel en beetje klaar. Het is daarom te hopen dat de serie met de tweede helft van dit seizoen afscheid kan nemen zonder nog meer gezichtsverlies te lijden.

 

Vincent Veerbeek
Reportage Studenten Bigband Nijmegen

Muzikale cross-over in Brebl

Bijna anderhalf jaar geleden is De Studenten Bigband Nijmegen opgericht. Op 22 en 23 juni voeren ze hun vierde project op bij cultuurcoöperatie Brebl, dit in samenwerking met het Nijmeegs Studentenorkest. ANS keek mee bij de laatste repetities voor dit unieke concert. 'Iedereen is een beetje buiten hun comfortzone, maar dat maakt het heel leerzaam.'

Tekst: Vincent Veerbeek en Irene Wilde
Foto's: Danique Janssen en Vincent Veerbeek

Vlak voor een van de laatste repetities voor hun vierde grote concert vertelt dirigent en arrangeur Berend van Deelen hoe de afgelopen anderhalf jaar sinds de oprichting er voor de bigband heeft uitgezien. Inmiddels heeft de bigband al drie grote projecten achter de rug. 'Na ons eerste optreden in het Cultuurcafé hebben we nog twee grote projecten gedaan. Een daarvan was ook in het Cultuurcafé, de andere was een samenwerking met het Fontys Jazz Choir voor een show in theaterzaal C.' Naast deze grote voorstellingen heeft de bigband allerlei andere dingen gedaan, zowel voor de universiteit als voor diverse andere organisaties. 'Tussendoor hebben we veel optredens gehad. Zo hebben we gespeeld op Music Meeting en stonden we in het voorprogramma van het Nederlandse Studenten Jazzorkest in Doornroosje.'

Naast de vaste bezetting, bestaande uit vijf saxofonisten, vier trombonisten, vier trompettisten en een ritmesectie van gitaar, toetsen, basgitaar en percussie, zijn er het afgelopen jaar een fluitist en een zangeres bijgekomen. 'Normaal zit een fluit niet in een bigbandbezetting als los instrument, maar ik vond het een vet idee. Op die manier kun je een moderne vibe creëren, dat is voor mij als arrangeur heel leuk.' Qua naamsbekendheid is de Studenten Bigband inmiddels vooral op de Radboud Universiteit erg bekend. 'Volgens mij zijn we buiten de universiteit nog niet helemaal bij de jazzliefhebbers doorgedrongen. We hopen hen met dit optreden meer aan te spreken.'

SBBN 1

Samenspel
Voor hun huidige project besloot de bigband iets bijzonders te doen in samenwerking met het Nijmeegs Studentenorkest Collegium Musicum Carolinum, een symfonieorkest. Al snel ontstond het idee om Sylva te gaan spelen. Dit album is oorspronkelijk van de Amerikaanse jazzband Snarky Puppy en het Nederlandse Metropole Orkest, een soortgelijke samenwerking als die van de Nijmeegse studentenmuzikanten. 'Sylva is een plaat die aan de ene kant heel funky is, maar aan de andere kant ook symfonische invloeden heeft.' Veel bandleden zijn groot fan van dit project en toen het idee ontstond om samen te werken, werd dan ook al snel geopperd om Sylva te  doen. Wat dit project extra bijzonder maakt, is dat het album tot nu toe alleen is opgevoerd door Snarky Puppy en het Metropole Orkest zelf. 'Losse nummers worden weleens door anderen gespeeld, maar we hebben niks kunnen vinden over een andere uitvoering van het geheel.'

SBBN 4Nadat het plan er eenmaal was, was het aan Van Deelen als arrangeur de taak om het album om te zetten in muziek die de bigband en het orkest konden gaan spelen. 'Het is helemaal gedaan op basis van de audio, omdat er geen uitgeschreven stukken beschikbaar zijn', vertelt Van Deelen terwijl hij een enorm boekwerk met bladmuziek erbij pakt dat de halve tafel in beslag neemt. Bij het uitwerken moest hij ook rekening houden met verschillen tussen de oorspronkelijke uitvoering en de huidige samenstelling. 'Het Metropole Orkest is een stuk groter dan wij en we hebben ook instrumenten die niet in het origineel zitten. Zo hebben we een hobo toegevoegd, want dat leek ons leuk en er is iemand die dat goed kan en graag mee wilde doen.' Al met al heeft het uitwerken van de bladmuziek aardig wat tijd gekost. 'Ik denk dat ik in totaal iets van tweehonderd tot tweehonderdvijftig uur bezig ben geweest om vijf van de zes partijen uit te werken. Bandlid Willem de Wit heeft het zesde deel uitgewerkt. Het is een goede oefening om zoiets ingewikkelds uit te zoeken en werkend te maken voor deze bezetting.'

