In de blubber van Bemmel

Redactie

Begin dit jaar deed een groep archeologen een bijzondere vondst in de buurt van Bemmel. Tussen de klei vonden zij een enorm Romeins grafveld met askisten en allerlei indrukwekkende grafgiften als aardenwerken kruikjes en ijzeren olielampen. 'Zo'n vondst behoort niet tot de dagelijkse praktijk.'

Tekst: Edwin Jonkman
Foto's: Aaricia Kayzer en Rijkswaterstaat

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Voor Pepijn van de Geer, werkzaam bij het Leidse archeologisch onderzoeksbureau Archol, zijn de recente opgravingen van een Romeins grafveld bij Bemmel een geliefd gespreksonderwerp. Terwijl zijn collega's en hij in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuw tracé van de A15 verkenden, troffen ze iets aan. 'Zomaar op stenen bodem stuiten is altijd verdacht want het komt in Nederland niet van nature voor. Een collega belde mij: "Je moet even komen kijken hier, ik weet niet wat dit is".' Eenmaal ter plekke werden de contouren van een Romeinse askist zichtbaar. Maanden van graaf- en speurwerk later bleek het om een enorm grafveld uit de tweede tot derde eeuw na Christus te gaan. In totaal vonden de archeologen zes tufstenen askisten, met daarin crematie-as en talloze grafgiften, zoals een aardewerken wijnamfoor en een bronzen oorlepeltje. Al met al is het een bijzondere ontdekking. 'Askisten zijn heel zeldzaam en worden bijna nooit gevonden, zeker niet met zo veel bij elkaar.' Daarbij komt dat tot op heden niets bekend was over Romeinse nederzettingen of villaterreinen in de buurt van Bemmel. Dat juist hier een grafveld is gevonden, maakt de vondst dus extra opmerkelijk. Van de Geer vertelt over het proces en de betekenis van de opgravingen.

Interview Pepijn groot zw

Schatgravers op de loer
Met een team van ongeveer tien man heeft Van de Geer maandenlang in de grond bij Bemmel gespit. Eerst haalden graafmachines de bovenlaag van de akkers weg, waarna het precisiewerk kon beginnen. 'Zodra je verkleuringen tegenkomt in de grond, ga je alles met de hand onderzoeken', legt hij uit. 'Dat begint met een schep. Als je bijzondere dingen aantreft, wordt het priegelwerk. Daarvoor gebruiken we troffels en tandartsgereedschap.' Elk voorwerp wordt vervolgens gefotografeerd, geregistreerd en elektronisch ingetekend. Omdat het zulk arbeidsintensief werk was, werden de Leidse archeologen ondersteund door een club vrijwilligers uit de buurt. 'We noemen ze amateurarcheologen, maar dat betekent niet dat ze onprofessioneel zijn', grinnikt Van de Geer. 'Het is leuk om die mensen ook de kans te bieden om zoiets bijzonders mee te maken. Daarnaast zijn ze natuurlijk een helpende hand.' In totaal hebben de archeologen ruim achtduizend objecten gevonden, uiteenlopend van een scherf tot bronzen vaatwerk. Inmiddels is alles naar het onderzoeksbureau in Leiden versleept. Hoewel de euforie groot was bij het aantreffen van de Romeinse graven, mocht niemand het nieuws naar buiten brengen. 'Het was bekend dat we vooronderzoek aan het doen waren, maar we hebben stilgehouden dat we daadwerkelijk iets hebben gevonden', zegt hij. Het risico bestaat namelijk dat schatgravers hun kans grijpen. 'Waarschijnlijk doen ze dat 's nachts met een schijnwerper.' Door de geheimhouding was van zulke Indiana Jones-achtige taferelen op de Gelderse akkers gelukkig geen sprake. Erg diep hoefden de archeologen niet te graven. De askisten lagen slechts een halve meter onder het oppervlak. Daarom is Van de Geer verbaasd dat ze er überhaupt nog lagen. 'In de afgelopen tweeduizend jaar is er veel in die grond geploegd, dus de bovenste laag is vaak omgewoeld. Als telkens tijdens het ploegen zo'n broksteen wordt geraakt, halen boeren het weg.' Ook hadden de stenen kisten in de Middeleeuwen in de handen van fanatieke bouwvakkers kunnen vallen.
'Steen werd toen vaak hergebruikt om een huis of kerk te bouwen.'

Tussen de botresten vond het team het bijna intacte skelet van een baby.

