Syntax, studie en rock-'n'-roll

Frisse tegenzin: Gegijzelde superster

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Leven als een superster, wie wil dat nou niet? Lang leek het voor mij een onbereikbare droom, maar het is werkelijkheid geworden. Sinds ik bijlessessies organiseer voor de tentamenweken kom ik om in de fans. Of ja, eigenlijk heb ik slechts een fan en de situatie is misschien wat minder simpel dan ik het nu laat klinken.

Wanneer ik bijles geef aan een grotere groep studenten ben ik vooral bezig met de stof en herken ik hooguit enkele gezichten. De rest sla ik niet eens op. De bijleskindjes hebben exact het tegenovergestelde. Zij onthouden mijn hoofd bijzonder goed en vergeten vervolgens alle stof. Dat heb ik geweten, want er bleek een fanatieke groupie te zijn die mij sindsdien telkens confronteert met haar bestaan.

Het begon met een calvinistische knik bij wijze van begroeting, maar nu de frequentie van ontmoetingsmomenten toeneemt, wordt de uitbundigheid van begroeten significant groter. Toen ik eens als vanouds zat te wachten tot de deuren van het ESC voor mij open gingen, zat zij er ook. Zij wachtte alleen niet op de opening, maar op mij. Althans, dat is wat ik er van maak. Dit leek mij het toppunt, maar er komt meer. Laatst zat ik nietsvermoedend aan mijn scriptie te werken en plots maakte zij haar aanwezigheid bekend, waarna zij de plaats naast mij bezette.

Wat een ongemak, want ik moest nu wel de nodige small talk verrichten. In supersterterminologie heet dat ook wel een Meet and Greet. Eigenlijk viel het zo erg nog niet tegen en sindsdien ben ik zelf ook iets enthousiaster geworden. Tegenwoordig groet ik haar iedere keer uit mezelf. Als tegenprestatie ontvang ik dan een stralende glimlach. Het voelt fantastisch om zo'n fan te hebben: daar kan Lady Gaga nog een puntje aan zuigen.

De laatste tijd zwelg ik in narcistische zelfadoratie en ik was ook uiterst beledigd toen een vriend laatst vroeg of ik 'nog last had van die stalker'. Zo zag ik het inmiddels niet meer. Of had hij een punt?

Stalker, groupie, fan, wat is het verschil? Het lijntje tussen een supersterrenbestaan en het Stockholmsyndroom blijkt erg dun te zijn. Ondertussen begin ik vast met het opzetten van mijn eigen modelijn.

Add a comment
Redactie
Reportage Studenten Bigband Nijmegen

Muzikale cross-over in Brebl

Bijna anderhalf jaar geleden is De Studenten Bigband Nijmegen opgericht. Op 22 en 23 juni voeren ze hun vierde project op bij cultuurcoöperatie Brebl, dit in samenwerking met het Nijmeegs Studentenorkest. ANS keek mee bij de laatste repetities voor dit unieke concert. 'Iedereen is een beetje buiten hun comfortzone, maar dat maakt het heel leerzaam.'

Tekst: Vincent Veerbeek en Irene Wilde
Foto's: Danique Janssen en Vincent Veerbeek

Vlak voor een van de laatste repetities voor hun vierde grote concert vertelt dirigent en arrangeur Berend van Deelen hoe de afgelopen anderhalf jaar sinds de oprichting er voor de bigband heeft uitgezien. Inmiddels heeft de bigband al drie grote projecten achter de rug. 'Na ons eerste optreden in het Cultuurcafé hebben we nog twee grote projecten gedaan. Een daarvan was ook in het Cultuurcafé, de andere was een samenwerking met het Fontys Jazz Choir voor een show in theaterzaal C.' Naast deze grote voorstellingen heeft de bigband allerlei andere dingen gedaan, zowel voor de universiteit als voor diverse andere organisaties. 'Tussendoor hebben we veel optredens gehad. Zo hebben we gespeeld op Music Meeting en stonden we in het voorprogramma van het Nederlandse Studenten Jazzorkest in Doornroosje.'

Naast de vaste bezetting, bestaande uit vijf saxofonisten, vier trombonisten, vier trompettisten en een ritmesectie van gitaar, toetsen, basgitaar en percussie, zijn er het afgelopen jaar een fluitist en een zangeres bijgekomen. 'Normaal zit een fluit niet in een bigbandbezetting als los instrument, maar ik vond het een vet idee. Op die manier kun je een moderne vibe creëren, dat is voor mij als arrangeur heel leuk.' Qua naamsbekendheid is de Studenten Bigband inmiddels vooral op de Radboud Universiteit erg bekend. 'Volgens mij zijn we buiten de universiteit nog niet helemaal bij de jazzliefhebbers doorgedrongen. We hopen hen met dit optreden meer aan te spreken.'

