Film over een hechte criminele familie

ANS Kijkt: Shoplifters (Manbiki kazoku)

Donderdag 13 december ging de de Japanse film getiteld Shoplifters (Manbiki kazoku) in LUX in premiére. Deze Palme d'Or winnaar is een dramafilm die je niet enkel tot denken zet, maar wellicht ook tot handelen. Regisseur Hirokazu Kore-Eda wordt beschouwd als een van de filmmeesters van Japan, mede door de meerdere internationale filmprijzen die hij heeft gewonnen voor titels als Like Father, Like Son en Still Walking. In zijn nieuwste film geeft Kore-Eda geeft op eigenaardige wijze een gezin weer dat niet schuwt voor sociale wanpraktijken en taboes. Er wordt een fantastische weergave gegeven van een bijzonder dievengezin bestaande uit vijf personen, die op generlei wijze parentage hebben.

Tekst: Kirti Kohra Singh

Opmerkelijke gezinssituatie
Het gezin bestaat uit 'vader' Osamu Shibata (Lily Franky), 'moeder' Nobuyo Shibata (Sakura Ando), 'oma' Hatsue Shibata (Kirin Kiki), 'dochter' Aki Shibata (Mayu Matsuoka) en 'zoon' Shota Shibata (Kairi Jyo). Het meest opvallende is dat de familie weinig voelt voor de wet en sociale normen, maar wel veel voelt voor elkaar. De film begint met een scéne waarin Osamu en Shota een aantal boodschappen uit een supermarkt stelen. Niet alleen Osamu en Shota zijn bezig met diefstal. Moeder steelt spullen uit de kleding van mensen bij de wasserette waar ze werkzaam is en Aki is een soort (soft)sekswerker. De film geeft een erg natuurlijke kijk in het leven van een normafwijkend gezin. Het legt de nadruk niet op de misdaden maar laat ze voorkomen als alledaagse bijzaken; Kore-Eda laat heel duidelijk het menselijke naar voren komen achter het stelen. Dit biedt de kijker de mogelijkheid om veel sociale stigma's in perspectief te plaatsen.

Yuri
Na de eerste diefstal in de film, treffen Osamu en Shota een klein meisje genaamd Yuri op een balkon aan dat buiten is gesloten door haar ouders. Gezien het al laat is en het koud begint te worden, besluiten ze het meisje mee te nemen naar hun huis. Zodra ze thuis zijn valt het op dat ze allerlei wonden op haar arm heeft. Deze verwondingen heeft ze opgelopen bij haar echte gezin, waarin veel huishoudelijk geweld plaatsvond; onder andere gericht op haar. Het gezin van Osamu en Shota besluit haar dat Yuri bij hen laten intrekken de beste keus is, ook al is dit illegaal. Wat na een tijdje in de film blijkt is dat alle leden van het gezin op een dergelijke wijze bij het gezin zijn gekomen. Geen van hen heeft bloedverwantschap en ze zijn allemaal verlaten door hun families. Dit wordt duidelijk naarmate de film vordert en de levens van de familieleden afzonderlijk worden belicht. Ondanks de eigenaardige gezinssituatie en -samenstelling kent het gezin een erg sterke band en is er veel liefde onderling. Kore-Eda wil hiermee duidelijk maken dat een hechte band niet gestoeld is op bloedverwantschap of de reputatie binnen een gemeenschap.

Natuurlijke weergave
In Shoplifters worden de levens van de personages worden op een heel gedetailleerde en naturalistische wijze vertoond. De dialogen zijn hier een uitstekend voorbeeld van, de manier van spreken voelt niet afkomstig uit een script maar is even organisch als een alledaags gesprek. Details als de kinderachtigheid van de vader, die bijvoorbeeld blijkt uit een scéne waarin hij binnen aan het voetballen is met een plastic tas, doet de kijker de film niet alleen aanschouwen maar ook beleven. Een ander voorbeeld is de weergave van de diefstalscénes. De dynamiek die aanwezig is tussen het winkelpersoneel, Osamu, Shota en soms Yuri wordt op een ongekend realistische manier weergegeven. Het stelen wordt beleefd zoals de personages het beleven, zonder de spanning die de kijker zou voelen als hijzelf zou stelen.

Kroket met noedels
Een groot deel van de dialogen en de actie in Shoplifters gebeurt tijdens het eten. Zo ontmoet Yuri de andere familieleden voor het eerst tijdens het eten worden er veel cruciale gesprekken gevoerd tijdens het eten van verscheidene Japanse gerechten. Tijdens de film komt meerdere keren het gerecht 'kroket met instant-noedels' terug, het lievelingseten van Osamu en Shota. Na het kijken van de film was niet alleen mijn honger aangewakkerd, maar ook mijn nieuwsgierigheid naar de smaak van kroket samen met instant-noedels. Hoewel het in eerste instantie een gekke combinatie lijkt, blijkt het onverwachts lekker te smaken. Het eindoordeel van Shoplifters is echter niet aan verassingen onderhevig. Shoplifters is niet alleen film-technisch beschouwd erg goed. De personages en hun hechte band onderling is wat de film een genot maken om naar te kijken.