Van buiten naar binnen
Nu de opgravingen achter de rug zijn, is het tijd voor de interpretatie van de gevonden voorwerpen. Als archeoloog is Van de Geer vooral bezig met sporenonderzoek in de grond. Voor de historische context moet hij zich eerst inlezen. 'Ik ben niet gespecialiseerd in een bepaalde periode. Als ik dingen ga schrijven over de prehistorie of de Romeinse tijd is het wel handig om bepaalde kennis te hebben, die haal ik dan uit literatuur en rapporten.' In dit project heeft hij een coördinerende rol. 'Veel vondsten liggen nu bij de verschillende materiaalspecialisten, die leveren rapporten aan mij af. Ik breng die bij elkaar en maak er een algemene interpretatie van.' Het denkwerk gebeurt op het kantoor in Leiden, een groot contrast met het graven in de frisse buitenlucht. Een evenwichtige balans tussen veld- en binnenwerk heeft Van de Geer het liefst. 'Ik doe dit werk nu tien jaar. In het begin vond ik het prima om alleen buiten bezig te zijn. Nu ben ik blij als ik af en toe thuis ben en voor de kachel zit', lacht hij.

Het eindrapport is nog niet af, maar Van de Geer weet al veel over de betekenis van het grafveld en de askisten. De stenen omhulsels van pakweg een halve meter bij een meter dienden voor de Romeinen als laatste rustplaats op aarde. 'De meeste mensen werden gecremeerd, dat was normaal in die tijd. Met de verbrandingsovens van nu blijft bij een crematie alleen maar as over, maar de Romeinen legden overledenen op brandstapels. Dan bleven er herkenbare stukken bot over. Die werden verzameld, gewassen en gingen in een doek de graven in.' Tussen de botresten vond het team ook het bijna intacte skelet van een baby. 'Aan de botjes konden we zien dat het tijdens of net na de geboorte is overleden.' Dat de vroeg gestorven zuigeling niet is gecremeerd maar begraven, is volgens hem logisch. 'Kinderen werden in de Romeinse tijd niet als volwaardig mens gezien. Waarschijnlijk omdat veel kinderen vroeg kwamen te overlijden. Het kwam regelmatig voor dat ze pas een naam kregen als ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt.'

Interview Pepijn van de Geer parfumflesjeInterview Pepijn van de Geer askist
Links: een glazen parfumflesje met poederachtig residu. Rechts: een stenen askist die werd gebruikt om het as van overledenen in te begraven.

De grenzen opzoeken
De locatie van het ontdekte grafveld biedt nieuwe inzichten over het leven van de Romeinen. Het Romeinse Rijk eindigde ter hoogte van de Nederlandse rivieren. 'De Limes, oftewel de rijksgrens, lag bij de Rijn, dus het gebied waarin de graven zijn gevonden ligt tussen de grens en Nijmegen. Op zich weten we dat in Nijmegen en zelfs ten noorden daarvan veel activiteit was, maar dat er zo'n rijk grafveld ligt, is wel onverwacht.' Van nederzettingen is geen sprake, dus er moet een andere verklaring voor zijn. 'Wat meer voor de hand ligt, is dat er een nog onbekende Romeinse villa heeft gelegen met hooggeplaatste of vermogende bewoners. Misschien waren dit wel geen Romeinen, maar Bataven die heel geromaniseerd waren.' Hun hoge status zou ook de dure grafgiften verklaren, die ongebruikt de graven in zijn gegaan. 'We hebben ook een varkensschedel en dierlijk bot gevonden, dus waarschijnlijk lag er eten op de schalen en borden. Dan hadden mensen een beetje comfort tijdens hun reis naar het hiernamaals.'

Ergens bij Bemmel liggen dus waarschijnlijk de resten van de villa, een interessante aanleiding om verder te zoeken. Helaas zit dat er niet in voor Van de Geer. 'Ik werk voor een commercieel archeologiebedrijf, dat opdrachten van anderen aanneemt. Een universiteit kan vanuit een onderzoek waarmee ze bezig is gaan opgraven. Wij hebben het niet voor het kiezen wat en waar we opgraven.' Als hij straks het eindverslag aan Rijkswaterstaat heeft afgeleverd, gaan de objecten terug naar de provincie Gelderland. In het weekend van 28 en 29 april zal een klein deel van de vondsten te zien zijn in het gemeentehuis van Bemmel. Zulke tentoonstellingen bieden voor mensen die niet al te veel van Romeinse grafvelden weten een kijkje in het leven van toen. 'Al die losse objecten zeggen niet zo veel. Het gaat over de context waarin je de stukken vindt, hoe je het vindt en waar.' Komend jaar worden de askisten en grafgiften waarschijnlijk geëxposeerd in het Valkhof Museum in Nijmegen, vertelt Van de Geer met gepaste trots. 'Voor mij is het de eerste keer dat iets wat ik heb opgegraven wordt tentoongesteld.'