SBBN 1

Samenspel
Voor hun huidige project besloot de bigband iets bijzonders te doen in samenwerking met het Nijmeegs Studentenorkest Collegium Musicum Carolinum, een symfonieorkest. Al snel ontstond het idee om Sylva te gaan spelen. Dit album is oorspronkelijk van de Amerikaanse jazzband Snarky Puppy en het Nederlandse Metropole Orkest, een soortgelijke samenwerking als die van de Nijmeegse studentenmuzikanten. 'Sylva is een plaat die aan de ene kant heel funky is, maar aan de andere kant ook symfonische invloeden heeft.' Veel bandleden zijn groot fan van dit project en toen het idee ontstond om samen te werken, werd dan ook al snel geopperd om Sylva te  doen. Wat dit project extra bijzonder maakt, is dat het album tot nu toe alleen is opgevoerd door Snarky Puppy en het Metropole Orkest zelf. 'Losse nummers worden weleens door anderen gespeeld, maar we hebben niks kunnen vinden over een andere uitvoering van het geheel.'

SBBN 4Nadat het plan er eenmaal was, was het aan Van Deelen als arrangeur de taak om het album om te zetten in muziek die de bigband en het orkest konden gaan spelen. 'Het is helemaal gedaan op basis van de audio, omdat er geen uitgeschreven stukken beschikbaar zijn', vertelt Van Deelen terwijl hij een enorm boekwerk met bladmuziek erbij pakt dat de halve tafel in beslag neemt. Bij het uitwerken moest hij ook rekening houden met verschillen tussen de oorspronkelijke uitvoering en de huidige samenstelling. 'Het Metropole Orkest is een stuk groter dan wij en we hebben ook instrumenten die niet in het origineel zitten. Zo hebben we een hobo toegevoegd, want dat leek ons leuk en er is iemand die dat goed kan en graag mee wilde doen.' Al met al heeft het uitwerken van de bladmuziek aardig wat tijd gekost. 'Ik denk dat ik in totaal iets van tweehonderd tot tweehonderdvijftig uur bezig ben geweest om vijf van de zes partijen uit te werken. Bandlid Willem de Wit heeft het zesde deel uitgewerkt. Het is een goede oefening om zoiets ingewikkelds uit te zoeken en werkend te maken voor deze bezetting.'

SBBN 3Trompetten in TvA
Om zo'n grote voorstelling op poten te zetten, moet er natuurlijk flink worden geoefend. In totaal kwam het hele gezelschap vier keer samen voor reguliere repetities en sloten de muzikanten zich daarnaast een weekend op in een kampeerboerderij om te repeteren. Met een kleine twee weken te gaan tot de voorstelling komt iedereen samen in TvA8 voor een gewone repetitie. Waar overdag studenten zitten te blokken, stromen rond zeven uur 's avonds de groezelige gangen van TvA8 vol met mensen die grote instrumenttassen meezeulen. Verdeeld over zes lokalen op de begane grond en in de kelder gaan de secties eerst apart hun onderdeel oefenen.

Na ongeveer een uur komen ze samen in een van de grotere lokalen om met zijn allen te repeteren. 'Qua ruimte is deze locatie wel oké als we met alleen de bigband zijn, maar de akoestiek is nogal slecht', vertelt Van Deelen. 'Nu zitten we er met de volledige bezetting en dat is erg krap, maar we kunnen niet echt anders.' Met een mixtape geïnspireerd op de televisieserie The Get Down op de achtergrond in een lokaal de drums opgezet. Als alles klaar staat, kan het oefenen beginnen. Terwijl de percussionisten in het lokaal ernaast de muren doen trillen, stemmen de houtblazers hun spel op elkaar af. 'Je zit nog steeds wat aan de hoge kant, een beetje als een conjunctuurgolf in een goed jaar', klinkt het tussen de muzikale vaktermen door. Aan het andere uiteinde van de gang staan de contrabassen, deels verstopt achter hun imposante muziekinstrumenten. Boven zit in een lokaal een groep violisten rustig in een kring te oefenen, in het lokaal naast hen blazen de trompettisten de longen uit hun lijf. Ondertussen loopt Van Deelen rond om te kijken hoe het bij iedereen gaat. 'Iedereen is een beetje buiten hun comfortzone, maar dat maakt het heel leerzaam. Veel van de klassieke mensen spelen voor het eerst met een ritmesectie. Voor de bigband gaan we meer de klassieke kant op qua toon en dynamiek.'