 

Commotie ontgroeningsbrief dispuut Reinaert

U maakt een grove grap, mag dat?

De uitgelekte ontgroeningsinstructies, met grappen over de Stint en vrouwen, van herendispuut Reinaert hebben voor de nodige commotie gezorgd. De opdrachten waren volgens de leden ludiek bedoeld, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

 vos 750x

De brief met ontgroeningsinstructies van het Nijmeegse herendispuut Reinaert is uitgelekt en delen ervan zijn gepubliceerd in de Gelderlander. De instructies waren bedoeld voor vier aspirant-leden van het dispuut als onderdeel van hun inwijding tot het onafhankelijke dispuut. Er werden instructies gegeven als 'u verkleedt uw fietsen als aangereden Stint, hier ontbreken de schoolspullen en ketchup natuurlijk niet' en 'in de kroeg zoekt u de lelijkste hoer op en zet haar in het zonnetje door bij haar een lapdance uit te voeren'. In een reactie aan de Gelderlander legt een van de leden uit dat de opdrachten een ludieke ondertoon hadden. 'Het is bedoeld als satire. Het gebeurt natuurlijk niet echt.' Toch lokte het document veel wisselende reacties uit. Een deel ziet de instructies als seksistisch en grensoverschrijdend. Anderen zien de humor er juist wel van in. Mogen dit soort grappen wel als het duidelijk is dat het ludiek bedoeld is?

Geschreven en ongeschreven regels
In onze maatschappij hebben we de wet die stelt wat wel en niet mag. Die staat vast. Aan de andere kant bestaan ook normen die zeggen dat men elkaar fatsoenlijk en respectvol moet behandelen. Dit zijn de ongeschreven regels die bij overschrijden vaak tot sociale sancties leiden. Volgens socioloog aan de Radboud Universiteit (RU) Niels Spierings, tonen de voorbeelden uit het document van herendispuut Reinaert in ieder geval weinig respect. 'Een fiets verkleden als Stint. Daarvan is duidelijk dat het niet respectvol is naar de slachtoffers en de nabestaanden.' Wanneer er wordt gekeken naar de omgangsnormen begeven we ons volgens Spierings in een relatief grijs gebied. 'Wanneer ben je iemand belachelijk aan het maken en wanneer is het gewoon een grap? Waar zit die grens? Daar gaat het debat juist over.'

'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen.'

Het creëren van groepen
In het geval van ontgroeningen is het voornaamste doel om een groep te creëren en een sterke band tussen leden van de groep te ontwikkelen. Dit gebeurt volgens Spierings door verschillende stappen te doorlopen. 'Eerst wordt bepaald wie er bij de groep hoort en wie niet. Vervolgens wordt er identiteit aan een groep gegeven, ofwel je voelt je daadwerkelijk lid van het dispuut. In de laatste stap wordt de groep afgezet tegen de maatschappij. Dat kan gebeuren door je eigen groep superieur te stellen, maar vaak ook door op een andere groep af te geven', legt Spierings uit. 'Het is een manier om je eigen groep meer identiteit te geven.'

Het ludiek bedoelde document is daarom geen toevallige gebeurtenis, maar lijkt een uiting van de laatste stap in het proces van het creëren van een groep. Hoewel het voor de leden van het dispuut een onschuldige opmerking lijkt, hebben zulke grappen wel degelijk gevolgen voor de maatschappij. 'Het is niet toevallig dat bepaalde groepen vaker het onderwerp zijn van de grappen. Dit zijn de groepen die minder machtig zijn, de kwetsbaren van de maatschappij. Dan kunnen de grappen, bedoeld of onbedoeld effect hebben', verklaart Spierings. Door een vrouw neer te zetten als hoer, ben je onderdeel van een grotere stroom die vrouwen tot een lustobject reduceert, ook al is het in grappen. 'Het is belangrijk om je af te vragen om wie we lachen met de grap en of dat chique is om te doen.'

