ANS lult

Redactie
Commentaar

Daar sta je dan, een splinternieuwe eerstejaars, met een introtasje over je schouder en het goedbedoelde advies van je ouders onder je arm. Niet te veel drinken, hè, gewoon jezelf zijn en als er iets is: gewoon bellen. Mooi niet. Je ouders bellen tijdens de introductieweek is zo ongeveer het studentenequivalent van je moeder die een broodtrommel komt brengen. Je bent nu volwassen en zoals het een echte volwassene betaamt, drink je braaf alle biertjes mee, sla je zoveel mogelijk shotjes tequila achterover bij de Tequila Party en sta je zelfs, weliswaar op wankelende benen, om half elf bij de sportdag.

Tussen alle bedrijven door kan het zomaar gebeuren dat je ze tegen het lijf loopt. Ze. De praatjesmakers van de intro, de koningen der slap gelul: de wervers. Ze trekken aan je arm en duwen merchandise in je hand. 'Hey! Word jij onze nieuwe herder?' Om een afgang te voorkomen knik je instemmend, niet wetend of je nu 'ja' hebt gezegd tegen een nieuwe bijbaan als schapendrijver op de Hatertse Vennen of iets heel anders.


Een herder zijn blijkt inderdaad net zo intensief als een bijbaan, met als enige verschil dat het vooral geld kost in plaats van oplevert. Tijdens het aspirantaat word je gebombardeerd tot multi-inzetbare afwashulp, koffieslaaf en boksbal. Je weken zitten vol met dispuutsavonden en al die boetes voor de verkeerd geparkeerde bakfiets kosten klauwen met geld.

Nadat je voor de tiende keer voor het hele dispuut hebt gekookt én de hele avond als ober hebt gespeeld, plof je doodop in je bed. 's Ochtends word je wederom wakker gemaakt met een emmer water en mag je het zelf opdweilen. Je wordt ernstiger afgebeuld dan een kind in een sweatshop, maar gelukkig heb je een belangrijke vaardigheid opgedaan die meer doet dan een CV vol bestuursjaren en werkervaringsplekken bij elkaar: slap leren lullen.

De hoofdredactie

 Klik hier om de nieuwe ANS te lezen.