SBBN 2Net echt
Een week later oefenen de 35 muzikanten nog een keer met zijn allen voordat het echte spektakel begint. Dit keer niet in een benauwende collegezaal, maar op de plek waar het allemaal gaat gebeuren. De maandag voor de voorstelling is Brebl, een zaaltje bij het Honigcomplex, het toneel voor de generale repetitie. Voor een groot rood doek en tussen een hoop tassen en instrumentkoffers staan de muzikanten opgesteld. Terwijl de technicus de laatste draden en snoeren voor licht en geluid aanlegt, worden alle stukken een voor een doorgelopen en net zo lang geoefend totdat iedere noot perfect klinkt. Sommige stukken moeten van de dirigent hiervoor wel vier keer opnieuw. 'Nog een keertje dan, om het af te leren.' Als de laatste aantekeningen op de bladmuziek zijn gemaakt en de verschillende secties onderling nog de laatste noten hebben gefinetuned, wordt het hele stuk nog een keer helemaal doorgespeeld.

Voor Van Deelen is het een hele oefening om zoveel mensen aan te sturen. 'Bij een bigband hoef je niet zoveel te dirigeren omdat er een aparte sectie is die het ritme aangeeft. Symfoniemensen leunen daar veel meer op, dus ik moest het dirigeren wel een beetje bijspijkeren.' Wat opvalt tijdens de repetitie is dat zowel de bigband als het studentenorkest erg tot hun recht komen. 'We spelen Sylva omdat dit naar mijn idee het best gelukte cross-overproject ooit is.' Dat de studenten veel zin hebben in het echte optreden is duidelijk. Zonder te klagen spelen ze iedere noot net zo lang totdat hij er perfect inzit, en luisteren ze goed naar de aanwijzingen van de dirigent. Tussen de verschillende stukken door wordt er een hoop gelachen en de sfeer onderling is goed. Met name de trombonisten stelen de show met hun zelfbedachte danspasjes.

'We werken altijd naar een eindproject toe, maar daarnaast hebben we een hoop side-optredens.'

Toekomstmuziek
Hoewel bijna alle aandacht op dit moment bij de optredens van aankomend weekend is, gaat het gewone leven van de muzikanten ook door. 'We werken altijd naar een eindproject toe, maar daarnaast hebben we een hoop side-optredens', vertelt Van Deelen. Zo speelde de bigband begin deze maand voor het lustrum van de managementfaculteit en staat zelfs de dag voor het grote optreden nog een barbecue bij het Radboudumc op de planning. 'Voor die kleinere optredens repeteren we ook, maar de focus ligt bij ons eigen project.' Over wat er verder voor de Studenten Bigband in het verschiet ligt, kan Van Deelen nog niet al te veel vertellen. Grote plannen zijn er in elk geval al wel, met twee projecten in de maak en een festival waar de bigband misschien te gast zal zijn. 'Het komende halfjaar gaan we waarschijnlijk geen samenwerking doen, maar gewoon weer een eigen project. Ik kan er nog niet veel over loslaten, want het staat nog niet helemaal vast.'

Add a comment
Redactie
Aanklacht tegen de Nederlandse asielprocedure

ANS leest: Rodaan Al Galidi, Hoe ik talent voor het leven kreeg (2017)

Na Kader Abdollah en Abdelkader Benali sluit Rodaan Al Galidi zich aan bij het rijtje schrijvers van migrantenliteratuur. Het blijft fascinerend om Nederland te zien door de ogen van een buitenstaander. Het beeld dat in Hoe ik talent voor het leven kreeg wordt geschetst is zowel positief als bitter. De roman is gebaseerd op de eigen ervaringen van Al Galidi, maar hij benadrukt dat hij slechts schrijver is en niet de verteller van het verhaal. De hoofdpersoon, Semmier Kariem, is een fictief personage.