Uitzonderlijk geval
Spierings geeft aan dat het ook mogelijk is om hetzelfde type grappen te maken zonder een ander te benadelen. 'Meisjes filmen in een kleedkamer kan ludiek bedoeld zijn, maar het signaal zou altijd moeten zijn: dat kan en mag niet. In het uitzonderlijke geval kun je een grap maken die dat benadrukt.' Het gaat dan over goed doordachte grappen waarin wordt gespeeld met de ongemakkelijkheid. Cabaretiers hebben de capaciteit waardoor ze een grap kunnen maken die eigenlijk niet door de beugel kan, maar dit is dan ook meteen duidelijk voor het publiek. 'Als je hier zelf niet helemaal helder in bent, moet je dit soort grappen niet maken als je andere groepen daarmee niet wilt buitensluiten of belachelijk wilt maken', benadrukt Spierings. 'Maak dan een grap waarin je jezelf op de hak neemt.'

 

 

Jeyna Sow
Een kijkje in een tegen-intuïtieve gedachtegang

ANS leest: Paul Bloom, Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2017)

Tegen empathie? Het staat er echt. Het is maar goed dat de ondertitel al hint naar 'rationele compassie' als alternatief, anders zou het bijna klinken als een pleidooi voor onvriendelijkheid. Na het uitbrengen van minder controversiële boeken over bijvoorbeeld baby's en taal, besloot de Canadees-Amerikaanse psycholoog Paul Bloom zijn ietwat omstreden maar uitgebreid onderbouwde betoog tegen empathie in 2016 vast te leggen in Against Empathy. Bij de verspreiding van zijn visie stuit hij op veel weerstand van zowel collega-psychologen als leken, die empathie juist vaak heel belangrijk vinden. Empathie wordt erg opgehemeld in de maatschappij merkt Bloom op, en hij vindt dat daar verandering in moet komen. Gaat Against Empathy daarvoor zorgen?

Tekst: Danique Janssen

Moraliteit zonder empathie
Bloom begint met definiëren wat empathie volgens hem is: je verplaatsen in andermans schoenen en voelen wat hij of zij voelt. Dit kan leiden tot allerlei deugden als behulpzaamheid en vriendelijkheid, maar volgens Bloom leidt empathie vooral tot irrationele keuzes. Mensen komen bijvoorbeeld graag direct in actie wanneer er dicht bij huis iets ergs gebeurt, in zijn voorbeeld een schietpartij op school. Aan de andere kant sluiten mensen vaak juist hun ogen voor grootschalige tragedies die verder van huis zijn, bijvoorbeeld massale hongersnoden in Afrika. Rationeel gezien zou het verstandiger zijn om je in te zetten voor de hongersnood dan voor de schietpartij, gezien het grote verschil in aantal doden. Volgens Bloom gebeurt dit echter niet omdat het veel makkelijker is om empathie te voelen voor mensen die zowel geografisch als emotioneel dichter bij je staan.

De schrijver laat zien dat zijn idee over empathie toepasbaar is op allerlei vlakken in het leven. Zo heeft hij hoofdstukken gewijd aan onder andere politiek en moraliteit, maar hij maakt het ook een minder-ver-van-je-bed-show door bijvoorbeeld te schrijven over empathie en intimiteit. Een cruciale lijn die het boek aanhoudt, is nuance. Hoewel de titel dit niet impliceert, benadrukt Bloom namelijk dat empathie ook waardevol kan zijn. Zo geeft hij toe dat empathie moreel gedrag kan motiveren. Wel pleit hij ervoor dat empathie sterk wordt overgewaardeerd door veel mensen en dat we het niet nodig hebben om effectief te handelen. Wat we daarentegen wel nodig hebben, zijn bijvoorbeeld rationele compassie en objectiviteit.

Niet empathisch, wel sympathiek
Op het eerste gezicht lijkt een samenleving zonder empathie misschien een verontrustend idee. Gelukkig begeleidt Bloom de lezer op luchtige manier door zijn gedachtegang. Het boek is duidelijk vanuit een psychologische invalshoek geschreven. Het zijn vooral andere psychologen en hun theorieën die Bloom aanhaalt ter ondersteuning van zijn punt. Geen psychologische theorie is uiteraard compleet zonder Sigmund Freud, dus zelfs hij passeert nog even de revue. Toch is het boek door de informele schrijfstijl ook heel begrijpelijk voor mensen die zich normaal niet zo fanatiek bezighouden met menselijk gedrag. Bloom mag dan wel een afkeer tegen empathie hebben, uit zijn toegankelijke en informele schrijfstijl blijkt wel een sympathieke persoonlijkheid. Dit heeft voor de lezer ook weer iets geruststellends: ook zonder empathie is het nog mogelijk om een vriendelijk persoon te zijn.