SBBN 3Trompetten in TvA
Om zo'n grote voorstelling op poten te zetten, moet er natuurlijk flink worden geoefend. In totaal kwam het hele gezelschap vier keer samen voor reguliere repetities en sloten de muzikanten zich daarnaast een weekend op in een kampeerboerderij om te repeteren. Met een kleine twee weken te gaan tot de voorstelling komt iedereen samen in TvA8 voor een gewone repetitie. Waar overdag studenten zitten te blokken, stromen rond zeven uur 's avonds de groezelige gangen van TvA8 vol met mensen die grote instrumenttassen meezeulen. Verdeeld over zes lokalen op de begane grond en in de kelder gaan de secties eerst apart hun onderdeel oefenen.

Na ongeveer een uur komen ze samen in een van de grotere lokalen om met zijn allen te repeteren. 'Qua ruimte is deze locatie wel oké als we met alleen de bigband zijn, maar de akoestiek is nogal slecht', vertelt Van Deelen. 'Nu zitten we er met de volledige bezetting en dat is erg krap, maar we kunnen niet echt anders.' Met een mixtape geïnspireerd op de televisieserie The Get Down op de achtergrond in een lokaal de drums opgezet. Als alles klaar staat, kan het oefenen beginnen. Terwijl de percussionisten in het lokaal ernaast de muren doen trillen, stemmen de houtblazers hun spel op elkaar af. 'Je zit nog steeds wat aan de hoge kant, een beetje als een conjunctuurgolf in een goed jaar', klinkt het tussen de muzikale vaktermen door. Aan het andere uiteinde van de gang staan de contrabassen, deels verstopt achter hun imposante muziekinstrumenten. Boven zit in een lokaal een groep violisten rustig in een kring te oefenen, in het lokaal naast hen blazen de trompettisten de longen uit hun lijf. Ondertussen loopt Van Deelen rond om te kijken hoe het bij iedereen gaat. 'Iedereen is een beetje buiten hun comfortzone, maar dat maakt het heel leerzaam. Veel van de klassieke mensen spelen voor het eerst met een ritmesectie. Voor de bigband gaan we meer de klassieke kant op qua toon en dynamiek.'

SBBN 2Net echt
Een week later oefenen de 35 muzikanten nog een keer met zijn allen voordat het echte spektakel begint. Dit keer niet in een benauwende collegezaal, maar op de plek waar het allemaal gaat gebeuren. De maandag voor de voorstelling is Brebl, een zaaltje bij het Honigcomplex, het toneel voor de generale repetitie. Voor een groot rood doek en tussen een hoop tassen en instrumentkoffers staan de muzikanten opgesteld. Terwijl de technicus de laatste draden en snoeren voor licht en geluid aanlegt, worden alle stukken een voor een doorgelopen en net zo lang geoefend totdat iedere noot perfect klinkt. Sommige stukken moeten van de dirigent hiervoor wel vier keer opnieuw. 'Nog een keertje dan, om het af te leren.' Als de laatste aantekeningen op de bladmuziek zijn gemaakt en de verschillende secties onderling nog de laatste noten hebben gefinetuned, wordt het hele stuk nog een keer helemaal doorgespeeld.

Voor Van Deelen is het een hele oefening om zoveel mensen aan te sturen. 'Bij een bigband hoef je niet zoveel te dirigeren omdat er een aparte sectie is die het ritme aangeeft. Symfoniemensen leunen daar veel meer op, dus ik moest het dirigeren wel een beetje bijspijkeren.' Wat opvalt tijdens de repetitie is dat zowel de bigband als het studentenorkest erg tot hun recht komen. 'We spelen Sylva omdat dit naar mijn idee het best gelukte cross-overproject ooit is.' Dat de studenten veel zin hebben in het echte optreden is duidelijk. Zonder te klagen spelen ze iedere noot net zo lang totdat hij er perfect inzit, en luisteren ze goed naar de aanwijzingen van de dirigent. Tussen de verschillende stukken door wordt er een hoop gelachen en de sfeer onderling is goed. Met name de trombonisten stelen de show met hun zelfbedachte danspasjes.

'We werken altijd naar een eindproject toe, maar daarnaast hebben we een hoop side-optredens.'

Toekomstmuziek
Hoewel bijna alle aandacht op dit moment bij de optredens van aankomend weekend is, gaat het gewone leven van de muzikanten ook door. 'We werken altijd naar een eindproject toe, maar daarnaast hebben we een hoop side-optredens', vertelt Van Deelen. Zo speelde de bigband begin deze maand voor het lustrum van de managementfaculteit en staat zelfs de dag voor het grote optreden nog een barbecue bij het Radboudumc op de planning. 'Voor die kleinere optredens repeteren we ook, maar de focus ligt bij ons eigen project.' Over wat er verder voor de Studenten Bigband in het verschiet ligt, kan Van Deelen nog niet al te veel vertellen. Grote plannen zijn er in elk geval al wel, met twee projecten in de maak en een festival waar de bigband misschien te gast zal zijn. 'Het komende halfjaar gaan we waarschijnlijk geen samenwerking doen, maar gewoon weer een eigen project. Ik kan er nog niet veel over loslaten, want het staat nog niet helemaal vast.'