Tekst: Simone Bregonje

Tragikomedie
In 1998 komt de Irakees Semmier Kariem na een verblijf in Zuidoost-Azië aan op Schiphol. Daar begint het langste wachten van zijn leven. De negen jaar daarna brengt hij achtereenvolgens door in een opvangcentrum, op een boerderij in Veenhuizen en een asielzoekerscentrum (AZC). Zijn eerste kennismaking met Nederlanders levert lachwekkende situaties op. Vooral de achtjarige dochter van de boer uit Veenhuizen die een agenda heeft, kan rekenen op verbazing van de asielzoekers. Het boek bestaat uit een aaneenschakeling van grappige en schrijnende situaties. Het eindeloze wachten om je te kunnen melden omdat de agent achter de balie andere dingen aan het doen is. De asielzoeker die zelfmoord pleegt, maar waarvan niemand weet waar zijn as gebleven is. Het hopen op een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De asielzoekers die zich plots bekeren tot het christendom, omdat een van hen zo een verblijfsvergunning kreeg. Hieruit blijkt duidelijk dat het leven in een AZC bijzondere situaties oplevert.

Eindeloos wachten
Al Galidi beschrijft het AZC als een graf waarin de tijd van een paar honderd mensen begraven ligt. Hoe ik talent voor het leven kreeg is een illustratie van deze mensen en hun verhalen en eigenaardigheden. Het boek is niet chronologisch opgebouwd, omdat het laten bewegen van de tijd volgens Al Galidi het moeilijkste is aan het vertellen over het leven in het AZC. Zo weet het verhaal de indruk te wekken dat de tijd in het AZC stilstaat. Op sommige momenten lijkt alles beter dan het leven in kamer O139 in het AZC en Semmier denkt er zelfs over om terug te gaan naar Irak. Daarnaast probeert hij meerdere keren te vluchten naar andere landen, maar omdat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het land waar ze aankomen, wordt hij telkens teruggestuurd.

'Hoe vaak liep ik door het AZC met het gevoel dat het de eerste dag was die gewoon langer duurde dan andere dagen.'

Het boek leest dan ook als een aanklacht tegen de Nederlandse asielprocedure. Het wachten en de onzekerheid zijn haast onmenselijk. Hoe ik talent voor het leven kreeg speelt zich af in ons eigen Nederland, waar alles altijd zo goed geregeld lijkt. Lijkt, want de asielzoekers in de roman zitten stuk voor stuk vast in een web van bureaucratie. Op deze manier opent de roman de ogen van de lezer. Toch zegt Al Galidi zelf niet boos te zijn op Nederland. Wel is hij boos op Sadam Hoessein, die van hem een asielzoeker maakte.

Op de fiets
Desondanks is Hoe ik talent voor het leven kreeg geen zware kost. Het wachten van de asielzoekers uit de roman wordt onderbroken door grappige anekdotes. Zo komt de lezer erachter dat asielzoekers eerder leren fietsen dan dat ze Nederlands leren spreken. Abdoelwahid uit Jemen is echter een uitzondering op de regel. Het fietsen zelf lukt Abdoelwahid wel, maar recht fietsen is een ander verhaal. Dit tot grote ergernis van de Nederlanders die zij op de fiets tegenkomen. Een passerend meisje moet uitwijken voor de Jemeniet en vloekt daarom hard. Abdoelwahid besluit haar te achtervolgen en verhaal te halen. Het Asielzoekers (een soort mengvorm van alle talen uit het AZC en het Nederlands) van Abdoelwahid maakt het probleem alleen maar groter. Semmier moet dit oplossen, hij spreekt immers redelijk Nederlands. Als Abdoelwahid vraagt waarom het meisje zo vloekte, verzint Semmier een verhaal over een oma die op haar sterfbed ligt. Daarop biedt Abdoelwahid zijn excuses aan, gevolgd door 'fijne leven oma boven', de Nederlanders verbijsterd achterlatend. Dit is maar een van de vele lachwekkende situaties uit het boek.

Hoe ik talent voor het leven kreeg schetst een goed maar onthutsend beeld van het leven in een AZC door de ogen van een asielzoeker. Af en toe is het lastig om de verschillende verhalen uit elkaar te houden en sommige passages zijn ietwat langdradig, maar dat doet niet af aan de waarde van de roman. In het kader van de multiculturele samenleving is dit zo'n boek dat iedereen een keer gelezen moet hebben.

Add a comment
Redactie
Een mooie aanvulling op seizoen 1

ANS kijkt: 13 Reasons Why (2017-heden)

'Aflevering 13, 38.20 min: kijk niet!', dat schreeuwde het internet over het tweede seizoen van ​13 Reasons Why​. De specifieke scène zou te heftig zijn. Veel kijkers zullen echter te nieuwsgierig zijn geweest om zich te laten leiden door die waarschuwing, en zullen dan ook met afkeer op de bank hebben gezeten tijdens die grafische scène in de spannende seizoensfinale.