Moeilijk weerlegbaar
Op het eerste gezicht kan Blooms mening behoorlijk tegen-intuïtief aanvoelen. De psycholoog is echter overal op voorbereid en ontkracht al in het eerste hoofdstuk zo'n beetje alle tegenargumenten die hij gehoord heeft. Een voorbeeld hiervan is het veelgehoorde 'More empathic people are kinder and more caring and more moral. This proves that empathy is a force for good.', waarop hij opmerkt dat uit wetenschappelijk onderzoek slechts een zwakke relatie tussen empathie en morele goedheid is gebleken. Ook in de rest van het boek lijken er weinig haken en ogen aan zijn verhaal te zitten, dat niet slechts een mening blijft maar uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd wordt.

Naast dat Bloom dus erg goed zijn weg weet te vinden in wetenschappelijke databases, heeft hij zijn redenatievermogen ook mee. Het boek bevat veel nuanceringen van wat empathie betekent en wat niet, en in welke gevallen het wel of niet goed zou zijn. In situaties dat empathie volgens Bloom niet optimaal is, legt hij uit wat dan wel een effectieve strategie zou zijn. Hierdoor wordt het bijna moeilijk om het niet met hem eens te zijn.

Als er één naslagwerk is dat de potentie heeft om voor een anti-empathische revolutie te zorgen, dan is Against Empathy zeker een goede kandidaat. Door de overtuigende en goed onderbouwde argumenten wordt het heel aannemelijk, zowat vanzelfsprekend, dat empathie soms meer kwaad brengt dan goed. Blooms boek is toegankelijk geschreven en of je het nu met hem eens bent of niet, het boek biedt genoeg stof tot nadenken. De schrijver weet verdacht goed in te schatten hoe hij de lezer het beste zijn punt duidelijk kan maken. Het heeft bijna iets weg van empathie.

 

De ongemakken van het voorstellen

Goed verhaal, lekker kort: De kracht van een naam

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: ongemakken, oplossingen en trucs met de eigennaam.

Vorige week zaterdag, de verjaardag van een vriendin. Ik kom de huiskamer binnen en kijk om me heen: weinig tot geen bekende gezichten. Het voorstellen kan dus beginnen. 'Hallo, Noor', 'Noor', 'Noor'... Natuurlijk is de gespreksstof onder de aanwezigen net op, dus iedereen is met zijn volle aandacht bij mijn voorsteltafereel. Halverwege heeft iedereen al lang begrepen dat ik Noor heet, maar voorstellen is niet iets dat je voor jezelf doet. Je doet het, omdat je een pure, intrinsieke, hardnekkige motivatie hebt om erachter te komen hoe die andere persoon heet. Ik ploeter me dus stug langs alle handen. 'Noor, Noor, Noor, Noor, Noor.' Einde van de kring. Zestien keer je eigen naam gehoord, en geen enkele andere naam onthouden. Ik plof neer op een vrije stoel. 'Euh, hoe heet je ook alweer?', vraag ik schaapachtig lachend aan mijn buurvrouw.

Er bestaan personen die dit probleem op een amicale wijze weten te tackelen. Het is het type mens dat met een grote zelfverzekerdheid naast de eigen naam 'Dag Noor'/ 'Hallo Noor'/ 'Leuk je te ontmoeten Noor' terugzegt. Een automatisch stemmetje in mijn hoofd reageert dan meteen: 'Oeh, wat een sympathiek persoon', maar in wezen is het gewoon een slimme truc. Diegene vergeet jouw naam zo nooit meer.

Het nog amicalere type mens kan geen genoeg krijgen van het zeggen van je naam. Aan het begin of aan het einde van iedere willekeurige zin wordt plotseling jouw naam geplakt. Net alsof je die zelf niet kan onthouden. Shanne, een enthousiaste deelnemer aan het tv-programma VT Wonen, is zo'n naamzegger. Het begint al bij de eerste kennismaking met presentator Kees Tol (kijk hier het fragment terug vanaf min. 12.50). Wanneer Shanne aan het begin van de aflevering haar deur opendoet, zegt ze meteen: 'Hee Kees!' Ook de rest van de aflevering lijkt ze haar band met de presentator te willen versterken door hem continu bij naam te noemen. Kees – zelf ook hoog scorend op de schaal der amicaliteit – lijkt het allemaal wel best te vinden.

Niet alleen in gezellige contexten komen namen veel voor. Juist in een grimmige setting vallen ze vaker. Ik moet bekennen dat ik zelf de neiging heb om mijn zusjes in een felle discussie bij voor- én achternaam te noemen. Als statement. Het lijkt je argument net wat meer zwaarte te geven, en het bekt gewoon lekker. Daar denken mijn zusjes overigens anders over. 'Ik weet heus wel hoe ik heet hoor!', beet een van hen laatst terug.

Op een familiefeest ontdekte ik laatst dat ik niet de enige ben met deze – toch wat sneue – eigenschap. Mijn achternichtje ging stoeiend over het grasveld met haar nog net wat kleinere en minder gespierde achterneefje, die deze worstelpartij voor peuters met geen mogelijkheid leek te gaan winnen. Plots begon mijn achterneefje te huilen. De moeder van mijn achternichtje, die toch al in hoge staat van paraatheid verkeerde, brulde op dat moment de volledige naam van haar dochter door de tuin. Alleen de tweede en derde naam misten nog. Misschien een idee voor de volgende keer. De meeste doopnamen zijn immers op zichzelf al reden om in janken uit te barsten.

 

Een interview over interviewen

De geluiden van Tim

Programmamaker en columnist Tim den Besten staat op donderdag 22 november op het Wintertuinfestival met een college over 'de geluiden van nu', aldus de Facebookpagina van het evenement. ANS was erg benieuwd naar deze geluiden en zocht Den Besten op in een bruine kroeg in Amsterdam. 'Ga ik over de geluiden van nu vertellen? Daar weet ik niks van!'

Tekst: Pleun Weijers
Foto's: Irene Wilde

Tim den Besten, bekend van onder andere de documentaire Super Stream Me en programma's als De Lowlands Show en Beestieboys, kan dus niet vertellen wat hij gaat doen op het Wintertuinfestival. 'We hebben dat nog niet precies bepaald. Een college geven, ik weet niet of ik daar wel goed in ben.' Interviewen kan Den Besten in ieder geval wel. In zijn huidige programma Tims ^ tent ontvangt hij jong, aanstormend talent in een tentje op een camping voor een goed gesprek over het leven. De interviewstijl van Den Besten is spontaan en direct. Het lijkt misschien alsof hij gewoon maar wat doet, maar het levert bijzonder luchtige, openhartige interviews op. Dat is ook niet onopgemerkt gebleven, want onlangs werd Den Besten genomineerd voor de Sonja Barend Award. Aangezien de geluiden van nu nog even op zich laten wachten, maakt ANS er maar het beste van en vragen we hem naar zijn werk. Een interview over interviewen, dus.

Tim den Besten1 750x

In je programma's komen vaak bijzondere mensen voorbij die het net allemaal even anders doen. Ben je zelf ook iemand die het allemaal anders doet?
'Laatst vertelde mijn vader aan de Volkskrant dat ik toen ik klein was een beetje anders was, haha. Wanneer alle kinderen links gingen, sloeg ik juist rechtsaf, zei hij. Ik denk niet dat ik per se alles anders doe, hoewel ik me niet zo snel laat verleiden door groepsdruk. Toch ben ik altijd wel benieuwd naar wat mensen van mijn werk vinden, ik zit vaak op Twitter zodra een programma is uitgezonden. Wanneer een negatieve reactie hout snijdt en iemand bijvoorbeeld zegt, waarom vroeg hij dit of dat niet, dan vind ik dat natuurlijk wel kut. Maar als iemand zegt dat ik lelijk ben, heb ik daar niet zoveel moeite mee.'

Zijn je programma's anders dan andere dingen die je op televisie ziet?
'Ik geloof wel dat de programma's die ik maak, zoals Tims ^ tent, De Lowlands Show en de documentaires met Nicolaas Veul, een beetje anders zijn dan anders. Ze gaan wat langzamer en hebben een andere soort humor, ik hou niet zo van gelikt of popiejopie. Een programma moet grappig zijn, maar tegelijkertijd inhoud hebben. Je moet op het ene moment een serieus gesprek kunnen voeren en meteen daarna een leuke grap kunnen maken. Ik hou heel erg van die combinatie, die er door de VPRO ook wel een beetje in wordt geramd. Toren C lijkt bijvoorbeeld op het eerste gezicht alleen maar grappig, maar is ook kritisch op de kantoorcultuur. Iedereen kent wel iemand op zijn werk die lijkt op een Toren C-personage.'

'Met jonge mensen kun je vaak een beter gesprek voeren omdat ze niet zo op hun woorden letten.'

Interview je graag een bepaald type mens?
'Ik vind het leuk om jonge mensen te interviewen, want zij zijn niet zo vaak geïnterviewd en daardoor nog een beetje onbevangen. Het is niet zo dat ik alleen maar jonge mensen wil spreken, maar met hen kun je vaak wel een beter gesprek voeren omdat ze niet zo op hun woorden letten. Het idee van Tims ^ tent is dan ook om aanstormend talent een podium geven. Mensen die iets bijzonders hebben gedaan, zoals een boek schrijven, maar die nog niet overal te zien zijn geweest. Ik vind het heel leuk om te weten te komen wie deze mensen zijn, wat ze hebben gemaakt en wat hen beweegt.'