Tekst: Myrte Nowee

Welkom bij jouw bandje 
Het verhaal van het eerste seizoen draait om de zelfmoord van Hannah Baker (Katherine  Langford). Voordat ze stierf, nam ze nam ze dertien opnames op cassettebandjes op waarin  ze uitlegt waarom ze er een einde aan heeft gemaakt, elke reden gericht aan een persoon. De opnames worden afgeleverd bij iedereen die wordt genoemd. Een van die mensen is  Clay Jensen (Dylan Minnette), die de opnames luistert terwijl het gewone leven doorgaat. Alle dertien afleveringen zijn zo ingedeeld dat de cassettebandjes worden afgespeeld als voice-over, waardoor het publiek het heden te zien krijgt, vermengd met flashbacks over het verhaal van Hannah. Zo krijgt de kijker beetje bij beetje een completer beeld van waar Hannah's verdriet vandaan komt en hoe dit zich opbouwt. Ook geeft het inzicht in de onderlinge relaties tussen de hoofdpersonen over wie de opnames gaan. 

 

 

Roodkapje en de wolf 
Het tweede seizoen heeft een soortgelijke indeling, maar dit keer worden de afleveringen vanuit het perspectief verteld van de personen die moeten getuigen in de rechtszaak van Hannah's ouders tegen de school. Dit is heel interessant omdat het verhaal van Hannah nu door de ogen van andere mensen wordt getoond. Zo wordt haar personage van verschillende kanten belicht. Het verhaal van roodkapje is anders als de wolf het vertelt. Ook krijgt het verhaal hiermee meer lading en wordt de serie als geheel realistischer. Niemand is perfect en die imperfectie wordt op deze manier in beeld gebracht zonder dat het afbreuk doet aan je sympathie voor Hannah. 

Ook ziet de kijker de andere hoofdpersonen in het verhaal veranderen doordat zij nu hun eigen verhaal mogen vertellen en ze te maken krijgen met thema's als herstel en rouwverwerking. Daarnaast wordt door de rechtszaak goed in twijfel getrokken of de school wel daadwerkelijk verantwoordelijk is geweest voor Hannah's dood, wat de ouders van Hannah in de rechtszaak tegen de school claimen. Toen de makers de verhaallijn af hadden, stemden ze zelf over de zaak alsof zij het juryoordeel gaven, en werd het vijf tegen vijf. Missie geslaagd dus. 

Maatschappelijke problemen 
Het verhaal wordt in het tweede seizoen ook een stuk uitgebreider. Het verhaal draait allang niet meer alleen om Hannah, maar pakt ook andere kwesties aan die in Amerika voor veel problemen zorgen, zoals wapengeweld, seksueel geweld tegen vrouwen, racisme en het falen van het rechtssysteem. De makers willen met de serie dan ook een dialoog op gang brengen, en dat lijkt te zijn gelukt. Nog geen maand nadat het tweede seizoen van de Netflix serie online vond de Parents Television Council, een Amerikaanse lobbygroep tegen vloeken, geweld en seks in de media, dat hij offline gehaald moest worden. Hun belangrijkste reden hiervoor was een erg gewelddadige scène in de laatste aflevering. Maar is het censureren van geweld dat ook in het echt voorkomt verstandig? 

Voor ons in Nederland is het moeilijk te bevatten hoe waarheidsgetrouw de serie is gemaakt. Zelfs al gaat het er niet op iedere Amerikaanse middelbare school zo aan toe, het is minder aangedikt dan het misschien lijkt voor een Nederlands publiek. Dat wordt vooral duidelijk in Beyond the Reasons, een soort talkshow waarbij de makers en acteurs in gesprek gaan over de serie met specialisten, zoals doktoren, advocaten en psychiaters. De producenten leggen de keuzes uit die ze maakten en vertellen over het onderzoek dat ze hebben gedaan om de verhaallijnen te schrijven. Zo zijn ze bijvoorbeeld met een van de acteurs bij een afkickkliniek geweest om de fases van afkicken te bestuderen voor diens personage. 

En toen 
Dat de serie veel losmaakt is duidelijk, maar of hij meer problemen veroorzaakt of juist bijdraagt aan de oplossing moet nog blijken. Qua verhaalopbouw en acteerprestaties is de serie zelf in ieder geval van hoog niveau. Seizoen twee is wel wat minder sensationeel en wordt op IMDB ook iets lager beoordeeld. Waar in het eerste seizoen vanaf aflevering zes ongeveer de spanning er echt in ging zitten, moet het tweede seizoen het vooral van de laatste twee afleveringen hebben. Desalniettemin geeft het een mooie aanvulling op het verhaal. Het tweede seizoen heeft wederom een open einde en een derde seizoen is al beloofd. Katherine Langford heeft aangegeven niet mee te willen doen omdat het verhaal van Hannah nu af is naar haar idee, dus het is afwachten hoe de makers hiermee omgaan. 

Bij de spraakmakende scène in de laatste aflevering scène moet iedereen zelf beslissen of hij hem kijkt of niet. Zonder geluid terugkijken op YouTube is ook een goede optie. Het hele seizoen erom niet kijken is in ieder geval niet nodig.

 

Add a comment
Redactie
Op de proef gesteld

Student versus Cito

Voor middelbare scholieren is woensdag de grote dag waarop eindelijk duidelijk wordt wie is geslaagd en wie niet. Voor je het weet, ben je echter vier jaar verder met je droomstudie en is alle kennis allang vergeten. De redactie van ANS boog zich over de examens van dit jaar om te kijken hoe de innerlijke middelbare scholier ervoor staat.

Studie: Biologie, derdejaars
Eindexamen: Biologie
Cijfer toen: 5
Cijfer nu: 6,5

Alle lange dagen zwoegen in de UB afgelopen drie jaar hebben toch wat opgeleverd, zo blijkt maar weer: inmiddels ligt een voldoende voor het vwo eindexamen Biologie wel binnen handbereik. Qua inhoud komt het examen sterk overeen met de inhoud van de tentamens aan de RU, maar dan sterk versimpeld. Pogingen van Cito om de eindexamenkandidaten af te schrikken met termen zoals fagolysosoom, tetracycline en osmoregulatie hebben op een doorgewinterde student dan ook geen effect meer. Al jaren zijn de onderwerpen hetzelfde in het eindexamen. Telkens weer worden de evolutietheorie, DNA replicatie en genetica netjes behandeld, terwijl aan ecologie nauwelijks aandacht wordt besteed. Tijdens de opleiding Biologie verandert er niet veel aan de onderwerpen, maar wel aan de diepgang van de stof. Tijdens het maken van het examen lijkt de vroeger zo heilige BINAS dan ook even een overbodige luxe te zijn geworden. Bij het nakijken valt het toch allemaal weer mee te vallen, het resultaat is een schampere 6,5

Studie: Amerikanistiek, vierdejaars
Eindexamen: Engels
Cijfer toen: 7,9
Cijfer nu: 7,1

Hoewel Engelstalige teksten dagelijkse kost zijn bij Amerikanistiek, heeft Cito toch iets andere verwachtingen dan de gemiddelde professor van de Radboud Universiteit (RU). Voor creativiteit is geen ruimte en het examen Engels draait vooral om de belangrijkste vaardigheid voor iedere afgestudeerde burger: begrijpend lezen. Niet alleen van de teksten, maar ook van de vragen, die nog altijd zo cryptisch verwoord zijn dat het een goed idee lijkt om op goed geluk een letter op te schrijven die al een tijdje niet meer is voorgekomen. Een vraag over de rol van de auto in het opbloeien van de Amerikaanse voorsteden maakt meer los, maar ook hier gaat het helaas alleen om een opmerking van de auteur in regel vier van alinea twee. Praatjes vullen geen gaatjes, maar de meest voorkomende vraag in dit examen is toch wel 'Which of the following fits the gap', met een keuzemenu waar soms een flinke thesaurus voor nodig zou zijn om er iets van te maken. Hoewel ook bij Amerikanistiek volop aandacht wordt besteed aan de Engelse taal, is zelfs de doorgewinterde Engelsstudent niet opgewassen tegen de mierenneukerij van dit examen.

Studie: Geschiedenis, vijfdejaars
Eindexamen: Geschiedenis
Cijfer toen: 7,2 (tweede kans)
Cijfer nu: 5,7