Wie zou je graag in je tent willen uitnodigen?
'We wilden heel graag Nathan Moszkowicz, de manager van Lil' Kleine, in ons programma hebben. Lil' Kleine zelf is natuurlijk al heel vaak geïnterviewd, maar de man achter hem nog niet. Hij is een hele jonge zakenman met een flink bedrijf, wat superinteressant is. Helaas is het niet gelukt, hij wilde niet, geloof ik. Maar goed, het volgende seizoen van Tims ^ tent wordt sowieso een beetje anders. Als het goed is komen er veel mensen in het programma die ik graag zou willen spreken.'

Hoe bereid je je voor op een interview?
'Het werkt voor mij niet om me heel goed voor te bereiden, omdat ik dan alleen maar bezig ben met wat ik al weet. Ik vergeet dan de simpelste dingen te vragen omdat ik het al ergens heb gelezen. De redactie voert wel een voorgesprek met alle gasten, waarvan ik dan een documentje krijg. Dat lees ik vaak op de ochtend van het interview even door. De redactie houdt soms ook dingen voor me achter. Ze denken dan: dit gaan we nog niet aan Tim vertellen, het is veel leuker als hij daar zelf achter komt tijdens het interview.'

Je interviews wekken vaak een ontspannen indruk. Hou je echt een interview, of voer je eerder een gesprek?
'Ik snap wat je bedoelt, want ik interview niet heel gestructureerd. Maar zelf beantwoord ik volgens mij niet veel vragen, dus het is niet echt een wederzijds gesprek. Soms is het grappig als iemand iets aan mij terugvraagt, want daarmee kun je ook een bepaalde kant van iemand belichten. Wanneer iemand bijvoorbeeld de hele tijd de vraag terugkaatst, dan zegt dat natuurlijk iets over die persoon. Toch is het belangrijk dat het wel om de gast blijft gaan. Het is dus eigenlijk een interview in de sfeer van een gesprek.'

'Natuurlijk sla ik ook wel eens de plank mis.'

Gebeurt het wel eens dat iemand niet zo goed reageert op je vragen?
'Soms komt het voor dat een gesprek een beetje oppervlakkig blijft. Dan vraag je iemand bijvoorbeeld of er leven is na de dood, maar dan heeft diegene er nog nooit over nagedacht. Dat is dan wel jammer. En natuurlijk sla ik ook wel eens de plank mis. Tijdens het draaien van de aflevering van Tims ^ tent met Anne Fleur Dekker zei ze op een gegeven moment dat Thierry Baudet het ook maar goed bedoelde, waarop ik antwoordde: ja, maar Hitler toch ook? Ik bedoelde natuurlijk dat iemand die het goed bedoelt niet per se goed hoeft te zijn, maar dat was best een heftig moment. Ik moest het toen wel even goedmaken tijdens het gesprek. Dat stuk hebben we er geloof ik ook uitgeknipt.'

Tim den Besten4 450xNu je bekender wordt, krijg je ook steeds meer aandacht van de media. Hoe is het om zelf te worden geïnterviewd?
'Ik moet bekennen dat het me meer moeite kost dan zelf interviewen. Je bent de hele tijd over jezelf aan het praten en je hoopt dat de ander blij is met wat je antwoordt. Tegelijkertijd wil ik ook geen dingen zeggen die ik helemaal niet wil zeggen. Al je woorden worden in een bepaalde context geplaatst, dus het ligt echt aan de interpretatie van degene die het interview schrijft hoe iets overkomt. Jullie kunnen bij wijze van spreken een heel gek stukje typen over wat ik hier allemaal zeg. Daar ben ik in mijn achterhoofd wel mee bezig. Ik heb nu alweer spijt van wat ik net zei over Anne Fleur Dekker, haha.'

Je programma's lopen goed en je krijgt ook steeds meer erkenning. Hoe voelde het toen je hoorde dat je genomineerd was voor de Sonja Barend Award?
'Ik had die dag vrij, dus ik was de avond ervoor laat naar bed gegaan. Toen ik rond een uur of twaalf 's middags wakker werd en op mijn telefoon keek, zag ik allemaal berichtjes van vrienden en collega's. Je krijgt geen een gouden envelop in de brievenbus, de jury stuurt een persbericht eruit en dan hoor je het via via. Maar ik was heel erg blij. We zijn pas anderhalf jaar bezig met dit programma, en dan komt zo'n nominatie.'

Wat hoop je nog te bereiken?
'Ik wil dat mijn werk beter wordt en dat ik zelf ook kan groeien. Het gaat hartstikke goed en we hebben een heel leuk team, dus ik hoop dat ik nog heel lang programma's kan blijven maken. Ik zou verder niet echt bekender willen worden. Het is best raar dat wanneer ik voor een interview iets persoonlijks tegen de Volkskrant zeg, er later berichtjes op NU.nl verschijnen met titels zoals 'Tim den Besten heeft verlatingsangst'. Het is niet dat mensen dit soort dingen niet mogen weten, maar het hoeft van mij niet zo kort door de bocht. Toch wil je dat zoveel mogelijk mensen naar je werk kijken en daarvoor heb je die bekendheid wel nodig. Het is dus een beetje tegenstrijdig.'