Vijf jaar Geschiedenis aan de RU zou genoeg moeten zijn om het vwo eindexamen met twee vingers in de neus te halen. Niets is minder waar. Bij het openen van het examenboekje is er nog hoop, omdat het eindexamen tegenwoordig gaat over de hele geschiedenis, vanaf de Romeinen tot en met de val van het IJzeren Gordijn. De stof uit het propedeusejaar zou nu goed van pas kunnen komen, aangezien in het eerste jaar van de studie ook de hele geschiedenis de revue passeert. Het is pijnlijk om erachter te komen dat de vragen over de Middeleeuwen en de Gouden Eeuw met pijn en moeite moeten worden ingevuld in de hoop om genoeg punten bij elkaar te sprokkelen. Daarnaast staan in het bronnenboekje te veel teksten en te weinig spotprenten om te analyseren en kan je de zin 'kenmerkende aspecten van deze periode' na een half uur al niet meer zien. Om het Geschiedenisgezicht te redden komen de vragen over Joseph Goebbels en Gorbatsjov aan het einde als geroepen, want die zijn makkelijk in te koppen. De N-term van 0,9 levert uiteindelijk een magere voldoende op. Toch valt het cijfer niet tegen, want in die vijf jaar Geschiedenis zijn wel vaker studentenzesjes behaald.

Studie: Nederlands, vierdejaars
Eindexamen: Nederlands
Cijfer toen: 6,7
Cijfer nu: 6,5

Het eindexamen Nederlands is traditioneel een van die examens waar je niet voor hoeft te leren. In de praktijk valt het begrijpend lezen echter altijd tegen. De vragen zijn vaag gesteld en de teksten gaan allemaal over hetzelfde. Cito lijkt in het examen namelijk vooral de geesteswetenschappen te willen promoten. Wellicht hopen ze eindexamenkandidaten die nog geen studiekeuze hebben gemaakt zo alsnog over de streep te trekken. Goed, de derde tekst is geschreven door een bètawetenschapper die meent dat de geesteswetenschappen wel opgedoekt kunnen worden, maar door het hele examen heen worden leerlingen vooral gedwongen na te denken over de plek die geesteswetenschappen in de samenleving innemen. Mocht de zwevende kiezer naar aanleiding van dit examen besloten hebben Nederlands te gaan studeren, moet zich voorbereiden op een teleurstelling. Het eindexamen heeft noch te maken met het schoolvak, noch met de studie. Vier jaar studeren heeft dan ook nauwelijks iets veranderd aan het eindcijfer.

Sommigen met de hakken over de sloot, maar iedereen is geslaagd. Tijd voor een examenfeestje en de verplichte reis naar Lloret de Mar. 

Add a comment
Redactie
Komen studenten op straat door nieuwe verhuurregels?

Je goed recht: Strengere verhuurvergunningen

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: verhuurvergunningen.

Steeds meer buurten in Nijmegen worden overspoeld door studenten. Vooral in de wijken Bottendaal en Nijmegen-Oost zijn er veel klachten van buurtbewoners met betrekking tot het aantal studentenhuizen, zoals het veroorzaken van geluidsoverlast en rotzooi rondom het huis. De gemeente Nijmegen gaat daarom actie ondernemen en heeft de voorwaarden voor de verhuurvergunningen aangescherpt. Het nieuwe beleid heeft als motto: 'De aanpak van overlast en illegale kamerverhuur.' Nijmegen telt op dit moment ongeveer vijftienhonderd studentenhuizen die niet aan de regels voldoen en dus illegaal zijn. De vraag is of huisbazen kunnen voldoen aan de strenge eisen van de gemeente. En zo niet, komen de studenten dan op straat te staan?

Strengere voorwaarden
Sinds 1 januari 2018 zijn de eisen waar huurbazen aan moeten voldoen aangescherpt en geldt een omzettingsregeling. Verhuurders die geen vergunning hebben, kunnen alsnog een vergunning krijgen als ze voldoen aan de lichtere voorwaarden van de oude regeling. Wanneer de verhuurders dit niet kunnen aantonen, zijn de studentenhuizen illegaal en hebben ze tot 1 juli de tijd om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Onder de nieuwe regeling zijn verhuurders die aan drie of meer personen verhuren verplicht een vergunning aan te vragen. Ook zijn er strengere normen voor geluidsisolatie en brandveiligheid en moet er zijn voldaan aan de zogeheten leefbaarheidstoets. Aan de hand van meldingen van omwonenden toetst een commissie dan onder andere de mate van overlast in de wijk. Aangezien de leefbaarheidstoets vrij subjectief is, is het voor huisbazen echter moeilijk te voorspellen of hun vergunningsaanvraag zal worden goedgekeurd. Ten slotte wil de gemeente meer verantwoordelijkheid leggen bij de verhuurders. Onder de nieuwe regeling is de verhuurder verplicht goede afspraken te maken met de huurders om overlast te voorkomen. Bij aanhoudende overlast kan de gemeente een boete opleggen of besluiten de vergunning in te trekken.

De verhuurder van een illegale huurwoning is verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen.