Zijn er dingen die je zou willen doen buiten televisie maken?
'Wat ik nu doe, doe ik eigenlijk het liefst, maar televisie is voor mij niet heilig. Er zijn allerlei andere dingen die ik ook leuk zou vinden om te doen. Ik zou best met kinderen willen werken, dan word ik meester Tim, haha. Het lijkt me ook heel leuk om een eigen café of wijnbar te hebben. Dan kan ik alsnog met mensen praten.'

 

 

Op bezoek bij de hofdansvereniging

Dansen als een Disneyprins(es)

Adellijk dansen gebeurt niet alleen in Disneyfilms, maar ook in Nijmegen. Leden van hofdansvereniging Les Précieuses Ridicules zwieren als de beau monde van weleer door de zaal heen. Toch is hofdansen niet zo gemakkelijk als het eruit ziet.

Tekst: Joep Dorna
Foto's: Irene Wilde

Laura1 750x

'Nog even wachten, ik ben bijna klaar', klinkt een vrouwenstem vanachter het kamerscherm. 'Alleen mijn korset moet nog worden ingesnoerd.' Dan komt Laura Franssen (23) in een enorme hoepelrok vanachter de coulissen tevoorschijn. 'Het korset is echt nodig, anders kan ik deze rok niet dragen', vertelt ze. Laura doet er bijna een half uur over om de jurk aan te doen. In haar paarse jurk doet ze denken aan een echte jonkvrouw.

Het is voor leden niet gebruikelijk om in jurk of kostuum te oefenen, maar vanavond wil praeses Franssen een goede indruk maken. Les Précieuses Ridicules heeft namelijk een proefles op deze woensdagavond, waardoor het vaste oefenzaaltje op de HAN drukker is dan normaal. In totaal zijn er veertien hofdansers aanwezig, waaronder zes potentiele leden. De vereniging heeft dus alle belang zichzelf zo goed mogelijk te laten zien om het huidige ledenaantal van vijftien op te krikken.

Dynamisch duoHofdans jurk 450x
Hofdansen is ontstaan in de balzalen van de kastelen van hoffelijke families. De adellijke stand organiseerde vaak grote dansavonden met als doel indruk te maken op concurrerende families, en partners van de juiste stand te vinden. Les Précieuses Ridicules danst vooral op twee dansstijlen van grote koningshuizen: de elegante Rococo uit het 18e-eeuwse Frankrijk en de militaristische Biedermeier, afkomstig van het 19e-eeuwse Weense hof.

Vanavond staat de Biedermeier op het programma, De nieuwe hofdansers worden ingewijd door zelfverklaard 'dynamisch duo' Eveline en Aukje, twee dames die al wat langer rondlopen bij de vereniging. Al snel treedt er paniek bij het duo op wanneer de enkels van Franssen bijna zichtbaar zijn tijdens een demonstratie van een danshouding. 'Oh nee, we zien je enkels dadelijk', roept Aukje, waarna een licht rumoer bij de andere dansers ontstaat. 'Decolleté is niet erg, maar enkels kunnen echt niet', voegt ze er lachend aan toe.

Hofdans hand 450xDansen op de maat
Etiquette en manieren zijn belangrijk in de wereld van het hofdansen. De eerste opdracht van de les bestaat hierom uit het op de juiste wijze ten dans vragen van een dame. "Heren" –vanwege het mannentekort van de vereniging ook vaak dames – draaien eerst een rondje met het rechterbeen naar voren, vervolgens een rondje met het linkerbeen naar achteren, en eindigen met de knieën gebogen en uitgestoken hand.

Nadat de heren op de juiste manier de dames ten dans hebben gevraagd, gaan de aanwezigen daadwerkelijk in koppels dansen. Hofdansen is moeilijker dan het lijkt. Niet alleen moeten alle pasjes in het juiste ritme van de Oostenrijkse marsmuziek worden gezet, ook moet er aan alle etiquetteregels worden voldaan. Zo ligt de pols lager dan de elleboog, die weer op lagere hoogte moet hangen dan de schouders.

Niet altijd even makkelijk
Tijdens het dansen zijn er flinke niveauverschillen zichtbaar tussen de ervaren en minder ervaren dansers. Waar de leden die al wat langer lid zijn soepel over de dansvloer zwieren, ziet de dans er bij nieuwe leden soms wat knullig uit. Wel zijn de nieuwe leden erg enthousiast en proberen ze meteen hun houding te veranderen als Eveline of Aukje aanwijzingen toeroepen.

Guus Thijssen (20) is een van de potentiele leden op de avond. Hij heeft soms moeite het snelle tempo van de muziek te bij te houden, maar is desondanks erg enthousiast. 'Het was niet altijd even makkelijk, maar voor het grootste deel ging het best goed', verklaart hij opgelucht. 'Ik denk dat ik me wel in ga schrijven.'

Pride and PrejudiceHofdans knik 450x
Een belangrijke reden voor veel leden om met hofdansen te beginnen is de band met de geschiedenis. Ook voor Thijssen is dit de voornaamste reden om bij Les Précieuses Ridicules langs te komen. 'Als Geschiedenisstudent vind ik hofdansen erg interessant vanwege het historische aspect', legt hij op eloquente wijze uit. 'Het elegante van vervlogen tijden spreekt mij erg aan.'

Dit geldt ook voor Elze van der Vies (19). Ze deed eerder aan stijldansen, maar koos voor hofdansen vanwege de link met het verleden. Zij herkent soms de goede manieren die zij aanleert op de training in haar studie Kunstgeschiedenis. 'In Britse series zoals Pride and Prejudice zitten dansen die wij ook doen', legt ze uit. 'Je ziet daarin goed de etiquette, zoals het niet tonen van de enkels, die wij ook proberen toe te passen.'

Octopus-attractie
Hofdansen wordt het leukst, zo zeggen de ervaren leden, als je er eigen expressie in kan stoppen. 'Je moet eerst de basis kennen, voordat je eigen expressie erin losgelaten kan worden', vertellen Eveline en Aukje. Dit komt het beste naar voren tijdens de pauze als vier ervaren koppels op de muziek van Johan Strauss Jr. An der schönen, blauen Donau beginnen te dansen. Met een duizelingwekkende snelheid draaien de duo's om elkaar heen op een manier die doet denken aan een Octopus-attractie op de kermis. Thijssen en de andere nieuwe leden moeten nog even oefenen om dit niveau te bereiken, maar ondanks het niveauverschil maakt het ze niet minder enthousiast.

 Hofdans slot 750x

 

 

Universitair chauvinisme

Frisse tegenzin: Extreme Radboudrakkers

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik op de Radboud Universiteit (RU) mensen rond zie lopen in die verschrikkelijke rode hoodies, dan denk ik vrijwel direct dat ik te maken heb met nieuwelingen. In het begin denken zij namelijk dat het dragen van een Radboudhoodie een statussymbool is. Het duurt niet lang voordat alle nieuwe studenten doorhebben dat dit wel meevalt en dat het qua stijl de lelijkheid van het Erasmusgebouw evenaart. Van openbare 'Radboudliefde' is vervolgens gelukkig weinig sprake.

Hoe anders is het aan de andere kant van de oceaan. Toen ik me voor de eerste keer naar de boekwinkel op de campus begaf, verwachtte ik een soort Roelants 2.0: een stoffige winkel maar dan net wat groter, zoals alles in Canada groter is. Ik kwam bedrogen uit. Als de universiteit hier N.E.C. is, dan is de 'boekwinkel' de fanstore. Terwijl ik verwoed zocht naar een theorieboek over generatieve syntaxis, raakte ik verdwaald in een woud van hoodies, shirts, baseball-caps, ondergoed, sjaals, sokken, jassen voor ieder seizoen, tassen, thermosmokken, gewone mokken, agenda's, collegeblokken en nog veel meer rommel bedrukt met het universiteitslogo.

Als leider van het verzet tegen affectie in het openbaar werd ik vervuld met afschuw. Dit werd alleen maar erger toen ik erop ging letten of studenten zich ook tentoonstellen met al deze gigantische meuk. Dat doen ze namelijk zoals ik m'n Schultenbräu altijd dronk: zonder mate. Studenten uit alle jaarlagen lijken minstens vier keer per week solidariteit uit te dragen met de universiteit waar ze een godsvermogen aan collegegeld aan hebben betaald.

Het is een schaamteloze vertoning van universitair chauvinisme waarbij bescheidenheid een waarde is die klakkeloos het raam uit wordt gedonderd. Begrijp me niet verkeerd, het is een prima universiteit met goede faciliteiten en een prettige campus, maar daarin zal het vast niet verschillen met andere universiteiten. Een extreme vertoning van verbondenheid met deze universiteit maakt je geen betere student. Integendeel, het laat eigenlijk alleen maar zien dat je te lui bent om naar een fatsoenlijke kledingwinkel te gaan. Geef mij maar de nuchtere houding op de RU, waar extreme Radboudrakkers met hun rode hoodies een uitstervend ras zijn.