Kunnen studenten zomaar op straat worden gezet?
Stel, een verhuurder verhuurt al enkele jaren een illegale huurwoning. Het huis moet worden aangepast om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Daarbij is het nog maar de vraag of er is voldaan aan de leefbaarheidstoets. De verhuurder vindt de kosten voor de aanvraag van de vergunning te hoog en wil de studenten liever uit het huis zetten. Dit kan echter niet zomaar. De verhuurder van een illegale huurwoning is namelijk verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen. Als hij vervolgens geen vergunning krijgt, kan hij de huurovereenkomst wel ontbinden. In dit geval kan de student in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Of de studenten op straat komen te staan, is dus afhankelijk van de vraag of de vergunningsaanvraag van de verhuurder door de gemeente wordt goedgekeurd.

Conclusie
Dankzij de nieuwe regeling van de gemeente Nijmegen gaan de huurbazen van illegale studentenhuizen het lastig krijgen. Naast het feit dat de illegale verhuurders moeten voldoen aan de nieuwe strengere voorwaarden, gaat de gemeente kijken of de leefbaarheid van de wijk achteruitgaat. Aangezien de leefbaarheidstoets minder objectieve maatstaven bevat, heeft de gemeente meer vrijheid bij de beoordeling van een aanvraag. Huurders en verhuurders van illegale studentenhuizen verkeren hierdoor in onzekerheid. Of duizenden studenten op straat komen te staan, is afhankelijk van hoe streng de gemeente de eisen zal handhaven. Wel kan met zekerheid worden gezegd dat de gemeente harder gaat optreden tegen illegale kamerverhuur.

Add a comment
Redactie
Om grijze haren van te krijgen

Goed verhaal, lekker kort: Ouderen, gedraag u/jullie!

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: het aanspreken van oude mensen.

Ik voel me de laatste tijd vaak bedreigd, voornamelijk door ouderen. Aan dit gevoel ligt het volgende ten grondslag: bij een eerste kennismaking zeg ik "u" tegen mensen die veel eerder dan ik ter wereld kwamen, maar dat pikken ouderen van tegenwoordig niet.

Ik ben fatsoenlijk opgevoed. 'Spreek een ouder persoon altijd eerst aan met "u". Als diegene wil dat je "je" gebruikt, zegt hij of zij dat wel', kreeg ik van thuis mee. Deze strategie werkte tot een paar jaar geleden goed. Mijn gesprekspartners accepteerden "u", of zeiden op vriendelijke toon dat ik "je" tegen hen mocht zeggen, waarna ik dat deed.

Die tijd is voorbij. Ik krijg tegenwoordig regelmatig te maken met semi-agressieve benaderingen wanneer ik iemand vousvoyeer. Pas geleden was het weer raak. Ik raakte in gesprek met een vrouw die overduidelijk van de babyboomgeneratie was. Tijdens die kennismaking stelde ik haar een vraag met daarin het blijkbaar zo gevoelig liggende woord. De vijftigplusser in kwestie rolde met haar ogen, keek alsof ik een net ontdekte spatader was en besloot zwaar geërgerd: 'Ik krijg echt heel erg jeuk van "u"!' Mijn gedachte: 'Och, jeetje, kan uw – correctie, jouw - verrimpelde, tere huidje dit niet eens aan?', waarna ik mij natuurlijk keurig herpakte en een krachtige "je" in de conversatie gooide.

Hoewel een studentenblad waarschijnlijk het verkeerde medium is om vijftigplussers te bereiken, moet ik dit toch even kwijt:
Vooropstellend, ik vind het prima als mensen willen worden aangesproken met "je". Ik snap ook de overweging. "U" zou afstandelijk of onpersoonlijk klinken. Maar, er is daarnaast geen enkele reden om mij kwalijk te nemen dat ik in eerste instantie vousvoyeer. Etiquetteregels zijn ooit ontstaan om rekening te houden met de gevoelens van anderen. Ik zeg "u" uit respect. Ik zeg heus geen "u" om te pesten, om u te attenderen op het feit dat u gewoon veel en veel ouder bent, om erin te wrijven dat uw haarlijn gênant ver terugloopt, om u even fijntjes te herinneren aan het einde van uw eisprong of om te benadrukken dat u naar grote waarschijnlijkheid eerder tussen zes planken zal liggen dan ik. Ik zou niet durven.

Een iets volwassenere reactie op mijn uiting van respect zou dus wenselijk zijn. Ik heb immers ook gevoelens. En die moeten nog wél even mee.

Add a comment
Noor de Kort